zondag 20 december 2015

Abelstok, van dorpsbos naar mosbos

Kromme Raken bij Abelstok, west van Mensingeweer
Abelstok, wie heeft er ooit van gehoord? Volgens oude sagen was hier de plek waar Abel met zijn polsstok iets te ver over de Kromme Raken sprong. Geen mens zag hem weer maar of dit zo was? Waarschijnlijk stond er gewoon een stok die de doorwaadbare plaats aangaf. Voor KNNV Groningen gaat het echter om het dorpsbosje, zuidelijk van de weg van Mensingeweer naar Wehe den Hoorn en naast het gemaal Abelstok.
Eens een rijke boomgaard, nu bijna oerbos

Rijk fruit, eens voor ons, nu voor de natuur. Schimmels op appel.

Het dorpsbos werd in 1924 aangelegd als appel- en perenboomgaard. Vanaf de jaren zeventig gaat het niet goed met boer en goed. De oude eigenaar overlijd, zijn erfgenaam laat het bos verwilderen en een koper verdwijnt bijna in het cachot. Hippies en hillbillies weten er wel raad mee en maken biologisch zeer verantwoorde moes van het ooft. Maar het plaatselijk gezag houdt niet van appelmoes en biologische peren en stuurt de commune het bos uit. Als tenslotte ook huis en haard afbranden rest er niets dan woeste natuur. Zo rijk gezegend met fruit dat merel en kramsvogel er niet tegen kunnen eten.
Kalkbekertje (Craterium sp), een slijmzwam op perenblad

Groot kalkschuim (Mucilago crustacea), een forse slijmzwam

Twee soorten slijmzwammen, blauwe toverballen van Parelmoerkopje (Lamproderma sp) en een Kristalkopje (Didymium sp)

Rond de vroegere gaarde staan nu wat populieren, wilgen en essen. Deels nog fier overeind, deels neergestort. Weggezakt in de vette zeeklei en overgegeven aan gezwam. Papierzwam, groene schelpzwam en fluweelpootjes zijn nog overal te vinden. Veel kleiner zijn de bizarre slijmzwammen. Geen schimmel maar een microben verslindende slijmige massa die uiteindelijk overgaan in fraai gevormde sporendragers.

Mosbos, oude perenboom in een groene jas

Haarspitsmos
Gebogen vedermos

Abelstok was eens een dorpsbos, het is nu een mosbos geworden. Dat was ook de reden dat Dirk Blok zijn excursie diep het bos in voerde. Boomstronken zijn hier eindelijk eens niet overwoekerd met het overal voorkomende klauwtjesmos. Fijn laddermos hangt als een modieus gewaad over boomlijken gedrapeerd. Op de zware klei groeit op een enkel plekje het bekende gazonmos, door bryologen haakmos genoemd. Veel fraaier is het Haarpuntmos. Groot en met bolle blaadjes die in een fijne punt uitgetrokken zijn. Op steilkantjes groeit een andere klei specialist: gebogen vedermos. Lid van een bijzonder geslacht van topkapselmosjes met een soort van vlag boven op de nerf.

Mogelijk gewone haarmuts

Broedkroesmos, toppen van de stengels met bruine broedkorrels

Wil je het echte mosbos ervaren dan zal je door moeten lopen naar het fruit. Bij de appels begint het al. Donkergroene plukjes staan parmantig op de dunste twijgjes. Veel zijn haarmutsjes, zonder of met oude kapsels en zo niet verder op naam te brengen. Maar er zit ook broedkroesmos. Wil je snel een tak of boom kunnen begroeien dan kost het wel erg veel tijd om te wachten tot sporen rijp zijn. Met ook nog eens de kans dat ze allemaal een andere kant opwaaien en zonder enige overlevingskans een droevig einde tegemoet gaan. Broedkorrels zijn feitelijk niets anders dan een verzameling kiemcellen die afvallen en meteen uitgroeien tot een nieuw mosplantje.

Fraai haarmos, altijd op de grond maar in Abelstok boombewoner

Helmroestmos, op een populier

Achterzijde takje helmroestmos met "flesjes"

Bleek boomvorkje op perenboom
Palmpjesmos op perenboom

Topper is echter het perenwoud. Woest, gekromd, takken naar de grond neigend en helemaal gehuld in groen. Mossoorten die altijd op de grond groeien zoals gewoon sterremos, fraai haarmos en gewone gaffeltand kiezen hier voor een verheven groeiplaats. Palmpjesmos hangt als een wijde mantel om de stammen. En daartussen het kleine grut. Gedrongen kantmos (het bekende platgeslagen sintereklaasmutsmos), meestal algemeen, groeit hier alleen in kleine plukjes. Daartussen het bleek boomvorkje. Een levermosje zonder stengels en feitelijk niets meer dan een gevorkt groen flapje.

Honderd jaar geleden lag hier een door weer en wind gegeselde akker. Niemand zal toen ooit hebben kunnen vermoeden dat hier een mosbos zou verschijnen. Een bedevaartsoord voor bryologen.

Meer lezen over Abelstok? Lees dan "De hippies en hillbillies van Abelstok".

vrijdag 11 december 2015

Korstmossen: gelukkig huwelijk of gedwongen samenleven?

