dinsdag 26 maart 2013

Mantingerveld, Rendieren, Giraffes en Varkens


Open Rendiermos (Cladonia portentosa), Mantingerveld
 In "Mantingerveld in maarts perspectief" werd al even gekeken naar Bekermossen, Heidestaartjes en Rendiermossen (Cladonia's). Verrassend mooi maar  vroeger ontzettend lastig om een beetje zicht op de verschillende soorten te krijgen. De oude KNNV tabel maakte graag gebruik van het woord "variabel" en overal moest er gedruppeld worden met min of meer agressieve chemicaliën. Sinds 2011 is er echter de "Veldgids Kortmossen van duin, heide en stuifzand", uitgegeven door BLWG ("de mossen en korstmossen werkgroep")  met een uitstekende Cladonia tabel. Tijd om deze dus maar eens uit te proberen en nog eens wat meer van deze bijzondere korstmossen aan mijn lezers te presenteren.

Gebogen Rendiermos (Cladonia arbuscula), Mantingerveld
Zelfs op de wat vergraste delen van het Mantingerveld is Open Rendiermos te vinden. Vroeger in een nauw verwant geslacht geplaatst maar nu herkend als een struikvormig Bekermos zonder bekers. Het is één van de weinige korstmossen waarvan bekend is dat ze gegeten worden door grote grazers. Rendieren ontbreken hier echter en rondzwervende reeën hebben meer interesse in grassen en lage kruiden. Nauw verwant is Gebogen Rendiermos met takjes die als het ware naar één kant gekamd zijn.

Girafje (Cladonia gracilis), Mantingerveld

Varkenspootje (Cladonia uncialis), Mantingerveld
Ook enkele andere soorten Cladonia's zijn vernoemd naar dieren. Girafje is één van de heidestaartjes met op de top enkele kleine vertakkingen. Vaak getooid met bruine of zwarte puntjes waar sporen gevormd worden. Varkenspootjes komen er ook voor. Wat bol opgeblazen en vaak aan de bovenzijde open takjes met toegespitste, bruin genagelde, teentjes. Ezelspootjes zijn wat witter en hebben geen gaatje in hun oksels. Het lukt echter niet om deze te vinden. Gevorkt Heidestaartje staat er wel, wat rommelig en van boven gezien lijkt het wel een verzameling omgevallen grijze sprietjes.

Rood Bekermos (Cladonia coccifera), Mantingerveld

Bruin Bekermos (Cladonia grayi), Mantingerveld

Rafelig Bekermos (Cladonia ramulosa), Mantingerveld

Plomp Bekermos (Cladonia borealis), Mantingerveld
"Echte" bekermossen zijn overal te vinden waar het stuivende zand wat langer vastgehouden wordt. Bruin en Rood Bekermos passeerden in het vorige bericht over dit bijzondere gebied al de revue. Plomp bekermos is wat minder opvallend. Grof gebouwd, dicht beschubd en voorzien van kleine rode puntjes (picnidiën) op de bekerrand). De bekers van Rafelig Bekermos lijken wel verknipt en vallen direct op met hun geelbruine knopjes (apotheciën). Veel minder opvallend, en ook nog eens veel zeldzamer, zijn de Stapelbekertjes. Letterlijk wat de naam al zegt, voorzien van bekertjes die uit de rand van een onderste bekertje ontspruiten. Slechts enkele centimeter hoog en alleen met goed zoeken te vinden.

Zomersneeuw (Cladonia foliacea), Mantingerveld
De meeste van deze korstmossen hebben aan hun basis kleine bladvormige schubjes. Niet altijd even royaal aanwezig maar bij Zomersneeuw zijn juist de bekers minder algemeen. Bij droogte krullen de diep ingesneden "blaadjes" om en dan blijkt de naam wel erg juist gekozen.

Al deze korstmossen zijn te vinden op het Mantingerveld. Van het pad af is nauwelijks nodig, even door de knieën bij een laag randje en ze zijn in volle glorie te vinden. Ga er ook eens naar kijken, verrassend mooi maar soms wel klein.

maandag 25 maart 2013

Appelbergen, klein maar fijn

Voorjaar 2013. De kalender zegt dat het 21 maart is maar het is stervenskoud op de heide van Appèlbergen , oostelijk van Glimmen. De snijdende wind noopt elke natuurgenieter om zich kruipend voort te bewegen. En dat blijkt verrassend mooi, laag bij de grond is zelfs nu ontzettend veel te zien.


