donderdag 30 augustus 2018

IJsland 2, vuur en ijs

IJsland is een land van enorme contrasten. In de zomer gaat de zon er niet onder terwijl hartje winter de duisternis maar enkele uren plaats maakt voor een schemerige dageraad. Nog spectaculairder is het contrast tussen vuur en ijs. Stinkende rook en oververhitte stoom schiet op allerlei plaatsen uit de grond, machtige vulkanen lijken in diepe slaap maar overal is te zien dat dit maar schijn is. Tegelijkertijd staat IJsland in het rijtje van drie grootste ijsvelden ter wereld.
Rood "gloeiend" gestolde lava, Krafla vulkaan 


Woestijn van vulkanisch as tussen Myvatn en Asbyrgi

Strokkur, oververhitte stoom (Geysir)
De aarde rust nooit in IJsland en dat voel je, ruik je, hoor je. Vanuit de Mid-Atlantische rug wordt IJsland letterlijk opengescheurd en steeds verder uitgerekt. Overal houden vulkanen even hun adem in om dan weer, totaal onverwacht, over te koken. Lava uitbrakend, as uitspuwend en steeds maar weer nieuwe grond toevoegend. Vooral aan de zuidkust is stilte altijd een aankondiging van de volgende ramp. Verborgen onder een enorme ijsmassa liggen enorme kraters die als getergde reuzen hun ijzige jas met stoom en kokend water van zich af kunnen schudden. Nog indrukwekkender is het ruige hart van IJsland. Miljarden tonnen as bedekken het landschap, daaronder boerderijen en akkers van de eerste kolonisten die net na hun uitkomst verrast worden door een enorme uitbarsting van de Hekla. Daarbij vergeleken was het jarenlange gesputter van de Krafla (noordoostelijk van Myvatn) niet meer dan wat gezellig gepruttel. Nog kleinschaliger zijn de honderden vulkanische bronnen, modderpoelen en een enkele, stoom blazende, geyser. Bewijs van een aardkorst die geen tijd krijgt om af te koelen. Hier wordt letterlijk gewerkt aan het nieuwe IJsland.

Borrelend en kleurrijk (Hengill)

Stinkend spektakel (Krisuvik, Reykjanes)

Borrelende modderpoel (Hvervellir)

De rust keert weer, zwavelbronnen koelen af (Krafla)
Voor de mooiste vulkanische bronnen moet je wel even de tijd nemen. Hengill  bijvoorbeeld, vlakbij Reykjavik en veel spectaculairder dan het bekende Krisuvik. Maar er moet wel een uur gelopen en geklommen worden voordat je vanaf de parkeerplaats aan de oever van de warme beek staat. Maar dan heb je ook wat. Op twee  niveaus borrelt, blubt en stinkt het naar zwavel. Blauw en geel overheersen in de afgezette mineralen. Nog mooier is Hvervellir in het hart van IJsland. Met een huurauto of -camper alleen bereikbaar als je een 4WD uitvoering meegenomen hebt terwijl de weg inmiddels zoveel bereden wordt dat deze ook met een gewone uitvoering in juli en augustus te doen is. Een andere optie is een lange dagtocht met een speciale terreinbus vanuit Reykjavik. Net als in Hengill hebben ze ook hier een bad gelegenheid gemaakt als je uitgekeken bent op de kleurige, rokende en brullende bronnen. Tip: wandel ook eens het lavaveld op. Stoom borrelt er uit de grond en er is ook een prachtige lavagrot die uitnodigt voor een meditatief moment in het binnenste der aarde.

