donderdag 31 maart 2011

Voorjaarsfladderaars

Kleine voorjaarsuil
Al eerder schreef ik over voorjaarsvlinders met als titel "een ongevleugelde dame op Vennebroek". Vandaag wordt de lamp gericht op een andere groep van duistere fladderaars: de voorjaarsuilen. Zwijgzaam zoeken zij zich een weg, vaak ongekend maar zo veel mogelijk uit het korte leven halend. Net als hun tweepotige naamgenoten bestrijkt hun kleur een volledig scala van bijna grijs en donkerbruin tot geelbruin. Pas als ze vanuit het donker tevoorschijn komen, en even bij een lamp of een verlicht raam gaan zitten, valt het op dat er vage tot zeer duidelijke vlekken op hun vleugels getekend zijn. Het zijn allen overlevingskunstenaars. Op het moment dat plant en dier nog volledig in winterrust zijn worden zij wakker in hun poppenwieg. Banen zich vanuit de humuslaag een weg naar buiten en gaan meteen op zoek naar een partner. Hoewel ze later zijn dan de Wintervlinders en de Voorjaarsspanners kunnen er nog voldoende vrije knoppen gevonden worden om hun eieren af te zetten. Ze kiezen voor een zo kort mogelijke periode tussen het afzetten van eieren en het uitkomen van de rupsjes op het moment van ontluikend groen. Dat dit geregeld toch niet goed afloopt voor het nageslacht moet maar goed gemaakt worden door zoveel mogelijk eitjes te produceren.
In Nederland kennen we elf soorten waarvan de meesten algemeen zijn.  Vooral de Kleine Voorjaarsuil verschijnt vaak met tientallen tegelijk bij een lamp. Met een vleugellengte tussen de 12 en 15 mm is het de kleinste soort van deze groep. Lichtbruin, een donkere niervlek en nog wat spikkels maken het tot een wat saai getekend vlindertje.
Variabele voorjaarsuil

Tweestreepvoorjaarsuil
In Vennebroek / Friesche Veen (Paterswolde), waar de Vlinderwerkgroep KNNV Groningen inventariseert, wordt ook de Tweestreepvoorjaarsuil en de Variabele Voorjaarsuil  veel gezien. De eerste heeft vleugels van 16 - 20 mm met een  duidelijk hoekige punt en een wat grove tekening. De tweede is veel fijner van kleur, wat kleiner (13-17 mm) en altijd met een afgeronde vleugelpunt. De tot nu toe genoemde soorten hebben allerlei loofbomen als waardplant. Eik, lijsterbes, berk of meidoorn, geen blaadje wordt versmaad. Jonge rupsen leven vaak in samengesponnen blaadjes. De Nunvlinder  en de Dubbelstipvoorjaarsuil zijn nog minder kieskeurig. Naast allerlei bomen kunnen hun rupsen zich ook voeden met zuring, bosbes, kamperfoelie en hop. Met stip is de Nunvlinder de mooiste van alle voorjaarsuilen. Als met een fijn penseel getekend siert een zwarte vlek de vaak roodbruin aangelopen voorvleugel.
Nunvlinder

Dubbelstipvoorjaarsuil
Al deze voorjaarsfladderaars zijn in de afgelopen weken genoteerd op een verlicht raam van de Natuurmonumenten werkschuur. Terwijl de winterrust voor velen nog lang niet afgelopen is hebben zij hun mooiste tijd al weer gehad.


zondag 27 maart 2011

Kikkerfeest in het Siepelveen

Siepelveen, Zeegse
Terwijl afgelopen nacht de zomertijd is ingegaan ligt er vanmorgen een dun laagje ijs op de vijver en is de Azalea bevroren. Maar de hemel is strakblauw en met het zonnetje erbij moet het mogelijk zijn om vandaag een glimp op te vangen van Heikikkers in het Siepelveen bij Zeegse. Direct na het Golden Tulip Hotel kan naast de zandverstuiving geparkeerd worden.

Achterstallig onderhoud is door een groep vrijwilligers aangepakt en er is weer ruimte voor veen en zand. De eerste graafbijen vliegen over het zand maar het gaat ons vandaag om het meest bizarre amfibie van Nederland. In blauw gewaad gehuld roepen de mannetjes enkele weken om vervolgens de rest van het jaar bruin en zwijgzaam door te brengen. Het geluid dat ze in die korte periode maken is niet het traditionele kikker gekwaak maar meer een "geploep". Om het eens te beluisteren biedt de site van Ravon een mooie geluidsopname (http://bit.ly/eMeQTU).
De zuidoever van het grote ven ligt in de schaduw en is uitgestorven. Terwijl een Dodaars zijn hinnikende geluid laat horen vangen we de eerste "ploepjes"op. Aan de overkant is het water al zo ver opgewarmd dat de kikkers uit hun nachtelijke verstijving loskomen. Bijna sluipend benaderen we het water en zien al snel de eerste kikkerdril drijven. En dan is het zaak om heel veel geduld te hebben. Natuurfotograaf Maarten Westmaas schrijft in zijn blog dat het vijf jaar en een gehele dag zitten in een ven (?) zou duren voordat hij een foto kon maken van de blauwe kikkers (http://bit.ly/heaXeQ). Jaren geleden is het ons één keer gelukt en vandaag blijkt dat we een beetje aan de late kant zijn. Het water staat hoog en overal tussen de gagel wordt stevig "geploept".

