woensdag 27 februari 2013

Krotwoningen

Essenbloesemmijt (Aceria fraxinivora) op Es
Krimp, leegstand, crisis op de woningmarkt, onverkoopbaar...Woorden die dagelijks in de krant verschijnen. Maar ook in de natuur is er volop leegstand. Onverkoopbare woningen, verlaten nesten, alles lijkt een beter heenkomen te zoeken.

Krotwoningen, vorig jaar nog sprankelend nieuw en nu al vervallen. Opgebouwd als nijvere huisvlijt na een stimulerende injectie. Vervolgens kortstondig gebruikt als kinderkamer en nu aan de elementen overgelaten.

Dit bericht werd geïnspireerd door een mededeling van IVN Zuidlaren, een buitengewoon actieve en creatieve vereniging. Voor komend jaar wordt een cursus gallen gepland. Zelfs in de kale winterperiode zijn deze tijdelijke onderkomens van insecten, mijten of zelfs schimmels terug te vinden. Zoals deze Es, even buiten Bad Nieuweschans. Bij het passeren lijkt het wel een vergeten Kerstboom, dichterbij blijkt de boom stampvol te hangen met knoestige bolletjes. De Essenbloesemmijt heeft hier een feestmaal aangericht voor zijn kroost. Even bijten en de jonge bloemknopjes groeien uit tot een bizar gevormd huisje. Uitstekend geschikt voor jonge mijtjes maar ook voor hun latere nakomelingen.Overwinteren doen ze elders. Weggedoken in bastspleten wachten ze op het voorjaar.

Aardappelgalwesp (Biorhiza pallida) op Zomereik

Colanootgalwesp (Andricus lignicollis)

Knikkergalwesp (Andricus kollari) op Zomereik

Aardappel- en Knikkergalwespen zetten elke eikenknop aan tot ongekende creativiteit. Ook hier is het even steken en de knop doet het verdere werk. Bij de eerste soort leidt de allergische reactie tot een wat vormeloze aardappel waar ruimte is voor een groot aantal kinderkamers. Knikkergalwespen kiezen voor wat meer perfectie. Een kogelrond balletje is voor hun de ideale vorm. En bij voorkeur ook nog eens twee knikkers in twee tegenoverstaande knoppen. Tussen deze twee opties hangt de Colanootgalwesp. Geen vormeloze bal en geen knikker maar meer een pokdalige globe als gevangenis voor de jonge wespjes. Alles is nu verlaten, de kinderen zijn de wijde wereld ingetrokken. Zij zullen op hun beurt geen eiken aanzetten tot  vormen van aardappelen, knikkers of colanoten, dat laten ze over aan hun eigen kroost. De Aardappelgalwesp kruipt in de grond en steekt daar de kleinste eikenworteltjes aan. De beide andere moeten eerst op zoek naar een zeldzame Moseik waar ze knoppen aanzetten tot galvorming.

Wilgenroosjesgalmug (Rabdophaga rosaria) op Wilg

Rietloopmijt (Stenotarsonemus phragmitides ) op Riet
Wilgenroosjes in de winter. Niet omlaag kijken maar omhoog, de boom in. Ook hier zijn het de knoppen die niet hebben kunnen doen waarvoor ze bedoeld waren. Uitgroeien tot blad en twijg zat er niet meer in na een aanval van de Wilgenroosjesgalmug. Wat lager in de vegetatie kan uitgekeken worden naar de zomerwoningen van de Rietloopmijt. Geen keurige gal maar meer een sterk verkorte en in elkaar gedraaide stengel. Voor Riet een manier om er voor te zorgen dat die vervelende zuigers opgesloten worden, voor de mijten een perfecte schuilplaats tegen hapgrage rovers.

Sigaargalvlieg (Lipara lucens) op Riet

Distelgalboorvlieg (Urophora cardui) op Akkerdistel

Niet alle gal-woningen staan leeg in de winter. Stil, weggedoken wachten er popjes op het moment dat de natuur weer gaat bruisen. Dan kruipen ze uit hun wieg, gaan op de vleugels op zoek naar een partner. Sigaargalvliegen en Distelgalboorvliegen zijn hier mooie voorbeelden van. Neem ze eens mee, zet ze in een potje en wacht tot ze uitkomen. Wees niet teleurgesteld als er geen vliegjes uitkomen maar wespjes. Als parasiet zijn ze hun leven begonnen. Groot geworden op een heerlijk dikke larf en nu klaar om de wijde wereld in te trekken.

Hazelaargalmug (Contarinia coryli)

Totaal anders gaat het toe bij de Springende Hazelaargalmug. Alleen in de wintermaanden zijn hun woningen te vinden. Uitgroeiende hazelaarkatjes blijken plots voorzien van jong grut. Schubjes groeien uit en het katje zwelt op om er vooral voor te zorgen dat ze met hun witte, springende lijfjes niet nog meer schade aanrichten.