Jokulsarlon, ijsschotsenmeer

Gletsjermeer, Skaftafell

Imponerende ijsmassa, Skaftafell

IJzig IJsland laat zich in de zomermaanden het beste ervaren in het zuidelijk deel van het Skaftafell Nationaal Park, De meeste toeristen komen niet verder dan het korte pad noordelijk van de vreselijk vieze camping of het ijsschotsenmeer Jokulsarlon. Zeker imposant, letterlijk tegen een muur van ijs aankijkend of enorme brokken in een meer van smeltwater zien langs drijven. Maar trek de stevige schoenen eens even. Klim vanaf de camping en bezoekerscentrum naar boven tot aan het uitzichtpunt van Glama. Laat je strelen door de ijskoude adem die rond de gletsjer blijft hangen. Kijk neer op een gekerfd en gegroefd landschap van een gigantische ijsmassa. Geen sporen van terreinwagens maar een kriskras patroon van brokken steen die over het ijs naar beneden gegleden zijn. Zo moet 150.000 jaar geleden de gletsjertong op en rond de Hondsrug er uit gezien hebben.

Geen groter contrast tussen vuur en ijs is er te vinden dan op IJsland!

Deze reis werd georganiseerd door www.ijslandspecialist.nl. Een absolute aanrader voor elke reis naar dit prachtige land.


dinsdag 28 augustus 2018

IJsland 1, veren en bloemen

Papegaaiduikers, Nupskatla
IJsland, steile kliffen, zwarte lavawoestijnen, gletsjers en ijzige rivieren. Wie hier wil overleven moet om kunnen gaan met deze omstandigheden. Huismussen beperken zich dan ook tot een enkele grote stad, merels laten hun familie vertegenwoordigen door de geharde koperwiek. En toch is letterlijk bijna overal leven te vinden. Arctische tijm houdt het vol in de meest extreme omstandigheden, Noordse stormvogels vestigen zich steeds verder in het binnenland omdat elke beschikbare woning aan zee al verhuurd is.
Kramsvogel

Watersnip

Goudplevier, Nupskatla
Een zomerse rondreis in IJsland betekent dat je bijna altijd gezelschap hebt van koperwieken en goudplevieren. Bij ons alleen in herfst en winter aanwezig maar hier overal te vinden. Elk ,met hun eigen wensen. Koperwieken zijn al tevreden met een struikje, goudplevieren hebben zelfs dat niet nodig maar tekenen voor wat gras en lage kruiden. En watersnippen? Die blijven je dag en nacht achtervolgen met hun mekkerende geluid. In Nederland vroeger algemeen in natte veenweiden en beekdalen maar nu mag je al blij zijn als je een "hemelgeit" op een lange wandeling tegenkomt.
Overzicht Jan van Genten kolonie, Nupskatla

Papegaaiduikers, Nupskatla

Toppereend
IJsland is vooral rijk aan water- en zeevogels. Harlekijneenden lieten zich in al hun pracht niet zien maar met de roodkeelduikers rond Thingvellir en de noordkust en een enkele ijsduiker bij Myvatn werd veel goed gemaakt. Toppereenden en smientjes laten zich uitstekend fotograferen in de stadsvijver van Reykjavik. Maar IJsland is toch vooral beroemd om zijn miljoenen, op de kliffen broedende, zeevogels. Alle toplocaties bezoeken is niet mogelijk in slechts twee weken. Wij kozen daarom voor Krisuvik (zuidoost), Dyrholey en Reynir (Vik, zuidkust) en Nupskatla (noordkust). Toeristen komen vooral voor de grappige papegaaiduikers maar die blijven toch bijna altijd op enige afstand. Alleen in Nupskatla hadden we gelegenheid om de aantallen visjes in hun snavels te tellen. Met 7 spierinkjes leek er een winnaar te zijn maar om kop en staart te onderscheiden bleek nog best lastig. Veel algemener zijn Noordse stormvogels en Noordse sterns, tot ver in het binnenland kwamen we ze tegen. 

Alaska lupine, 

Tijm, Hengill

Alpenwollegras, weg naar Landmannalaugur
 Het korte groeiseizoen, en de kap van de bescheiden IJslandse bossen in de Vikingtijd, heeft direct
 gevolg gehad op de verscheidenheid van de IJslandse flora. Bezoekers vergapen zich vooral aan uitgestrekte velden Alaska lupines. Geen wilde soort maar uitgezaaid om de dunne bodemlaag vast te leggen. Tijm geeft enige kleur aan de lava woestijnen in het binnenland. En Alpenwollegras staat overal waar water aan het maaiveld blijft staan.


