maandag 28 november 2011

Harense vissers en timmerlieden rond Sassenhein

Grote zaagbek, Sassenhein
Sassenhein is een begrip in Haren. Een prachtige visplas waar menig visser in visserslatijn droomt van snoek en karper. In de zomer krijgen ze gezelschap van een enkele Aalscholver of Blauwe Reiger die wachten op een snack. Wat meer afstand neemt de Grote Zilverreiger, ver van menselijke vissers en bedachtzaam stappend langs de oever. Soms, als de winter niet al te streng geweest is, kan er zelfs een IJsvogel even komen buurten. Verborgen op een overhangende elzentak maar altijd speurend naar juist die visjes waar anders vissers niets mee kunnen.
Blauwe Reiger, Sassenhein

Aan het eind van de herfst komen er gasten uit het verre noorden die Sassenhein uitkiezen voor een aangename vakanties. De eerste dames zijn er al, de haren wat verwaaid, de grijze jas glimmend als een vissenschub en een knalrode mond.. Een beetje verlegen zijn ze wel, vanaf het midden van de plas bekijken ze al die andere vissers met enige argwaan. Het zijn Grote Zaagbekken die de hele zomer gewerkt hebben aan het uitbroeden en opvoeden van hun jongen op de Scandinavische meren. Altijd in kleine groepjes, soms enkele vriendinnen, vaak ook een enkele heer in wit en donkergroen. In sommige jaren krijgen ze gezelschap van nog grotere vissers: visarenden! Hun herkomst is onbekend, Duits, Noors, Zweeds en zelfs Russen kunnen er tussen zitten.
Aalscholvers Sassenhein

Grote Bonte Specht, Sassenhein
Ondertussen wordt er ook flink getimmerd rond de plas. Het paviljoen is onlangs gerenoveerd, het is nu tijd voor verbouwing van de omringende bomen. De spaanders vliegen letterlijk in het rond als een Grote Bonte Specht met grof geweld een berk onder handen neemt. Hij lijkt er echt plezier in te hebben, af en toe even rustend en dan weer op een volgende plek opnieuw kloppen, timmeren, hakken en misschien wel "slik".

Sassenhein, vissers en timmerlieden hebben het er altijd naar hun zin.

zondag 27 november 2011

Heksenboter en andere glibbers

Heksenboter
Witte slijmzwam
Schijnbaar stuurloos beweegt het zich voort, zonder ledematen en toch steeds in beweging. Zonder vaste vorm, steeds weer anders. Dan klinkt er door het bos een schallend signaal: VERZAMELEN!



Gehoorzaam verandert de richting, op weg naar het grote onbekende. Onderweg komt er steeds meer familie bij, samen reizen ze verder. Plots weten ze het, hier is het. Er wordt halt gehouden en het grote werk gaat beginnen. Een bouwwerk verschijnt, niet van steen maar van gestapelde familieleden. Enkele uitverkorenen mogen naar boven en het grote werk afmaken. Als kleine, goed ingepakte pakketjes laten ze zich van het bouwwerk afvallen. Meegenomen door de wind, op weg naar het grote onbekende. Velen halen het niet, anderen komen aan een gedekte tafel. Bacteriën en andere kleine hapjes liggen er voor hun klaar, ze pakken zich uit en beginnen aan de maaltijd.

Sporendragende slijmzwam
Dit is in een notendop het leven van de meest bizarre organismen die we in ons Nederlandse bos kennen: de slijmzwammen (Myxomyceten). De knalgele Heksenboter is er één van. Maar feitelijk is het niet één maar meer dan een miljoen kleine, eencellige wezentjes. Geen plant, geen dier, geen schimmel, het is een slijmzwam. Wel sporevormend maar ook als eencellige rond kruipend. Als individu onzichtbaar voor ons oog maar zodra ze samen komen zijn ze overal te vinden. Op dood hout, verrot plantenmateriaal of ander organisch substraat. Geel, roze, wit of bruin, alle kleuren zijn mogelijk. Blijf ze eens volgen, na een paar dagen wordt de kleurige glibber kleiner. Nog weer wat later zijn er alleen nog gesteelde bolletjes, kraaltjes of anders gevormde sporendragers over.