Heikikker, Siepelveen
De dapperste kikkers laten zich na tien minuten zien maar ze zijn alweer in overgangskleed. Meer roze-bruin dan het hemels blauw van de huwelijksweek. Het blijft echter altijd weer spectaculair om dit kikkerfeest mee te mogen maken.

zaterdag 26 maart 2011

Drukke vogeldag rond het Lauwersmeer

Rotgans
Uitgerekend twee dagen na de waarneming van een zeer zeldzame Steppenkievit bij de Ezumakeeg had KNNV Groningen een rondje vogelen Lauwersmeer gepland. En dat hebben we geweten: vanaf aankomst tot vertrek wist elke passerende vogelaar ons trots te melden dat hij (nooit een zij) DE vogel gescoord had. En nog beter: naarmate de dag vorderde nam het aantal gemelde vogelaars bij de vliegende rariteit verder af. Van "honderd" werd het "twintig". Toen wij in de loop van de middag de oostkant van het Lauwersmeer en de Ezumakeeg bereikt hadden konden we met gemak een plaatsje vinden in de rij. Te ver voor een goede foto maar wel met de middagzon op de beige veren konden ook wij de soort toevoegen aan onze "live-list". Een witte penseelstreek boven de ogen, wat hoger op de poten dan onze Kievit en vooral een stuk duffer. Pas na wat onrust onder de Slobeenden en het neerstrijken van een groepje Goudplevieren werd de Steppenkievit echt wakker. Even hippen, veertjes poetsen en vervolgens weer verder slapen. (voor foto's zie http://bit.ly/eQRDai).
Brandgans
Onze ronde begon aan de oostkant. Via Strandweg en Jaap Deensgat richting Lauwersoog. Twee Wilde Zwanen, een enkel wegflitsend Baardmannetje en vooral goudogige Brilduikers werden gespot. De gele rietvelden werden steeds mooier aangelicht naarmate de bewolking verder wegtrok. Bij de haven was het even wennen aan de bonte kleuren van het verbouwde visrestaurant. Doorrijdend was te zien dat de kleine aalscholverkolonie bij de sluizen inmiddels gezelschap gekregen had van een Blauwe Reiger. Wel aan de rand maar toch voorzichtig oprukkend. Direct aan de andere kant van de dijk zat een mooie groep Rotganzen die het hoog water gebruikten om te rusten of ruzie te maken met de buren.

Roodhalsgans tussen de Brandganzen, Bantpolder
De Brandganzen in de Bantpolder waren wel aan het eten maar ook hier was het regelmatig blazen, dreigenen af en toe een korte spurt richting een vermeende opponent. Het wordt duidelijk tijd om weer de broedgebieden op te zoeken. Een beetje verdwaasd liep er ook een Roodhalsgans tussen. De kop hoog geheven, voortdurend gakkerend en rondrennend leek het wel een schaapshond die bezig was de kudde op te drijven.

Na de polder en de weg naar Oostmahorn had onze excursieleider nog een bijzonder ommetje in petto. Vanaf de route naar De Keeg kun je weer rechts richting Anjum. Een klein landweggetje met aan de rechterkant een groot zonnebloemveld die kennelijk bewust vergeten is. Honderden bloembodems met rijpe pitten zorgen voor een rijk gedekte tafel voor de lokale veldmuispopulatie. En dat gaat natuurlijk niet ongezien. Zeven Buizerden, een Ruigpootbuizerd en twee Torenvalken hadden dit luilekkerland gevonden.
Buizerd

Het water in de Ezumakeeg was al duidelijk aan het zakken. Honderden Grutto's en tientallen Kluten waren driftig aan het voedsel zoeken, daarbij geholpen door duizenden Brandganzen.
Brandganzen boven de Ezumakeeg

Rust was ver te zoeken want het gebied wordt, volgens hen, geterroriseerd door een Zeearend. Hoewel deze "vliegende deur" net boven de horizon bleef zweven was een passerende Buizerd al voldoende om bijna alles de lucht in te krijgen. Blozend van de zon en vol van herinneringen was het een fantastische dag met vogels en nog veel meer vogelaars.