Groene nachtorchis, Arnes

Noordelijke  nachtorchis, Arnes

Rhodiola, Skaftafell

Behaard vetkruid, Arnes
Arctisch wilgenroosje, Skaftafell

Voor orchideeën is het niet nodig uitgebreide tochten te ondernemen in IJsland. Bermen zijn uitstekende plaatsen om te zoeken naar de meest algemene soorten. Groene nachtorchis en noordelijke nachtorchis komen overal voor. Wat zeldzamer zijn witte muggenorchis (massaal rond Asbyrgi, noordkust) en gevlekte orchis (o.a. bij de zwavelbronnen van Krisuvik). Vetplanten als behaard vetkruid en rhodiola vragen weinig van de barre lava maar voor hun is het binnenland toch een stap te ver. En voor wie goed gaat zoeken is er nog veel meer. Opvallend is dat het een bonte mengeling is van bekende Alpenplantjes en Scandinavische soorten. Waar de ijstijd op het Europese continent zorgde voor een uit elkaar drijven van arctische soorten bleef alles op IJsland bij elkaar. , Levendbarende duizendknoop, alpenhelm, achtblad en arctisch wilgenroosje zijn maar enkele van de leuke soorten die op een wandeling vanaf de camping bij Skaftafell genoteerd kunnen worden.

Sneeuwhoen, Hvervellir

IJsland biedt meer dan geysirs en modderbronnen. Een zomerse rondreis blijkt een verrassende ondekkingstocht te zijn waarbij je elke dag weer verrassingen tegen kan komen.

Deze reis werd georganiseerd door www.ijslandspecialist.nl. Een absolute aanrader voor elke reis naar dit prachtige land.

vrijdag 24 augustus 2018

Voetstappen op het Pieterpad 4

Nederland, geen vierkante centimeter is onberoerd gelaten. Maar zet je voeten eens op het Pieterpad. Voel de Hondsrug onder je wegglijden, verzwolgen door golven die een metersdik kleipakket bovenop het Groningse land afgezet hebben. Hoor de wind die in vervlogen eeuwen beukende golven tot aan de stadspoorten van de "Stad" opjoegen. Hier is geologische geschiedenis geschreven die tot op de dag van vandaag te lezen is als een spannend boek.










Groningen, Peerd vasn Ome Loeks

Het "peerd van ome Loeks" markeert de start van de twee zuiver Groningse etappes voor de Pieterpatters die van zuid naar noord door Nederland trekken. Grazend op keihard beton is zijn lot maar wandelaars worden ontvangen met een zoete verleiding waarbij de tocht van Odysseus tussen de klippen van de verleidelijke Scylla en Charibdis verbleekt. Elke rugzak is te klein om de lekkerste kaasjes, worsten en krakend verse broodjes te bergen tijdens het passeren van Folkingestraat en Vismarkt. Maar om de mooiste picknick plek te bereiken moeten er eerst nog flink wat kilometers weggestapt worden. Dwars door het bruisende hart van de "Stad", over de vroegere stadswallen en het Noorderplantsoen, de studentenbuurt en langs de moderne gebouwen van de universiteit.

Groningen, Linnaeusborg

Groningen, gedicht herinnerend aan de Selwerderhof en het klooster MariaVirgo

Wierumerschouw, Reitdiep
Bij het verlaten van de "Stad" lijkt het alsof je een andere wereld betreedt. Terwijl de ultra moderne Linnaeusborg, kenniscentrum van en voor biologen, steeds meer opgenomen wordt in omringend groen ademt het landschap nog steeds de zilte geur van klei. Meer dan 1200 jaar geleden lag hier een burcht. Een kleine kloostergemeenschap bewerkte godvruchtig het land terwijl de heer van Selwerd zijn zelf geslagen penningen telde. Niets vermoedend van gigantische stormvloeden die honderden jaren later zijn kustlandschap dramatisch zou veranderen. De verdronken slachtoffers zijn vergeten maar de boeren telen nog steeds hun aardappelen en tarwe op de klei die toen afgezet werd. Maren en riviertjes tekenen blauwe lijnen maar zijn niets anders dan kreken die eens het zeewater tot aan de stadspoorten gebracht hebben. Het Pieterpad volgt wegen die eens over dijken liepen of dwars door drooggevallen kwelders aangelegd zijn. Vanaf de Paddepoelsterweg tot aan de picknickplaats bij Wierumerschouw steken de eerste terpen nog steeds vier hun top naar boven. Van vluchtplaats tot markante locatie van menig Groningse boerderij.