Roze slijmzwam
Heksenboter en andere glibbers maken het bos tot een plek waar steeds weer iets nieuws te zien is.

zondag 20 november 2011

Heuvingerzand voor fijnproevers

Heuvingerzand
Ingeklemd tussen de weg van Hooghalen naar Amen en de weg naar Zwiggelte ligt het Heuvingerzand. Lang geleden stuivende woeste grond, daarna kwam er bos en werd een kampeerterrein met een groot clubhuis aangelegd. Nu is het een klein natuurpareltje op het grote palet van Boswachterij Hooghalen.

Bijna elk hoekje van het terrein wordt aangedaan door de als een spaghetti sliert kronkelende wandelroute. Lage zandheuveltjes herinneren aan vervlogen tijden toen hier nog honderden schapen de laatste restjes vegetatie afgraasden en boeren heideplaggen staken. Dennen, lariksen, eiken en berken hebben er voor gezorgd dat het zand getemd is maar het landschap is gebleven. Overal nodigen kleine reeënpaadjes uit om even af te slaan. Een zacht dek van Bochtige Smele bekleed de bosbodem en loopt naadloos over in kleine open terreintjes. Matkopmezen en Goudhaantjes begeleiden de wandelaar. De Grote Bonte Specht is er wel maar laat zich niet zien. Zijn zachte protest tegen al deze belangstelling wordt echter overstemd door een zwart familielid, krassend zoekt deze mooie vogel een, nog, rustiger plek in het bos.
Spinsel op een jonge lariks

Spinnen zorgen voor steeds weer verrassende kunstwerkjes. Webjes van nog geen centimeter tussen de mossen, wielwebben tussen de takken of hangmatten aan de heideplantjes. De eerste prijs gaat echter naar een leerling van Christo. Deze spin heeft zich gespecialiseerd in het inpakken van jonge lariksjes. Vanaf de top tot ver naar beneden zijn een aantal boompjes volledig gehuld in een dikke laag spinsel.

Groot Kantmos
Ondanks de droge zandgrond blijft de bosbodem door een dikke humuslaag lang nat. Dood hout mag blijven liggen

en raakt begroeid met fraaie mossen. Groot Kantmos bijvoorbeeld, een minuscuul levermosje met blaadjes van nog slechts één cellaag dik. Aan de top ingeknipt als een mijtertje en keurig in twee rijen op de stengel ingeplant. Klauwtjemos heeft zich versierd met honderden sporenkapsels met elk een klein druppeltje gesmolten rijp op de top. De meeste wandelaars missen dit helaas, het Heuvingerzand is voor fijnproevers. Vier kilometer wandelroute biedt voor hen steeds weer nieuwe verrassingen.
Heuvingerzand





zaterdag 19 november 2011

Zwarte Herfstspinner in Haren

Zwarte Herfstspinner
November, de nachten zijn koud. Het vriest soms licht en voor biologen wordt het tijd om thuis de waarnemingen van afgelopen zomer uit te werken. Voor de nachtvlinderinventarisatie rond de Remmingaweg in Haren staat de stand na zes jaar op 384 soorten, toch heel redelijk voor een besloten tuintje aan de rand van het dorp.

Maar het gevleugeld spektakel is nog lang niet afgelopen. Af en toe verschijnt een Grote Wintervlinder bij de tuinlamp en de Kleine wordt weer talrijk op het raam. Zij hebben geen last van de kou, nu is het tijd om elkaar het hof te maken. Ubel Medema schreef er deze week nog over, ongevleugelde Julia's die in een boom wachten op passerende Romeo's.
Zwarte Herfstspinner

En dan gebeurt het. Voor het keukenraam landt een als bezeten fladderende en in een dichte winterjas gehuld creatuur. Zwart van kleur met een witte kleurspoeling over zijn dwarse scheiding. Gevederde antennes zwaaien heen en weer alsof er iets heel bijzonders in de buurt moet zijn.
Zwarte Herfstspinner

Het is een Zwarte Herfstspinner, een niet zo gewone soort die in bosachtige gebieden op de zandgronden voorkomt. Vorig jaar voor het eerst in Haren en nu dan de tweede keer. Mogelijk is een eik, populier of linde in de straten om de Remmingaweg gastheer geweest voor de rups. Ook voor deze vlinder is het nu feest. Zonder eten en drinken wordt er gezocht naar elkaar en dan is het weer gebeurd. Het leven wordt doorgegeven aan een volgende generatie Harense vlinders.