donderdag 24 maart 2011

Leinewijk, water en land in harmonie

Fuut, Leinewijk
Tussen Kropswolde en het Zuidlaardermeer ligt Leinewijk. Op de weg naar de parkeerplaats staat een man op een laddertje. Hangend op één elleboog kijkt hij door een glasloos ruitje van een gestrand plezierjacht. Wat lijkt op een éénzijdige consversatie zal vast en zeker een gesprek met de verborgen eigenaar van het bootje zijn. Alles straalt rust uit en dat geldt zeker ook voor het nieuwe natuurgebied. Loom klapwiekt een buizerd uit een boom en een  rietgors vliegt over het enige wandelpad. In de verte torent de kijkhut van het Groninger Landschap boven het riet uit, wachtend op bezoek wat op een werkdag niet komt. Aan de westkant het meer waar talingen, smienten en futen de plaats innemen van de talrijke zeilboten die er over een paar maanden weer de dienst gaan uitmaken. In de polder staat het water hoog tot groot plezier van enkele dobberende Grauwe Ganzen. Twee poetsende Grote Zaagbekken staan op het strandje waar binnenkort Tureluurs en Kleine Plevieren rondstappen. Na de inrichting tot natte natuur is er een grote plas met een eiland ontstaan waar zelfs vossen niet kunnen komen. Bij de uitkijktoren buigt het pad naar het oosten, richting een watermolen. In de sloot drijft een echtpaar Fuut, tevreden elkaar aankijkend, zeker van elkaar en vol van goede plannen voor een mooi nest. 

Voorbij de molen krijgt de wandelaar de keus om het fietspad te volgen of dwars door het weiland naar de weg terug te lopen. Schotse Hooglanders en een grote verzameling, min of meer, Grauwe Ganzen zijn vergeten dat ze het fort moeten bewaken en kijken alleen maar wat verstoord als de bruingejaste wandelaar hun gebied inloopt. Alleen een Haas en wat Putters vinden het maar niets, op lange poten en korte vleugeltjes zoeken ze snel een ander plaatsje.Na het hek en het schelpenpad verandert de wereld. Het groot kapitaal heeft hier kolossale villa's neergezet. Maar wel met een fantastische uitzicht over een wereld waar op deze voorjaarsdag water en land in harmonie zich koesteren in de middagzon.

woensdag 23 maart 2011

Broekenweering, schatkamer van biodiversiteit

Broekenweering, Natuurstudie en Natuurbeheer
Op 21 maart werd door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, afdeling Groningen, het rapport “Broekenweering, schatkamer van biodiversiteit” gepubliceerd. Van oorsprong was de Broekenweering deel van  een uitgestrekt moerasbos tussen Eelderdiep en Peizerdiep. In 2011 is het onderdeel van het natuurreservaat Peizermaden en ondergaat een metamorfose om (ook) als waterberging voor de stad Groningen te dienen. Bezoekers ervaren daarom tijdelijk het gebied als stroef. Vanaf de kleine parkeerplaats bij het oude tolhuis aan de Peizerweg zijn  rode graafmachines te zien.
 Op stalen rupsen vreten zij zich een weg door de oude veenbodem. Wallen als verdedigingsmuren tegen de waterwolf worden opgeworden. Oude wegen verdwijnen en nieuwe komen.  En midden in dit geweld van cultuurtechniek bloeien paardehaarzegge en moerasstreepzaad, broeden rietgorzen en kleine karakieten en worden zeldzame paddenstoelen onder elzenbomen gevonden.
KNNV Groningen heeft een jaar rond voor Natuurmonumenten, beheerder van de Peizermaden, een nulmeting uitgevoerd.

Moeraslathyrus
 265 soorten planten,  48 soorten plantengallen, 25 soorten libellen, 16 soorten dagvlinders, 44 soorten broedvogels en 183 soorten paddenstoelen werden genoteerd. Vanuit deze, en oudere, gegevens kan over een aantal jaren een goed oordeel gevormd worden over de veranderingen in het gebied. Voor dit moment is het duidelijk dat, deels verborgen voor het oog van passanten, de Broekenweering een schatkamer van biodiversiteit herbergt. 

zondag 20 maart 2011

Ballerina's in de Westerbroekstermadepolder

Tussen Haren en Hoogezand, ingeklemd tussen spoorlijn en Drentsche Diep, ligt de Westerbroekstermadepolder. Hoewel het aangekocht was als laaggelegen natuurgebied door de Stichting Het Groninger Landschap heeft het inmiddels een dubbelfunctie gekregen en is ook ingericht als waterbergingsgebied. De winterse waterstand geeft de polder nu het aanzien van een groot meer.
Geleidelijk zal het water zakken, venige strandjes komen boven water en er ontstaat broedgelegenheid voor een groot aantal vogels. Vanaf de Waterhuizerweg wordt het nieuwe fietspad op deze mooie zondag druk gebruikt door recreanten. Het merendeel met de blik op oneindig, gebogen over het kromme stuur van een snelle fiets. Het zijn vooral de (jongere) ouderen die, met de voet op de grond, waarderend het gebied overzien. Slechts enkelen stappen af en volgen het voetpad naar de vogelkijkhut bij het Foxholstermeer. Krijsende Kapmeeuwen, gakkende Kolganzen en zacht pruttelende Rietgorzen begeleiden de wandelaar totdat deze verdwijnt achter een inmiddels hoog opgeschoten wilgenstruweel. Bij de vistrap, een luxe oversteekplaats voor vis van Drentsche Diep naar de plassen, gaat een klein pad naar rechts. De vogelkijkhut is een knus gebouwtje met een perfect zicht op de watervlakte. En dan komt de beloning: de Geoorde Futen zijn terug van hun wintervakantie!
Als volleerde ballerina's wordt er gedanst en gepronkt. Op staart en potend staand sprinten ze over het spiegelende wateroppervlak. De korte vleugels wijd uitstaand en de kop voortdurend draaiend. De rode kraaloogjes glimmen in de zon en zorgen voor verrassende kleureffecten. Dat nog niet iedereen goed op kleur is geeft niets: elk fuutje mag meedoen met het grote spel. Slobeenden, Tafeleenden, Pijlstaarten en vooral heel veel Kuifeenden maken het tot een gezellige drukte.


