dinsdag 28 februari 2012

Langslapende vlinders nu wakker

Kleine voorjaarspanner
10 mei  2011, de dag is warm, het leven is goed voor Agriopo. Rustig knagend aan een laatste eikenblaadje weet hij dat het bijna volbracht is. Nog enkele uren bedacht zijn op hapgrage snaveltjes en dan kan hij eindelijk naar bed. Feilloos weet hij de weg te vinden naar de slaapkamer, eerst naar boven, over een steeltje, dan een takje, gevolgd door een tak en dan een eindeloze weg door een diep gevoorde schors. Beneden gekomen staat alles klaar, lekker oud blad als lakens, zachte rulle grond als ledikant. Tevreden blaast hij zich een beetje op en barst uit zijn daagse goed. In een strak en stijf corset gehuld vlijt hij zich neer en droomt over de afgelopen maanden. Veel van zijn broertjes en zusjes moet hij missen , wat er nu gaat komen zal de tijd leren.

Rups Kleine voorjaarsspanner
27 februari 2012. Met een schok wordt hij wakker. Een vreemd gekriebel maakt zich van hem meester. Hij moet er uit, Bijna tien maanden slaap maakt stram en stijf en het duurt even voordat hij zich uit het bed kan ontworstelen. Nieuwe kleren aan en snel naar buiten. Lopen is voor de jeugd of voor vrouwen, hij kiest het luchtruim. Overal hangt het in de lucht, de geur van spanning, de geur van een mogelijk vriendinnetje. Helaas,  zijn eerste vanavond brengt hem al op een dwaalspoor. Een sterke lamp verleidt hem om toch nog even te wachten. Een vlinderaar staat meteen klaar om hem voor altijd op te vereeuwigen, in pixels. Morgen, een nieuwe dag, wie weet heeft hij dan meer succes.

Kleine voorjaarsspanner, in een donkere uitvoering
Na een eerste Perentak op 5 februari is het nu tijd voor Kleine en Grote Voorjaarsspanner om uit hun pophuid te kruipen voor een kortstondig genoegen. Eten is er niet meer bij, voor de mannetjes is het rondvliegen tot ze een jongedame gevonden heb. Voor haar is het nog passiever, ze wandelt vleugelloos tegen een stam op, wacht daar op haar gemaal en na de grote daad is het eitjes afzetten en sterven. Wat een leven, zeker niet te benijden.




zondag 26 februari 2012

De zilte rand van de Graanrepubliek

Groninger rijkdom, oostelijk van Nieuwwolda
Strakke lijnen tot aan de horizon, zwarte vlakken van tientallen hectares afgewisseld met door vorst geel gekleurde graslanden. Dijken als stille getuigen van een vroegere strijd tegen het water. Doorsneden door coupures waar ook nu nog de afsluitbalken in geschoven kunnen worden als de waterwolf eens terug zou komen. Maar zonder dit water was de Graanrepubliek nooit ontstaan. Dit is het rijke Oldambt, geworteld en gevoed door zeeklei. De zilte rand van het gebied wordt gevormd door de Reiderwolderpolder en de Carel Coenraadpolder. Wegen doodlopend op de laatste dijk en daarna een rafelig gebied met strekdammen en kwelders. Een enkele boerderij, voren in het land en verdwaalde toeristen zijn de enige tekenen van menselijk leven. Nog geen halve eeuw geleden was dit wel anders. Een bord bij een bosje met essen en esdoorns vertelt het dramatische verhaal van 350 mensen uit Ambon die hier, ver van klapper en kampong, een nieuw bestaan moesten opbouwen. Tochtige barakken, een kerkje en een schooltje kregen ze als dank voor bewezen diensten. Wat rest is een kille kaart, de verhalen over een terugkeer naar het tropisch paradijs zijn verwaaid in de nooit aflatende wind.

