zondag 27 februari 2011

Mistige natuur rond Haren


Onnerpolder in de mist
Mist ligt als een klamme deken over de Nederlandse natuur. Niet alleen het regeringsbeleid verbleekt onze groene omgeving, ook het weer wil vandaag duidelijk maken dat het niet altijd zonneschijn is. Vandaag voert de reis in zuidelijke richting, ruim dertien kilometer wandelen van Haren via Onnen naar Glimmen en weer terug door het Hemrik. De oostelijke woonwijken van Haren zijn de laatste vaste contouren die we zien als we de weg naar Waterhuizen oversteken. Het nieuwe betonnen fietspad gaat al snel over in een modderig gravelpad. Het rood omlijste gezicht van een Puttertje kijkt ons verbaasd aan. We zijn dan ook, met uitzondering van een eenzame jogger, de enige wandelaars op deze grijze ochtend. Kolganzen vliegen over maar zijn niet te zien. In de natte weilanden van de Onnerpolder scharrelen tientallen Roeken, op zoek naar voedsel maar al duidelijk met het komend broedseizoen in hun kraaienkop. Na een kilometer nevel doemt Onnen op, enkele boerderijen met grote tuinen. En zoals overal op het platteland, ook hier veel paarden. Ons pad slingert langs de westrand van het dorp en loopt door tot de Koelandsdijk. Links voert hier de polder in maar wij kiezen voor de beschutting van Appèlbergen. Geleidelijk stijgend gaat het zandpad de Onneres op.In de zomer hoog begroeid met mais, nu een zwart, omgekeerd bord omzoomd door houtwallen. Aan de zuidrand steken we het bos in, eens een militair oefenterrein maar nu in het bezit van Staatsbosbeheer. Dankzij verbeterd beheer heeft het Grote Veen weer een wisselende waterstand gekregen, in de winter maakt dit het enkele bankje bijna onbereikbaar.

Via de Hoge Herenweg komen we op de weg naar Zuidlaren en volgen daar het fietspad naar Glimmen. Oude eiken en een enkele beuk maken deze landelijke route tot een statige toegangsroute naar het zuidelijkste dorp van de gemeente Haren. In sfeer helemaal Drents maar bestuurlijk Gronings. Herenhuizen met gigantische tuinen laten zien dat de vaak gemaakte vergelijking met Bloemendaal zeker klopt. Op strategische plaatsjes aan de Meenteweg staan bankjes die nu wel bereikbaar zijn.Tijdens de lunch verbazen we over een Haas die zich door het struikgewas worstelt. Kennelijk zijn wij niet de enige die dat wat bijzonder vinden. Een Groene Specht laat met zijn gelach horen dat een Haas hier toch niet helemaal thuis hoort. Als we Glimmen achter ons laten en verder gaan in noordelijke richting komen we in het dal van de Drentsche Aa. Laag en venig strekt het Hemrik zich voor ons uit. Het landschap wordt vandaag gestoffeerd met kleurige hardlopers die soms als een aanlopende locomotief ons proberen te passeren. Via de Lutsborgsweg, de langste zandweg van de gemeente Haren, lopen we terug naar het dorp. De mist trekt op maar maakt plaats voor een druilerige regen.

zaterdag 26 februari 2011

Antarctische herinneringen

IJsschotsen in het Winschoterdiep zijn eigenlijk net kleine ijsbergen. Herinneringen aan de ijskastelen van de Gerlache Street komen weer boven. Het was januari 2010 toen  we met bijna 50 passagiers op de MS Professor Molchanov opstoomden richting Paradise Harbor aan de kust van het Antarctische Schiereiland. Een stralende lucht leek in niets op de klamme mist die de vorige dag onze eerste blik op het zesde continent probeerde te verhinderen. Net wakker en nog bijkomend van de 1000 kilometer lange tocht vanaf South Georgia stommelden we toen de scheepstrap af richting onze Zodiac. Waar we naar toe gingen was maar nauwelijks te zien door de beklemmende nevels. Een verlaten gebouw met een Argentijnse vlag op de muur geschilderd, enkele Weddell zeehonden die ons dom aanstaarden en vooral veel grauw water. Was dit nu het lang verwachte Antarctica? Opstomend naar de Orne Islands werd het zicht wat beter. Keelbandpinguins met honderden jongen, kleumend in oude sneeuw, wisten ons te overtuigen dat we toch echt de goede richting hadden gekozen. Pas aan het eind van de middag bij Port Lockroy kwamen de eerste gletsjers en ijsbergen, zacht bestreken door een lage avondzon. Het meest zuidelijke en zeker meest toeristische postkantoor ter wereld bleek vooral bewoond door Ezelspinguins.

Pas de volgende dag zou Antarctica zich in al zijn majestueuze schoonheid aan ons tonen. Drijvende ijsmonumenten, voorzien van Gaudi torens, middeleeuwse kerkers en in alle tinten tussen wit en diepblauw. Gletsjers die met lange grijpvingers het strand in bezit probeerden te krijgen. Zeeluipaarden die loom liggen te wachten tot er weer een Krabbeneter (een zeehondensoort) in hun enorme muil zou zwemmen.
Een jaar later aan de oever van het Winschoterdiep. Ik moet steeds dieper door de knieën om de smeltende ijsschotsjes  op kastelen te laten lijken. Antarctica is ver weg, een herinnering, bijna een droom.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...