zaterdag 31 maart 2012

Slakkenparadijs in Aduard

Aduard, 't Stort
Aduard, eens een welvarend Cisterciënzer klooster en nu een rustig kerkdorp ten westen van Groningen. Tot in de dertiger jaren begon aan de noordzijde het tot aan een horizon reikende kleigebied. Een potloodstreep op de kaart maakte daar een eind aan, het van Starkenborg kanaal werd gegraven waardoor Aduard afgesneden werd van de rest van Groningen. Doel was om een snellere vaarverbinding naar Friesland en vandaar naar Amsterdam te krijgen. Tot op de dag van vandaag maken tientallen schepen per dag gebruik van deze route.

Aduard, 't Stort
Zuidelijk van het nieuwe kanaal werd een slibdepot gecreëerd met de toepasselijk naam "'t Stort". Na de oorlog werd het gebied niet meer gebruikt, elzenbossen en rietlanden ontstonden en het gebied verruigde. Slechts schapen en een enkele natuurvorser mag er komen. Voor de KNNV Groningen een bijzondere uitdaging om met provinciale medewerking eens te gaan kijken wat er in meer dan 65 jaar ontstaan is. Het rietland is vooral nat en ontoegankelijk maar het bos bleek bij een eerste bezoek opvallend veel leven te herbergen.

Heesterslak

Tuinslak

Letterlijk duizenden Heesterslakken zijn overal te vinden. Aan de voet van bomen, onder verzonken stammen, zelfs een bemoste schapenschedel wordt bewoond door meerdere slakken. Af en toe valt een bonte Gewone Tuinslak op. Gestreept en voorzien van een zwarte rand rond de mondopening.

Gewone Haarslak

Glanzende agaathoorn

Bruine Blinkslak (links) en Lookglansslak (rechts), van boven

Bruine Blinkslak (links) en Lookglansslak (rechts), van onder

Nog spannender wordt het om rond vermolmde boomstammen te gaan zoeken naar kleinere soorten. Veel minder in aantal aanwezig en lastig te vinden. Samen met een groter Barnsteenslakje komen er uiteindelijk vijf soorten uit. Meest bizar is de Gewone Haarslak. Overal op zijn schelpje (5 millimeter) staan korte haren! Zeker niet bedoeld om de slak warm te houden tijdens nachtvorst en te klein om een lijster te verleiden de slak maar te laten liggen. Meest sierlijk is de Glanzende agaathoorn, nog geen halve centimeter groot maar met zorg geboetseerd in kalk. Lookglansslak en Bruine blinkslak lijken wat op elkaar maar de eerste heeft een kleine navel aan de onderkant en de tweede een opvallend groot gat tussen de windingen van het slakkenhuis.

Agonum assimile, gezellig samen overwinteren

Agonum assimile

Miljoenpoot

Rode Fluweelmijt
Kijkend naar slakjes worden er natuurlijk ook andere kleine creaturen gevonden. Een groep, nog overwinterende, loopkevers bijvoorbeeld. Het is Agonum (nu Bembidion) assimile met sinds kort de mooie Nederlandse naam "klein groefkoppriempje". Een Duizendpoot schiet snel weg, een Miljoenpoot blijft echter rustig opgerold liggen. Tussen het mos scharrelt nog een Rode Fluweelmijt.

Rode Kelkzwam

Zilveren Boompuist (Enteridium lycoperdon)

Blote Billenzwam (Lycogale epidendron)
Op het rotte hout zijn allerlei zwammen te vinden. De mooiste is toch wel de Rode Kelkzwam, een knalrood bekerzwammetje. De Zilveren Boompuist en het Blote Billenzwammetje zijn geen schimmels maar slijmzwammen, eens mobiel en nu in een sporenvormende fase gefotografeerd.

