vrijdag 28 juni 2013

Gefriemel in het vlinderrijk

Harlekijn (Lobesia relinquana)
Collega vlinderaar Kars Veling was afgelopen zaterdag op De Brand (Udenhout) als deelnemer van de actie 24 uur Natuur. Als samenvatting van zijn waarnemingen schrijft hij op Facebook: "weinig dagvlinders maar wel allerlei ander gefriemel" Wat we daaronder moeten verstaan wordt duidelijk als we zijn, als altijd, schitterende, fotoserie doorbladeren: paardenbloedzuigers, lantaarntjes maar ook allerlei prachtige kleine vlinders. Voor mij aanleiding om maar eens een blogje te maken over gefriemel in het vlinderrijk.
Muntvlindertje (Pyrausta aurata)

In elk tuintje met munt of citroenmelisse zijn wel Muntvlindertjes te vinden. Nog kleiner dan een, al bijna, vergeten cent. Roodbruin  met een paar gele vlekken op de voorvleugel en een dito gekleurd bandje op de achtervleugel. Net als veel van zijn familieleden zijn ze overdag actief, onrustig fladderend rond de kruidenborder. Als één van de weinige grazers trekken de rupsjes van dit vlindertje zich weinig aan van de typische geur van deze plantjes.

Dame Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella)

Heer Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella), zo gefotografeerd dat de lengte van de sprieten goed uitkomt

Iedereen die geregeld buiten is moet ze wel gezien hebben gedurende de afgelopen weken: de Geelbandlangsprietmotten was het helemaal in hun bol geslagen. Op en neer, van links naar rechts en weer naar boven. Voortdurend dansend om vooral maar gezien te worden. Voor ons hebben ze geen tijd, het gaat deze dansers om de gunsten van de kortsprietige vrouwtjes. Elk jaar lijken er wel meer te komen, zelfs bij ons in de tuin was het feest.

Geisha (Olethreutes arcuella)

Haakjesdwergbladroller (Pammene germmana)

Even groot maar zeker minder opvallend zijn de tientallen soorten bladrollers die geregeld zonnend gezien kunnen worden op een bed van groen. Elk blaadje of grasspriet lijkt wel te voldoen aan hun wensen om wat spaarzame zonnestraaltjes op te vangen. Van helder groen tot kakelbont dossen ze zich uit, soms bedoeld voor een zoekende partner maar veel vaker als camouflage.

Russenuil (Coenobia rufa)

Zilverstreep (Deltote bankiana)

Vroeger, maar ook nu nog, werd al dit "gefriemel" samengevat als micro's en daarmee door velen bij het grof vuil geplaatst. Macro's daar ging het om, bij voorkeur van het formaat Ligusterpijlstaart. Enkele van  deze "macro's" zijn echter zo klein als een forse micro. Stro-uiltjes, Dwerghuismoeders, Zilverstrepen, Russenuilen en Variabele Eikenuilen hebben imposante namen maar kunnen landen op een duimnagel. Inmiddels weten we dat dit wat denigrerende onderscheid zelf bij het grof vuil mag. Evolutionair gezien staan de verschillende vlinderfamilies in de grote stamboom van het leven volledig door elkaar heen.

Kijk ook eens naar het "gefriemel" van Kars, inspirerend mooi!


zondag 16 juni 2013

Geboortegolf onder zespotigen

Sneeuwbalhaan, eitjes
In mei leggen alle vogels een ei, dat is er in de vroege jaren zestig goed ingeprent. Maar dit jaar was het koud en alles kwam later op gang. Ook bij onze zespotige buren duurde het wat langer maar nu is het volop feest. Overal krioelt het van jong grut, tijd om er maar eens wat aandacht aan te geven.

Sneeuwbalhaantje

De Sneeuwbalhaantjes zijn inmiddels uit het ei gekropen. Ze beseffen gelukkig niet dat ze nu al wees zijn, hun  ouders hebben alles gegeven om ze een geweldige start in het uitdagende leven te geven. Zodra ze hun hongerige mond opensperren glijdt een heerlijke groene hap naar binnen. Af en toe even wat verplaatsen als het bordje leeg is maar er is genoeg voor alle broertjes en zusjes.

Bonte Bessenvlinder

Bessenbladwesp
 Aan de andere kant van de straat is het wat kleuriger. Jonge Bonte Bessenvlinders proberen hun kinderkleed te verstoppen onder een paraplu van Rode Bessenbladeren. Larfjes van de Bessenbladwesp hebben het wat gemakkelijker, met hun licht groene kleed is het zelfs voor een geoefend oog toch even zoeken.

Plakker
Plakkerrupsen lijken te weten dat ze voorzien zijn van lange haren waarmee ze mogelijk wat minder geschikt zijn als snack voor jonge Koolmezen. Hun ouders leefden op stand, geen oer-Hollandse struik of boom maar een Amerikaanse Fothergilla (Hamamelidaceae) hebben ze uitgekozen voor hun kroost.