Na de hut vervolgt het pad richting de Kropswolderbuitenpolder. Links van het fietspad is een uitgestrekt plasdras gebied waar de Wintertalingen hun domein gevonden hebben. Wij besluiten niet helemaal door te fietsen omdat in het vroege voorjaar het pontje naar de Onnerpolder nog niet in bedrijf is. Toch doorgaan betekent dan een stevige tocht over De Groeve, Zuidlaren, Noordlaren en dan terug naar Haren via Onnen.

De Westerbroekstermadepolder is in vijftien jaar geheel veranderd. Kapmeeuwen waren er in de vorige eeuw nog niet en het gebied was minder nat. Waterral en Porseleinhoen liepen in de zomer rond de vogelkijkhut en Kwartelkoningen werden 's nacht vaak gehoord. Maar het gebied was kwetsbaar, klein en opgesloten. Door de inpassing van het gebied in de Ecologische Hoofdstructuur kwam een verbinding met het Zuidlaardermeer en ontstond een ongekende variatie. Steltkluut, Zeearend, Lepelaar en zeker ook onze ballerina's zijn er dankbaar voor.

zaterdag 19 maart 2011

Citroenenfeest in Mensinge

Mensinge, Roden
Het Landgoed Mensinge (Roden, gemeente Noordenveld) koestert zich vandaag in een hartverwarmend voorjaarszonnetje. Vandaag slaan we het Sterrenbos aan de oostzijde van de weg naar Lieveren over en beginnen de wandeling op de tweede parkeerplaats.
Strakke lanen, beschaduwd door eiken en beuken, worden afgewisselend met percelen naaldhout. Aan de veenmosgroei zien we dat het slootwater hier zuur en voedselarm is. Overal waar de zon de bosbodem kan bereiken dartelen Citroenvlinders.
Citroenvlinder, Mensinge
Even vliegen, dan weer bijna plat op de grond om maar zoveel mogelijk warmte op te vangen. Een bijna oogverblindend citroenen- feest! Maar voor de vlinders is het een serieuze zaak. Dat zien we als er twee iets te dicht bij elkaar komen. Driftig om elkaar heen zwenkend moet toch echt duidelijk gemaakt worden dat dit stukje bos al een eigenaar heeft. Het zijn dan ook alleen mannetjes die op zoek zijn naar de mooiste plek voor de binnenkort verschijnende dames.

Mensinge, Roden
Doorlopend richting het Lieverense Diep komen we op het Moltmakersstuk. Door gericht beheer is de heide weer terug en is een prachtige overgang naar de natte hooilanden ontstaan.
Plotseling wordt het oog getrokken door een andere vlindersoort. Een Oranje Berkenspanner! Deze dagactieve nachtvlinder had er zin in, even naar beneden en dan met een geweldige vaart terug de boom in. Ons vlindernet ligt nog in de winterstalling maar zelfs met dat hulpmiddel was het waarschijnlijk niet gelukt deze snelheidsmaniak op de foto te krijgen.  Via een slinger door de Alteveersche bossen lopen we terug naar Mensinge en kiezen de zuidkant, langs de "Grote Boom" om de parkeerplaats weer te bereiken.

donderdag 17 maart 2011

Eenzame dame op landgoed Vennebroek

Gister werd op het landgoed Vennebroek een eenzame dame aangetroffen. Grijs, verfrommeld en duidelijk verkleumd was haar een tijdelijk onderkomen aangeboden in een pastic cel.
 Hoewel het landgoed aan de noordkant van Paterswolde al vanaf de 17e eeuw bewoond wordt door min of meer rijkere dames (en heren) was dit toch een ander geval. Het was dan ook geen tweebenige schone maar een zespotig insect die duidelijk de weg kwijt was. Haar gebandeerde vleugelstompjes, als een oude mantel uitstaand aan beide kanten van haar lijfje, maakten duidelijk dat het een Grote Voorjaarsspanner was.   Mannetjes van deze soort hebben wel volledig ontwikkelde vleugels en gaan vanaf februari opzoek naar de rijk geparfumeerde dames. Nadat deze uit de pop zijn gekropen doen ze weinig meer dan vanaf de grond in een boom klimmen en wachten tot de mannen aan hun grote werk willen beginnen. Na een succesvolle paring worden de eitjes in de buurt van wat knoppen uitgezet en is het leven volbracht. Soms gaat er echter wat mis. Het mannetje wordt tijdens de paring opgeschrikt en sleurt het vrouwtje mee naar onbekende oorden.
Dat zal ook hier gebeurd zijn.  In het kader van een grote nachtvlinderinventari- satie, uitgevoerd door de Vlinderwerk-groep van KNNV Groningen / KNNV Oost-Groningen, wordt in het vroege voorjaar op "warme" avonden een sterke lamp ontstoken achter het raam van de werkplaats van Natuurmonumenten. Dit werkt als een magneet op vlinders en de afgelopen avonden werden dan ook tientallen vlinders genoteerd. Na ruim een jaar inventariseren in Vennebroek en het aangrenzende Friesche Veen staat de stand inmiddels op 450 soorten. De verwachting is dat aan het eind van 2011 de 500ste soort zeker genoteerd is. Grote aantallen die allen een goed plekje vinden in het gevarieerde natuurreservaat en profiteren van het kleinschalig beheer.

