maandag 31 oktober 2011

Diepholz, tienduizenden Kraanvogels


Kraanvogel

"Kru, Krö, Kru", overal klinkt het mysterieuze en zware geluid van één van de grootste vogels van Europa: de Kraanvogel. Grote vluchten grijze vogels komen in een scherp getekende V formatie aanvliegen, poten en snavels uitgestoken. Dan, als op afspraak, even bijsturen, de slagpennen naar beneden om te remmen, het landingsgestel gaat uit en ook zij sluiten zich aan bij 45.000 reeds aanwezige vogels.

Rustgebieden Scandinavische kraanvogels
De Diepholzer Moorniederung, noordoostelijk van Osnabrück,  staat sinds dertig jaar op de routebeschrijving van elke Scandinavische en Duitse Kraanvogel. De vogels zijn te groot om in één keer naar de overwinteringsgebieden in Zuid-Europa en Noord-Afrika te kunnen vliegen en hebben rust- en voedselgebieden nodig om de lange reis te kunnen maken. Vanaf het eiland Rügen vliegen ze vanaf eind september naar het uitgestrekte hoogveengebied rond Diepholz en Rheden voor een lange herfstvakantie Eind oktober, begin november stijgen ze weer op voor de volgende etappe naar het Franse Lac du Dèr. Daarna zijn ze voldoende opgevet om de Middellandse Zee te kunnen bereiken. De voorjaarstrek is veel minder massaal, elk paar heeft haast om zo snel mogelijk terug te komen om het beste plekje voor een nest te vinden.

Rheedener Geestmoor
Het gebied tussen Diepholz en Sulingen bestaat uit vijftien hoogveengebieden met een gezamenlijk  oppervlak van 24.000 hectare. Vanaf de jaren tachtig is hier met succes het hoogveen opnieuw tot leven gewekt. Een hogere waterstand zonder instroom van vervuild water was de sleutel voor herstel van het gebied. Ontoegankelijk voor twee- en viervoeters ontstond een immens gebied waar Kraanvogels ongestoord de nacht konden doorbrengen. Even belangrijk zijn echter de omringende akkers. Oogstrestanten worden niet meteen ondergeploegd maar liggen als een gedekte tafel klaar voor bezoekende Kraanvogels. Als echte alleseters kunnen ze hier enorm van genieten. Een passerende muis, een vette larf of een wat verkleumde kikker verdwijnt met evenveel plezier in de grote snavels.

Kraanvogels boven de akkers van Rheeden
Bund uitzichttoren Rheedener Geestmoor













Het Rheedener Geestmoor en het Neustädter Moor zijn de grootste Kraanvogelhotels in dit gebied. De Duitse natuurbeschermings- organisatie Bund heeft er drie uitkijktorens opgesteld. Vooral aan het eind van de middag worden deze locaties bezocht door honderden mensen die komen genieten van de uit alle richtingen aanvliegende Kraanvogels. Op een veilige afstand van al deze belangstelling landen steeds meer vogels. De jonge, met hun bruine kop, duidelijk wat nieuwsgierig rondstappend, de oudere, met hun roodgevlekte, grijze kop, meteen op zoek naar de beste slaapplaats. Kraanvogels, in Japan symbool voor geluk, in het oude Griekenland een heilige vogel. Hier in Duitsland symbool van goed natuurbeheer waarmee aangetoond wordt dat er nog steeds ruimte is in ons overvolle cultuurlandschap voor deze prachtige vogel.

zondag 23 oktober 2011

Dwingelderveld, herfstige vlinders

Herfstkortvleugelmot, Diurnea lipsiella
Dwingelderveld, nationaal park en zomers paars hart van het oude landschap Drenthe. De maand oktober is zich al bijna verdwenen in de coulissen, de heide is vrijwel uitgebloeid en de middagzon trekt de temperatuur niet verder omhoog dan acht graden. 's Avonds vriest het licht, de Wintervlinders staan te popelen om de plaats in te nemen van Herfst- en Gouduilen.

