donderdag 18 september 2014

Costa Rica, groen en kleurig regenwoud

Red-eyed Leaf Frog, Selva Verde Lodge
De regen zingt haar druipende melodie, op de achtergrond laten bonte kikkers horen hoe tevreden ze zijn in het grote woud. Eerste ontmoetingen met tropische zwijnen zijn herinneringen geworden, de ogen zijn vermoeid van het bonte kleurenspektakel van een voortdurend wisselende show van vogels. Dit is Costa Rica vanuit een tijdelijk thuis in Selva Verde Lodge.
Selva Verde Lodge, hoog op palen in een tropisch regenwoud

Toeristen trekken massaal in de droge tijd naar Costa Rica. Maar kom eens in september, de regentijd is nog niet afgelopen en op plaatsen als Tortuguero National Park en Evergreen Lodge bieden de echte natuurliefhebber dan alle ruimte om zich volledig uit te leven. Van de grootste zeeschildpadden tot de kleinste "Blue-Jeans Frog", letterlijk overal is de natuur verbazingwekkend rijk aanwezig.

Red-webbed Treefrog, Evergreen Lodge, Tortuguero Nat. Park

Green & Black Poison Frog, Selva Verde Lodge
Green Honeycreeper, La Selva Biologisch Station
Emerald Basilisk, Selva Verde Lodge

Ook in Costa Rica heeft de natuur veel moeten inleveren maar letterlijk overal is het groen in alle variaties aanwezig. Laag bij de grond of op veertig meter hoogte. Variërend van het lichtste groen tot aan diep donker groen. Bladeren verbergen echter ook ander groen leven. Red-webbed Treefrogs klemmen zich vast aan een jonge palm terwijl op de bosbodem groen-zwarte pijlgifkikkertjes opvallend bizar aanwezig zijn. Vogels als de Green Honeycreeper zijn net wat lichter groen dan het blad waar ze tussendoor scharrelen, op zoek naar smakelijke vruchten. Op een boomstam kijkt een donkergroene Emerald Basilisk ons vragend aan. Wie zijn dat met die lange lenzen, onbeleefd starend naar mijn mooie kam?

Passerine Tanager, La Selva Biologisch Station

White-collared Mannekin; La Selva Biologisch Station

Green Honeycreeper, mannetje; La Selva Biologisch Station
Rufous-tailed Hummingsbird; Evergreen Lodge, Tortuguero Nat. Park

Maar zelfs in het donkerste regenwoud is kleur te vinden. Helderblauwe vruchten, knalrode bloemen en geel-bruine duizendpoten, Voor meer spektakel is de bosrand of een tuin rond een lodge aan te raden. Amerikaanse vogelfamilies als Tanagers en Manakins flitsen door de boom als een voortdurend wisselende lichtshow. Helderrood, knallend blauw, geel, het spectrum is volledig aanwezig. Kolibries schieten als kleurige bliksemstralen van bloem naar bloem. Vlinders worden zonder moeite ontweken en snavels priemen in diepe kroonbuizen voor een zoete versnapering.

Costa Rica is oogverblindend mooi. Van kust tot kust net 200 kilometer breed en van noord tot zuid iets langer dan het Pieterpad. Ervaar het eens en laat je verrassen.

Onze reis werd georganiseerd door Aratinga Tours (Cartagena, Costa Rica) in samenwerking met Hamba Kahle Natuurreizen.

maandag 8 september 2014

Expeditie Rups


Het Groningse Westerkwartier, eens een veengebied waar zee en mens hun tanden ingezet hebben. Verdronken zandruggen lagen na eeuwen weer aan het oppervlak en werden bebouwd met lange linten van dorpen. Nu, in 2014, is vrijwel alles ontgonnen en verkaveld op enkele kleine groen-paarse pareltjes na. De Jilt Dyksheide (noordelijk van Marum en zuidelijk van Opende) is daar één van. Een rechthoekig stukje hei, omgeven door houtwallen en doorsneden door een raster voor een gezellige kudde landgeiten.

Op 6 september was dit de locatie voor een bijzondere opvoering van de expeditie "Rups". Een bont gezelschap leek wel een verstilde dans op te voeren. Enkele passen voorwaarts, dan diepzinnig staren naar het groen en vervolgens kwam het tromgeroffel. Kleine kringen vormden zich, schermen klapten open en met brede armgebaren werden bomen en struiken beklopt en beroerd. Vroege herfstbladeren verzamelden zich achter oren en brillen maar daar bekommerden de spelers zich niet om. Even later werd eerbiedig voor het laken gebogen en zodra de kreet "RUPS" klonk ontstond een warrelende kluwen van armen, benen en vooral lenzen.