Gewoon Haarmos, Appèlbergen

Met de voetjes in het venige water groeit een sparrenbos van Gewoon Haarmos. Tien centimeter hoog maar voor een plat weggedoken fotograaf lijkt het heel wat. De dikke, en van lamellen voorziene, blaadjes zorgen er voor dat de plantjes zuinig met het rijkelijk aanwezige water kunnen omgaan. Ideaal in dit klimaat waarin alles trager verloopt maar de wind wel alles uitdroogt.

Turflucifer, Cladonia incrassata; Appèlbergen

Bruin bekermos, Cladonia grayi; Appèlbergen

Hoger en droger staan Turflucifers te pronken voor wie het wil zien. Minuscule rode stipjes op een centimeter lange steeltjes. Op mensenhoogte vrijwel onzichtbaar en alleen kruipend te vinden. De grijze kleur verraad direct dat het hier gaat om korstmosjes. Geen plantjes maar een schimmel die een innig huwelijk gesloten heeft met een wiertje. In de rode kopjes (apotheciën) worden sporen gevormd. Direct ernaast staat Bruin Bekermos. Grof, groot en met bruine kopjes geheel anders dan Turflucifer maar wel behorende tot hetzelfde geslacht Cladonia.

Viertandmos, Tetraphis pellucida met broedbekers; Appèlbergen

Vierandmos, Tetraphis pellucida

Neptunusmos, Lepidozia reptans

Iets verder ligt een rottend stuk hout. Lichtgroene bakjes broedkorrels van Viertandmos wachten op regendruppels om aan hun reis naar een nieuwe groeiplaats te beginnen. Daartussen vlecht zich een dicht matje van donkergroene draadjes. Pas met loep en microscoop wordt het duidelijk dat het hier gaat om Neptunusmos en geen groenwier. Mooie, drietoppige blaadjes sieren ragfijne stengeltjes. Keurig tweerijig ingeplant en zonder nerf zoals elk leerboek over levermossen leert.

Een wereld gaat er voor je open als je nu eens niet vanaf normale ooghoogte rondkijkt.



zondag 24 maart 2013

Aalscholvers actief


Aalscholver, Wieden

Boswachter Tjeerd van der Meer
Op een steenkoude voorjaarsdag varen we met boswachter Tjeerd van der Meer naar de grote aalscholverkolonie in Nationaal Park Wieden en Weerribben. Gehuld in Natuurmonumenten groen wijst hij op reeën en grauwe ganzen die als enige de gierende oostenwind trotseren. Ondertussen bevriezen opspattende golven tot klonten ijs aan de overhangende elzentakken.

In de vorige eeuw ontdekten Aalscholvers de rust en beslotenheid van de Bakkerskooi, westelijk van de Reeënweg tussen Doosje en Wanneperveen. De commerciële vangst van eenden was gestopt en de wuivende staart van de kooikershond vervangen door het wakend oog van een boswachter. Ideaal voor deze viseters om jaarlijks een jong groot te brengen. Dat er voor de dagelijkse kost flink gevlogen moest worden bleek geen probleem. Als stank voor dank kregen de elzenbomen echter forse stralen vloeibare mest te verwerken. Bladeren vielen af, knoppen verweerden en bomen verzwakten steeds verder. Het bos werd steeds opener en de Aalscholvers moesten op zoek naar nieuwe geschikte broedplaatsen. In 2013 broeden alle 700 broedparen westelijk van de Bakkerskooi.

Winters voorjaar in de Wieden

Grauwe gans, Wieden

Bevroren waterdruppels

Verborgen in een luxe schuilhut kunnen we een blik werpen op het actieve leven van deze bijzondere vogels. Meteen wordt duidelijk dat de groep alleen maar dient voor de nodige veiligheid tegen rovers uit de lucht. Orde en regelmaat zijn onbekende begrippen. Er wordt gebroed, er wordt gebouwd en alles vliegt en fladdert door elkaar. En dat alles in allerlei verschillende maatpakjes. Vast patroon zijn de twee witte broedplakken aan beide zijden maar kop, kuif en hals variëren van wit gevlekt tot een strak uitgevoerde kap. Blauwe ogen, gele snavels en een lichtrode vlek maken de huwelijks kleding compleet. Dit is pas genieten na maanden in stemmig zwart rond gevlogen te hebben.

