maandag 30 april 2012

Drents-Friese Wold op Koninginnedag

Ganzenpoel, Drents-Friese Wold
Koninginnedag 2012. Halverwege de ochtend is het Drents-Friese Woud nog steeds alleen voor de bloemen,  insecten en vooral vogels. Terwijl de eerste Koekoek van 2012 roept zijn twee bonte vliegenvangers met een nostalgische spelletje bezig: het hardst om een boom vliegen, wie wint krijgt het territorium en mag verder zingen. Een paartje Boomvalken geniet van elkaar maar weten dat er binnenkort weer werk aan de winkel is. Grasmussen zingen maar moeten nog wat wennen aan de nieuwe omgeving na hun Afrikaanse avonturen en blijven verborgen in de braamstruiken
.
Noordse witsnuitlibel, vrouwtje

Noordse witsnuitlibel, vrouwtje

Bij de Ganzenpoel is het damesdag. Noordse witsnuitlibellen zweven als elfjes boven het veenmos of hangen dromerig aan een spriet Pijpenstro. De geel-gevlekte dames moeten het vandaag zonder de rood-gestippelde heren stellen. Of zitten ze zo goed verborgen dat een tweebenige landrot ze gewoon niet kan vinden?

Zweefvliegen samen aan tafel, links Meliscaeva cinctella. onder Syrphus torvus, rechts niet gedetermineerd

Koninginnendag wordt elk jaar opgevrolijkt met miljoenen Paardenbloemen. Niet alleen als stoffering van het landschap maar ook als feestdis voor Zweefvliegen. Iedereen is welkom en mag meeslobberen. Op één bloem zaten zelfs drie soorten rustig bij elkaar, wel elk aan een kant en buiten poot- of vleugelbereik.Wat een verschil met bijen en hommels die vaak met veel misbaar elke bloem voor zich zelf opeisen.

Zandhoornbloem, Wateren

Veldereprijs, Wateren

Grote waterranonkel, Vledder Aa

Voorjaarsboeketten in het Drents-Friese Wold zijn voor fijnproevers. Alleen langs de "Oude Willem" staan bonte tulpen, verder is het vooral kleine juweeltjes in het gras. In de berm bij Wateren bijvoorbeeld, blauw en wit in miniatuur formaat. Zandhoornbloem als witte sterretjes en Veldereprijs als spatjes blauwe inkt in het frsse groen. Langs het fietspad bij de Ganzenpoel is het een blauwe Vleugeltjesbloem die graag opvalt op Koninginnedag, veel meer kleur is er niet te bekennen. Pilzegge is groen, de laatste bloemen van Veenpluis staan er wat mistroostig bij en Veenbies begint net op gang te komen. In de afgedamde Vledder Aa is het iets uitbundiger maar even teer: Grote Waterranonkel biedt hier een boeket aan. Ragfijne onderwaterblaadjes, wat meer gezette drijfbladen en vooral een massa wit-gele bloemen.

Drents-Friese Wold, steeds weer verrassend. Zie ook mijn vorige blog over dit gebied: "Drents-Friese Wold voor klein en groot" en "Drents-Friese Wold - bijzondere paddenstoelen op Berkenheuvel"

zondag 29 april 2012

Muizenissen in het Annerveense moeras

Annerveensche Moeras
Bijna mei en het voelt aan als half maart. Toch is het echt voorjaar in het Annerveensche Moeras. Grutto's roepen, Kieviten buitelen en Wulpen vliegen heen en weer. Een laatste Groenpootruiter stapt wat verloren rond terwijl de Kleine Plevier alweer denkt aan broeden op het strandje.









Annerveensche Moeras, Grutto en Kleine Plevier

Laag bij de grond zijn het vooral muizenissen die om aandacht vragen. Letterlijk elk stukje kale, open getrapte veengrond is begroeid met Muizenstaart. Onze meest bizarre boterbloem met een minieme bloem die vooral bestaat uit een parmantig opgericht vruchtbeginsel met wel 100 stampers. Een paar draadvormige blaadjes zorgen voor de noodzakelijke fotosynthese. Alles bij elkaar niet meer dan vijf centimeter hoog!