Ambonezenbosje, Reiderwolderpolder

















Brandganzen trekken keffend langs de waterlijn. Een eerste veldleeuwerik probeert zijn nieuwste lied. Op het hek bij Nieuw Statenzijl hangt een laatste herinnering aan een winterse springvloed. In het achter de dijk liggende land zijn de hazen heer en meester. Soms alleen zichtbaar als een grijze rug, soms in paren en vooral druk met imponerend gedrag.

Nieuw Statenzijl

Haas, Reiderwolderpolder

Voor wie het wil zien is de zilte rand van het Oldambt is echter ook in de late winter bijzonder kleurig. Op harde basalt of baksteen hebben mossen en korstmossen fijne lijnen getrokken. Van zwart tot oogverblindend geel, van lichtgroen tot bruin. Vanaf een hoogte van ruim 190 centimeter zijn het vlekken, dichterbij gekomen blijken het kunstwerkjes met lobjes, schijfjes of afgemaakt met een poederlaagje.

Bioloog heeft geen aandacht voor het uitzicht maar alleen voor de kleurige rand van het Oldambt

Plat dambordje (Aspicilia calcarea, een korstmos op beton)

Kastanjebruine schotelkorst (Lecanora campestris, een korstmos op basalt, Nieuw Statenzijl)

Kleine citroenkorst (Caloplaca lithophila, op beton, Reiderwolderpolder)


Gewone haarmuts (Orthotrichum affine, op basalt, Nieuw Statenzijl)
De Graanrepubliek van Frank Westerman vertelt het verhaal over dit gebied. Gemaakt door de zee, gevormd door de mens met ongekende rijkdom en armoede direct naast elkaar. De randen zijn echter van en voor de natuur gebleven.


vrijdag 24 februari 2012

Zeldzame ontmoeting in Haren

Schorshorentje, Balea perversa, een zeldzaam slakje uit Haren
 
Clausilia sp., een familielid van Schorshorentje, Strangenberg, Vogezen
 Gebogen staat een bruin gejaste en   grijsharige man  voor een laag bakstenen zuiltje. Voor hem een
  langneuzige camera op stalen benen, starend gericht  op een stilleven van   korstmossen. Voor passanten  een  wat  zonderling figuur maar ze zijn wel wat  gewend  in een dorp met tientallen   biologen. Plots komt er  beweging in de man, zijn dikke brillenglazen bewegen  wat naar boven en staren naar een bewegend stofje.  Een klein, bruin sparrennaaldje glijdt langzaam zijn  beeld in. Met hulp van alle optiek verandert het naaldje  in een fijn gestileerd slakje. Nog geen 5 mm lang maar  toch met acht steeds kleiner wordende etages.  Eenmaal  in beeld steekt het bruin, glanzende huis af bij  de zwarte steen. Terwijl de temperatuur maar net boven  het vriespunt uitkomt glijdt het vochtige slakkenlijfje
 behoedzaam over de koude steen.

 Thuis gekomen blijkt het een Schorshorentje met de  mooie naam Balea perversa. Pervers is hier gebruikt in  de letterlijk zin: verkeerd. En dat heeft weer te maken  met het feit dat dit bijzondere schelpdiertje in een links
 gewonden huis leeft. Dit is een kenmerk van alle leden  van zijn familie (Clausilidae) maar komt verder bij de
 Nederlandse slakken niet voor. Haar Nederlandse naam  is Schorshorentje, een verwijzing naar één van zijn  geliefde biotopen. Dat naast schors ook oude muren  interessant zijn blijkt uit bestudering van de Elseviers  Slakkengids.

 Nog leuker aan deze waarneming is dat de soort  volgens de website van de Stichting Anemoon niet  eerder in het noorden gevonden is. Oudere bronnen  (de  landslakkengids van de KNNV uit 1970) geven op dat er mogelijk vondsten van deze soort in Groningen gedaan zijn maar deze staan niet op de verspreidingskaart.