Gasterse Duinen, winters groen en grijs

Gasterse Duinen
De klamme deken van de nacht probeert zich vast te houden tussen de bruine heidetakken. Vorstige tanden bijten zich in de grond. Maar tevergeefs, de novemberzon laat vandaag niet met zich spotten. Heuvels verschijnen in het landschap, het ijs tussen het mos verdampt en schapen kijken verbaasd naar een bleekgele schijf in een strakblauwe lucht.

Gewoon Haarmutsmos
Op de Gasterse Duinen loopt een groep van zeven gejaste personen, de KNNV afdeling Groningen is er op excursie. Eén heeft duidelijk de leiding en er wordt goed geluisterd. Verhalen over groen, kleine blaadjes, nerven en glasharen. Op deze zonnige, bijna winterdag blijken de Gasterse Duinen niet alleen kaal en bruin te zijn maar vooral groen. Boomvoeten hebben sokken gekregen van lichtgroen klauwtjesmos, hogerop kroezige, donkergroene plukjes van Gewoon Haarmutsmos. Op de verkleumde grond ijzig wit gepareld Haakmos, groen gesteeld Groot Laddermos en rood gesteeld Bronsmos.

Klapekster, Gasterse Duinen
Voordat er afgedaald wordt naar de petgaten trekt een gevleugelde, grijs-witte verschijning de aandacht. De Klapekster is weer terug. Als de Roodborsttapuiten en Graspiepers grotendeels wegtrekken komt deze Scandinavische wintergast naar de Gasterse Duinen.  Jagend tussen boomtop en struik met af en toe een uitstapje naar de nieuwe natuur langs de Drentsche Aa. Muizen zijn niet veilig en een verkleumde kikker wordt gebruikt als ijzig toetje. De aandacht wordt afgeleid door een zwaar "KRU KRU"......KRAANVOGELS! Dertig, grote, grijze vogels verschijnen achter de heuvels, rustig vliegend en ondertussen aan elkaar vertellend hoe het was om een nacht in Gasteren door te brengen.

Veenbes
Het Voorste en Achterste Veen is voor de toerist goed te zien vanaf het kronkelige wandelpad. Tot verdriet van rustende Wintertalingen is er voor deze keer toestemming om even van het pad te stappen. Ook hier blijkt tussen de bruine Gagel het groen van het Veenmos op te lichten. Steeds meer terrein veroverend en plassen bedekkend met een levend tapijt. Dofrode kralen lijken willekeurig uitgestrooid over de mossenkopjes, het zijn Veenbessen die dit ontoegankelijke terrein fantastisch vinden.
De Gasterse Duinen laten de Drentse woeste gronden in optima forma zien. Stuivend zand, getemd door begraasde heide. Venige petgaten, vriendelijk begroeid met Gagel. Mantels van eikenhakhout die niet alleen luwte geven aan de heide maar ook de grens markeren naar de madelanden van de Drentse Aa. In de winter vooral bruin en geel maar voor de goede waarnemer toch overal groen.

zondag 13 november 2011

Vogels rond Sint Magnus

Blauwe Kiekendief, Anloo
Het is twee graden, het zonnetje heeft plaats gemaakt voor een klamme mist. Achter de es waakt Sint Magnus vanuit de oudste kerk van Drenthe in Anloo. Uit het niets verschijnt een grote vogel. Traag klapwiekend, de ogen naar beneden gericht, trekt ze haar rondjes. Een Blauwe Kiekendief! Alleen in de winter komt zij genieten van Drentse muisjes. Een Torenvalk doet het vromer, eerst een gebed tot Sint Magnus en dan pas toeslaan.

Pimpelmees, Anloo
Aan de andere kant van de es begint het wold zoals het vroeger genoemd werd. Kromme eikenbomen verraden dat ook hier geriefhout gewonnen is. Uitgestrekte percelen met lariks staan daarachter. Ogenschijnlijk een aanslag op het oude landschap maar voor Sijsjes een geweldige verrijking. Afgaand op het geluid zijn er honderden in de boomtoppen bezig met de oogst van larikszaadjes. Kruisbek moet volgens Waarneming.nl ook van de partij zijn maar zijn voor ons niet te ontdekken. Pimpelmezen, Staartmezen, Koolmezen en Markopmezen zitten een verdieping lager, op zoek naar verborgen leven tussen schors en naald.