Muizenstaart, vegetatie

Muizenstaart

Muizenstaart, bloem

Tussen deze Muizenstaarten staat een nog kleiner plantje: Bronkruid. Feitelijk onze enige inheemse Postelein. Beide Winterposteleinen zijn exoten maar wel veel groter. Het bloempje van Bronkruid gaat nooit helemaal open en is ongeveer drie millimeter in doorsnede. Vochtige, wat verslempte bodems zijn favoriet.

Bronkruid

Terwijl de mens zich met enig gesteun weer op zijn normale niveau begeeft wordt de aandacht getrokken door zwart gewemel rond het Fluitenkruid. Voor Rouwvliegen is het nu hoogseizoen. Overal zijn de zwarte, dicht behaarde vliegen te zien. Soms zittend maar vaak in slow motion dansend, stil, zonder muziek en toch altijd in de maat. Ingetogen blij dat ze hun slikkige bestaan als larf verlaten hebben. De mannen hebben doorschijnende vleugels, de dames donkere. Ze worden ook wel Maartse vliegen genoemd omdat ze rond de naamdag van St. Marcus, ook wel Martius genoemd, (25 april) verschijnen.

Fluitenkruid met Rouwvliegen

Rouwvlieg, man

Het Annerveensche Moeras is te vinden bij Spijkerboor in het oerstroomdal van wat eens een machtige gletsjerrivier was, de Hunze. Recht getrokken in de vorige eeuw maar nu op enkele plaatsen weer kronkelend door een groot moeras. Bever en IJsvogel zijn weer teruggekeerd en de Muizenstaarten komen er voor dankzij het rondstappende jongvee.

vrijdag 27 april 2012

Jong leven

De temperaturen gaan omhoog en de natuur bruist van nieuw leven. Groen of geveerd, overal wordt gewerkt aan de toekomst. Vaak vertederend maar soms mooi van lelijkheid. Fiets eens mee op deze voorjaarsdag, vanaf de Harense Hortus naar het statige landgoed Vennebroek in Paterswolde.
Jonge Meerkoeten onder moeders vleugels

Jonge meerkoeten, even de benen strekken

Twee dagen geleden waren ze nog opgesloten in een blauwgrijze dop en nu zijn ze al in staat om te zwemmen. Voorzien van een knalrode kop en pluishaar en vooral altijd hongerig. Deze jonge meerkoeten zagen de eerste zonnestralen op een nest in de Harense Hortus. Bij de plaats keuze hebben de ouders rekening gehouden met kraamvisite. Natte voeten zijn niet nodig, hun woning ligt op minder dan een meter van de betonnen oever. Gewoon op de rand zitten en genieten van het jonge leven.

Jonge meerkoet, voedertijd

Meerkoet, even tijd voor reparatie van het nest

Op het menu staan vandaag bladstelen van Kikkerbeet. Keurig voorgesneden door vaders snavel, sappig en makkelijk te verteren. Tijd om de stelen op te duiken is er nauwelijks, voortdurend wordt er geschreeuwd om meer. En wordt je moe? Dan is er altijd de gezamenlijke slaapkamer, toegedekt door de veren van één van je ouders.

Gekraagde Roodstaart, bijna onbereikbaar voor een 500 mm telelens

In Vennebroek zag beheerder Natuurmonumenten afgelopen week de bijna tropisch uitgedoste Gekraagde Roodstaart weer terugkomen. Duidelijk al helemaal in de stemming voor jong leven wordt er fanatiek gezongen in de allerhoogste bomen. Voor de fotograaf een uitdaging die met een 500 mm telelens eigenlijk niet te doen is.

Boomklever, met uitwerpselen van zijn jong

Boomklever, even veren schudden en dan weer op jacht

Voor de Boomklevers is de tijd van zingen voorlopig even voorbij. Er moet keihard gewerkt worden om de jongen te voeren. Met een tussenpoos van slechts enkele minuten vliegen pa en ma heen en weer tussen nestholte en jachtgronden. Geen insectenlarf is veilig, alles gaat naar binnen. En in de natuur betekent dat het er ook eens weer uit komt. Keurig verpakt wordt het meegegeven aan de ouders en buiten het nest teruggegeven aan het bos.