woensdag 16 maart 2011

Groene guirlande voor Harener eendenkooi

Haren, eendenkooi
Sinds enkele jaren heeft het bekende Harense rondje over de Lutsborgsweg naar het Quintusbos stevig concurrentie gekregen van het uitloopgebied Oosterhaar. Geen zand maar veen bepaalt hier het landschap. Polders en moerasbosjes beheerd door het Groninger Landschap zijn versterkt met plassen en nieuwe wandelpaden. Vanuit de Klaverlaan het gebied inlopend ontstaat een indruk van een oeroud landschap. Het laaggelegen Gorecht grenzend aan de priemende vinger van de Hondsrug. Hoewel het beeld verstoord wordt door een met staal gekroonde dijk zijn de sporen van het verleden direct zichtbaar. Een vluchtige wandelaar ziet het bruine veenwater, beschaduwd door oude elzenbomen. Maar dan staat hij voor een groen bastion. Ontoegankelijk en toch zo gelegen dat je er naar toe getrokken wordt. Aan de overkant van de sloot laten zware eikenbomen hun takken vermoeid naar het water afhangen. Rondlopend komt de bezoeker bij een bijna feestelijk versierd hek. Deze schijn bedriegt echter, bij een betere beschouwing valt op dat het een plek van bezinning is. Het groene fort in dit prachtige landschap wordt nu gebruikt als strooiveld. Wat nu een eindstation is van ons leven stond vroeger echter letterlijk in het middelpunt van de gegoede burgerij.
Haren, eendenkooi, te zien als vierkant tussen de twee plassen (Google Earth)
Anne Wolff meldt in Noorderbreedte 2008.3 dat het de westelijke eendenkooi van buitenplaats "De Mickelhorst" was. Grote delen van Oosterhaar waren in de achttiende eeuw ingericht als wandelpark voor de landheer, zijn familie en natuurlijk zijn gasten. Eén van de paden moet recht het bos ingelopen hebben om uiteindelijk uit te komen bij een zijtak van de Hunze. Het belangrijkste deel van het bos was ingericht als eendenkooi. Een beschutte plaats waar de kooiker wilde eenden probeerde te verleiden om "de pijp uit te gaan". We mogen aannemen dat het meerendeel van zijn vangst op de tafel van de Mickelhorst is terecht gekomen.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw veranderde het gebied. Landgoederen werden verkocht, het sterrenbos raakte uit de gratie en na de tweede wereldoorlog takelde het landschap verder af. Na afronding van Oosterhaar besloten gemeente Haren en Stichting Het Groninger Landschap dat het tijd was om dit landschap te herstellen. De Eendenkooi blijft afgesloten als strooiveld maar heeft inmiddels een groene guirlande gekregen van het omringende landschap.

maandag 14 maart 2011

Grote schoonmaak

Barmsijs, vrouwtje, op ons schuurdak
In mijn blog schreef ik al eerder over het naderende voorjaar. Wij worden er vrolijk van, denken aan vakantie en proberen zelfs de eerste zonnestralen op onze neuspunt op te vangen. Planten en dieren hebben geen tijd voor deze fratsen. Er moet aan de toekomst gedacht worden en dat betekent eerst eten. Zondagmiddag werden we verrast door een nieuwe schoonmaakster. Een beetje beschaamd keken we toe hoe ze ons schuurdak aan een grote beurt onderwierp. Pas als het water bijna van het dak golft willen we de afvoeren wel eens openmaken maar meestal is het er een bende van bladeren, takken en andere ongedefinieerde zaken. 

















Voorzien van een parmantig rood petje ging  ons barmsijsje, want dat was het, met een heel klein stofzuigersnaveltje aan het werk. Voortdurend rond dribbelend werd elke ongerechtheid opgepakt en geïnspecteerd. Iets beter kijkend bleek ze haar salaris ook al geregeld te hebben: berkenzaadjes! Niet weggespoeld of weggewaaid bleek er een kapitaal aan eiwitten voor haar achter gebleven te zijn. Wij hopen dat onze schoonmaakster het goed kan gebruiken voor de komende productie van haar eitjes.

zondag 13 maart 2011

Van veen tot zee: nieuwe natuur Midden-Groningen

Het Middeleeuwse landschap (bron: SBB infobord)
Op 7 maart werd door gedeputeerde Douwe Hollinga het informatiebord over de derde fase van de aanleg Natuurgebied Midden-Groningen onthuld. Met het nieuwe Dannemeer wordt een volgende schakel in de natte as "van veen tot zee" gerealiseerd. Ecologische hoofdstructuur, waterberging en recreatie gaan hier hand in hand. De oude Fivelboezem, zoals beschreven door Abt Emo van het klooster Wittewierum (1175-1237), komt niet meer terug. 
Verland door veengroei en afgedekt door klei van de vele overstromingen is dit deel van de Groningse geschiedenis definitief verleden tijd. Wat nog herkenbaar is wordt gebruikt in het nieuwe landschap. Een kwelderwal, een oude rivierbocht en vooral natte natuur met wisselende waterstanden.