Waterleliemotje
 Letterlijk overal is de geboortegolf te zien. Drijvende blaadjes van Kikkerbeet worden bijna boven het water uitgedrukt door de kinderkamer van het Waterleliemotje. Over enkele weken een prachtig gekleurd vlindertje maar nu een grauwe rups die zijn gele kop droog weet te houden door een klein stukje blad tegen de onderkant van een vriendelijke gastheer vast te spinnen. Vanuit zijn beschermde kamertje kan hij veilig knabbelen en zich eventueel zelfs met huis en al verplaatsen. Voor deze foto mochten we even de voordeur oplichten. Terwijl we dat deden kwam er meteen bezoek, een groepje kleine Waterspringstaarten kwam even kijken wie hun nieuwe buurman was.

Kokerjuffer Triaenodes

Gegroefde Waterkever
Geelgerande waterkever

Verstoppen in het water is zeker goed als je zo jong bent. Kokerjuffers hebben het goed begrepen, zij worden geboren als bouwvakkers. Voor de eerste hap moet er eerst een eigen huis gebouwd worden. Eén kamer is voldoende, natuurlijk wel met voldoende ruimte om te vluchten als er weer eens een hongerige jonge kever langs komt. Larven van Gegroefde Waterkevers hebben wel een lange nek maar hun bekje is maar klein vergeleken bij de grootste rover van de sloot: de Geelgerande Waterkever. Razendsnel en voorzien van monsterachtige kaken is niets veilig voor deze slokop. Van muggenlarf tot jonge vis, alles is eetbaar.

Trek er ook eens op uit en ga op zoek naar bijzondere, jonge, zespotige insecten.

zondag 2 juni 2013

Drentsche Aa, fleurig landschap

Oudemolen, bloeiende madelanden
Zaterdag 1 juni. Natuurfotograaf en fervent promotor van het Nationaal Beek en Esdorpenlandschap Drentsche Aa, André Brasse, opent de dag op Facebook met een prachtige foto van de Zwarte Rapunzel. Een uur later vertrekt Natuurpresentaties met een groep natuurgenieters vanaf de parkeerplaats bij Oudemolen voor een wandeling door het fleurige landschap van het Oudemolense Diep.




Brede Orchis, Oudemolen

De Drentsche Aa, eens een woeste smeltwaterstroom met het formaat van bijvoorbeeld de IJssel, is nu een kabbelend laaglandbeekje. In de winter nog een beetje ongetemd maar aan het begin van de zomer tot rust gekomen. Weidebeekjuffers laten op deze grauwe en koude dag verstek gaan maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door een palet van bloemen in dit fleurige landschap. Brede Orchis begint meestal half mei te bloeien maar begint dit jaar pas begin juni aan zijn alles overheersende show. Lage temperaturen hebben er voor gezorgd dat de knoppen in sluimertoestand afgewacht hebben tot ze het niet meer konden houden. Overal schieten  de bloeistengels omhoog en kleuren de madelanden in alle tinten paars. Van bijna gebleekt roze tot het donkerste paars.

Grote Ratelaar, Oudemolen

Grote ratelaar is nog niet helemaal overtuigd dat het nu toch nog goed gaat komen met het voorjaar. Wat schuchter kijken de eerste bloempjes de wereld in. De boven en onderlip stijf dicht geknepen, het is toch nog te koud voor bestuivende hommels. Ook zijn gastheer, de Gestreepte Witbol, doet het rustig aan. Het duurt nog zeker een week voordat dit gras de weiden paars laat kleuren. De bloeistengels van dit grasje lijken trouwens weinig te lijden onder het gezuig van de Ratelaars aan hun wortels. Een niet aflatende stroom van suikers en andere vitale stoffen raken ze dagelijks kwijt aan deze parasieten.

Koekoeksbloem, Oudemolen

Reukgras, Oudemolen
Kamgras, Oudemolen


Veldzuring, Oudemolen

Moerasvergeetmijnietje, Oudemolen

Blijf eens stilstaan in dit bloeiende beekdal. Moerasvergeetmijnietjes lijken als blauwe stippels uitgestrooid over het natte gras. Koekoeksbloemen en Dagkoekoeksbloemen zorgen voor een zacht violette tint. Reuk- en Kamgras zijn de meest opvallende groene componenten. En Veldzuring zorgt voor rode accenten.

Zwarte Rapunzel, vegetatie, Oudemolen

Zwarte Rapunzel, Oudemolen

Maar mijn excursiegangers zijn toch vooral gekomen voor de Rapunzels. Goed bewaakt door een stoer hek en een niet mis te verstaan verbodsbord lijken ze te schuilen onder de sterke arm van Staatsbosbeheer. En dat is wel nodig ook, nog geen veertig jaar geleden waren deze bijzondere bosplanten uit Midden-Europa op verschillende plaatsen te vinden. Nu staan er verspreid nog een paar plantjes en alleen bij Oudemolen is een respectabele populatie overgebleven. Dankzij opborrelend diep grondwater is juist hier een met vocht verzadigde luchtlaag vlak boven de grond ontstaan. En dat is wat deze bijzondere klokjes nodig hebben, net als in een vochtig loofbos drogen ze hierdoor niet uit. Opvallend is wel dat ze een hekel hebben aan natte voeten, daarom staan ze vele meters verwijderd van de bronnetjes. Welwillend heeft de boswachter ons toestemming verleend om deze bijzondere planten even van dichtbij te bekijken.


De Drentsche Aa, juist nu een fleurig landschap. Ga er eens kijken en geniet van alles wat groeit en bloeit.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...