Oostum, links Klein Reinghestede

Oostum, kerk

Alinghuizen, te gast op paden van Groningse boeren
Over de Dodelaan voert het Pieterpad naar Oostum, één van de vele terpdorpjes die na duizend jaar in diepe rust lijkt te verkeren. Een enkele fietser passeert ons, Pieterpad wandelaars die in Pieterburen gestart zijn groeten met een blijde glimlach. Zij hebben er ruim twintig kilometer op zitten, wij voelen meer dan vierhonderd kilometer in onze kuiten. Een dijk die stevig genoeg is om een volgende St.Elizabethvloed te keren brengt  ons naar een hoge brug en de andere oever van het Reitdiep. Ontelbare aantallen zwaluwen eten zich er bijna ongans aan Groningse mugjes, puttertjes doen hun uiterste best om zoveel mogelijk distelzaadjes naar binnen te proppen. Als we de verrekijker laten zakken neemt het landschap het verhaal weer over. Sauwerdermaar, Garnwerd en uiteindelijk Winsum. Voor schippers op weg naar de stad Groningen markante punten waar gevaren of overnacht kon worden.

Mensigerweerster Loopdiep

Maarhuizen

Mensingeweer
De volgende etappe Pieterpad gaat van Winsum naar Pieterburen. Van een oud handelsstadje gedrapeerd om een terp naar een langgerekt streekdorp rond een kerk. Absolute toppers in dit stuk zijn Maarhuizen, Mensingeweer en Eenrum. Eerst steeds oude kreken volgend en dan even aftakkend naar sporen van de Kerstvloed in 1717. Alleen het kerkhofje van Maarhuizen ligt er nog, al het andere is in de golven verdwenen. In later eeuwen werd de Enna Jans Heerd gebouwd maar de sfeer van vroeger kwam nooit meer terug. Hoe anders is dat in de dorpen Mensingeweer en Eenrum. Oud en nieuw ontmoeten elkaar in bijna harmonische perfectie. Met een nieuwe rondweg en een snellere verbinding naar Pieterburen is ook veel van het doorgaande verkeer verdwenen en kan er weer geleefd worden op straat. Na Eenrum worden de akkers steeds groter. Het nieuwe Oosterbos geeft een wat misplaatst groen accent aan dit jonge zeeklei gebied waar openheid de boventoon voert. Pieterburen komt in zicht. De toren van de kerk lokt, aan de oostkant de erfenis van Lenie 't Hart en daartussen ligt het beginpunt van het Pieterpad.

Eenrum

Laatste beklimming voor Pieterburen
Na dit vierde deel van onze Pieterpadimpressies volgen nog twee delen. Van Venlo tot Groesbeek ligt al klaar; daarna tot slot nog drie Gelderse etappes van Millingen aan de Rijn tot aan Vorden die we nog niet gelopen hebben. Het Pieterpad laat een prachtiger doorsnede zien van de mooiste Nederlandse landschappen. Trek ook eens de wandelschoenen aan en start met het Pieterpad voor 492 kilometer wandelplezier.

Begin- en eindpunt Pieterpad in Pieterburen


vrijdag 8 juni 2018

Voetstappen op het Pieterpad 3

Voetstappen kussen de aarde, lichtvoetig voortbewegend door bos en veld. Het hoofd geheven, ogen nieuwsgierig gericht op de horizon, in buidel of hand het evangelie van het Pieterpad.

In deel 3 van deze terugblik op onze Pieterpadervaring volgen we de route van Hardenberg tot aan Groningen. Zes dagetappes en ruim 120 wandelkilometers vanuit Overijssel, dwars door Drenthe en de eerste stappen in Groningen. Lange stukken weg door verveend landschap, bosplantages, de  mooiste laaglandbeek en tenslotte de kop van de Hondsrug.