Kleine vuurvlinder
En toch is het vandaag vlinderfeest op het Dwingelderveld. Kleine vuurvlinders weten op de zonnigste plekjes  net zover op te warmen dat ze weer kunnen vliegen. Fladderend over het zandpad, op zoek naar de laatste bloempjes van de Dophei. Nog enkele jaren en dan ligt hier de grootste natte heide van West-Europa, een eldorado voor deze soort. Een Dagpauwoog weet dat ze vandaag misschien wel de laatste kans heeft om een goede overwinteringsplaats te vinden. Razendsnel vliegt ze over de hei, bijna doelgericht naar een bestemming die alleen zij kan zien.

Tussen statige beukenbomen en kromme eiken is er nog veel meer gefladder. Even stilstaan en het lijkt wel of elke zonnestraal tot leven komt met tere vleugeltjes. Langpootmuggen? Kokerjuffers? Pas al ze even rusten wordt het duidelijk wie hier bezig zijn: Herfstkortvleugelmotten! Bruin, een klein streepje en veel meer sier hebben ze niet. En dan zijn dit nog eens mannetjes, de vrouwtjes moeten het met nog veel minder doen. Een plomp lijf, opgezwollen van rijpende eitjes, een kopje met kleine oogjes en toch zo onweerstaanbaar geurig voor hun vriendjes. Ongevleugeld en niet in staat om meer te doen dan uit de pop kruipen, omhoog klimmen en afwachten op het grote moment. Zodra Julia haar Romeo gevonden heeft is er nog maar één taak in haar leven. Eieren afzetten bij een veel belovende knop en sterven. Volgend jaar zullen haar kinderen direct bij het uitlopen van de blaadjes aan de maaltijd kunnen en kunnen we in oktober weer genieten van de dansende Herfstkortvleugelmotten.
Slakrups
Vlinders zijn op deze mooie dag ook in andere fases te vinden. Overal liggen bijna lichtend groene larven van de Slakrups. Nauwelijks herkenbaar als rups maar ze zijn het wel. Helemaal vol gegeten met eikenblad hebben ze zich laten zakken op de bosbodem voor de verpopping. Sommigen hebben wel een erg ongelukkige plek hiervoor uitgekozen door te landen op de druk belopen wandelroutes. En dan zijn er natuurlijk nog overal minerende rupsjes of hun sporen te vinden. Ook op een late herfstdag is het Dwingelderveld een mooie locatie om vlinders te gaan kijken.


Dwingelderveld, monsters en juwelen

Waterlobelia
Het Dwingelderveld, uitgestrekte heidevelden, bossen, plassen. Een idyllisch gebied. Maar het hart van Dwingelderveld is verkild. Enorme bergen zijn op en rond het Noordenveld verrezen op plaatsen waar de boer eens ploegde. Verdedigingsmuren tegen een vijand die nooit zal komen. Overal liggen betonnen sporen uit een tijd die eens was maar nu verdwenen is. Diepe wonden zijn geslagen door monsters die op een zonnige zondag lijken te slapen. Wachtend op de dag van morgen als ze zich weer kunnen gaan voeden met nog meer fosfaatrijke grond.




Nog een aantal maanden en de strijd is gestreden. De monsters keren terug naar hun stal, volgegeten van overtollige landbouwgrond. Een autoweg is opgesloten in een aarden mantel, een zwart lint door het landschap is veranderd in een gele sjerp met een zilvergrijze schelpenrand.

Wat dan komt is te zien rond het Koelevaartsveen. In 1994 werd het dit gebied afgegraven. Productiebos werd gekapt, sloten werden gedempt  en het vroegere veen werd teruggeven aan de goede zorgen van de natuur. . In oktober 2011 is het een zwarte spiegel geworden. Even kijken.... en de toekomst van het Noordenveld wordt zichtbaar. Het gebied is weer tot bloei gekomen, veenmossen zijn teruggekeerd en de natte heide heeft weer een kans gekregen. Oeverkruid en de zeer zeldzame Waterlobelia zijn als botanische juweeltjes weer teruggekeerd. Tere, witte bloempjes van de lobelia wuiven in de wind om nog eens te benadrukken hoe mooi het gebied  is geworden. De oever is begroeid met Kleine Zonnedauw  en Moeraswolfsklauw. Dopheide vormt een lauwerkrans van natte heide om het veen.

