zondag 17 april 2016

Voorouders in de zak


Ronde zakpijp, Molgula manhattensis - Lauwersoog
Waar komen we vandaan? Wie waren onze voorouders? Vragen die sinds mensenheugenis gesteld worden. Gaan we terug tot Lucy uit Oost-Afrika? Met haar meer dan een miljoen jaar oude botten toch zeker een verre verwant. Maar het kan nog verder. De lijn volgend naar de eerste zoogdieren uit het Mesozoïcum, geleidelijk overgaand in de reptielen. Dan terug naar de amfibieën en de allereerste visachtige wezens uit het verre Ordovicium, 450 miljoen jaar geleden. Dan wordt de lijn steeds vager, fossielen zijn er nauwelijks meer. Maar toch moeten we daar onze Adam vinden: de manteldiertjes of zakpijpen.

Ronde zakpijp (Molgula manhattensis) - Lauwersoog

Japanse knotszakpijp (Styela clava), beide openingen ingetrokken - Lauwersoog

Gesterde geleikorst (Botryllus schlosseri), oranje vorm uit de Oosterschelde - Neeltje Jans

Gesterde geleikorst, witte vorm - Lauwersoog

Als landrotten komen wij zakpijpen nauwelijks tegen. We moeten naar strand of haven om ze te ontmoeten. Vast gehecht aan touwen, een drijvend krat of groeiend op speciaal daarvoor in het zilte water gehangen stenen of roosters. En als we ze dan vinden hebben ze niets meer dat op ons lijkt. Het zijn hun jongen, vrij zwemmende larfjes, die met hun primitieve ruggengraat (een chorda) al honderden miljoenen jaren laten zien hoe het eens is gegaan. Een extra bescherming rond het zenuwstelsel die bij alle gewervelde dieren voorkomt. Bij zakpijpen zijn er slechts enkele soorten die deze chorda behouden, de meesten leven als volwassen dier vastgehecht en nemen dan afscheid van hun graat. In deze fase hullen ze zich in een wijde mantel, gemaakt van een soort cellulose. Soms alleen, soms deze mantel delend met tientallen tot honderden soortgenoten in een kolonie.

Japanse knotszakpijp (Styela clava) met instroom- en uitstroombuis wijd open - Lauwersoog
Slingerzakpijp over zeepokken, geen uitstroom en instroomopening zichtbaar - Lauwersoog

Zakpijpen hebben geen krachtige kaken om hun voedsel aan stukken te scheuren. Actief op jacht gaan zit er ook al niet in. Ze moeten het hebben van pompen en filteren. Bij solitaire zakpijpen is dat mooi te zien. Twee slurfjes steken uit de mantel. Eén om het water naar een kieuwkorfje te pompen en een tweede om het vuilnis te lozen. Mooi te zien door ze even te plagen als je ze uit het water haalt. Even er op drukken en het water spuit er uit. Kolonievormers delen een gezamenlijke uitstroomopening.

Harige zakpijp (Ascidiella scabra), bijna lui op zijn kant liggend - Neeltje Jans (Oosterschelde)

Omdat zakpijpen zich letterlijk aan alles vasthechten in zeewater kunnen ze gemakkelijk meeliften naar nieuwe gebieden. Nog gemakkelijker wordt het als zeelieden ballastwater zoeken voor hun lege ruim. Zo zijn tientallen soorten letterlijk van de ene naar de andere oceaan gesleept. Japanners en Amerikanen bevolken nu onze Waddenzee en Delta. Echte Europeanen als slingerzakpijpen en harige zakpijpen zijn er nog steeds maar ze moeten knokken om een plaatsje tussen al die exoten. De ronde kwam mogelijk uit het westen van de Atlantische Oceaan, de ster uit Californië en de knots uit Japan. Ook in de wereld van zakpijpen wordt de wereld steeds mondialer.

Zakpijpen, je komt ze niet dagelijks tegen maar zoek er eens naar bij een volgend bezoek aan de kust.

Meer info: Zoekkaart Zakpijpen - Stichting Anemoon
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...