Aalscholverkolonie, De Wieden

Aalscholver, aanvoer van nestmateriaal door de lucht

Aalscholver, zwemmend wordt er ook verzameld

Aalscholver, even rusten en dan naar het nest

Aalscholver geluk in De Wieden
Alles wat maar enigszins zou kunnen concurreren met de mens heeft een slechte naam. Of het nu gaat om een Steenmarter, een Wolf of een Aalscholver. Zelfs de achteruitgang van de paling zou aan de aalscholver te wijten zijn, tenminste als we deze in visserslatijn uitgesproken wijsheid moeten geloven. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat de aalscholver liever geniet van een heerlijk Posje dan van een veel te grote Snoekbaars.

Pos, delicatesse voor aalscholvers

Ga ook eens op aalscholverexcursie met Natuurmonumenten of blader eens terug naar het mooie verslag van Natuurkieker.

zaterdag 9 maart 2013

Mantingerveld in maarts perspectief

Mantingerveld, nieuwe natuur in maarts perspectief
Na enkele voorjaarsdagen slaat de winter keihard terug. Ontdooide ijsregen hult het Mantingerveld in een grauwsluier. Zangvogels zwijgen, vroegeling en vogelmuur houden de bloemen gesloten. Maar laag bij de grond ontvouwt zich een ongekende show.

Ruig Haarmos, Mantingerveld

De maandelijkse excursie van Natuurpresentaties is te gast op het Mantingerveld. Plantjes van Ruig haarmos staan er als miniatuur denneboompjes op het glaciale stuifzand. Nog geen centimeter hoog maar met de vlag in top. Rood geverfde kapselsteeltjes en daarboven een kostbaar pakketje. Nu verpakt in een druppel maar over enkele weken helemaal uitgegroeid en klaar om de sporen de wijde wereld in te sturen. Velen zullen nooit een goed plekje vinden om te kiemen maar enkelen zullen nieuwe, nog niet gekoloniseerde stuifzandplekjes vinden. Dankzij het beheer van Natuurmonumenten mag op het Mantingerveld zand weer gewoon zand zijn. Zonder verstikkend dek van Pijpenstrootje en op een winderige dag stuivend zoals het altijd deed.

Rood Bekermos, Cladonia coccifera, Mantingerveld
Bruin Bekertjesmos, Cladonia greayi, Mantingerzand

Dove Heidelucifer, Mantingerveld

Bruin, rood en grijsgroen zijn de andere kleuren die in het kleurenpalet van deze aardse schildering te ontdekken zijn. Honderden, duizenden korstmosjes uit het grote geslacht Cladonia (Bekermos) genieten van het extra beetje vocht wat vandaag zo rijkelijk uitgestrooid wordt. Rood- en Bruin Bekermos zijn extrovert aanwezig. Felrode of diepbruine apotheciën als sporenvormende orgaantjes op hun beschubde steeltjes. Dove Heidelucifers zijn veel bescheidener. Niet alleen duidelijk minder algemeen maar ook nog eens minder scheutig met de verfkwast. Geen bekers met opgezwollen randen maar een bijna kaal steeltje met een rood kopje.

Girafje (Cladonia gracilis), Mantingerveld

Tussen al deze bekermossen staan plukjes Open Rendiermos en Girafjes. Alweer geen mos maar een echt korstmos en nauw verwant aan de bekermossen. Fragiel steken de grijze, vertakte takjes boven de groene haarmossen uit. Maar even aanraken en dan blijkt hoe flexibel ze zijn. Konijnenvoeten kunnen er rustig overheen lopen zonder dat ze breken.

Mantingerveld, ook in maart kleurrijk

Gelderse Roos, knop, Mantingerveld

Tijd om even op te richten en verder te dwalen door deze oeroude en soms sprankelend nieuwe natuur. Onvoorstelbaar dat het nog maar twintig jaar geleden is dat hier de droom van Plan Goudplevier gerealiseerd zou worden. Snippers treurige restanten van het Olde Landschap lagen er weg te kwijnen maar zijn nu compleet gerevitaliseerd. Aaneengeregen tot een snoer van droge en natte natuur. Vermesting en verdroging zijn een halt toegeroepen. Verdwenen reliëf is weer terug, verloren gewaande vennen zijn uitgegraven en opnieuw begroeid met veenmossen en bijzondere zegges.