Zeldzame, en vooral onverwachte, ontmoetingen maken de natuur steeds weer boeiend.


zaterdag 18 februari 2012

Mode naar de knoppen

Ruwe berk
Februari, de temperatuur kruipt geleidelijk weer wat omhoog. Roodborstjes en koolmezen zingen uitnodigend, het wordt tijd om weer naar buiten te gaan. Een bijzondere modeshow staat op de agenda. Geen eenzame catwalk met een paar mannequins maar ruimte voor iedereen. U moet alleen even letterlijk naar de knoppen gaan....

We beginnen de show met echte wintermode. Het modehuis Fraxinus (es), gevolgd door enkele andere merken,  kiest voor een stoere uitstraling met een strakke snit. Nauw sluitend als een kuras en tegen storm en tegenwind bestand. De kleuren zijn voorzichtig paars maar meestal  aards, zwart als de nacht, houtig bruin  of wat frisser groen. Voorop staat herkenbaarheid en daarmee is de drager altijd verzekerd van een duidelijke identiteit.

Es

     
Gagel
Zwarte Els


Zomereik

Esdoorn
Geheel anders is het ontwerp van Tilia (linde). Niet geschikt voor grote maten en geïnspireerd op een bontjas. Wat krullerig,misschien wat speels uitnodigend maar verder alles verhullend.

Linde
Verrassend blijven ook dit jaar de ontwerpers van Aesculus (kastanje). Vasthoudend aan een eigen trend kiezen ze ook nu weer voor een stevig ontwerp wat opvalt door zijn glans. Als afwerking hebben ze gekozen voor natuurlijke materialen in bruin met een plakkerig accent. Misschien wat afstotend bij een prettig samenzijn maar uiterst effectief om de winter buiten te houden.

Paardenkastanje


Onze laatste twee inzendingen zijn van Sambucus (vlier) en Lonicera (kamperfoelie). Het jaar rond te dragen en uiterst pikant. Terwijl Sambucus kiest voor een paar strategisch geplaatste schubjes heeft Lonicera letterlijk niets om het lijf. Wees je zelf, broeder, daar ging het om bij Ramses Shaffy maar ook in deze stijl. Laat zien wat je hebt, geniet van het buitenzijn, laat de kou je niet deren.


Vlier
Kamperfoelie

Mode naar de knoppen is gefotografeerd in het groene Haren maar wordt op elke gewenste plaats opgevoerd.

Scandinavisch havenfeest

Grote zaagbek, "Havenkolkje" Noord-Willemskanaal, Haren

Havendorp Haren, een mooie slagzin voor een toeristische folder. Turfschepen en trekschuiten die door het nieuw gegraven Noord-Willemskanaal uit de Drentsche binnenlanden naar de Stad voeren konden er aanleggen. Een logement was aanwezig om de heren van stand een aangenaam verblijf te bieden. Wat rest is een herinnering, vervagend in de nevelen van de tijd. De havenkolk is nu parkeerplaats van de brandweer, van de verbinding met de buitenwereld rest niets anders dan een kleine bocht in het kanaal.

Vreemde gasten worden niet geduld

Maar het is juist daar dat vandaag een Scandinavisch havenfeest gegeven wordt. Selectief gezelschap en met kledingvoorschrift. De dames met een bruine hoed, de heren met een groene hoed. Zonder deze uitdossing kom je er niet in, de uitsmijter staat klaar om met duidelijke taal aan te geven dat het een besloten party is.
Gedanst mag er worden als het maar op het de door een ijzige afzetting aangegeven dansvoer is.

Grote Zaagbek, eend in gesprek

Tweebenige gasten mogen vanaf de oever het schouwspel bijwonen. Wat we hier zien zijn Grote Zaagbekken. Visetende duikeendjes uit het hoge noorden. Hoewel ze elke winter langs komen lijkt het wel of de Scandinavische delegatie steeds groter wordt. Verhalen over een verrassend Hollands smorgåsbord zijn kennelijk  tot ver in Noorwegen en Zweden doorgedrongen. Elke dag als voorgerecht verse stekelbaars, daarna volgt een tussengerecht van rietvoorn en als hoofdgerecht een sappige baarsje. Zelden gaat de glazen deur van het restaurant dicht, Hollandse eenden en koeten zorgen daar als trouwe klanten wel voor. De meeste zijn echte vegetariërs en kijken vol verbazing naar deze gasten.