Rood bekermos, Orvelterzand
Zoals de ouden zongen zo piepen de jongen. Een mooi spreekwoord wat helemaal van toepassing is op korstmossen. Elke excursie weer moet ik uitleggen dat het echt geen mossen zijn. De naam is een herinnering aan de tijd dat we niet beter wisten. En toch, ze zijn echt niet groen, ze hebben geen stengel, geen blaadjes, geen sporenkapsels. Niets lijkt op een mos en toch blijven we spreken over rendiermos, bekermos en dooiermos.

Feitelijk zijn korstmossen gewoon schimmels die een alg gevangen houden. Niks geen gelukkig huwelijk maar gedwongen samenleven. Misschien wel een beetje ten voordele van elkaar maar zonder elkaar kunnen ze ook niet echt. Het algje moet het meeste werk doen. Dag in, dag uit, suikers produceren. Maar de schimmel zorgt voor mineralen en beschermt de alg tegen de meeste grote tanden. Licheenzuren maken het korstmos voor bijna elke planteneter volledig oneetbaar. In ons land zijn het vooral rupsen van enkele beertvlinderjes die dwars door deze verdediging heen breken. Op de Lapse toendra knabbelen rendieren graag aan een pluk korstmos.

Grijsgroene steenkorst, Haren

Open rendiermos, Orvelterzand. Een struikvormig korstmos.

Eikenmos, Haren. Een struikvormig korstmos.

Muurschotelkorst, Nieuw Statenzijl. Een korst met bladvormige flapjes.

Korstmossen zijn dus geen mossen maar ook lang niet altijd korsten. Er zijn ook struiken, bladeren en korstjes met bladlobjes. Bruin of grijs is de meest gedragen modekleur. Maar ook kanariegeel of oranje komen voor. Als ze nat worden lijken ze soms bedriegelijk groen maar dat zijn dan de algjes die er doorheen schemeren. Leermossen worden in deze toestand blauwgroen. Dan heeft de schimmel niet voor een alg maar een cyanobacterie, vroeger blauwwieren genoemd, gekozen. Voor zijn doel maakt dat niets uit. Ook cyanobacteriën bedrijven fotosynthese en zijn daarmee perfecte suikerfabriekjes.

Gewoon veentrechtertje, een paddenstoeltje op een groenig korstmos, Mensinge (Roden)

Apotheciën op gelobde zeecitroenkorst, Schiermonnikoog

Picnidiën op de bekerranden van Knopjes-bekermos, Haren
Schimmels zonder paddenstoelen, zo zou je ze ook kunnen noemen. Hoewel, enkele soorten weten niet goed waar ze bij horen en kunnen toch nog een klein zwammetje vormen. Het bekendste voorbeeld daarvan is het Gewoon Veentrechtertje. Maar sporen vormen ze wel degelijk. In mooie bekers of gewoon in een plat schijfje die apotheciën genoemd worden. Soms niet meer dan een gekleurd puntje (pycnidiën) maar dan zijn het ongeslachtelijke sporen die ontstaan zonder dat twee schimmeldraden met elkaar zijn versmolten.

Lichte veenkorst, Haren. Poederig van de sorediën.

Oranje dooiermos, Glimmen. Met wratvormige isidiën.
Sporen vormen betekent wel alleen de wijde wereld in. Zonder algenvriendje en maar hopen dat je een geschikte kandidaat vindt. Veel gemakkelijker is het dan ook om gewoon een stuk van je eigen lijf af te halen en op pad te sturen. Stoffijne bolletjes (sorediën) met niet veel meer dan een nestje van schimmeldraden met helemaal binnen in enkele algjes. Afgesnoerde wratten (isidiën) is nog efficienter. Feitelijk zijn het kant en klare stukjes korstmos die afbreken als een regendruppel of muizenpoot er tegen aan komt.

Gewone citroenkorst, Haren. Een echte stikstofliefhebber

Varkenspootje, Mantingerzand. Een heide bewoner.

Donkerbruine schotelkorst, Schiermonnikoog. Op basalt.

Gewoon schorsmos, Zeegse. Op bomen.

Korstmossen groeien bijna overal. Van de kleinste kiezelsteen tot het grootste hunebed. Van boomstam tot grafzerk of stoeptegel. Iedereen woont letterlijk tussen de korstmossen. Twintig soorten rond of op een huis is wel het minimum. Voor sommige soorten maken wij het wel erg gemakkelijk. Elke koeienflap of frisse, darm gegenereerde, wind geeft groot dooiermos en citroenkorst een grote glimlach rond hun thallus. Stikstof , daar zijn ze blij mee. Zwavel uit steen- en bruinkool is veel lastiger. Slechts enkele soorten zijn er nauwelijks gevoelig voor. Baardmossen rollen direct hun baard op en verdwijnen voor bijna altijd. Na de enorme vervuiling in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstonden zelfs korstmoswoestijnen. Woest en ledig, kale boomstammen, verlaten stuifzanden. Gelukkig ligt die tijd ver achter ons en is Nederland weer rijk voorzien met honderden korstmossoorten.

Baardmos, Tschiertschen (CH)
 Meer weten over korstmossen? De KNNV heeft een handzame basisgids Korstmossen uitgegeven. Nog meer? Dan is de, eveneens door de KNNV uitgegeven, Veldgids Korstmossen een absolute aanrader. In 2016 wordt in Anloo een Groen & Doen korstmoscursus gegeven om je nog verder op weg te helpen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...