Heideknotszwam

Iets hoger profiteert de Heideknotszwam van het schrale zand. Een  bleek paddenstoeltje die met een beetje goed zoeken overal tussen de struikheide staat. Open plekken zijn begroeid met Grondster en Knolrus. Zo was het eens, zo is de natuur weer teruggekomen.

Nationaal Park Dwingelderveld, een gebied wat nu eindelijk de kans krijgt uit te groeien tot wat het ooit was: grootste natte heidereservaat van West-Europa. Symbool van goed natuurbeheer in een tijd dat verbleking overal dreigt toe te slaan.

zaterdag 22 oktober 2011

Vosbergen, zalmen en valse oren

Vosbergen, Eelde
Vosbergen op een zonnige zaterdag in oktober. Vanuit Eelde en Paterswolde wordt er gewandeld, getekend of een bezoek gebracht aan de bijzondere collectie muziekinstrumenten in het witte landhuis. Voor ons een middag om te gaan kijken of de nachtvorst nog iets overgelaten heeft van de bijzondere paddenstoelen die hier voorkomen.

Zalmzwam, Vosbergen
Enkele jaren geleden werd ons door een goede paddenstoelenkenner een gevallen beuk gewezen. Treurig in het gras, zonder bladeren, zonder schors en duidelijk aan het vergaan. Voor de beuk was het mooie leven voorbij, zijn lichaam werd gedoneerd aan schimmels en algen. Passend bij de majestueuze, wat adellijke omgeving van een landgoed stond in zijn laatste wil dat zijn hout bestemd was voor een select gezelschap. Geen Witte Bultzwammen, geen Porseleinzwammen want deze kunnen elke beuk verteren. Nee, zijn keus was gevallen op zalm met oren. Zalmzwammen zijn echt exclusief, zeldzaam en bij voorkeur op iepenstammen groeiend. Roze van kleur en meestal aangenaam geurend. Het is een soort die laat in het jaar verschijnt en soms voorzien is van dikke, rode "tranen". Vandaag had onze zwam geen last van verdriet en was de hoed zelfs bijna droog.

Valse Judasoor, Vosbergen
De oren van ons beukenlijk waren duidelijk niet echt. Valse Judasoren zijn het, een gelatine-achtige trilzwam die inmiddels verschillende meters van de stam bekleed hadden met honderden harige hoedjes. Echte Judasoren lusten geen beukenhout, zij prefereren vlier.

Rechte Koraalzwam, Vosbergen
Vosbergen ligt op de rand van een lemige zandrug en is een landgoed met statige beukenlanen, naaldbosjes en op vochtige plaatsen berken. Eind oktober zijn al veel paddenstoelen op hun retour maar Nevelzwammen en Rode Koolzwammen zijn er nog overal te vinden. Langs het fietspad richting Glimmen stond zelfs nog een eenzame Witte Koraalzwam te pronken met zijn ruim 15 centimeter hoge vruchtlichaam. Als de nachtvorst een stapje terug wil doen was dit nog niet het afscheid van een mooie herfst.

zondag 16 oktober 2011

Welkom in Noord-Groningen!

Brandgans, Breebaart Polder
Nederland wordt overspoeld met vreemdelingen. Tientallen, honderden, duizenden, honderdduizenden. Niet uit het door sommigen zo gevreesde oosten maar uit het noorden. Zonder paspoort, zonder werkvergunning komen ze naar ons land voor een overdadig welkom. Vanaf Breebaart tot aan het Zwin, overal strijken ganzen, eenden, plevieren en ruiters neer. Vermoeid, hongerig en op de vlucht voor koning winter.
Bonte strandloper en Brandgans, Breebaart Polder

Sommigen komen in grote groepen. Vooral de brandganzen kunnen massale vluchten vormen. Luid keffend houden ze onderling contact en op elke stopplaats haken meer ganzen aan. In Noord-Groningen zijn ze bijzonder welkom in de Breebaartpolder (Termunten) van het Groninger Landschap, de Ruidhorn (Uithuizen)  van Natuurmonumenten of het Lauwersmeer van Staatsbosbeheer. Samen zorgen deze beheerders voor rust, ruimte en voedsel. Tot aan de vorst kunnen de ganzen hier opvetten. De absolute rust van vroeger is er echter niet meer nu ook de Zee-Arend ons land gevonden heeft.
Zilverplevier, Breebaart Polder