Grote Zaagbek, woerd

Gegeten wordt er nauwelijks, het gaat om gezellig samenzijn en vooral een mooie date voor het komend jaar. Pronken, de kopveren zo ver mogelijk uitgezet, het lijf zo groot mogelijk en in vaste patronen rond elkaar draaien. Af en toe wordt er kort gesproken, voor ons een wat nasaal gekwaak maar voor de Grote Zagers een duidelijk verhaal. Het Scandinavische havenfeest in Haren laat zien dat het leven goed is

Grote Zaagbek, eend




vrijdag 17 februari 2012

Haren geeft stenen voor brood

Muurvaren, Haren
"Gij zult Uw naaste geen stenen voor brood geven!!!".....het galmt nog steeds door mijn hoofd als ik terugdenk aan  boetepreken uit de jaren zestig. En zeker als ik zie hoe in Haren een bedreigde inwoner behandelt wordt. Niet ingeschreven in de burgerlijke stand en geen dak boven het hoofd. Dag en nacht te vinden aan de Kerkstraat, stil, teruggetrokken, door niemand gezien. En toch bijzonder tevreden met de stenen die Haren hem aangeboden heeft.
Muurvaren, sporenhoopjes, Haren
Muurvarens waren vroeger algemeen, genietend van kalkrijk cement en het achterwege blijven van voortdurende restauratie drift. Samen met Steenbreekvaren en Muurleeuwenbek is het plantje nog steeds algemeen in het diepe zuiden. Waar de Limburgse vlaai heerst en volgende week weer "Alaaf!" klinkt gaat het hem goed. In het hoge noorden regeert sinds tientallen jaren het zure en harde Portland cement. Geen barst, geen voeg, alles keurig afgestreken. Kerkmuren, kademuren en poortgebouwen, alles is doordrenkt van Portland na goed bedoelde restauraties.

In het groene Haren heeft de betonmolen echter twee eenzame, versteende pilaartjes vergeten. Negentien stenen hoog, vier stenen dik en afgedekt met een gebarste hardstenen plaat. Toegang gevend tot een verlaten schoolplein waar eens Harens trots de tafels van zeven en negen moesten leren, nu getooid met een kil blauw bord "Verboden Toegang". Een laatste toevluchtsoord voor één van de meest bedreigde plantjes van Haren: de Muurvaren. Tientallen, kleinere en soms wat grotere plantjes staan er. Klein, wat leerachtig maar zeer vitaal. Enkelen laten trots de achterkant van hun blaadjes zien. Hier zijn duizenden nakomelingen geboren. Als sporen de wijde wereld ingetrokken in de, waarschijnlijk ijdele, hoop elders een even goed plekje te vinden.
Groot Dooiermos, Haren (Xanthoria parietina)
Betoncitroenkorst, Haren (Caloplaca flavovirscens)

Onze bedreigde maar levenslustige Muurvaren heeft gezelschap gekregen van honderden fraaie korstmossen die luisteren naar namen als Dooiermos, Citroenkorst, Rond Dambordje, Rond Kroesmos en Zwart-op-Wit korst. Soms niet meer dan bijna grijs of geel "stof", vaak voorzien van minuscule, ronde vruchtlichaampjes en enkele fraai gelobd. Je moet er even voor door de knieën en een vergrootglas gebruiken maar dan ontvouwt zich een bijzondere miniatuurwereld. Tussen het geel en grijs staan ook nog wat groene plukjes Muurmos en Muisjesmos.
Muurmos, Haren

Zwart-op-Wit korst (Verrucaria muralis)
Haren geeft stenen voor brood en laat zo zien dat natuurbescherming soms niets anders is dan het laten staan van een oud muurtje. De laatste Muurvarens zijn er dankbaar voor.