Om een beeld te krijgen hoe dit er in 2013 uitziet richten we vandaag onze verrekijker op het gebied ten zuiden van het Slochterdiep. Oostelijk van Schaaphok, met het kleinste kerkje van Groningen, is bij de eerste brug en de aansluiting van de Hooilandsweg een kleine parkeerplaats gemaakt. Al vanuit de auto wordt je overweldigd door de weidsheid van het gebied.
Tot aan de horizon blauw-grijze plassen, gele rietvelden en bruine silhouetten van elzen. Staatsbosbeheer heeft voor de bezoeker een wandeling van vijf kilometer uitgezet met meer paardensporen dan voetstappen. Monsterlijk grote mesthopen fungeren als uitkijkpunt voor tientallen graspiepers. Slingerend door het terrein komt de Scharmer Ae in zicht. Een rechte lijn in het landschap en een begrenzing van het gebied. Starend over het water ga je gemakkelijk terug in de tijd van trekschuiten die belast met aardappelen op weg waren naar de fabriek in Woudbloem. Nu is het stil, een enkele reiger en vooral heel veel half verwilderde boerenganzen zijn onze metgezellen. De route loopt hier recht naar het zuiden en raakt net de oostkant van Woudbloem. Terugbuigend worden we verrast door duizenden Kolganzen die massaal het water opzoeken. Nog even genietend van de rust in Midden-Groningen en dan weer terug naar het verre noorden. Plotseling wordt onze aandacht getrokken door wat verlegen gepiep. Een kraaloogje kijkt ons nieuwsgierig aan.
Het is een Tjiftjaf die waarschijnlijk net terug is uit Zuid-Europa. Als een verkenner voor de anderen uitgevlogen en nu op de ereplaats van dit prachtige gebied. Over enkele dagen zal hopelijk voor hem of haar ook een partner aankomen.
Het laatste deel van de route gaat langs het Skaldmeer en de dijk van het Slochterdiep. Langs het pad zijn verschillende wilgen deels van hun bast ontdaan. Duidelijke indrukken van paardentanden laten zien wie hier bezig is geweest met natuurbeheer.

Terug bij de parkeerplaats kunnen we ons nauwelijks een voorstelling maken hoe deze Groningse parel over enkele jaren uitgegroeid zal zijn tot een diamant. Van veen tot zee, natuur in Nederland blijft verrassend.

zaterdag 12 maart 2011

Versuikerde voorjaarsbode in Haren

Geel versuikerde voorjaarsbode (Rosse metselbij, Osmia bicornis)
De lente nadert met rasse schreden nu de temperatuur voor het eerst weer in de dubbele getallen komt. Krokussen sperren hun bloemen gulzig open om elk zonnestraaltje op te vangen. Stuifmeelproductie komt in een hogere versnelling want nu is het tijd voor de belangrijkste moment in een krokus jaar. Het lijkt wel een staatsbanket wat aangericht wordt voor maar enkele gasten. Alles draait om de allereerste bijen. Als in een sprookje wakker gekust door de zon komen ze, stram en stijf, uit de keiharde pop gekropen. Alleen op de wereld en zonder broertjes of zusjes zoals in een gezellige bijenkorf. Opgesloten in de grond of een gaatje in muur of hout hebben ze er bijna elf maanden over gedaan om volwassen te worden. Grootste probleem is een lege brandstoftank. Alle energie is letterlijk verstookt om de gedaanteverwisseling tot gracieuze bij mogelijk te maken. Geleid door zijn vele facetogen en nog wat onbeholpen vliegend wordt gezocht naar de eerste pomp. Knetterende kleuren en zelfs strepen als aanwijsborden wijzen de weg. 
 Tafelmanieren zijn er niet bij: stort je midden in de lekkernij en zorg ervoor zo snel mogelijk voldoende energie binnen te krijgen. Niet alleen belangrijk om de komende koude nacht door te komen maar ook om voldoende snelheid te kunnen maken om hapklare snavels te ontlopen. En de vrouwtjes moeten ook nog eens in zo kort mogelijke tijd zorgen voor de komende kinderen. Een belangrijk deel van het overvloedige krokus stuifmeel wordt als lunchpakketjes meegegeven aan de eitjes die komende weken gelegd gaan worden.

Navraag bij Anne Jan Loonstra (gespecialiseerd in solitaire bijen) leert dat ons geel bepoederde beestje een Rosse Metselbij (vroeger Osmia rufa en sinds kort Osmia bicornis) is. Een goede waarnemer ziet dat dat de eerste segmenten van het achterlijf roodbruin zijn, de antennen lang en de gehele lichaamsbouw gedrongen.

