dinsdag 9 augustus 2011

Wallis, Val d'Hérens - deel 7, Alpenflora

Edelweiss, Arolla
Het Val d'Hèrens kan met recht een floristisch plaatjesboek genoemd worden. Van relatief laag in de vallei tot hoog in de bergen zijn honderden soorten te vinden met elk hun eigen groeiplaats. Rond de dorpen met veel soorten die ook in Midden-Europa, en zelfs in Nederland, voorkomen. Pastinaak en nagelkruid als gele pasteltinten, luzerne voor het blauw en honingklavers in geel en wit.
Alpendost en Meesterwortel, Arolla

Vanaf 1600 meter (Les Haudères) wordt het interessanter. Vochtige lariks en arvenbossen bieden ruimte aan Alpendost, Meesterkruid en Blauwe Monnikskap . Deze forse kruiden profiteren van het langs de hellingen aflopende water. Wordt het nog natter, en ontstaan er zelfs kleine beekjes, dan nemen de eerste Steenbreeksoorten hun kans waar. Gele Bergsteenbreek, Saxifraga stellaris, met zijn  tere witte bloempjes en het insektenetende Vetblad voelen zich hier thuis.
Alpenaster, Lana
Voor de echte alpiene flora moeten we nog hoger. Het zijn vooral de alpenweiden waar de laaglandbewoners voor komen. Alles lijkt, of is, feller gekleurd dan in onze streken.  Paarse Alpenaster, donkerrode Vanille Orchis, Oranje Streepzaad en blauwpaarse Veldgentianen. Vooral als de begrazingsdruk door koeien of schapen laag is kunnen vele soorten hier een groeiplaats vinden. Zelfs de meest stenige plaatsen kennen hun eigen soorten. Elfenklokje en Edelweiss bij voorkeur tussen kleinere stenen en Spinnenwebhuislook zo warm mogelijk bovenop grotere rotsblokken. Het is zeker de moeite waard om echter niet alleen op de grotere soorten te letten. Laag, tussen het gras verborgen, leeft heel bescheiden een levend fossiel. Het Mosvarentje Selaginella selaginoides is samen met de Wolfsklauwen een laatste overblijfsel van de uitgestrekte Carboonbossen van ruim 300 miljoen jaar geleden. Zijn naaste verwanten uit die tijd waren echter wel veertig meter hoog in plaats van vier centimeter.

Mosvaren ,Selaginella selaginoides, Lana
Puinwilgenroosje, Arolla
Op plaatsen waar geen beweiding is kunnen Alpenroosjes en Jeneverbes de bovenste grens van de alpiene zone vormen. Nog hoger wordt het klimaat zo extreeem dat alleen superspecialisten hier nog een plekje kunnen vinden. Stengelloze silene is daar een mooi voorbeeld van. Het Puinwilgenroosje geeft het al eerder op maar deze plant kan ook lager tussen de stenen van gletsjermorenes groeien.

Veldgentiaan, Arolla
Spinnenwebhuislook, Arolla
Zonder veel moeite kan de florist in het Val d'Hèrens met de auto tot ruim 1900 meter hoogte komen. Eerder stoppen en met de stoeltjeslift vanuit Lana omhoog kan natuurlijk ook. In beide gevallen lopen gemarkeerde routes dwars door de botanisch meest interessante plekken. Houdt er wel rekening mee dat alleen boven Arolla (vanaf het Kurhotel) een educatieve route uitgezet is. Op alle andere plekken is het een uitdaging om met flora of plaatjesboek de juiste namen bij dit alpenboeket te vinden.

Elfenklokje, Arolla


1 opmerking:

  1. Heerlijk om naar te kijken Kees, kijk ook eens op mijn site als je wil, er staan een 10 tal jaren Zwitserland op met zeer bijzondere soorten zoals o.a. Zomeradonis, Paarse Aspergeorchis en Spookorchis om er een paar te noemen.
    http://www.picturetrail.com/theowestra
    m.v.g. Theo Westra

    BeantwoordenVerwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...