Kleiner maar in nog groter aantal komen de Bonte Strandlopers. In donkere, bijna dreigende wolken scheren ze laag over de golven om uiteindelijk voet aan land te zetten. Voortdurend druk rond stappend, jagend op kleine garnaaltjes maar ook met steeds een open oog voor een jonge slechtvalk. Tussen al dit gekrioel staat aan het strand van Breebaart een rustige, zilvergrauwe vogel. Op één poot, bijna twee keer zo groot en duidelijk niet van plan zijn rust te laten verstoren. Een Zilverplevier! Heel anders dan de verwante Goudplevieren zijn ze graag alleen. Maar dit blijkt  toch maar schijn. Ook deze plevier let goed op wat andere vogels doen en als het spannend wordt komen toch, heel loom, de vleugels uit de kast.
Regenwulp. Breebaart Polder

Een andere eenling in Breebaart is een Regenwulp. Een gestreepte kop, een rechtere snavel en een kleiner postuur geven direct het onderscheid met zijn grote broer. Maar rust is er niet bij, voortdurend rondstappend en speurend wordt er gegeten. Breebaart en Noord-Groningen bieden een rijke dis voor deze bijzondere vogels.

zaterdag 15 oktober 2011

Groen goud van Tarquinius

Domein de Tarquinius, Glimmen
Op de wang van de Glimmer es, boven het brede oerstroom- dal van de Drentsche Aa, had een nazaat van Tarquinius twaalf jaar lang zijn domein. Als een vader van 800 kinderen dagelijks zorgend en opvoedend tot het de grote dag van Dionysos gaven was.

Klaas Poppinga was tot 2010 de trotse eigenaar van wat eens de eerste Groningse wijngaard was. Groot geworden als boomkweker en eens eigenaar van Boomkwekerij de Bonte Hoek besloot hij in 1999 te gaan proberen wat nooit iemand voor hem gedaan had. Druivenstokken opkweken tot een oogst van goddelijk sap in de noordelijkste regionen van de lage landen. Tientallen snoeischaren verslijtend, honderden kilometers lopend en dat alles voor wat twaalf jaar geleden als bizarre uitdaging begon.

Niet als god in Frankrijk maar gewoon thuis op de es met snelrijpende variëteiten. Tweehonderd stokken van de witte Orion en zeshonderd rode Marechal Foche. Wijngaard "Domein de Targuinius" zorgde voor het groene goud, de Groningse wijnmakerij in Wirdum zorgde voor de vloeibare bekroning. Twee topwijnen die zich kunnen meten met  Duitse rode wijn of de gele Vin Jaune uit de Franse Jura.

Tarquinius nazaat heeft inmiddels de leeftijd der wijzen bereikt. Zijn groen-gouden domein is verkocht en heet nu "Domein de Pasa de Corinto". Maar zijn stokken staan er nog en zullen de komende jaren zeker voor topwijnen uit Groningen gaan zorgen.

Bomen, groot en klein


Linde, Stationsplein Haren
Wat vermoeid steunt Abraham op zijn tientallen armen. Met zijn bolle kruin steekt hij boven alles uit en verbaasd zich over het gebeuren aan zijn voeten. Een station verschijnt, een wijk wordt gebouwd, een huilende knotwilg wordt een druipende ijzeren fontein. Hij wordt alleen maar groter en blijft altijd de vertrouwde Linde van het Stationsplein.

Een bonte stoet van bomenkijkers vertrekt vanaf zijn groeiplaats voor een tocht langs grote en kleine bomen. Het is een excursie van de 110-jarige Vereniging voor Veldbiologie (KNNV) Groningen. Bladerend door het Harens bomenboek blijft het verbazend hoeveel soorten op slechts enkele kilometers dorpskern een plek gevonden hebben.

