woensdag 22 april 2015

Wit boeket voor dwergen

Bosanemoon, Kleibos 
Vraag een willekeurige voorbijganger welke kleur het voorjaar heeft. Groen zal zeker genoemd worden, misschien wel geel van speenkruid en dotterbloem. Maar voor wie echt goed kijkt naar de kleine plantjes zal zien dat het voorjaar wit is.








Vroegeling, Haren
Vroegeling, Haren
Het begint al met Vroegeling. Soms al begin januari, een voorzichtig rozetje tussen de tegels. Zodra de eerste zonnestralen voelbaar worden schiet het plantje in bloei en enkele dagen later is het letterlijk gebeurd. Rustig rijpen de zaadjes en de Vroegeling weet dat zijn taak er op zit. Het is volbracht, de race tegen de klok. Want daar ging het om, wie klein is moet slim zijn. Als eerste groeien en bloeien en weg zijn voor de grote jongens komen.

Zandraket, Wolfsbarge

Zandraket, Wolfsbarge

Klein Tasjeskruid, Onstwedde

Zandraket en Klein tasjeskruid doen precies hetzelfde. Niet tussen de tegels maar op los zand waar nauwelijks een plant wil kiemen. Ze zijn niet bang voor concurrentie maar wel voor de blakerende zon. Vanaf begin mei kan de temperatuur vlak bij de grond al snel oplopen tot ver over de twintig graden. En omdat water van ver moet komen is de beste tactiek om gewoon te verdwijnen. Zaadjes laten overzomeren en je nageslacht mag het volgend jaar opnieuw proberen.

Zandhoornbloem, Wolfsbarge

Vogelmuur, Haren

Winterpostelein, Haren

Zandhoornbloem wordt al iets groter maar ook hij staat in de volle zon een echte pionier te zijn. Zijn familielid Vogelmuur heeft het slimmer aangepakt. Een beetje schaduw, een beetje rijkere grond die wat minder snel uitdroogt en hij kan bijna het gehele jaar groeien en bloeien. Bescheidenheid loont is kennelijk zijn levensmotto. Dat geldt niet voor Winterpostelein. In een explosie van groen is hij even aanwezig en na de bloei is alles ook letterlijk op.

Bosanemoon, Kleibos

Het "centerpiece" van het boeket voor dwergen wordt gevormd door enkele Bosanemonen. Reusachtig groot vergeleken bij de minatuurtjes maar in gedrag precies gelijk. Als de Vroegeling al bijna uitgebloeid is en er nog geen blad aan de bomen zit wordt het hun tijd. In een ondergronds wortelstokje hebben ze net voldoende voedsel opgespaard om met de vijfde versnelling de grond uit te schieten. Soms blozend van de kou maar zodra de zon schijnt keren ze hun bloemen naar het licht. Wagenwijd open wachtend op bestuivers. Hun bladeren zijn groot genoeg om zich met wat anders bezig te houden: suikers aanmaken voor het volgend jaar.

Kleine veldkers, Haren
Grote vraag blijft uiteraard waarom al deze vroege miniatuurtjes wit zijn. Het geelbloeiende groen is zonder meer in staat om elke bij, hommel of zweefvlieg aan te trekken. Op wat kleine vliegjes na heb ik er ook zelden insecten op gezien. Zou dit betekenen dat er geen bestuiving optreedt? Dat de Vroegeling zaden maakt om te overleven? Op dezelfde manier als veel paardenbloemen planten zonder vader zijn? Het wordt een bijzondere uitdaging om daar in het komende vroege voorjaar eens een antwoord op te vinden.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...