zondag 27 oktober 2013

Steentijdbos in herfststemming

Hunebed, Boswachterij Anloo. Steentijdbos in herfststemming.
Stil, zwijgend, blikken granieten keien omhoog naar het blauwe zwerk. Af en toe valt een beukenblaadje op hun kristallen gelaat zonder hun droom te verstoren. Heimwee naar thuis, ver van hier in Finland en Zweden. Denkend aan mensen die met eerbied deze stenen verzamelden, ze bij elkaar brachten en vormden tot een huis van herinnering. Vijfduizend jaar later staan ze er nog, een baken in een zee van bomen op een kruispunt van wegen die leiden van niets naar nergens.

Zigzagbeukenmineermot (Stigmella tityrella), rupsje in beukenblad, Boswachterij Anloo
Zittend op een kei, kauwend op een boterham, valt het oog op een afgevallen beukenblad. Midden in het geel een opvallend heldergroen eiland. Daarin witte lijnen gevuld met zwarte stippels. Nieuwsgierig raap ik het blad op en probeer de zon er door te laten schijnen. Aan het eind van de witte gang zit een klein rupsje, heel stil en mogelijk verzadigd van beukengroen. De Zigzagbeukenmineermot is één van twee micro mineerders die rond deze tijd in beukenblad te vinden is. Deze begint bij de nerf te knagen, de Zilverbandbeukenmineermot meestal bij de bladrand. Beide zijn zeer algemeen en overal terug te vinden waar maar beuken staan. De groene eilandjes in het blad ontstaan omdat de boom door deze rupsjes niet in staat was al het bladgroen terug te halen voordat het kurklaagje een definitieve scheiding tussen tak en blad vormde.

Boswachterij Anloo, herfstsfeer

Boswachterij Anloo, naaldbomen plantage

Boswachterij Anloo, ven als herinnering aan de tijd dat hier nog woeste gronden lagen

Boswachterij Anloo ligt net ten zuiden van het gelijknamige middeleeuwse dorpje. Overal zijn sporen uit een ver verleden terug te vinden. IJstijdpatronen als souvenirs van een ver verleden, een hunebed en grafheuvels uit de tijd voordat de schrijvende mens zijn opwachting maakte. Restanten van een vroeger cultuurlandschap met vennen en heide. Dertiger jaren crisistijd met uitgestrekte bospercelen als werkverschaffing en mijnhout. Maar ook een precies 60 jaar jong Pinetum, een naaldbomenverzameling van de familie Everts en nu beheerd door een stichting en een onderdeel van de Nederlandse nationale plantencollectie.
Donsvoetje, Boswachterij Anloo

Doolhofzwam, Boswachterij Anloo
Schubbige Bundelzwam, Boswachterij Anloo

Op de bosbodem is het stil. Zwammen komen en gaan, kleuren verschijnen en vervagen. Letterlijk overal kijken paarse hoedjes van Rode Koolzwammen tussen de bladeren door. Slordig neergevallen berkenstammen zijn bedekt met Donsvoetjes. Een oude eikenstomp is al jaren begroeid met hoeden van Doolhofzwammen. Jaren geleden klein en afzonderlijk te onderscheiden; nu een bank van formaat. Knoeterhard verhout en van onderen voorzien van een onontwarbaar netwerk van plooien en valleien. Rond het Pinetum is het als altijd weer bijzonder mooi. De Heideknotszwammetjes zijn niet terug te vinden maar honderden Graskleefsteelmycea's, enkele Vliegenzwammen, Gele Ringboleet en een prille Schubbige Bundelzwam laten zich goed fotograferen.

Herfstkortvleugelmot (Diurne lipsiella)

Terwijl in de toppen van de lariksen af en toe een groepje Kruisbekken overtrekt, luid kiep-kiep roepend, wordt het oog getrokken door een kleine fladderaar op de bosbodem. Het is een Herfstkortvleugelmot die juist nu in allerlei Drentse bossen het luchtruim kiest. Als je er struikelend achteraan rent en kruipt begrijp je niet waar deze bizarre naam vandaan komt. Het blijkt dan ook een mannetje te zien, alleen de dames hebben letterlijk korte vleugeltjes waarmee nooit gevlogen wordt.

Wolkenstraten boven Boswachterij Anloo

Hoog boven het bos tekent een nadere depressie scherpe lijnen in de blauwe lucht. Windveren breken los en waaien uit over het Drentse land. Ook eens naar Boswachterij Anloo? Loop dan de rode of gele wandeling en geniet van een mooie mix van natuur en historie.

zaterdag 19 oktober 2013

Spinnen, griezelig of prachtig?

Huisspin, vrouwtje
Acht paar ogen kijken doordringend naar de teen van haar slof, een harige poot reikt naar voren, enorme kaken schuiven bijna hoorbaar langs elkaar. Een ijselijke kreet verscheurt de avondstilte: EEN SPIN!