Over Boerema's bomen schreef ik in dit blog al eerder. Maar het bomenspektakel begint al aan de Lokveenweg met o.a. een bizarre Vareneik. In het park valt nu vooral de knalrode herfstkleur van de Amerikaanse esdoorn Acer rubrum op. Prachtig afstekend tegen een strak blauwe hemel lijkt de boom echt te genieten van zijn kortstondige pracht. Overal zijn sierappeltjes te vinden die druk bezocht worden door luidruchtige groepen spreeuwen.

Sierappel
De Eshof is een tweede lusthof voor bomenliefhebbers. Brewers spar zorgt voor een blijvend ingetogen stemming met zijn neerhangende takken. De Hongaarse eik wil daarentegen zelfs op een begraafplaats laten zien dat het leven waard is om geleefd te worden. Hoog uitgegroeid en nu getooid in herfstgeel is het een opvallend element. Schijnhazelaar en Slangenesdoorn staan wat meer bescheiden in het struikgewas.

Boomkwekerij Bonte Hoek / e-plant, Glimmen
Maar al deze bomen waren eens klein en begonnen hun leven ver van hun huidige standplaats. Gezaaid in vreemde grond werden ze echter al snel verplaatst naar de bomenschool in Glimmen. Daar, bij Boomkwekerij De Bonte Hoek, zijn bijna alle Harense bomen vanaf het begin van de twintigste eeuw opgevoed tot wat ze nu zijn: statige laanbomen of houtige schones in het plantsoen. Een mooiere jeugd is niet denkbaar, een stok om op te leunen, een rijke boterham als lunch en voortdurend liefkozende aandacht van generaties Bonte Hoekers. Aaltjes worden op afstand gehouden met prachtige Afrikaantjes, ander ongedierte wordt vermanend toegesproken en verwijderd.

Bomen, groot en klein. Het is te hopen dat wat de heren Bakker, van Beek en Medema in tachtig jaar verzamelden ook door de nieuwe generatie gemeentebestuurders met zorg gekoesterd wordt. Alleen dan blijft Haren groene parel van het noorden.

woensdag 12 oktober 2011

Prachtvlamhoed als dorpsentree


Prachtvlamhoed
Haren lijkt de herfst steeds meer kleur te willen geven. Was het enkele jaren geleden de Emmalaan in het villadorp die een prijs kon winnen met het grootste aantal Vliegenzwammen op een vierkante meter, nu is het de Rijksstraatweg die op wil vallen. Vlak voor de dorpsentree staat een forse groep, oranje-gele paddenstoelen. Feestelijk gekleurd, passend bij een dorp wat trots is op zijn uiterlijk.

Prachtvlamhoed
Spectabilis is zijn wetenschappelijke soortnaam en spectaculair zijn ze zeker. In gewoon Nederlands zijn het Prachtvlamhoeden. Gemakkelijk herkenbaar aan de kleur, de vezelige hoed, een ring om de steel en bruine plaatjes. Het zijn de eiken langs de weg die deze paddenstoel als onvrijwillige gasten heeft. Als  wortelparasieten gebruiken ze een deel van het eikenvoedsel graag voor zich zelf. Voor gezonde bomen is dit geen probleem maar zodra verzwakking optreedt kan deze zwam één van de oorzaken zijn van verdere achteruitgang. 
  

In bermen met laanbomen staan geregeld meerdere, grotere, soorten paddenstoelen. Boleten als de Kastanjeboleet en Eekhoorntjesbrood, maar ook allerlei russula’s en amanieten als Vliegenzwam, Groene Knolamaniet en Parelamaniet zijn er te vinden. Niet allemaal tegelijk, vaak beginnen de boleten aan het begin van de herfst en houden de amanieten het uiteindelijk vol totdat de nachtvorst invalt. 
Parelamaniet

De herfst geeft niet alleen in Haren maar overal  kleur aan onze verblekende natuur.

Spinnen, potige jagers

De herfst is jachtseizoen bij uitstek.Niet alleen voor tweebenige jagers maar ook voor achtpotige spinnen.
Kruisspin
Zodra de zomer zijn rugzak inpakt worden kleefdraden uitgerold en de jacht geopend. Het zijn vooral webspinnen die in de herfst volwassen worden en voordat de nachtvorst invalt nog even hun buik vol stoppen met hun delicatesse: vliegensap. 