zondag 12 februari 2012

Levensgeschiedenis van Rietgans U95


In mijn vorige blog werd melding gemaakt van een fraai versierde Rietgans. Wat bescheiden en niet bereid om even keurig op de foto te komen. Om haar nek een geel, glimmende halsband met de code U95. Duidelijk is dat ze niet vrijwillig, maar geheel zonder problemen, deel uitmaakt van een belangrijk onderzoek wat al sinds 1971 loopt. Doel is om de trekroute en de belangrijkste fourage gebieden van deze Russische ganzensoort te ontdekken. Op allerlei plaatsen zijn deze ringen aangebracht, van de broedplaatsen op de Russische taiga tot doortrekplaatsen in Duitsland, Hongarije en Nederland. Een  Duitse ganzensite over Rietganzen geeft een mooi plaatje hoe deze ringen aangebracht worden.



Dankzij deze ring wordt het mogelijk om met behulp van enige documentatie de complete levensgeschiedenis van U95 terug te vinden. Op 5 augustus 2009 werd deze gans geringd aan de Neruta rivier in het district Archangelsk. Gevangen met een groot slagnet en totaal kansloos tegen Konstantin Netvin en zijn collega biologen. Grote handen grepen in het net, alle vluchtwegen afgesloten. Gewogen, gemeten en tot haar grote verrassing daarna weer losgelaten. Even bijkomend bleek echter dat haar nek versierd was met een grote gele ring. Een sieraad voor de rest van haar leven want we weten nu dat U95 een "dame" is.Hoe oud ze was toen ze de ring ontving blijft verborgen in de nevelen van de taiga.
Waarnemingen van U95, de blauwe lijn geeft de route aan "over de weg", in werkelijkheid vliegt ze natuurlijk rechtdoor

Irina, om onze gans maar een naam te geven, vloog in september 2009 naar Brandenburg en bleef daar in ieder geval twee maanden. Zes keer werd haar ring genoteerd op verschillende plaatsen. In februari zit ze in Niedersachsen en gaat dan mogelijk terug naar Rusland. Op 27 oktober 2010 blijkt dat de volgende trekvlucht wat zuidelijker verloopt. Eerst naar Sachsen en dan naar het Nederlandse Limburg. Op de terugtocht komen waarnemingen binnen uit Estland en weten we dus dat ze haar buikje rond gegeten heeft  in het Vaskräama natuurreservaat in Estland. Deze winter vliegt ze weer over het vroegere IJzeren Gordijn en wordt op 13 oktober voor het eerst  gezien in Sachsen. En daar blijft ze zeker een maand want op 14 november zit ze in de omgeving van Meissen. En dan voelt ze de lokroep van het goede Nederland. Geen Limburgse vlaai deze keer maar echte Drentse kruiden. Genietend en thuis in haar eigen groep wordt ze op 10 februari bij Brunstinge gezien.

Op eigen kracht heeft Irina in 2 ½ jaar tijd de afstand tussen Archangelsk en Duitsland / Nederland vijf keer afgelegd. Daarbij heeft ze minimaal 12.500 kilometer gevlogen, een geweldige prestatie die we kennen dankzij haar mooie halsband.

zaterdag 11 februari 2012

Blij de winter door

Grote Bonte Specht, Haren
IJspret voor jong en oud. De teleurstelling van het niet doorgaan van de Elfstedentocht lijkt alweer vergeten. Voor onze gevederde vrienden blijft het echter afzien. De meest noordelijke krant van Nederland krant meldt al dat een gemiddelde vogel in een vorstnacht al gauw 10% van zijn gewicht verliest. Lijnen of kuren is niet meer nodig en elke ochtend is het als een speer naar de voedertafel. Ben je te laat en schuif je achteraan in de rij? Geen probleem, naast schaatsen is in de winter vogeltjes voeren een nationale sport geworden.