Hardenberg, Vecht

Vogelmelk

Gramsbergen

Welkom in Drenthe

Coevorden, kasteel

De Overijsselse Vecht was eens de gemakkelijkste route tussen Zwolle en het Duitse achterland. Soms traag en soms snel stromend, dwars door een uitgestrekt met veen opgevuld rivierdal. Op rivierduintjes ontstonden nederzettingen die teruggaan tot ver in de Middeleeuwen. In Hardenberg lijkt het verleden veranderd in een bruisende toekomst, zelfs het Pieterpad moet er wijken voor wegverbreding en bouw van nieuwe woonwijken. Ook in Ane herinnert slechts een monument aan de ondergang van de Utrechtse bisschop. Maar Gramsbergen koestert echter nog zijn oude centrum. De stilte wordt slechts verstoord door voortstappende Pieterpatters en een enkele autochtoon. De grande finale van deze etappe zit in de staart. Natuurontwikkeling rond de Kleine Vecht heeft een klein paradijsje gecreëerd bekroond met de poort van Drenthe. Zwerfstenen opgestapeld tot een Bretonse dolmen maar ook te beleven als deur van het Overijsselse naar het Olde Landschap Drenthe.

Coevorden, Oude Drostendiep

Landschapskunst, drie gebouw profielen samen een driehoek vormend

Landkaartje (Sleen, Jongbloedvaart)

Sleen, voormalig gemeentehuis

Water blijft ook op het lange traject van Coevorden naar Sleen een terugkerend thema. Een aangename verrassing omdat de voormalige veenmoerassen tussen Vecht en Drents plateau bekend staan om hun eindeloze, kaarsrechte wegen. Wulpen zingen weer het hoogste lied boven drijfnatte weilanden langs het herstelde oude Drostendiep, direct ten noorden van Coevorden. Het nieuwe Drostendiep  en de Hoogeveense Vaart staan in rauw contract hiermee. Strak als een liniaal, oevers waar een overstekende ree nauwelijks uit kan komen en water wat zo snel mogelijk het Drentse land mag verlaten. Hoe het ook anders kan blijkt wel bij de Jongbloedvaart tussen Sleen en de Hoogeveense Vaart. Honderden platbuiken zwermen als eskaders jagers rond de rietkraag. Spiedend naar prooi wat vervolgens met genoegen verdwijnt tussen de kaken van deze libellen.
Maar er is meer dan natuur in dit voormalige veengebied. Prachtige landschapskunst bijvoorbeeld. Op de hoek van Drift en fietspad vanaf het Oude Drostendiep staan drie merkwaardige profielen. Dichterbij gekomen blijken het opengewerkte gevels van de drie meest voorkomende bouwwerken in Drenthe te zijn. Boerderij, industriepand en recreatiewoning in een organische driehoek geplaatst. Iets verder stap je het zwijgende verleden in. De verdwenen Joodse gemeenschap wordt blijvend herinnerd op de oude begraafplaats. Onnadenkend en met weinig respect stap ik er rond zonder keppeltje maar probeer het goed te maken door een kiezelsteen te plaatsen op een zerk.
Sleen komt in zicht. Een esdorp met veel "witte schimmel" (zoals planologen de ongebreidelde uitbreiding met villawijkjes noemen) maar een prachtige historische kern.

Veenpluis (Sleenerzand)

Papeloze Kerk, model hunebed

Pieterpad monument (Boswachterij Sleenerzand)