Grote Bonte Specht, Anloo
Boswachterij Anloo wordt al geruime tijd natuurlijk beheerd en dat is goed te merken aan de vele Grote Bonte Spechten. Overal is hun wat krassende geluid te horen. Zacht geklop verraad hun speurtocht naar smakelijke larven. En dan schiet een groene flits weg uit een bosberm. Zoekend speuren vier ogen en twee verrekijkers door het bos. Niets te zien totdat  er toch maar doorgelopen wordt: dan klinkt het wat spottende gelach van deze mooie vogel. De Groene Specht kan zelfs op deze koude dag nog voldoende mieren vinden voor een goed gevulde lunch. Zijn zwarte soortgenoot staat wel op het informatiebord maar laat zich vandaag niet zien.

Houtwallen steken als rafels aan het bos, de definitieve grens van es, wold en madeland. Dit is het domein van Geelgors, Keep en Vink als er weer eens teveel wandelaars van het gebied komen genieten. Als de rust is weer gekeerd gaan ze verder met het voedsel zoeken tussen oogstrestanten op de es. Anloo, in elk seizoen de moeite waard.
Boswachterij Anloo


vrijdag 11 november 2011

Natuurlijk roze

Roze slijmzwam
Groen, geel, rood; dat zijn toch de meest voorkomende kleuren in de natuur. Groen van het bladgroen, geel om vlinders aan te lokken en rood voor tropische kolibries en honingzuigers. Roze komt duidelijk veel minder voor, misschien omdat dieren het niet kunnen zien?

Illosporis christiansenii, een schimmel op korstmos
Op allerlei eikenbomen is echter steeds meer roze aanwezig. Vroeger zeldzaam maar nu steeds algemener is er een vreemde roze schimmel te vinden. Kleine schijfjes, nog geen twee millimeter groot en op allerlei plaatsen tussen een fijn, grijs korstmosje te vinden. Het is Illosporiopis christiansenii, een parasietje op deze korstmossen die behoren bij het geslacht Physcia (vingermos). Waarom ze algemener worden is onbekend maar ze vinden het vooral prettig op jonge eikenbomen waar Physcia goed op kan groeien. Het is even goed kijken maar dan zie je ze ook overal. Net kleine stukjes roze kauwgum.

In Boswachterij Dwingeloo is het roze wat uitbundiger. Een prachtige slijmzwam heeft zich over een rotte boomstam uitgespreid. Geen schimmel, geen dier maar misschien wel een beetje van allebei. Als eencellige kunnen ze zich als amoebes voortbewegen. Op een gegeven moment komt er een signaal dat het tijd wordt elkaar op te zoeken en dan ontstaan deze, soms bont gekleurde, slijmige plekken. Gele Heksenboter is het meest bekend maar wit en roze komen ook voor. Uiteindelijk zal deze massa dikwandige sporen gaan voren in bizar gevormde structuren. Vaak gesteeld en slechts een deel van de slijmzwammen overleven deze exercitie. Uiteindelijk doel is om ongunstige periodes in het jaar te kunnen overleven.

Roze in de natuur, een bijzondere kleur bij bijzondere levensvormen.

zondag 6 november 2011

Assen, reis om de wereld in twee uur

Arboretum Assen
Assen, een stad sinds Lodewijk Napoleon's korte heerschappij over het Koningrijk der Nederlanden (zoals het toen genoemd werd). Geworteld in het verleden dankzij een nevenvestiging van het klooster Maria in Campis en sinds de vorige eeuw gepantserd door onze strijdkrachten. Een wereldstad is het echter nooit geworden. Toch is het sinds enkele jaren mogelijk om vanuit Assen in twee uur de wereld rond te reizen.
Arboretum Assen

In 1998 werd de Stichting Arboretum Assen opgericht. Er verscheen een schets waarmee vanuit Assen, via Canada en Vuurland, uiteindelijk het Koreaanse schiereiland bereikt kon worden. Drie werelddelen samen geperst op een oppervlak van twintig hectare. Als taartpunten ingeschoven in een golfbaan en beplant met honderden soorten bomen. Een vrolijk paars gekleurde wandelroute maakt het mogelijk om in net iets minder dan twee uur de gehele wereld rond te lopen. En begint het onderweg wat te duizelen? Dan zijn er twee uitzichtpunten waarmee vanuit Europa of Azië over de Asser wereld uitgekeken kan worden.