Slakkenparadijs 't Stort, een bijzonder gebied waar de natuur alle ruimte gekregen heeft.





vrijdag 30 maart 2012

Natuurmoment in een Harense keuken

Dubbelgevlekste Basterdweekschildkever
Niets vermoedend loop je naar beneden, de kop vol gedachten over werk en inkomen. Links af, richting de woonkamer / keuken, de deur door en naar de waterkoker voor een kop thee. Terwijl de kraan zijn werk doet glijden de ogen wat dromerig over niet al te witte deurtjes van de keukenkastjes en worden getrokken door een snelle beweging. Klein, mogelijk net drie millimeter en razend snel. Bril af en proberen te focussen. Een rood-zwart kevertje komt in beeld. Opvallend is dat het achterlijf buiten de dekschilden uitsteekt en daarmee meteen het vermoeden doet ontstaan dat het wel eens een basterdweekschildkever (Malachiidae) zou kunnen zijn.

Fotograferen wordt lastig met zes voortdurende bewegende pootjes. Opsluiten in de vriezer biedt ook al weinig soelaas. Zelfs op een mooie groene achtergrond en na minuten lang bij - 20 graden duurt het nog geen halve minuut of de pootjes beginnen weer te rennen. Uiteindelijk lukt het op het dekseltje van een potje, alleen deze foto is goed genoeg om te delen met mijn blog lezers.

Mooi gekartelde sprieten, vier rode vlekken op zwarte dekschilden en, een beetje verborgen, stevige kaken. Het is de Dubbelgevlekte Basterweekschildkever (Anthocomus fasciatus), een miniatuur rover. Overwinterend bij twee biologen en nu het voorjaar komt weer volop actief. Op zoek naar dwergvliegjes of ander smakelijk insecten vlees.

Al eerder schreef ik over bijzondere ontmoetingen in onze keuken, toen ging het over een Vliegendoder die het voorzien had op grote huis- en bromvliegen. Nu blijkt dat ook het kleine grut belaagd wordt, wat een leven hebben deze kleine fladderaars toch.


woensdag 28 maart 2012

Jong leven in etages

Vingerhelmbloem
Groot voordeel van een bedrijf aan huis is dat je geen vaste werktijden hebt. En juist in deze tijd is het ook wel erg verleidelijk er even uit te gaan. Vanmiddag was ik te gast in de grootste kraamkliniek van Groningen: het Sterrenbos. Zoet gevooisd vogelzang was nauwelijks meer te horen boven het geraas van de ringweg maar het bos stond bol van blijde verwachting of zelfs pril leven. Een levend tapijt met vooral veel roze was als vanzelf over de vloer uitgerold. Holwortel en Vingerhelmbloem strijden er om de aandacht van Aardhommels en Zandbijen. Wie bezocht wordt weet zeker dat er nageslacht gaat komen. Tussen het frisse groen zijn ook enkele blauwe stipjes aangebracht. Klimopereprijs, een miniatuurtje, dik ingepakt in lange haren voor de frisse nachten.

Holwortel

Klimopereprijs
Op de eerste verdieping waren de luxe aanleunwoningen allemaal bezet. Vrouwtjes koolmezen zitten er inmiddels op de eerste eieren terwijl de mannetjes vol verwachting naar binnen kijken. Roodborst en Winterkoning staan op springen om ook hun, in kalk opgesloten nakomelingen, aan het bos toe te vertrouwen. Voor hun echter geen kant en klare kamer, zij moeten hun eigen beddengoed meenemen voor een openlucht bevalling.

Koolmees
De tweede verdieping bevindt zich op ruim tien meter boven de bosbodem. Een vreemd gezelschap heeft hier intrek genomen. De Holenduiven waren er het eerst, zij hadden de eerste keus en hebben zich de mooiste kamertjes toe geëigend. Met uitzicht op het aards gewoel of zelfs op de gevangenis van het mensenvolk. Groene Specht en Grote Bonte Specht hebben het wat gemakkelijker, als de herberg vol is maken ze zelf wel een huis voor hun kinderen. Ze hebben duidelijk geen haast, er wordt wat gedold tussen de takken. Achter elkaar aan vliegen, dan even zitten en je verstoppen totdat de ander bijna over je heen loopt. Voor een fotograaf nauwelijks bij te houden. Ondertussen vliegen er wat Zwarte Kraaien rond die zich met hun eigen duistere zaken bezig houden. Af en toe even kijkend in een hol, op zoek naar een vers eitje?