Jong leven, afgelopen week liet blogger Ubel Medema ons al genieten van het frisse groen. En meer zien van deze grappige meerkoeten? Kijk dan eens op Helma's Natuurfoto's of "De wereld door mijn lenzen".




dinsdag 24 april 2012

Deining om de Witte Kievitsbloem

Kievitsbloem, witte variant
"Met uitsterven bedreigd"; "De laatste witte kievitsbloemen"; "Laatste bloemen ter wereld". Met deze krantenkoppen wordt vandaag het drama rond de Kievitsbloem in de polder Oosterland aan de Meerweg, Haren, wereldkundig gemaakt. Na honderden jaren lijkt het doek definitief gevallen voor de laatste Kievitsbloemen in het stroomdal van de Drentsche Aa.

Het was in 1898 dat er voor het eerst geschreven werd over deze bijzondere lelie. In de Levende Natuur schrijft de heer Mulder dat er bij het Hoornsche Diep, tussen Groningen en Haren wilde Kievitsbloemen bloeien. De heer Fiet uit Haren voegt er nog aan toe "“Die de kievitsbloemen te Haren wil zoeken, neme de wandeling van Haren naar Paterswolde en bij de brug, die over 't Hoornschediep ligt, vindt hij ze in menigte”. Kinderen plukten grote boeketten en tientallen jaren was deze vindplaats geliefd excursiedoel voor de Natuurhistorische Vereniging in Groningen. Opvallend was toen al dat deze Groningse kievitsbloemen bijna allemaal wit waren en er slechts enkele paarse-gevlekte voorkwamen. Europees gezien is dat eigenlijk altijd andersom, de witte worden wel veel gekweekt maar op zijn natuurlijke groeiplaats, uiterwaarden van rivieren, wordt de witte variant maar zelden gevonden.

Kievitsbloem, rood-gevlekte variant, niet in Oosterland, wel algemeen in het IJsseldal bij Hasselt

Ondanks de dikke kleilaag op het veen van de polder verdroogt het gebied na de oorlog steeds verder. Winterse overstromingen met mineraalrijk Drents water konden de polder niet meer bereiken doordat de Oude Aa letterlijk geamputeerd werd van zijn moederstroom. Opborrelend, ijzerrijk kwelwater werd door het Groningse waterleidingbedrijf weggepompt om te dienen als drinkwater. Zuur water uit het Friesche Veen houdt de polder nat maar hier zat de Kievitsbloem niet op te wachten. De veel voorkomende paars-gevlekte vorm is inmiddels uitgestorven in de polder Oosterland. De witte komt er nog voor maar elk jaar worden er minder bloeiende planten geteld. Van de witte overvloed zijn in 2012 slechts 15 exemplaren over.

Witte Kievitsbloem, Oosterland (foto Jacob de Bruin, Natuurmonumenten)

Witte Kievitsbloem, Oosterland (foto Jacob de Bruin, Natuurmonumenten)

Inmiddels is de Oude Aa weer aangesloten op de Drentsche Aa en leven brengend water zou de laatste Witte Kievitsbloemen in de wintermaanden kunnen bereiken. Als ook de grondwaterstand omhoog gebracht zou kunnen worden, de kwelstromen weer op gang komen en het zure veenwater niet langer de polder zou bereiken zou er nog een laatste kans zijn voor de zeldzame Witte Kievitsbloem. Wat echter nog ontbreekt is overeenstemming tussen natuurbeheerders en eigenaren / gebruikers.

Deining om de Kievitsbloem laat weer eens zien dat in Nederland nog steeds soorten kunnen uitsterven doordat de gulden middenweg tussen natuur en economie niet gevonden wordt.

Informatie:
Floron Nieuwsbrief 2004
Natuurvisie Lappenvoort - Oosterland 2008 (Natuurmonumenten)
De laatste witte kievitsbloem (Nationaal Park Drentsche Aa)
Harener Weekblad 24 april 2012

En luister naar Alje Zandt, voorlichter Natuurmonumenten op RTV Drenthe / YouTube.

maandag 23 april 2012

Lauwersmeer in bonte voorjaarstooi

Lauwersmeer
Donkere wolken pakken zich samen boven de witte sluizen en de wilgenbosjes van het Lauwersmeer. Laatste zonnestralen geven een onverwacht kleurenspektakel in het natte landschap. Contrasten verscherpen, kleuren verdiepen. Toeristen en vogelspotters zitten bijna allemaal thuis maar onder deze dreigende wolken blijkt een bijzondere voorjaarstooi verscholen te liggen. met o.a. een een guirlande van Dotterbloemen langs het gele riet van de Zoutkamperril.