De meest bekende webspinnen zijn de grotere Kruisspinnen die in bijna elke geschikte leefomgeving voorkomen. Midden in de mooiste webben zitten ze doodstil, de acht poten verspreid over evenveel vangdraden. Elke trilling wordt geregistreerd en herkend. Eetbaar of niet? Zodra er wat gevangen is wordt de prooi razendsnel ingepakt en vervolgens ingespoten met "maagsap". Even wachten en het diner is klaar: vliegensap. Spinnen kunnen geen vast voedsel opnemen en moeten daarom hun prooi op kunnen slobberen. Wat overblijft is een leeg chitine pantsertje, een herinnering aan een vroegtijdig einde van wat eens een insect was. Kruisspinnen leven maximaal achttien maanden en gebruiken het voorjaar om hun jongen groot te laten worden.

Zebraspin
Spinnen vallen misschien in de herfst het meest op maar zijn het gehele jaar aanwezig. Sommigen met webben maar vele ook als snelle jagers in huis, tuin en bos. De meest bekende zijn de bekende Zebraspinnetjes die al springend hun prooi overmeesteren. In de herfst komen ze in huis om te overwinteren maar in de zomer zijn ze op elk terras te vinden. Acht ogen geven hun een perfect zicht op de omgeving en ze laten zich dan ook niet gemakkelijk benaderen. Pas als er een vlieg gevangen is moeten ze even stil blijven zitten.

Huisspin
De Huisspin is voor veel mensen een harige griezel die onverwacht op het aanrecht zit. Toch valt de grootte best wel mee, het vrouwtje heeft een lijfje van slechts een centimeter lengte. Deze spinnen kunnen enkele jaren oud worden en zonder problemen tijden van voedselschaarste overleven. Ze jagen vooral te voet maar maken ook een klein webje. Hierin worden ook de eieren afgezet nadat het mannetje zichzelf als diner voor zijn partner aangeboden heeft.

Spinnen, potige jagers die niet alleen in de herfst voor een opvallend natuurspektakel zorgen.


zaterdag 8 oktober 2011

Bermtoerisme in Haren

Witte Kluifjeszwam
Met de blik op oneindig zoeft een fietser over het ongelijke fietspad richting Glimmen. Een tiener volgt, de blik op het scherm van een smartphone, de oren dicht gestopt met microfoons. Niemand heeft oog voor de berm. Pas als er een bioloog in de door onze Engelse vrienden zo treffend genoemde "bottum-up" houding als bermtoerist opduikt wordt de aandacht getrokken. Iets verloren? Nee, hij kijkt naar bermpaddenstoeltjes....

Gele Knotszwam
Poedergast
Half oktober is ideaal voor de echte bermtoerist. Overal is wel wat te beleven. Langs schelpenpaadjes, in Haren bijvoorbeeld bij het Scharlakenbos, staan grillige Witte Kluifjeszwammen. Geen echte hoed, een diep gegroefde steel en een bijna mismaakt kapsel als kop. Aan de andere kant van de weg Gele Knotszwammen tussen het gras. Even de blik van het verdwijnpunt naar beneden richten en je ziet de gele lucifertjes op verschillende plaatsen tussen het gele gras staan. Verder op blijkt het feest al voorbij voor de Grofplaatrussula's. Niets is er meer over van de eens zo stevige stoel, de roodbruine kleur is nu diepzwart, de hoed is recht door de steel gezakt. Maar alles in de natuur gaat door, zelfs deze zielige en wat vieze resten zijn weer voedsel voor een volgende soort: de Poedergast. Een kleine plaatjeszwam die alleen rotte Grofplaatrussula's lust.
Eikhaas

Bermtoerisme kan actief maar ook passief bedreven worden. aan de Nieuwlandsweg bijvoorbeeld. Even van de fiets afstappen is wel handig maar even stil staan is al voldoende. Grote, Oranje Bekerzwammen liggen als klodders verf in het gazon. De dodelijk giftige Groene Knolamanieten zijn al over het mooiste heen maar vallen goed op. Verder op zijn lange banen in het gras getekend door honderden Bruine Bundelridderzwammen. Een eik heeft zijn voet getooid met een eveneens bruine toef van Eikhaasjes. Helaas zal hem dat slecht bekomen, Dit is een soort Elfenbankje die witrot veroorzaakt. Wat meer verborgen, bijna in de houtwal, staan nog enkele Varkensoren, bleekgeel gekleurde Bekerzwammen.
Varkensoor