Mantingerveld, een plek om vaak weer terug te komen (zie ook Mantingerzand in winterjas).

zondag 3 maart 2013

Leven op de rand

Nationaal Park Lauwersmeer, leven op de rand
Waar denk je aan bij leven op de rand? Uitdaging, gevaar, wanhoop? Voor plant en dier staat echter de beloning centraal. Voedsel en ruimte zijn juist daar volop te vinden. In Nationaal Park Lauwersmeer is dit overal te zien. Van zout naar zoet, droog en nat, voedselrijk en voedselarm. Maar ook dijkvoeten en stoepranden laten zien dat er overal leven mogelijk is.

Rotgans, Lauwersmeer

Scholekster, Lauwersmeer

Grote Zaagbek, heer en dame, Lauwersmeer
Graag neem ik u eerst even mee naar de keiharde rand van het Lauwersmeer. Met beton en basalt wordt duidelijk gemaakt tot waar de Waddenzee mag komen. Zee-eik en Knotswier voelen zich er thuis, vastgeklampt met hechtvoetjes in de hoop dat ze niet weggeslagen worden bij een regelmatig terugkerende stormvloed. Scholeksters staan er wat te slapen en gebruiken de rand om bij te komen van hun steeds moeilijker wordende zoektocht naar kokkels en nonnetjes. Siberische rotganzen komen er om te grazen. Zeesla en darmwier wordt zorgvuldig losgeknipt en omgezet in broodnodige brandstof voor de lange terugreis.Grote Zaagbekken zwemmen vlak voor de dijk en zonder ongelukken weten ze kleine visjes in een dodelijke greep boven water te brengen.

Vroegeling, Lauwersmeer
Aan de andere kant van de dijk staat zelfs in maart de zon al ongenadig te branden op de vierkante steentjes.  Voor de Vroegeling een uitgelezen moment om zijn bloemetjes even open te doen. Geen gedoe met opdringerige paardenbloemen. In het kleine beetje stof tussen de spleten is voor hem voldoende houvast en mineralen te vinden. Haren op de bladeren zorgen er voor dat hitte en droogte zonder problemen doorstaan worden.

Stoeprand met Muurmos, Muisjesmos, Grijze Haarmuts, Lauwersmeer

Muisjesmos, Lauwersmeer
Maar het kan nog extremer. Grintbetonnen stoepranden zijn alleen aantrekkelijk voor korstmossen en enkele kleine topkapselmosjes. Elk druppeltje water of dauw wordt opgeslurpt maar soms is ook dat niet voldoende. Leven op de rand wordt dan overleven of sterven. Blaadjes krullen zich zover mogelijk op en de verdamping wordt teruggebracht naar het uiterste minimum. Soms gaat het fout maar vaak lukt het Muurmos en Muisjesmos om door te gaan met groeien en "bloeien".

Brilduiker, Lauwersmeer

Het wordt tijd om weer op te staan want deze "bottum-up" houding trekt wel erg veel meelevende automobilisten, klaar om eerste hulp te verlenen aan een gevallen fotograaf. Met de rug naar de dijk dwaalt de blik over het zoete water van het Lauwersmeer. Geen Zaagbekken en Rotganzen maar Brilduikers zijn hier actief. Als jojo's stuiteren ze tussen bodem en wateroppervlak heen en weer. Slakjes en mosseltjes staan hoog op hun wensenlijst.

Brandgans, Lauwersmeer

Brandgans, Lauwersmeer

In de Bantpolder laten Brandganzen zien dat zij juist bijzonder blij zijn met de grens van land en water. Dankzij de overvloedig gedekte tafel is er voldoende tijd om aandacht te geven aan de verzorging van het verenkleed. Elk slootje is daarvoor geschikt. Spetterend en plassend wordt elk dons- en dekveertje verzadigd met water en uiteindelijk weer droog geschud.

Nationaal Park Lauwersmeer, leven op de rand blijft verbazend veelzijdig.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...