Voor de Grote Bonte Specht is dit een uitkomst. Geen getimmer op rot hout op zoek naar een bevroren rups of kever maar gewoon aanschuiven aan pindasliert of moderne combi-zak. Pinda's, pitten en vetbollen in één net. Als je goed kijkt zie je meneer specht er blij van worden. Elke hap is een ongekende brok calorieën. Een nachtje, of zelfs een week afzien in de bittere kou heeft hij er graag voor over. Mevrouw, met haar zwarte pet wat minder vrolijk getooid, is wat schuwer maar komt vanzelf wel als ze vanavond het grote nieuws hoort.

Helemaal blij zijn de Toendrarietganzen. Door één van mijn favoriete bloggers (Natuurkieker) zijn ze vorige maand al uitgebreid voorgesteld. Prachtige foto's van Russisch sprekende gasten, tijdelijk hier maar volop genietend van dit weer. De lucht is helder, het uitzicht fantastisch, geen vos te bekennen en overal eiwitrijk gras. In de Brunstinger Maden, noordelijk van de fraaie jeneverbesbossen van Lheebroek, zijn er duizenden neergestreken. Samen met kleine groepjes Kolganzen lijkt het op een luidruchtige studentensoos. Voortdurend babbelend, het laatste nieuws besprekend of misschien plannen maken voor komende zomer?
Toendrarietganzen en Kolganzen, Brunstingermade

Vanaf de jaren vijftig is het al bekend dat een strenge winter veel Rietganzen brengt. Nooit zoveel als voor de oorlog toen ze de meest algemene gans in winters Nederland waren maar elk jaar komen er meer. Vandaag wordt echter duidelijk dat velen niet over één nacht ijs gaan. Tussen een grote groep loopt een fraai versierd exemplaar. Een beetje verlegen, vaak wegduikend maar dan fier overeind met een gele halsband. Dit is "U95", geringd in Nederland maar inmiddels gespot langs zijn route van Rusland naar Nederland. Af en toe rustend, grazen en dan weer doorvliegen naar het Nederlandse winterparadijs.

Blij de winter door geldt zeker niet voor alle dieren. Daarom is het maar goed dat we in Nederland in ieder geval een aantal soorten met een appel, een kruimel of een pit blij kunnen maken.

zondag 5 februari 2012

IJzige vlinders

Zwatte Meer, Boswachterij Schoonlo
5 februari, het Zwattepad bij het Zwarte Meer, Boswachterij Schoonlo in Midden Drenthe. Samen met blogster Natuurkieker en mijn partner uitkijkend over een ijzige taiga. In plaats van rendieren grazen er kleine, met bont gevoerde koolzwarte runderen langs de rand van een doodijsgat. Dat deze pingo al duizenden jaren geleden ontstaan is en de taiga een naaldbos is wat door mensenhand is aangeplant doet even niet ter zake. De middagtemperatuur stijgt tot min zeven graden. Een kil zonnetje doet de koude nacht vergeten.

Tonderzwam
Tonderzwam
Loofbomen lijken niet te passen in deze witte wereld. Toch staan er beuken als kale herinnering aan die mooie zomer van weleer. Aan de stam bonkige knoesten, wit gekuifd en vreemd gebogen. Dichterbij gekomen zijn het Tonderzwammen. Uitgegroeid toen de sapstroom van de boom nog leven brengende suikers naar beneden pompte. Nu verhout en verkurkt proberend om deze ijstijd te doorstaan.

 En dan plots het eerste teken van leven. Onder enkele zwammen hangen zaagsel stalagtieten. Broos, kruimelig en steil afhangend. Daarboven een bruine tunnel, ontoegankelijk en diep doordringend in de paddenstoel. Sporen van een vlinderrups die met verstijfde kaken doorknaagt. Sommigen zijn al zover dat alleen het dak nog rest. Fundamenten en verdieping zijn geheel vermalen en weer uitgepoept. Wie ze zijn zullen we nooit weten, hun gepantserd huis laat zich niet doorbreken. Een paddenstoeluil? Of toch één van de algemenere Kroeskopjes. Kleine vlinders behorend bij de Echte Motten, de Tineïdae. Voordat de winter inviel was het nog gelukt één te fotograferen en op naam te brengen, het was het Gewoon Kroeskopje, Nemapogon cloacella.
Gewoon kroeskopje, rups