Op de donkere slikplaten pronken duizenden vogels  met nieuwe veren of een bijzondere opsmuk. Wij mogen meekijken maar weten dat deze show niet voor ons bedoeld is. Eerst komen vijf lepelaars het toneel op. Dicht tegen de coulissen aangedrukt en zo ver mogelijk van het publiek verwijderd. Op hun witte borstveren hebben ze een grote, gele halve maan getekend. Objectief gezien niet meer dan een forse vetvlek maar voor hun mooier dan een diamanten halssnoer.

Kemphaan, hen

Kemphaan

Kemphaan

Dan verschijnt een grote groep van laagvliegende, dwarrelende vogels. Onrustig fouragerend en rusteloos. Het zijn Kemphanen op weg naar hun broedgebieden in Scandinavië. De hennen in een bruin gestippeld kostuum, de hanen allen verschillend. Zwarte koppen, witte koppen, oranje, chocolade bruin en alle kleuren die daartussen mogelijk zijn. Zorgvuldig worden de veren dicht tegen het lijf gehouden, nu is het zaak om nog even de groep samen te houden. Straks in de arena mogen alle remmen los en kunnen de hennen hun keus gaan maken.

Tureluur

Kleine plevier

Wintertaling


Brandganzen

Tussen dit bont gewemel lopen statige zwart-witte Kluten maar ook kleinere Bonte Strandlopersen een enkele Tureluur met knaloranje poten. Een Kleine Plevier vraagt om aandacht met een geel geringd oog. Af en toe even bijdraaiend maar voortdurend kijkend naar de lens om eens goed te benadrukken dat hij wel klein maar toch wel de moeite waard is. Met groene accenten getekende Wintertalingen slobberen rustig door, keurig in paartjes genieten ze van de dagelijkse kost. Zelfs de lucht is gevuld met duizenden Brandganzen, af en toe even landend voor een Lauwers snack en dan weer haastig verder naar het nu nog ijzige noorden.

Rouwkwikstaart

Op een paaltje kijkt een Rouwkwikstaart wat verwondert naar dit bijzondere gebied, hij lijkt te twijfelen, zal  hij blijven of toch maar doortrekken? Voor ons blijft het elke dag weer genieten in dit bijzondere Nationaal Park Lauwersmeer waar Staatsbosbeheer steeds weer nieuwe gasten welkom mag heten.








zaterdag 21 april 2012

Nederland zoemt, deel 2

Boshommel
Eind april, Nederland kleurt geel van de Paardenbloemen. En dat betekent een feestmaal voor bijen en hommels. Zes pootjes bijna gestrekt, een dromerige blik in de duizenden facetoogjes en genieten maar. Bloemen zijn er blij mee want wat ze ook opeten, er blijft altijd voldoende stuifmeel over om bij een volgende Paardenbloem wat achter te laten voor de bevruchting. Voor de gevleugelde zoemers wordt de overdaad bijna te veel. Met een flinke dosis agressie storten ze zich op elke bloem. Voor een Akkerhommel is het formaat al voldoende om alle andere bijen te laten opvliegen. Iets kleinere soorten als de Viltvlekzandbij doen het wat minder subtiel. Met een plof laten ze zich op de bloem vallen, draaien een paar keer flink rond en hebben dan het rijk alleen.

Viltvlekzandbij

Akkerhommel

Ga eens zitten op een stoeprand naast een gazon met Paardenbloemen. Bij voorkeur lekker beschut en niet al te vaak gemaaid. Dan blijkt plotseling dat er veel meer gebeurd dan alleen maar schransen. Dames zandbijen proberen zo veel mogelijk stuifmeel per bezoek mee te slepen voor de komende jongen. Heren blijven na de maaltijd lekker uitbuiken. Op een gegeven moment dringt dan ook bij hun de realiteit weer door en vertrekken ze voor een korte rondvlucht langs interessante holletjes. Vaak stoten ze hun voelsprieten maar soms hebben ze geluk en heeft de gastvrouw zin in een vluggertje.

Grijze zandbij, man

Grijze Zandbij, vrouwtje
Grijze zandbij, woning in het gazon


Grijze Zandbij, vrouwtje met stuifmeel

Af en toe moet er wel even gerust worden. Bij voorkeur op een stil plekje, onderin de vegetatie. Hangend aan een grassprietje en nog steeds geel van het stuifmeel hangt een Roodgatje, een klein zandbijtje die meestal op Wilgen vliegt maar vandaag in een ander restaurant beland is.