Boswachterij Schoonloo

Zevenster (Schoonloo)
De 24.000 meter tussen Sleen en Schoonloo zijn vooral uitgezet over lange bospaden. Eens alleen productiebos maar hier en daar is te zien dat de houtvesters van weleer echte natuurbeheerders zijn geworden. Verstilde vennen met een verleden tot ver in ijzige tijden, zevenster wat mag bloeien in een middeleeuws hakhoutbosje en dood hout waar schimmels van smullen. Monumenten voor oeroude en moderne historie gaan er glimlachend hand in hand. Gestolde tranen van metalen brokstukken herinneren aan een neergestorte bommenwerper in WO II. Een galgenberg waar geboefte hun laatste adem uitbliezen bovenop resten van verre voorouders. De Papeloze Kerk waar Prof. van Giffen de grootse bouwwerken van de Trechterbeker cultuur reconstrueerde. Verstopt in het bos lijkt het te verdwijnen naast het monument voor de twee Pieterpadmoeders. Eerbiedig klimmen ook wij naar boven en staan in dankbaarheid naast de drie Drentse flinten. Zonder Bertje en Toos hadden wij deze prachtige tocht nooit gelopen.

Andersche Diep

Voorde door Andersche Diep

Hunebed (Rolde)

Jacobuskerk (Rolde)

Van Schoonloo naar Rolde is het slechts 18 kilometer. De laatste stukken staatsbos met ook hier weer,door pluisjes omringde vennen. Het mooiste stuk zit echter vlak voor de staart. Het dal van het Anderse Diep nodigt elke wandelaar uit even stil te staan. Van beslotenheid naar weidsheid, van schaduw naar zon. Ondanks sporen van de verwoestende werking van de mens tijdens de laatste grote ruilverkaveling is deze zijtak van de Drentsche Aa nog redelijk natuurlijk gebleven. De voorde was net te diep om te doorwaden maar met een bruggetje blijven de voeten droog. De weg leidt uiteindelijk naar Rolde zoals alle wegen in de nabije omgeving. Meer dan 5000 jaar centrum van bewoning, geloof en rechterlijke macht maar nu een rustig dommelend slaapdorp met een uitstekend Sri-Lankaans restaurant.

Landschapskunst geïnspireerd op het Pieterpad (Balloërveld)

Ven (Balloërveld)

Het veen mag weer groeien (Balloërveld)

Ringelrups (Gasteren)

De mooiste tocht van deze serie werd dag vier. Van Rolde naar Zuidlaren, via het Balloërveld, de Gasterse Duinen, het Schipborgsche Diep en de prachtige poëtische teksten op de stenen van psychiatrisch ziekenhuis Dennenoord. Een paard in diep gepeins verzonken leek ons te negeren bij de poort naar het geschiedenisboek wat Balloërveld heet. De prehistorische A28 liep hier, boeren legden er raatakkers aan of groeven naar potklei voor het bakken van grove steen. Stuifzand wisselt af met drijfnat veen. Roodborstapuiten en leeuweriken zijn hier nog te vinden. Daarna laat de Drentsche Aa zich steeds meer zien. Soms bescheiden kronkelend, soms als serieuze laaglandbeek met rivierallures. Omdat het maart 18 kilometer naar het centrum van Zuidlaren is kan er alle tijd genomen worden om te genieten van dit unieke beekdal.

Grote Veen (Appèlbergen, Glimmen)

Parende eikentandvlinders

Hoornse Dijk (Haren / Groningen)

Groningen, eindpunt na zes dagen lopen

Het wordt tijd Drenthe te verlaten. Berend Botje kan ons helaas geen uitgeleide doen want hij schijnt volgens de overlevering nog steeds in Amerika te wonen. Een laatste hunebed, een door oorlogsverleden pikzwart gekleurd ven en de benedenloop van de Drentsche Aa herinneren nog even aan het Olde Landschap maar dan lokt toch echt de Martinitoren. Twee kilometer stad als Via Gloriosa zonder Nijmeegse vierdaagse bloemen maar wel met heel veel zuchten en zweetdruppels. En  dan, de grande finale bij het station. Zes etappes met in totaal 121 Pieterpadkilometers en de nodige extra kilometers voor aan- en uitloop. Vier verrassende overnachtingen bij Vrienden op de Fiets en 1 \luxe hotel. En zoveel mooie herinneringen dat zes wandeldagen aanvoelen als bijna zes jaar.

Drentse pluisjes mee naar Brabant
Als souvenir van vijf dagen Pieterpad gaan wat pluisjes mee naar Tilburg, eenarig wollegras en veenpluis samen in de rugzak.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...