Holenduif

Groene Specht
De zolder van deze kraamkliniek is voor de grootste en zwaarste jongens. Hier wonen de Blauwe Reigers. Inmiddels zijn ze al weken bezig om hun verblijf verder te versterken. Er wordt vooral gebroed maar mogelijk zijn op enkele nesten de eerste jongen al geboren.

Blauwe Reiger, op nest

Blauwe reiger, fouragerend
Jong leven in etages, dit is voorjaar op z'n Gronings.

Maartse vogels in Haren

Huismus
Een winter lang sluimeren op een laag pitje. Zoveel mogelijk eten en vooral warm blijven was het motto. Maar zodra het maartse zonnetje kracht begint te winnen lijkt er voor de vogels een deur open te gaan. Van de winterstand direct op full speed het voorjaar in.

Ringmus
Voor de standvogels is het alsof hun omgeving volledig verandert. Mussen blijven bij elkaar maar vinden ook hun nestplaatsen van vorig jaar weer terug. Mannetjes beginnen te pronken en te kwetteren voor vrouwtjes die ze de gehele winter amper een blik hebben gegund. Terwijl overal de Huismus in aantal afneemt blijft hun aantal in de Harense buitendorpen redelijk constant. Minder algemeen is de Ringmus, altijd mooi te zien bij het begin van de Oosterpolder, direct na de huizen van de Borgsingel, en in het dorpscentrum van Onnen.

Putter
Zaadeters als Vink, Putter en Groenling hebben het goed in Haren. Niet alleen wordt er veel gevoerd maar overal zijn Elzen en zelfs distels te vinden voor een eiwitrijk hapje. Alleen de Puttertjes zitten nu nog in groepjes maar ook die zullen binnenkort ook op zoek moeten naar een doorzonwoning voor hun kroost.

Heggemus
Voor de Heggemus komt het voorjaar als een verademing. Als echte insecteneter is elke winter weer een uitdaging. Soms proberen ze in januari het voorjaar naar zich toe te zingen maar dit jaar begon hun haastige gefluit pas begin maart.

Staartmees
Gemengde groepen mezen lossen met de eerste zonnestraal gewoon op, wat overblijft zijn paartjes die alleen oog hebben voor elkaar en alles wat maar te gebruiken is voor een nest. Kool- en pimpelmees hebben het gemakkelijk, zij hebben vaak in de wintermaanden al even bij de makelaar rondgekeken en een keus gemaakt voor een villa op stand. Staartmezen ontkomen echter niet aan het degelijke poot- en snavelwerk. Ophangconstructies en vlechtwerk zijn nodig om hun bolvormige woning af te bouwen.

Houtduif

Hout- en Turkse tortelduiven zijn al vanaf januari in voorjaarsstemming. Steeds luider roepend, baltsend en broedend zijn ze overal duidelijk aanwezig. Merels en Zanglijsters beginnen nu echt goed op gang te komen en voeren elke ochtend het voorjaarsgezang aan. Tussen al het gekoer en gezang door klinkt geregeld tromgeroffel van Grote Bonte Spechten of zelfs een blij gelach van een Groene Specht.

Roek
Roeken zijn alweer enkele weken bezig om het Quintusbos in Glimmen af te dekken met steeds groter wordende nesten. Inmiddels zijn er ook al kleinere kolonies ontstaan langs de Onnerweg. Hoog in de bomen is het voorjaarskleed nauwelijks te zien, pas op de grond valt de opgeblazen keelzak goed op. Kauwtjes maken in Haren graag gebruik van door biologen aangeboden grote nestkasten. O.a. bij het Noordlaarderbos en aan de Onnerweg zijn er een groot aantal opgehangen.