Gallen zijn het jaar rond te vinden. De meesten vanaf het voorjaar tot ver in de herfst. Maar kijk ook eens in de winter naar deze bijzondere samenleving van plant en dier.

donderdag 21 februari 2013

Kraaiencafé "The Birds"



Kraaiencafé "The Birds"
Van alle kanten rollen duistere wolken over Haren. Wat begint met een enkel stipje aan een wolkeloze hemel groeit uit tot een golvende zwarte deken die elke zonnestraal lijkt te verstikken. Eerst stil maar al snel begeleid door een angstaanjagend gekrijs uit de diepste hellekrochten.
In het digitale Harener Weekblad van 9 februari schreef ik dit bericht over de massale slaaptrek van kraaien. Elke dag komen ze terug, eerst tientallen, dan honderden en vervolgens duizenden zwart gevederde vogels. Dat ze de aandacht trekken blijkt wel uit een dringend verzoek van mijn gewaardeerde overbuurvrouw om er toch ook in mijn blog eens aandacht aan te geven.
Beleef het eens mee en klik op het plaatje voor een YouTube filmpje van dit spectaculaire fenomeen.
Miniatuur
YouTube filmpje "Kraaienslaaptrek Haren"

Velen zullen zich de bizarre film “The Birds” van Alfred Hitchcock (1963) herinneren. Melanie Daniels beleefd een angstig avontuur met een agressieve meeuw en wordt later aangevallen door letterlijk duizenden vogels. Vooral de pikzwarte kraaien maakten diepe indruk op de kijkers. In werkelijkheid zijn deze vogels alleen onvriendelijk als je wat te dicht bij hun broedplaatsen komt.
Roeken en kauwtjes dwarrelen door elkaar

Juist in de winterperiode kiezen allerlei vogels voor gezamenlijk slapen. Gezellig met soms duizenden in enkele bomen maar wel keurig op snavelafstand van elkaar. Uilen en marters krijgen zo geen kans om onverhoeds toe te slaan. Meeuwen en ganzen trekken aan het eind van elke dag in een rechte lijn naar open water en keren pas de volgende ochtend weer terug om voedsel te zoeken. Spreeuwen sluiten de dag af met een staaltje luchtacrobatiek alvorens in de bomen neer te strijken. Steeds grotere wolken lijken op commando rond te draaien, duikvluchten uit te voeren of verticaal op te stijgen.
Zweven en buitelen in het laatste daglicht
Terwijl sores rond het zwembad en een winkelcentrum al voldoende hoofdpijn geven wordt Harenn ook nog eens elke winterdag verduisterd door een bijna hemelse armada. Wat begint met enkele Kauwtjes zwelt rond zonsondergang aan tot een legioen van duizenden vogels. Van alle kanten komen zwart gevederde vliegers aangevlogen. Roeken en Kauwtjes zijn in de meerderheid, daartussen zwerven enkele Zwarte Kraaien. Doelgericht lijken de vogels zich te concentreren op één punt: de lijnwerkplaats Onnen. Af en toe duiken honderden vogels wat eerder naar beneden. Rusten even uit of praten even bij in de eiken en populieren langs de Spoorstraat en achter de Remmingaweg. Ondertussen zwelt ook het geluid tot bijna oorverdovende proporties aan. Zelfs binnenshuis dringen de vogelstemmen door. Slechts een kwartier later valt een diepe stilte in, het is donker, de kraaien zijn neergestreken.
Rust in het kraaiencafé "The Birds"
Als de eerste zonnestralen voorzichtig boven de horizon uitkomen begint het spektakel opnieuw. Uit het Scharlakenbos en de bomen rond de lijnwerkplaats vertrekken ongeregelde groepjes in grote haast naar hun ontbijt. Tijd om gezamenlijk wat rond te hangen is er niet, er moet gegeten worden. Binnen tien minuten zijn de duistere wolken over Oosterhaar vergeten en hebben we weer tien uur rust totdat de zwarte armada terug komt.
(de titel van dit blogbericht is ontsproten aan de creativiteit van enkele kinderen, zonen van een biologe uit Groningen)

zondag 17 februari 2013

Natuur in blijde verwachting

Haren, winterse zonsopkomst
Half februari. Terwijl de winter zijn tanden zet in het laatste ijs is het prille voorjaar nabij. Onderhuids begint het te bruisen, de natuur is in blijde verwachting van wat komen gaat.
Berk, katjes

Berkenkatjes worden bevrijd uit een mantel van ijs. Diep gevroren hebben ze afgewacht tot het moment dat het tijd werd om uit te groeien. Pollenkorrels beginnen te rijpen, schubben groeien uit, een druipneus aan de punt van het katje.

Winterakoniet

Krokus
 Laag bij de grond strijden Winterakoniet, Sneeuwklokje en Krokus om de eer van de eerste bloemen terwijl hun mantel van sneeuw nog nauwelijks gesmolten is. In stilte hebben ze afgelopen maanden hun jaarlijkse krachttoer voorbereid. Nu is het nog een kwestie van celstrekking en het aanmaken van voldoende kleurstoffen om straks de eerste insecten de weg te kunnen wijzen.