Dit was geen toneel maar de laatste excursie van de Groen en Doen rupsencursus. Deelnemers uit de drie noordelijke provincies hadden zich in het voorjaar met rupsenkenner Jeroen Voogd stevig voorbereid op deze dag. Dankzij de welwillende medewerking van Staatsbosbeheer hadden ze een perfect oefenterrein voor het verder uitbreiden van hun rupsenkennis gekregen. En het resultaat mocht er zijn: 23 soorten rupsen werden gezien. De ruimte ontbreekt helaas om ze allemaal voor te stellen en ik beperk me tot een selectie met enkele vertegenwoordigers van alle gevonden vlinderfamilies.
Bruine grijsbandspanner, op Grauwe Wilg

Hagedoornvlinder, op Berk
Porseleinvlinder, mogelijk op Eik

Spanners waren overal te vinden. Vaak als jonge rupsjes van maar enkele centimeters groot maar toch ook enkele grotere exemplaren. Als ze vanaf hun tak op het gespannen laken vallen demonstreren ze meteen hun naam. Rekken en strekken kunnen ze als de beste, helemaal opgespannen tot ze niet verder kunnen reiken en dan in een mooie krul het lijf meetrekkend naar voren. Bruine Grijsbandspanners zijn echte wilgeneters, de Witte Grijsbandspanner houdt meer van Berk. Maar er zijn ook bijna alleseters als Hagedoornvlinders en Porseleinvlinders. Als vlinder al spectaculair mooi maar als rups zijn ze ook bijzonder fraai getekend.

Psi-vlinder, op Berk

Donkere marmeruil, op Pijpenstrootje

Vertegenwoordigers van de, in Nederland, vrijwel even grote uilenfamilie waren er bar weinig. Helemaal op het eind van de tocht plofte een Psi-vlinder uit een Berk. Spectaculair bont gekleurd maar helemaal bizar is de in elkaar gedraaide haartoef achter de kop. En dat alles zonder dat er gel aan te pas komt om alles in vorm en rechtop te houden. De reden van deze maffe uitdossing is te vinden bij zijn grootste vijand: de koolmees. Een gladde rups is vele malen makkelijker door te slikken dan deze haarbal. Zoals bijvoorbeeld het kleine rupsje van de Donkere Marmeruil. Maar die is weer nauwelijks te vinden tussen hoge pollen van Pijpenstrootje. Ook voor ons was dit echt een toevalstreffer.

Wapendrager, op Berk

Donkere Wapendrager, op Wilg / Populier

Donkere Wapendrager met Eulophus lavarum, een sluipwesp

Tandvlinders lijken op het eerste gezicht wel wat op uilen. Groot en stevig behaard maar als vlinder altijd zonder de kenmerkende uilvlekken en vrijwel altijd met een stukje achtervleugel die in rust als tandje tussen de gesloten voorvleugels uitkomt. Wapendragers worden in september veel gevonden. Ze beginnen hun leven vaak in een creche en pas als ze goed op lengte zijn zwerven ze uit. Eik en Berk vinden ze uitstekend te eten. Langs het lange pad, naast het afgerasterde geitenperceel, werden ook nog twee rupsen van de Donkere Wapendrager gevonden. De rups heeft een voorkeur voor populier, die hier overal opschiet, maar werd mogelijk gevonden op wilgen die er naast stonden. Er zijn er twee die veel op elkaar lijken, de Bruine heeft echter twee zwarte stippen op het achterlijf. Ons tweede exemplaar lag er wat sloom bij, mogelijk was hij (of zij) toe aan een vervelling. Maar dat zou slecht gaan aflopen. Op de rups zat een sluipwesp (Jeroen Voogd herkende de soort als Eulophus lavarum) te wachten tot de vervelling achter de rug was. Dan is de rups zacht genoeg om een ei af te zetten en haar jong te voorzien van een wandelende voorraadkast levend vlees. Helaas, deze rups zal nooit vlinder worden.

Hageheld, op struikheide

Donsvlinder, op Eik

Slakrups op Eik

Al speurend en kloppend werd nog veel meer gevonden. Piepjonge Hageheld rupsjes bijvoorbeeld. Net bezig met hun eerste maaltijd van struikheide blaadjes en nog niets vermoedend van de lange winter die voor hun ligt. De Donsvlinders waren al goed op formaat. Het zijn Spinneruilen die zich voeden met blad van allerlei loofbomen. Geen echte fijnproevers zijn het. De bizarre Slakrups heeft  wat dit betreft meer pretenties, alleen eikenblad is goed genoeg. Aan de "tandjes" rondom het lijfje is goed te zien dat het een jong dier is, tijdens latere vervellingen zullen deze verdwijnen.