Het is inmiddels half oktober. De eerste herfststorm is uitgeraasd, Zeeland stond bijna onder water door aanhoudende regen en huis en tuin zitten vol met spinnen. Een heerlijke tijd voor een bioloog maar de schrik van menig dorpeling of stadsbewoner (m/v). Kleverige spindraden in je haar is nog tot daar aan toe maar als er ook nog een monsterachtig grote Huisspin besluit om met jou te gaan samenwonen wordt er een grens overschreden. Ga echter eens in gesprek met deze diepzinnig kijkende nieuwe vriendin. Ze blijkt gewoon nieuwsgierig te zijn, even een kort contact en dan gaat ze weer verder. Op zoek naar een onvoorzichtige pissebed, een overwinterende vlieg of zelfs naar haar veel kleinere man.

Spinnenweb

Kruisspin

Koffieboonspinnetje
Herfsthangmatspin

Op het moment dat de zomergloed gaat tanen verschijnen de eerste webben in de velden. Grote wielwebben van Kruisspinnen maar vooral honderden, duizenden hangmatjes. Niet netjes opgeknoopt aan twee punten maar slordig uitgestrooid over de struiken. Dauw- en lijmdruppeltjes parelen in het vroege ochtendlicht. Koffieboonspinnetjes zoeken het wat lager op en weven niet veel meer dan een grofmazige spinselmat. Onder heidestruiken, vlak op de grond, kan uitgekeken worden naar ingenieuze netten van Trechterspinnen. Tunnels van signaaldraden leiden naar dodelijke gifkaken. 

Spinnen van draden kost echter energie wat je ook kan gebruiken voor een andere vorm van jacht. Als jachtluipaarden korte sprintjes trekken zoals Wolfsspinnen en Gerande Oeverspinnen. Zebraspinnetjes kiezen voor een plotselinge overval. Doodstil wachten ze tot een vlieg dichterbij komt en slaan dan onverwachts toe.

Gerande Oeverspin, mannetje
Muurkaardespin, een nachtelijk actief mannetje

De wereld van spinnen lijkt op een grote boksarena. Bijna elke man is voorzien van een paar stevige handschoenen. Voorzichtig stappen ze ermee rond, altijd klaar om toe te slaan. Maar niet om hun concurrenten even een linkse uppercut te geven of hun geliefde knock-out  te slaan. Zijn pronkstukken zijn bedoeld voor het ultieme moment, het zijn hulpstukken voor spannende seks in het spinnenleven. De dames zijn vaak wat groter uitgevallen en het is natuurlijk wel zaak om niet als lekker hapje in haar maag te verdwijnen. Voordat ze hun handschoentjes kunnen gebruiken volgt er eerst een heel voorzichtige toenadering. Stapje voor stapje, tokkelend op haar web of rituele danspasjes uitvoerend die alleen zij herkent.


Zebraspin

Viervlekwielwebspin

Bruine krabspin
Vara's Vroege Vogels heeft in de afgelopen weken Nederland op spinnenjacht gestuurd. Met een spinnenzoekkaart in de hand kon iedereen in tuin of park op zoek gaan naar de meest algemene spin van Nederland. Wordt het de Grote Trilspin die met zijn lange spillenbeentjes in elk huis te vinden is? Of toch de Gewone Strekspin, de Kruissspin of de Tuinwolfsspin? Zondagochtend 20 oktober wordt de uitslag bekend gemaakt.

Tip: kijk ook eens op Spinnen van Noordwest-Europa.

zaterdag 12 oktober 2013

Slijmzwammen, een bizarre wereld

Rossig buiskussentje (Tubilifera arachnoidea), Mensinge (Roden)
Herfst is de beste tijd om kennis te maken met de meest bizarre wezens in ons kikkerlandje: slijmzwammen (Myxomyceten of Myxogastria). Geen dier, geen plant en geen zwam is er aan verwant. Glad en glibberig en af en toe wonderlijk mooi gevormd. Kijk eens mee op deze wandeling door een kleurrijke wereld.

Heksenboter (Fuligo septica), Hijkerveld

Slijmzwam, Mensinge (Roden)

De grote systematicus Linnaeus wist niet goed wat hij met slijmzwammen moest doen. Hij deelde ze in bij de "cryptogamen", letterlijk wezens met verborgen geslachtsorganen. Varens, mossen, paardenstaarten, paddenstoelen en ook slijmzwammen verdwenen in deze enorme container. Wel gaf hij daarmee aan dat de kleurige glibbers in het bos geen dieren waren maar bij het plantenrijk zouden behoren. Honderden jaren later weten we beter, het zijn geen planten en ook geen zwammen of dieren. Slijmzwammen blijken nauw verwant met amorfe, eencellige amoeben. Maar gelijktijdig weten we ook dat het geen homogene groep is, er blijken drie totaal verschillende lijnen van afstamming schuil te gaan onder deze naam. Geïnteresseerd? Lees dan eens verder op "Slime Molds".