Pimpelmees
Ondertussen wordt de aandacht afgeleid door een zacht gejodel. Kool- en pimpelmees bladeren door hun gezangenboek en proberen nieuwe strofes uit. Nog even en er moet uit volle borst gezongen worden. Voor een vast stelletje is dat allemaal niet zo nodig, zij heeft in de afgelopen winter al een prachtig blauw getekende stoere knaap gevonden. Samen hebben ze hun keus laten vallen op een mooie woning waar straks hun kroost geboren zal worden.

Sijsje, man
Sijsje, man

Sijsje, baltsend mannetje en vrouwtje
Sijsje, mannetje voert  vrouwtje
 Maar het grootste kabaal komt uit enkele elzenbomen. Sijsjes proberen zich vol te proppen terwijl er gezongen en gebaltst wordt. Zwart gekapte heren sloven zich uit voor de gestreepte dames. De winnaar mag de mooiste freule een pittig zaadje aanbieden. Voor hun is het er op of er onder. Ze voelen de temperatuur omhoog gaan en zien de zon steeds hoger komen. Er moet gegeten worden voor een lange reis. Daarna is het direct broeden en jongen groot brengen voordat de volgende Scandinavische winter in augustus weer in zal vallen.

Het voorjaar komt steeds dichterbij, de natuur staat er klaar voor.

zondag 3 februari 2013

Tweestromenland


Rolde, hunebedden
Zevenduizend jaar landschapsgeschiedenis, samengebald in een boek van pocket formaat. Dat is het tweestromenland ten noorden van Rolde. Tot 1973 was het een verhaal dat 7000 jaar geleden begon en waar geen eind aan leek te komen. Mens en natuur leefden er in harmonie, ruimte gevend aan traditionele boerenbedrijven, vakantievierders en zeldzame dieren en planten. Toen kwam echter de grote vooruitgang. Wat niet in de weg stond mocht blijven maar het landschap zou zich onderwerpen aan de moderne boer. Motorzagen maakten gillend een eind aan honderden jaren oude eiken, bulldozers dempten rivieren en sloopten houtwallen. Complete hoofdstukken van het Rolder landschapsboek werden uitgescheurd en verbrand. Ondanks een succesvolle tegenaanval van een ongekend groot volksleger blijven de open wonden en nauwelijks geheelde lidtekens tot op de dag van vandaag zichtbaar.

Balloo, hunebed

Rolde, gothische kerk in winterlicht

Volgens de Drentse encyclopedie werd de naam Rolde, geschreven als Rotlo (rood bos) voor het eerst vermeld in 1232. Toen was het een kleine boerennederzetting rond een romaanse kerk. Tweehonderd jaar later werd deze kerk vervangen door de huidige gothische kerk. In hoeverre deze mensen in directe lijn teruggingen tot de allereerste bewoners op de Rug van Rolde blijft gissen. Drie hunebedden, twee in Rolde en één ten noorden van Balloo, getuigen in stilte van een volk dat duizenden jaren langs zandruggen geleden naar het noorden trok. Dorpen werden gesticht, bos gerooid en eerste akkers aangelegd. Met twee hunebedden als begraafplaatsen op een steenworp afstand van het elkaar lijkt het bijna zeker dat de Rolder groep mogelijk uit tientallen families bestaan heeft.

Rolderdiep, niets rest meer van de oorspronkelijke rivier
Kleine zwanen, in formatie boven het Rolderdiep

Uitzicht over de es naar Loon en het Lonerdiep

Rolde ligt als een vooruitgeschoven post tussen twee rivieren. Aan de oostkant het Rolderdiep. Niets herinnert meer aan de kronkelende beek die in de zomer leek te slapen en 's winters zich herinnerde dat het eens een machtige gletsjerrivier geweest was. Naar het westen stuit de reiziger op het Lonerdiep en het Deurzerdiep. Landschapsherstel in de afgelopen decennia heeft dit gebied duidelijk goed gedaan. Het water heeft hier alle ruimte gekregen om te leven. Meanderend, in de winter van oever tot oever geheel gevuld, in de zomer rustig kabbelend terwijl blauwe beekjuffers naar hun spiegelbeeld kijken.

Ballooërveld

Kampsheide

Tegen het dorp ligt een zwarte schil landbouwgrond, daarboven begint de stille heide. Eens van levensbelang voor bemesting van de akkers. Plaggen werden gestoken, uitgelegd in de schapenstal en in het voorjaar met de mest door de zandgrond gemengd. De schapen zijn er nog als levende maaimachines, zij zorgen ervoor dat het Ballooërveld open blijft. Oostelijk van Balloo wordt de heide niet begraasd. Jeneverbessen hebben Kampsheide veranderd in een gevarieerd bos op stuifduinen en akkertjes uit de IJzertijd.

Schaapskudde Balloo, de eerste lammetjes van 2013

Tweestromenland Rolde, een prachtig decor voor een winterwandeling


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...