Lauwersmeer : grazige weiden onder en boven water

Elke ochtend zijn de laastste stuiptrekkingen van de winter als een witte waas over de weilanden zichtbaar. Voorzichtig kruipt de zon boven de horizon en wint voortdurend meer terrein. Het ontwakende groen betekent voor de natuur dat vanaf nu schraalhans geen keukenmeester meer is. Hormonen beginnen op te spelen en het wordt tijd om aan een volgende generatie te denken. Voor vogels is dit de meest spannende tijd van het jaar. Om dit in volle omvang te beleven ging onze reis op zondag 27 februari naar het Lauwersmeer. Terwijl de inwoners van Kronkeldörp, meestal bekend als Kloosterburen, zich opmaken voor de jaarlijkse carnaval optocht zoeft onze Ford richting Zoutkamp en de landerijen van de Kollumerwaard. Duizenden kolganzen, Brandganzen en Grauwe ganzen zijn in de lucht op zoek naar het beste restaurant. Het is er op of er onder.
Grauwe ganzen
De grazige weiden rond het Lauwersmeer moeten ervoor zorgen dat de vogels bijna tot aan hun snavelpunt volvet zijn. Na dit eldorado is het letterlijk duizenden kilometers afzien voordat ze uiteindelijk aankomen op hun broedplaatsen in noord Rusland. Onderweg zijn er nog enkele groene pareltjes als snackbar maar niets is vergelijkbaar met ons Lauwersmeer.

Bij de Ezumakeeg, net ten noorden van Dokkumer Nieuwezijlen, staat het winterse water nog tot aan de dijk. Bijna alle zandplaten zijn  overstroomd en alleen terug te zien als lijntjes Kluten. Gezellig maaien ze met hun lange snavels door de bagger op zoek naar kleine kreeftjes. Op de diepere plaatsen laten Brilduikers zien dat zij het hoge water wel prima vinden. Voortdurend duikend naar o.a. driehoeksmossels zijn ze nauwelijks te volgen. Boven water vallen vooral de bonte mannetjes met hun goudomrande ogen op. Echte onderwater grazers zijn kennelijk vooral 's nachts actief geweest. De honderden Pijlstaarten houden de kop stijf in de veren en slapen gewoon door. Kuifeendjes hebben meer aandacht voor elkaar dan voor het groen op de bodem van het Lauwersmeer.
De haven van Lauwersmeer is op zondag vooral het domein van andere grazers. Tientallen toeristen weten inmiddels dat hier op verschillende plaatsen uitstekend vis gegeten kan worden. Onverstoord staat onze groene auto tussen dit gewoel met uit het raam een lange telelens gericht op Steenlopers. 
Af en toe even opvliegend, dan weer twintig meter rennen en voortdurend op zoek naar kleine beestjes. Voor deze vogeltjes bestaat een grazige weide bij voorkeur uit een stenige waterkant. In allerlei spannende kiertjes kunnen smakelijke hapjes verborgen zitten. Voortdurend enthousiast blijven ze maar speuren, maar worden gelukkig ook vaak beloond. Even stoppen, snavel open en hap, weer een energiepil naar binnen.
Onze laatste stop is het bekende Jaap Deensgat aan de noordoostelijke kant van het Lauwersmeer. Ook hier weer honderden grazende ganzen. Hun grootste belager, de zeearend, heeft kennelijk vandaag een luie dag en zijn plaats afgestaan aan een buizerd. Op een zandplaat ligt een dode vis die van kop tot staart vrijwel dezelfde afmeting heeft als de buizerd maar dat is kennelijk geen bezwaar. Hakkend en klauwend wordt de vis in mootjes verdeeld en vervolgens naar binnen gewerkt. Al kijkend verwacht je bijna een enorme glimlach om de gele snavel te zien verschijnen.
Inmiddels wordt het later en zie je dat het voorjaar de strijd nog niet gewonnen heeft. Voor de vogels, en zeker ook voor ons, was het echter weer een fantastische dag rond de grazige weiden van het Lauwersmeer. Laat de winter vannacht maar weer komen, dit hebben we gehad.