Tjiftjaf
De eerste trekvogel die terugkomt is de Tjiftjaf. Op 18 maart kwamen de eerste aan en nu is er geen bosje meer waar het heldere "Tjiftjaf!" niet wordt gehoord. Nog even en dan wordt dat wel minder, nu is het vooral provoceren om het beste territorium te krijgen. Zing je minder luid? Pech gehad, dan kun je opkrassen.

Roodborst
In alle stilte zijn inmiddels ook de Roodborstjes gewisseld, de noordelijke zijn weer op weg naar huis en de Harense vogeltjes komen terug van hun zon vakantie. Het verschil is niet te zijn maar wel te horen. Juist nu wordt er hard en veel gezongen, een duidelijk teken dat het territorium van vorig jaar opnieuw afgebakend moet worden.

In Onnen zijn de eerste Zwarte Roodstaarten al gezien maar moeten toch nog even wennen aan het spiedend oog van verrekijker en camera. Vorig jaar zaten er meer dan vijf broedparen van deze fraai gekleurde vogel. Nog mooier, en zelfs bijna tropisch, is de Gekraagde Roodstaart. Vanmorgen was voor het eerst zijn geluid te horen bij de bocht van de Oosterweg en de afslag van de Zanddijk. Nu is het afwachten wanneer de eerste Blauwborstjes zich aandienen in de Oosterpolder. De Roodborsttapuit en de Rietgors zijn er al. Rietzangers, Kleine karekiet en Bosrietzanger komen later.

Maartse vogels, elk jaar weer vol verrassingen maar altijd inspirerend om er weer op uit te trekken.






zaterdag 24 maart 2012

Zomer en winter in het Lauwersmeer

Zoutkamper Ril, Lauwersmeer
Een zacht maarts zonnetje strijkt over het koude rietland van het Lauwersmeer, Verheugd spreiden de eerste bloemen van Klein Hoefblad zich wijd open. In de luwte loopt de temperatuur op naar een zomers gevoel. Onverwacht verduistert de kim, een dichte zeemist strekt zijn klamme vingers uit naar een groep Groningse vogelaars. Klappertandend blijkt dat zomer en winter elkaar vandaag ontmoeten.








Vandaag is het niet alleen een ontmoeting van seizoenen. Wintergasten en zomergasten mengen zich door elkaar alsof ze nooit anders gedaan hebben. Enorme groepen overwinterende brand- en rotganzen maken nog een laatste pitstop alvorens afscheid te nemen van de lage landen. Af en toe vliegen enkele net aangekomen Kluten en Wulpen mee, niet goed wetend of ze hier zullen gaan broeden of toch maar doortrekken langs de kust. Honderden grutto's lijken bijna blij rond te stappen in het ondiepe water van de Ezumakeeg. Uitgehongerd storten ze zich op een voorjaarsmaal van slijkgarnaaltjes.

Brandganzen
 Op de Waddendijk zitten tussen de grazende Zwartbuikrotganzen twee bijzondere vogels. Het zijn Witbuikrotganzen uit Spitsbergen of Groenland die zich aangesloten hebben bij hun Russische verwanten. Nog een maand en dan moeten ze beslissen of ze beginnen aan hun lange zeereis terug naar hun broedgebieden of dat ze zich aansluiten bij de landrotten van de Siberische toendra.

Witbuik en Zwartbuikrotgans samen grazend
Zwartbuikrotgans

Zwartbuikrotgans
Baardmannetjes lijken zich geen raad te weten met alle drukte in het rietland. Mogelijk meer dan tien fladderen van links naar rechts en weer terug bij het Roodkeelpieperplasje tegenover het Jaap Deensgat en laten zich nauwelijks fotograferen. Onderweg ontmoeten ze overal zingende Rietgorzen. Vrouwtjes en mannetjes proberen elkaar af te troeven wie het hardst kan roepen. Blauwborstjes zijn net aangekomen maar weten nu al dat ze toch niet op kunnen tegen het verbale geweld van de Rietgorzen. Nog even en dan zijn ook de Rietzangers en de Kleine Karekieten weer terug.