Gewoon Kroeskopje
Diep weggedoken blijkt veel te gemakkelijk voor een stoere Perentak. Geen gezeur, kom op, nu is het tijd om het toch maar te proberen. Een doldrieste man zit op zeker vijf meter boven de grond. De vliegspieren helemaal verstijfd maar hij is er! Als hij dit overleeft zal hij als eerste zijn opwachting mogen maken bij de dames. Helaas heeft hij nog niet door dat dames meestal verstandiger zijn en maar even wachten tot de vorst misschien, eens, ooit zal verdwijnen.
Perentak op grote hoogte, Zwattepad

Perentak, Haren
Midwinter, vlinderaars zijn nog in diepe rust. Maar ook nu is er in het hart van het Olde Land weer veel te beleven.

zaterdag 4 februari 2012

Drentsche Aa, geen stilleven in zwart en wit

Een dunne, ragfijne sluier ligt over het zwarte land. Elke aardklont, plant en struik hebben zich voor de gelegenheid voorzien van een wit kanten randje. Bomen proberen hun gemis aan groen goed te maken met witte toefjes. Dwars door dit stilleven een zwart lint met scherpe randen: een rivier bijna ingesloten in ijs.

Dit is Oudemolen, kloppend hart van het stroomdal Drentsche Aa. Vier straten, een vroegere school, een bekend etablissement en natuurlijk de "Zwaluw" als markante element in dit molendorp. Vanaf de grote parkeerplaats lijken zwart en wit toch de boventoon te willen voeren. Al snel blijkt echter dat onder een dun vernislaagje andere krachten aan het werk zijn. Bruine strepen op de oever en een vliesje van purperbacteriën op het water verraden de dader: warm en ijzerrijk kwelwater borrelt hier op en doorbreekt het ijs. Het is - 7 en toch bevriezen de sloten niet.



Boven het water hangen nog wat laatste bessen van een Gelderse Roos, rood, gerimpeld en vergeten. Mevrouw Merel vindt het allemaal best en geniet er nog steeds van. Elke veer ver naar buiten om maar zoveel mogelijk warme lucht om het lijfje vast te houden. Een Roodborstje lijkt de kunst af te kijken. Ook al een verenbolletje en wat onwennig om de besjes heen hippend. Koolmezen blijven wat hoger en zijn meer geïnteresseerd in de laatste zaadjes in oude elzenproppen. Meneer Merel heeft het vooral druk met mooi zijn, nu opvallen betekent straks een voorsprong op de huwelijksmarkt.

Merel

Roodborst

Koolmees

Merel
Ver boven de Aa verheft zich de hogere zandgrond. Getooid met knoestig hout, verzaagd door boeren van weleer en nu aan hun lot overgelaten. Daartussen kleine, open vlaktes, deels uitgeveend, deels verstoven zand met hei en een eenzame eik of den. Hier begon de woeste grond die zich eens uitstrekte tot aan het volgende dorp, Gasteren. In de vorige eeuw verkaveld en nu deels weer teruggegeven aan de natuur. Grote bonte spechten vinden het allemaal prachtig, overal klinkt geklop of zelfs al geroffel omdat de buurman toch wel erg dicht bij komt.



Terwijl de zon versluiert trekken we weer noordwaarts. Reeën, in wintergrijs gehuld, grazen onverstoord van het bevroren gras. Een bok valt op met een zwart bandje om zijn rechter achterpoot, een rouwband voor een verloren vriendin?
Reebok

Verderop blijken ook anderen te genieten van een ijzige hap. Appelijs! Misschien zelfs wel voorzien van een diepvriesrups, in ieder geval een attractie voor Kramsvogels. Ze hebben er wel wat voor moeten doen, honderden kilometers vliegen maar dan ben je ook in luilekkerland.

Kramsvogel

Wat een stilleven in zwart en wit lijkt is in werkelijkheid vol met gekleurde activiteit. Je moet er alleen even voor naar buiten.



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...