Bermen, zeker als deze wat open zijn,niet al te droog en voorzien van een paar mooie bomen, kunnen ongekend rijk zijn. In de zomer schreef ik al over Gronings bermbeheer voor bloemen maar bermen hebben meer te bieden dan alleen een zomers boeket.

vrijdag 7 oktober 2011

Harens slakkenparadijs

Gewone Tuinslak
Haren, groene parel op de noorderkroon van Nederland. Dat betekent dat het er goed toeven is voor mens en dier maar zeker ook voor slakken. Begin oktober lijkt het wel alsof de huisjesslakken besloten hebben om de zomerse bloemenparade nog eens dunnetjes over te doen met nog meer kleur. Waar je ook kijkt, letterlijk overal zitten Tuinslakken. Roodbruin, knalgeel of meer ingetogen opgemaakt laten ze de uitgebloeide Kattenstaarten weer stralen. Mijn collega blogger, en natuurvriend, Ubel Medema schreef er ook al over.

Hoewel slakken best vervelend kunnen zijn voor de courgettes in onze tuin zijn het eigenlijk best interessante dieren. Een oeroud bouwplan, honderden miljoenen jaren bijna ongewijzigd doorgegeven aan nieuwe generaties. Begonnen in het water en daaruit het land koloniserend  tot bijna elke uithoek van deze aardbol. Zelfs diep onder het poolijs komen nog slakken op de zeebodem voor.

Zwarte Naaktslak
Sta eens stil bij een Zwarte Naaktslak. Voor velen een glibberige griezel maar feitelijk een bijzonder efficiënte eetmachine. Een grote ademhalingsopening zorgt voor voldoende zuurstof, een enorme voet met automatische mengsmering,een groenterasp als kaak en ogen op steeltjes. Geen overbodige onderdelen, gewoon functioneel. En voortplanten? Daarvoor kunnen ze zelfs van geslacht wisselen als dat zo uitkomt. Naaktslakken kunnen zowel op het land als in zee hun voedsel vinden. Grazend waar maar mogelijk, alleen haren of houtige dorens kan een plant of zeewier beschermen.

Poelslak
Naast de kleurige Tuinslakken zijn er ook allerlei huisjesslakken in sloot en plas te vinden. Gewone en Platte posthorens, Poelslakken en Vijverslakken, even aan de rand van een sloot of een tuinvijver gaan zitten en ze zijn overal te zien. Meestal wat saai bruin van kleur maar wel ingenieus gewonden of voorzien van een toegangsdeurtje om vijanden letterlijk buiten de poort te houden. Ook de grote Zwanenmossels uit het Hemrik en Sassenhein zijn slakken. Geen hoorntje maar twee kleppen waartussen feitelijk een naaktslak woont. Voorzien van een instroom- en uitstroombuisje om de waterstroom te kunnen filteren leven ze als planteneters op de bodem. Na het schonen van sloten zijn er vaak tientallen op de wal te vinden.

Gewone Tuinslak
Haren, slakkenparadijs. Kleurig of bruin, overal zijn ze te vinden. Vervelend in de tuin maar een lekkernij voor egels en zanglijsters.

woensdag 5 oktober 2011

Sappemeer, mycologische vondsten


Terwijl in Groningen de Week van de Smaak begint vertrekt een groep paddenstoelen liefhebbers naar Sappemeer. Kijken, ruiken en soms zelfs even proeven maar daar blijft het dan ook bij.
Paddenstoelen zijn voor deze leden van KNNV Groningen vooral een wetenschappelijke delicatesse.
Paddenstoelenkenner (mycoloog) op zoek naar specialiteiten
Even oostelijk van Sappemeer liggen links en rechts van de A7 twee kleine, particuliere, bospercelen. Vanaf de weg een mix van naald- en loofbomen en ogenschijnlijk weinig begaanbaar. Toch zijn de bosjes vrij toegankelijk en zodra de stekelige facade van over het pad hangende braam en meidoorn gepasseerd is openbaart zich een paddenstoelen paradijsje.