Kruipende slijmzwam, Rossig buiskussentje (Tubilifera arachnoidea), Mensinge (Roden)
Sporulerende slijmzwammen, Troskalknetje (Badhamia utricularis), Aduard
Sporulerende slijmzwammen, Appèlbergen (Glimmen)

Het leven van een slijmzwam is in het begin weinig opwindend. Kleine, eencellige kruipertjes versmelten vaak met soortgenoten tot een zgn. plasmodium. Als gekleurd snot kruipt het vervolgens uiterst traag over bijv. rottend hout op jacht naar smakelijke bacteriën, schimmelsporen of zelfs schimmeldraden. Lukt het niet meer om voedsel te vangen? Geen probleem, het vloeibare protoplasma vervormt tot een sporenvormend organisme en stuurt zichzelf als miljoenen sporen richting het zwerk op zoek naar een betere woonplaats.

IJspegeltje, Ceratiomya fruticulosa, Vijftig Bunder (Midlaren)

Slijmzwam, Gasterense Duinen

Determinatie van slijmzwammen is buitengewoon lastig. Enkele opvallende vormen zijn nog op naam te brengen en beschreven op de website Soortenbank.nl Voor een completer overzicht wordt nog steeds teruggegrepen op het boek Mw. Nannenga, De Nederlandse Myxomyceten (1974). Maar je kunt er ook gewoon van genieten. Niet aan voorbij lopen omdat ze er toch maar vies uitzien maar gewoon eens bij stilstaan, fotograferen en je verwonderen over deze bizarre organismen.

donderdag 3 oktober 2013

Nederlandse woestijn

Aekinger Zand, Nederlandse woestijn
Een strakblauwe hemel, duinen tot aan de zwart geboomde horizon, een striemende wind die het zand tot achter in je neusgaten blaast. Dat is het Aekinger Zand, woestijn op de grens van Drenthe en Fryslân en het stuivende hart van het nationaal park Drents Friese Wold.

Aekinger Zand, zandstormen razen over de vlakte

Aekinger Zand, geen strand foto maar echt een plaatje in het Drents Friese Wold

Trekrus heeft het opgegeven, nog even en ook de vruchtjes zijn begraven

Rauwe oernatuur is zeldzaam in Nederland. Soms zie je er een glimp van in de "Nieuwe Wildernis" of ervaar je het door tussen de oogharen naar de Drentsche Aa te kijken. Maar op de grens van twee noordelijke provincies mag de natuur zijn gang weer gaan. Landbouw op schrale grond is verdwenen, het waterpeil op sommige plaatsen tot boven de laarzen gestegen en op andere plekken meters ver weggezakt. Dit is het Drents Friese Wold. Na het verdwijnen van de Smilder Venen bijna vermalen tussen de kaken van hongerige landontginners maar nu weer terug naar de harde realiteit van moeder natuur.

Aekinger Zand, tot rust gekomen stuifzand

Kraaiheide, als zachte deken uitgerold over de duinen
 Natuur is dynamisch. Dat ervaar je pas echt op een zandvlakte als het Aekinger Zand. Voortdurend in beweging maar zodra de wind even wegvalt komt de plantengroei weer terug. Voorzichtig eerst met wat korstmossen en Ruig Haarmos maar al snel ingehaald door een donkergroene deken van Kraaiheide. Tapuiten zwerven er rond maar ook hier hebben zij het moeilijk zonder een overvloed aan gravende konijnen.

Bruine Sprinkhaan, heel stil en net doen alsof hij er niet is

Zwarte Heidelibel, mannetje

Kleine Vuurvlinder

In de luwte van de duinen schuilen enkele insecten tegen het winderige geweld. Bruine Sprinkhanen hippen wat rond en knagen wat aan het dorre gras. Zoekend zweeft een mannetje Zwarte Heidelibel langs om even later toch door de wind gegrepen te worden. En dan valt het oog op een oogverblindende jongeling: een Kleine Vuurvlinder. Mogelijk net uit de pop gekropen en alweer de derde generatie van dit jaar. Een zacht groene zweem contrasteert mooi met het oranje-geel van de voorvleugel. Prachtig!

Het Aekinger Zand verandert in het weekend in een grote zandbak voor jong en oud. Rennen, dollen, vliegeren of romantisch wandelen. Even een paar stappen en je verdwijnt achter een duintop en waant je weer helemaal alleen. Voor echte rust moet je echter door de week komen. Dan kun je vanaf Appelscha doorlopen tot Wateren, of nog verder naar Doldersum, met alleen wat schapen op je pad. Het Drents Friese Wold, uitnodigend mooi.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...