Roodgatje, man

Naast de grote soorten zijn op Paardenbloemen ook lilliputters te vinden. Dwergzandbijtjes die bijna lijken te verdwalen in de doolhof van lintbloemen. Hun wereld lijkt op Alice in Wonderland, reusachtig en overdonderend als er weer eens een Weidehommel op hun bloem neerstrijkt. Zelf zijn ze niet groter dan de voorpoot van de hommel en voor ze het weten worden ze onder de voet gelopen.

Dwergzandbij

Mannetjes van de Roodharige Wespbij gebruiken de Paardenbloemen ook als dating site. Thuisbezoek bij dames is hier onmogelijk, direct na hun geboorte worden wespbijen dakloos. Ze hebben ontdekt dat een woning bouwen voor hun kroost veel beter overgelaten kan worden aan het echte werkvolk. Als alles klaar is en de voorraadkast gevuld volgt een snelle inbraak, het ei van de zandbij wordt opgegeten en hun eigen ei blijft achter.

Roodharige Wespbij, man




Paardenbloemen, zo gewoon voor ons en zo belangrijk voor bijen. In Nederland zoemt, deel 1, heb ik links gegeven naar o.a. de site van Jaar van de Bij 2012 en vorige blogs over wilde bijen. "Groningen zoemt" heeft sinds kort ook een eigen Facebookpagina.




maandag 16 april 2012

Drentsche Aa verroest

Speenkruid
Roest in de Drentsche Aa, van levensbelang voor de bijzondere natuur van de graslanden. Diep en ijzerrijk grondwater wat juist in dit rivierdal boven de grond komt en zorgt voor een eigen microwereldje. Maar vanaf het vroege voorjaar zijn er ook andere Roesten te vinden. Geschreven met een hoofdletter en zeer levendig. Roest als schimmel op allerlei planten en levend tussen bladcellen of in een bladsteel. Alleen zichtbaar als de plant heftig reageert met het vormen van gallen of als er sporen geproduceerd worden. Dan komen ze naar buiten en vormen allerlei structuren afhankelijk van de fase waarin hun leven zich bevindt.
Speenkruidroest

Boterbloem-Grassenroest of Speenkruid-Zuringroest op Speenkruid

Grassenroest in de zomer

Meest algemeen zijn twee soorten Roest op Speenkruid. Van boven af zichtbaar als lichte vlekjes maar aan de onderkant van het blad en ook op de stengel is er meer te zien. De oranje kraters behoren bij twee soorten Roest met elk een andere gastheer in de zomer. De eerste is de Boterbloem-Grassenroest, de tweede is de Speenkruid-Zuringroest (zie ook Natuurbericht 2011. In deze mooi gekleurde structuren worden zgn. aeciosporen gevormd, sporen die ontstaan na versmelting met een ander type spore en vervolgens door de wind naar een nieuwe gastheer gebracht worden. Op allerlei grassen worden vervolgens oranje zomersporen (uredosporen) gevormd.
Wat minder algemeen zijn de donkerbruine, korrelige sporen van Speenkruidroest. Geen generatiewisseling of zomerfeestje bij iemand anders. Hier worden zgn.teleutosporen gevormd die met een dikke mantel meteen beginnen aan tien maanden overwinteren. Pas in 2013 zullen ze uitlopen en op zoek moeten naar een nieuw kiemplantje van Speenkruid.
Muskuskruid

Muskuskruidroest

Muskuskruid is veel onbekender. Klein, teer en maar enkele weken boven de grond. Met zijn groene miniatuur bloempjes en natte standplaats onder elzen wordt het plantje maar weinig gezien. Vroeger eenzaam opgesloten in zijn eigen plantenfamilie maar na een zorgvuldige studie nu in gezelschap van Vlier en Gelderse Roos. Vaak wordt Muskuskruid flink geïnfecteerd door Muskuskruidroest, soms zelfs zo erg dat de plant achterblijft in de groei, verbleekt en niet meer kan bloeien. Deze roest vormt aan de onderkant van het blad chocoladebruine tot bijna zwarte hardwandige overwinteringssporen (teleutosporen).

Drentsche Aa verroest, een bijzonder natuurverschijnsel.

(voor meer informatie zie Teliomyceten: Roesten en Branden)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...