Arboretum Assen, Pagode met op de achtergrond de uitkijktoren

Dertien jaar na de oprichtingsvergadering is de bomenverzameling nog jong. Slangendennen op mensen hoogte, Grootbladige Esdoorns zo dik als een vinger en Ginkgo's als geel gekleurde dwergjes. Wandelaars laten er hun hond uit maar ook nu zie je al menigeen nieuwsgierig op etiketten of strategisch geplaatste plattegronden kijken. Het Arboretum begint te leven. Ook nu de herfst genadeloos alles van blad heeft ontdaan is er al veel te ontdekken. Duivels Wandelstokken als gedoornde staken, Kardinaalsmutsen met prachtige vruchten en de Koreaanse Spar is al ontdekt door de Europese Sparrenluis die er een gal op achtergelaten heeft.
Kardinaalsmuts, Arboretum Assen

Arboretum Assen, een reis om de wereld in twee uur. Australië en Afrika ontbreken, misschien schuiven deze continenten over nog eens dertien jaar ook aan bij deze unieke tuin.

Zeldzame stekelzwam in Mensinge

Mensinge, Roden
Herfst in het landgoed Mensinge bij Roden. Wandelaars genieten van de laatste herfstkleuren, bladeren vallen ritselend op de grond. Hoog in de lariksen kwettert een groep Sijsjes. Voor hun is het hoogseizoen, geen gezeur van jongen die gevoerd moeten worden en overal zijn lekkere zaadjes te vinden.

Gele Stekelzwam, Mensinge
Aan de paddenstoelen is te zien dat de winter nadert. Nachtvorsten in oktober hebben een eerste aanslag gedaan op tere en sappige soorten. Anderen hebben hun taak er op zitten en verdwijnen met een slijmerige groet. Toch zijn er soorten die juist nu hun kans waarnemen om boven de grond te komen. Stevige Nevelzwammen en zelfs nog een aantal soorten Melkzwammen staan in het bos te pronken. Gele Kleverige Koraalzwammetjes groeien uit verrotte boomstammen.

Gele Stekelzwam, onderzijde
En dan valt het oog op een groep gele, gebochelde hoeden. Bijna plat op de grond en sommige bijna tien centimeter in doorsnede. Deels bedekt door afgevallen beukenblad maar in het kwijnende middaglicht opvallend zichtbaar. Dichter bij gekomen blijkt één van zijn korte steel gevallen te zijn. Een bizarre rasp met lange witte borstels blijkt onder aan de hoed te hangen. Het zijn Gele Stekelzwammen! Vrij zeldzaam in Nederland en voorkomend onder diverse loofbomen maar ook dennen. Vaak in lange rijen alsof ze aangeplant zijn. In Midden-Europa worden jonge exemplaren wel gegeten.

Mensinge, in elk seizoen verrassend rijk.

zaterdag 5 november 2011

Ransuil in Peize

Ransuil, Peize
Zaterdagochtend, koffietijd. Vier wandelaars, bewapend met statief en grote camera lopen over De Woert in Peize. Een bestelauto stopt, een heer en dame stappen uit, een nog grotere camera verschijnt.  De blik bijna devoot naar boven gericht, de handen gevouwen om de verrekijkers, Het doel is een grote esdoorn, vrijstaand en ruimte biedend aan dit bijzondere bezoek. Duidelijk is dat het niet om de boom gaat maar om enkele bijzondere gasten in de boom. Zes mensen die komen voor een audiëntie bij een groep van vijf Ransuilen. Een jonge vogel vindt het machtig interessant, bijna dansend wordt elke beweging gevolgd. De anderen zijn duidelijk minder onder de indruk van alle drukte onder hun
Ransuil, Peize

Ransuil, Peize
boom. Alle veren opgezet, de ogen geloken en nadenkend over misschien wel een volgende jacht op veldmuizen in de Peizermaden. Scherend over opgeworpen aarden wallen waar eens uitgestrekte weilanden lagen. Straks wordt het allemaal nog natter en dan is er misschien wel een Aardmuis bereid om als diner te dienen.

De Peizer Ransuilen vormen een winterse groep, samen "roesten" in een boom is gebruikelijk. Onder de boom liggen braakballen als stille getuige van hun eetlust. Wat haren, botjes en een schedeltje is alles wat er rest van de Veldmuis van gisteravond. Vogelaars uit het dorp vertellen dat ze in de buurt gebroed hebben maar of al deze vogels behoren tot dezelfde familie is niet te zeggen.

Inmiddels stoppen er steeds meer mensen, zich verwonderd afvragend wat er boven in de boom toch te zien is. Verrast nemen ook zij kennis van onze gevederde vrienden.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...