zaterdag 5 maart 2011

Soldaten en herenboeren, een wandeling rond Bellingwolde

De kaarsrechte lijn van het Tijdenskanaal wordt verzacht door de grijze lucht. Wilde eenden vliegen verschrikt op als een groep van tien leden van KNNV Groningen hun auto parkeren bij de Wijmeersterbrug. Pal op de Duits-Nederlandse grens kiezen we eerst voor de westoever en volgen de Capitoolroute Bellingwolde. De grijpgrage vingers van de Dollard hebben hier dikke kleipakketten achter gelaten. Deze zilte historie heeft indirect geleid tot wat in later eeuwen door Westerman de “Graanrepubliek” genoemd zou worden. Herenboeren profiteerden van de gigantische winsten uit de teelt van tarwe in de negentiende eeuw.
Direct na de molen van Bellingwolde valt het meteen op: de rijkdom is versteend tot stille getuigen van deze periode. Landheren in Groningse paleisjes, gedecoreerd met neoklassieke of neorenaissance gevels. Knechten in de kleinste, roodstenen huisjes. Een klein uitstapje naar de Joodse begraafplaats oostelijk van de Hoofdweg, laat zien dat ook het toenmalige handelsgilde aanwezig was. Geliefd om de producten maar verder letterlijk tot aan de dood buiten de samenleving staand. Nu zijn er alleen stille getuigen, steil rechtop en tot aan het eind der tijden rustend in Groninger klei.
Midden in het dorp passeert de route de magnifieke Sint Magnus kerk. Een zwaar, laat gotische hemelse vingerwijzing en teken dat Bellingwolde al ver voor de graanrepubliek aan een handelsroute tussen Oost-Friesland en Groningen was gelegen. Bijna een kilometer verder slaan we linksaf om via het Kemperpark en de sportvelden weer uit te komen op het Tijdenskanaal. Van de klei naar het veen van het oude Bourtanger Moor. Ook hier akkers maar de bomen zijn veranderd. Elzen en berken hebben de plaats ingenomen van lindes en beuken. Het Moor is droog gelegd en maisakkers zijn er voor in de plaats gekomen. Ook het oude grensriviertje, de Lethe, is recht getrokken. Niet meer meanderend als haar naamgenoot in de Griekse onderwereld. Volgens de overlevering was er aan haar oevers eindelijk vergetelheid voor het lijden te vinden.  Deze symboliek was wel uiterst passend, het veenwater kleurde de Lethe bijna zwart en de armoede van de bewoners zal zo zwaar als in de onderwereld geweest zijn. Via de oude Veendijk lopen we langs de Duitse grens. Onze blik wordt voortdurend getrokken door het Duitse windmolenpark wat sinds 2004 als nieuwe grensmarkering fungeert. We komen nu in het gebied waar smokkelaars en douaniers menig kat-en-muis spel uitgevochten hebben. Douaniers gebruik makend van oude versterkingen uit de Bataafse republiek, smokkelaars van hun gedegen gebiedskennis. Alles is nu echter verleden tijd. Geweerschoten zijn vervangen door geluiden van sijsjes en een enkele zanglijster. Versterkingen zijn gerestaureerd tot groene getuigen van het verleden.
Twee ijzeren schildwachten, een soldatendijk, een redoute (vierkant schans) en een fleche (open schans) vertellen zonder woorden hun verhaal. 














Inmiddels is het voorjaar aangebroken.  Grijs is vervangen door blauw gestoffeerd met witte pluisjes. Bij de auto teruggekomen staat een oude Plooivoetstuifzwam als herinnering aan wat was en straks weer komen zal: de herfst.

dinsdag 1 maart 2011

Chiloe, het op één na grootste eiland van Zuid-Amerika

Chiloe, noordkust
Bijna 25 jaar getrouwd besloten we 2008 te beginnen met een cruise naar Antarctica. Helaas zouden we letterlijk strandden in het zicht van de haven. Aanmonsterend op de kleine Grigory Mikheev in de haven van Ushuaia (Tierra del Fuego, Argentinië) bleef het verdacht stil en alle vermoedens kwamen uit. Motorpech, drie dagen reparatie en vervolgens een kortstondige poging richting het ijzige continent. Tijdens de eerste landing op Hannah Point (South Shetlands) ging het weer mis. Bijna moesten we overwinteren maar als een hinkepoot wist ons vroegere Russische scheepje toch de overkant te bereiken. Twee keer Straat Hoorn oversteken in een week was geen benijdenswaardige ervaring! Met grote hulp van onze reisorganisatie Beluga Adventures (Pernis) konden we echter snel deze gebeurtenis achter ons laten.
Taique, Nationaal Park Chiloe

De koers werd verlegd naar Chili. Van het grootste eiland naar het op één na grootste eiland van Zuid-Amerika: Chiloe. Niet via de kortste route maar invliegend op Bariloche, de chocoladestad van Argentinië, vervolgens met bus en boot over de Andes en verder met een huurauto vanaf Puerto Varas. Chiloe is 180 kilometer lang en slechts 50 kilometer breed. Overal overheerst het dreigende uitzicht op de besneeuwde vulkanen aan de andere oever van de Golf van Ancud. Groene gestoffeerde valleiden, diepe ravijnen met oerbos, meren en uiteraard stranden. Chiloe ademt de sfeer van de Middellandse Zee in combinatie met de serene rust van Chili. Kleurrijke dorpjes, terrasjes voor een enchilada met een wijntje en mensen die nog overal de tijd voor nemen. Omdat op de punt van het eiland de panamerikaanse snelweg (de Transamericana) eindigt zijn er wel toeristen maar op veel bescheidener schaal dan rond de beroemde Torres del Paine.

Reuzen Gunnera
Chiloe is een eiland waar je je nog kan laten verrassen door dwerghertjes (pudu's), waar je nog kan dolen door reusachtige Gunnera wouden  en vooral kan genieten van eenvoudige maar bijzondere smakelijke Chileense gerechten.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...