Rietgors, vrouwtje

Zomer en winter in het Lauwersmeer is ook een ontmoeting tussen de aankomende Zomertaling en de vertrekkende Wintertaling. Keurig gescheiden door een vogelkijkhut en ruim honderd meter open water wordt duidelijk gemaakt dat ze niet bij elkaar horen. Het wat volkse gedrag van de Wintertaling steekt  schril af tegen de gedistingeerde etiquette van de Zomertaling. Geen grote groepen die luidruchtig roepend over het water zwerven maar gewoon zes eendjes samen grondelend, af en toe even buigend naar elkaar en vervolgens weer genietend van een delicaat hapje.

Zomertaling

Wintertaling

Nationaal Park Lauwersmeer is zomer en winter niet alleen een bijzondere attractie voor vogels en vogelaars. Na de afsluiting van de Lauwerszee op 25 mei 1969 hebben wind en water, planten en dieren maar ook mensen met elkaar een uniek natuurgebied gecreëerd. KNNV Groningen heeft er vandaag opnieuw een topdag beleeft.

(meer over het Lauwersmeer? Zie "Lauwersmeer, grazige weiden onder en boven water" (12 maart 2011); "Drukke vogeldag rond het Lauwersmeer"(26 maart 2011); "Lauwersmeer, natuurschoon in augustus" (28 augustus 2011) en "Narcissus in het Lauwersmeer" (15 januari 2012).


vrijdag 23 maart 2012

Blauw, de kleur van de liefde?

Heikikkers, Siepelveen, Zeegse
Ruim honderd jaar geleden sprak een Victoriaanse heer in kleuren. Zijn pochet, het zakdoekje in zijn borstzakje, werd zorgvuldig gekozen. Waar woorden tekort schoten of niet gebruikt konden worden was een blik op dit ornament voldoende om zijn bedoelingen te begrijpen.

De heren Heikikkers in het Siepelveen bij Zeegse hebben op deze warme voorjaarsdag massaal voor blauw gekozen. Geen pochet maar geheel gehuld in leisteenkleurig grijsblauw. De zwarte ogen met goud omzoomd kijken starend over het water. Zodra een bruine dame achter een graspriet tevoorschijn komt begint het water te bruisen. Als op een magneet gericht schieten bronstige mannen door het water. Van opwinding opspringend en voortdurend "klokkend" om haar aandacht op zijn geweldige lijf te richten. De zwoele voorjaarslucht wordt vol van deze bijzondere geluiden, wat vochtig maar overal goed hoorbaar. Is het doel bereikt en alle concurrenten verslagen dan krijgt hij de hoofdprijs. Terwijl zij honderden eitjes uit haar afgebeulde lijf perst mag hij de toekomst van haar nageslacht verzekeren. Zijn genen worden doorgegeven, zijn zonen zullen volgend jaar misschien nog blauwer zijn.
Heikikker, man

Heikikker, rustig "kwakend"

Heikikker, als een krokodil over het water turend

Heikikker, dame

Heikikker, een kille ontmoeting

Heikikker op de uitkijk

Heikikker, de nieuwe generatie
Ondertussen blijkt dat het ook anders kan. Stil, wat loom uitgestrekt glijdt een Pad in beeld. Bruin, wrattig als altijd. Geen geklok als geluid maar een laag gebrom blijkt ook goed te werken. Dame Pad geniet er van en wordt als beloning stevig omhelsd.
Pad

Pad in amplexus, man en vrouw
Heikikkers, bruine kikkers en padden, met dit mooie weer is het genieten voor mens en natuur.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...