Vrijwel iedereen heeft wel wat met vlinders maar zolang ze nog jong zijn worden ze nauwelijks opgemerkt. Ga er eens naar kijken en sta versteld van de enorme variatie.









dinsdag 2 september 2014

Gesmeerde vlinders

Piramidevlinder op smeer
Begin september en het wordt weer tijd voor gesmeerde vlinders. De laatste zomerbloemen krijgen concurrentie van forse halen stroop. Piramidevlinders worden helemaal gelukkig, met een glimlach om hun palpen zuigen ze zich helemaal rond.
Gesmeerde boom met vlinders










Smeren is misschien wel de meest magische handeling van elke vlinderliefhebber. Het begint met een uitgebreid brouwproces. Gelijke delen stroop en suiker worden boven een vuur gemengd met potten appelmoes. Roerbewegingen worden steeds minder gelijkmatig omdat er volgens de grootste smeerder (Kars Veling) gelijktijdig twee flessen trappistenbier voorzichtig leeggedronken moeten worden. Het geheim  zit onderin de fles, een zwevende massa biergist wacht op een tweede leven. Pruttelend komen de kleine cellen in actie. Na enkele dagen begint de donkerbruine massa voorzichtig bellen te blazen. En dan komt het grote moment. Een scheutje rum voor de geur erbij, een stevige kwast uit de schilderdoos en smeren maar. Warme boswalletjes, hoge bomen langs een laan of verspreide berken op de heide zijn ideaal. Stevig aanzetten en vooral lekker dik kliederen. Vlak voor zonsondergang is de beste tijd, daarna is het afwachten of de aangeboden kost in de smaak valt.
Vierkantvlekuil

Karmozijnrood weeskind (links), Piramidevlinder (rechts), Lijnsnuituil (onder)

Het maakt nog al verschil waar in Nederland gesmeerd wordt. De duinen zijn geheel verschillend van Limburgse holle wegen. Mijn kwast beweegt zich ergens rond Haren. En daar begint laat in augustus of in september de avond vaak met Vierkantvlekuilen. Weer één van die onbegrijpelijke namen, de vlekken op de vleugels zijn opvallend okerwit of bijna geel afgezet maar beslist niet vierkant. Grote Piramidevlinders volgen al snel. Er zijn twee soorten, de Schijnpiramide- en de Piramidevlinder. De eerste heeft als rups vaak een rood gepunte piramidevormige bult en een doorlopende lijn over de zijkant van het lijf. De ander heeft een witte punt op de piramide en een onderbroken lijn. Ze zijn redelijk gemakkelijk te vinden op allerlei loofbomen en  kamperfoelie. Als volwassen vlinder is het veel lastiger om het juiste etiket te plakken. Eén van de subtiele verschillen zit in de afstand tussen de dwarslijnen.  Bij de Schijnpiramidevlinder is deze naar de binnenrand van de vleugel duidelijk versmald.

Bruine snuituil

Huismoeder
Agaatvlinder

Karmozijnrood weeskind

Allerlei vlinders zijn op smeer te verwachten. Sommigen komen even goed op een verlicht laken maar anderen zijn vrijwel alleen op deze manier te vinden. Weeskinderen bijvoorbeeld. Grote vlinders die vroeger in de uilenfamilie geplaatst werden en nu samen met de Beervlinders en enkele andere groepen tot de spinneruilen gerekend worden. Rood Weeskind was de eerste die beschreven werd in de negentiende eeuw. Toen was het Amsterdamse Weeshuis, met zijn karakteristieke rood-zwarte kleuren, nog een begrip in ons land. Terwijl deze vlinder kiest voor Wilg en Populier als rupsenvoer is het zeldzame Karmozijnrood Weeskind te verwachten in en rond oude eikenbossen.

Boomsprinkhaan

Grote aardslak

Paarse loopkever (Carabus violaceus)

Kelderpissebed (bruin) en Ruwe pissebed (zwartgrijs)

Besmeerde bomen trekken natuurlijk ook andere zoetekauwen. Honderden pissebedden beleven een topavond als er gesmeerd wordt. Grote aardslakken, Boomsprinkhanen en zelfs loopkevers komen even snoepen. De laatste restanten worden de volgende dag opgelikt door limonade wespen.

Smeren kun je het gehele jaar doen maar vooral de maanden maart en september zijn ideaal. Voor vlinders zijn er dan nog weinig bloemen te vinden en dit alternatief is bijzonder welkom. Kars Veling en de Vlinderstichting laten geregeld op Facebook, Twitter en Natuurbericht de meest bijzondere gesmeerde vlinders zien.





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...