Varensteelmycena
Klein maar fijn is het motto van de Varensteelmycena. Een boselfje, dun gesteeld en een bijna doorschijnend plooirokje uitgevoerd in zalmroze. Slechts enkele centimeters en groeiend in de meest donkere spelonken van het herfstige varenwoud. Dode varenstelen zijn haar geliefde woonplaats.
Okerknolcollybia, knolletje

Wat groter is de Okerknolcollybia. Geef haar wat resten van paddenstoelen en ze is gelukkig. Kou of droogte deren haar niet want ze heeft een mooi geel knolletje waar ze zich gewoon in terug trekt. Wordt het wat vochtiger dan zullen, eerst aarzelend en later uitbundig, schimmeldraadjes gaan groeien. Uiteindelijk vormt zich een okerwit paddenstoeltje en wordt het bos bepoedert met sporen.


Elzengordijnzwam


Voor beide zwammetjes is het nodig flink door de knieën te gaan. Het is dan ook plezierig dat het bos ook ruim voorzien is van grote en zeer grote paddenstoelen.


Onder een zilverspar staat de allergrootste: een Dennenvoetzwam. Familie van de elfenbank maar dan met een stevige dikke steel en zo groot als een soepbord. Wat fijner gebouwd is de Elzengordijnzwam. Zo speciaal dat het zonovergoten bos galmde van de vreugdekreten over deze bijzondere vondst. Fotograferen bleek wat minder aangenaam. Brandnetels van boven, drijfnatte blubber van onderen, je moet er wat voor over hebben. Droger staan de Glinsterende Champignonparasol, de Knolparasolzwam en de Okergele Korrelhoed. De eerste twee onder naaldbomen, de laatste groeit gewoon in een zandige berm.
Okergele korrelhoed
Knolparasolzwam
Sappemeer, onverwacht rijk aan mycologische specialiteiten.

dinsdag 4 oktober 2011

Boswachterij Gieten, onverwacht rijk

Boswachterij Gieten
Het oude Drentse landschap is deels in een houten keurslijf geperst. Beplant met bomen voor mijnbouw en als werkgelegenheid voor Hollandse landgenoten. Woeste grond werd verdeeld in lijnrechte percelen, allen eenvormig en genummerd met witte perceelstenen om de weg naar de schaftkeet weer terug te vinden.

Maar Drenthe laat zich niet ketenen. Wat eens een doodstil larikswoud of donker sparrenbos was is opnieuw vol leven. Boswachterij Gieten laat zien dat Drenthe eigenzinnig is en blijft. De natuur is weer terug. Een Groene Specht lacht er blij om, Zwarte, -  Kuif- en Staartmezen pruttelen tevreden in de boomkruinen. Op de grond heeft een mosdeken omgevallen boomstammen volledig ingepakt. Paddenstoelen geven kleur aan het groene tapijt.

Hertentruffelknotszwam
Aan het oog onttrokken groeien Hertentruffeltjes, bovengronds alleen zichtbaar door de hierop parasiterende zwarte vruchtlichamen van de Hertentruffelknotszwam. Hertentruffels worden ook wel schijntruffels genoemd, klein, bruin en niet groeiend onder eiken als de echte, eetbare, truffel maar onder naaldbomen.

Krulzoom
Oranje aderzwam














Oranje aderzwammen groeien meestal op boomstammen maar hier,  noodgedwongen door de uitbundige mosgroei, schijnbaar op de grond. Honderden krulzomen, boleten, russula's en melkzwammen strijden om de aandacht van passerende wandelaars. Vliegenzwammen staan er wat verdroogd bij na een warme laatste septemberweek.
Boswachterij Gieten is uitstekend ontsloten met diverse uitgezette wandelingen. Bijvoorbeeld, de gele Zwarte Water wandeling vanaf de parkeerplaats in de elleboog van de Houtvester Jansenweg. Naald- en loofbos, heide en zelfs een uitzicht op het Zondagsbroek langs het Anderse Diep laten zich combineren tot een gevarieerd mozaïek.



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...