maandag 21 mei 2012

Vlinders in het groen

Groentje, Zeegse
Planten zijn groen maar dat betekent echter niet dat dieren dus niet groen zouden kunnen zijn. Groene vingers zijn immers ook meestal zwart van de tuinaarde? Groen is een perfecte camouflage kleur en dat hebben Wandelende Takken, Sabelsprinkhanen en Bidsprinkhanen al lang geleden ontdekt. Sommige vlinders gaan nog wat verder. Het Groentje is bijvoorbeeld een "Bruintje" als de vleugels opengeklapt zijn en felgroen als het mannetje besluit om wat meer op te vallen.

Zilveren Groenuil, Haren
Bij onze Nederlandse nachtvlinders hebben we echtere enkele soorten die het niet helemaal begrepen hebben. Zo afwijkend groen van de omringende vegetatie dat ze altijd opvallen. Het enige wat er dan nog opzit is onder een blad gaan zitten, verscholen voor een spiedend koolmezenoog. Neem nu eens de Zilveren Groenuil. Afgelopen vrijdagnacht kwam er na een lang, koud en soms nat voorjaar weer één op bezoek in onze tuin. Vriendelijk rondfladderend, af en toe even zitten en dan wat voorzichtig rondtasten met zijn zalmkleurige pootjes en sprieten. Kop, borststuk, kuif en vleugels getekend met het mooiste zachtgroen uit het palet van vlinderkleuren. In dezelfde tijd vliegt de wat meer voorkomende Kleine Groenuil ; later in het jaar gevolgd door de zeldzame Grote Groenuil.

Groene Weide-Uil, Doldersumer Veld

Groenuilen zijn volgens de nieuwste inzichten geen echten "uilen" maar Visstaartjes. Een kleine vlindergroep met rupsen die met enige fantasie een vissenstaart zouden hebben. Wel een echte uil is de Groene Weide-uil, laat in augustus eens betrapt bij het inspecteren van grassprietjes op het Doldersumer Veld (noordelijk van Havelte). Haar kleur zo opvallend anders dan het meer geelgroen van Pijpestrootje dat elke Roodborsttapuit er blij van zou worden. Kennelijk lukt het echter toch om zo snel de eieren af te zetten dat een volgende generatie nieuwe kansen kan krijgen.

Kleine zomervlinder, rustend op een muur, Haren
Appeltak, Haren, opvallend op wit gelakt hout

En dan zijn er de zomervlinders en appeltakken. Mintgroene spanners, soms wat gevlekt maar altijd voorzien van een enkele dwarslijnen. Juist daardoor wordt het beeld van een vlinder doorbroken. Voor een vlindereter wordt het beeld letterlijk gestoord. Als dan ook de randen van de vleugels nog eens opvallend gekleurd zijn kan er een tweede middel om te overleven in de strijd gezet worden. Terwijl een snavel pikt naar wat gekleurde haren kan de vlinder het hazenpad kiezen.

Eikenbladroller, Anloo

Tenslotte de Eikenbladrollers. Na een voorzichtige start als ingesponnen rupsjes maken ze het wel helemaal bont. Eind mei komen ze massaal uit de pophuid gekropen en geven bosranden zo een guirlande van groene
fladderaars. Hier maakt het kennelijk niet uit wat er gevangen wordt, er blijven altijd voldoende vlinders over voor een succesvolle voortplanting.

Groene vlinders, leuk om er eens op te letten nu het vlinderseizoen goed begonnen is.

zondag 20 mei 2012

Nationaal Park Alde Feanen, een kennismaking

Alde Feanen, brug tussen Wikelslân en Reid om 'e Krite

Een levend landschap is als een geschiedenisboek met als naschrift een doorkijkje naar de toekomst. Wandelen   is als bladeren door het boek maar wel een boek met geur en geluid.In Nationaal Park Alde Feanen , het Lage Midden van Fryslân, wordt het verhaal toegelicht door honderden vogels. Wat zwaarmoedig klinkt er boven het rietmoeras van Reid om 'e Kritte, in het uiterste noordoosten van dit dit 4000 hectare grootte gebied,   "Hoemp", "hoemp". Even later verheft zich een bruin geklede Roerdomp voor een korte inspectie over zijn gebied. Ongewild wordt je meegevoerd naar de zware tijden van de vervening, mannen die dagelijks in het zwarte veenwater stonden en brokken laagveen opbaggerden. In de Jan Durkspolder, zuidelijk van Earnewâld, zijn het de Kleine Karekieten die de periode tot de jaren negentig bezingen. "KarrrrrreKiet", wat eentonig, misschien tot vervelens toe. De vervening was gestopt, het gebied verdroogde en verstilde. 

Rietzanger, Wikelslân

Kleine Karekiet, Jan Durkspolder

In 't Wikelslân zijn het vooral Rietzangers die de wandelaar begeleiden. Uitbundig, blij, af en toe even een korte vlucht en dan verder met de meest bizarre liederen. Dit verveelt nooit, de natuur is weer tot leven gekomen! Het gebied is inmiddels bezig met zijn tweede decennium als nationaal park. Het water is terug, veen begint langzaam weer te groeien en de natuur herstelt zich na een zware operatie.

Tweerijige zegge, Fjirtich mêd

Vogelmelk, berm Alle om Slachte

Wandelen in de Alde Feânen verveelt nooit. In mei worden de bermen zijn de bermen bestrooid met de witte sterren van Gewone Vogelmelk. Langs de sloten zijn de Oeverzegges al uitgebloeid maar de Tweerijige Zegge beleeft nu zijn toptijd. Gele lissen staan klaar voor de volgende etappe. 

Jan Durkspolder, vogelkijkhut

Ooievaar, Ds. v.d. Veenweg

Voor vogels is de Jan Durkspolder altijd een geliefd excursiepunt. Twee vogelkijkhutten leveren in deze maand gegarandeerd Zwarte sterns, Geoorde Futen en Kleine plevieren. Ooievaars zaten vroeger vooral rond het Ooievaarsstation Eibershiem maar hebben nu overal broedgelegenheid gevonden. 

Viervlek, Wikelslân

Voor libellen lijkt bijna het gehele gebied geschikt. Halverwege mei zijn het vooral Viervlekken die het luchtruim beheersen. Boven de Krabbenscheer vliegt een enkele Groene Glazenmaker en in de oever schuilen Watersnuffels.

Wikelslân, moerasbos met veenmos

Jan Durkspolder

Nationaal Park Alde Feanen, een uniek laagveengebied waar de natuur weer is als vroeger.

vrijdag 18 mei 2012

Nationaal Park Lauwersmeer, net even anders

Lauwersmeer, Kollumerwaard
18 mei 2012. Vogelend Nederland is opnieuw op zoek naar de Grote Franjepoot, de Roodkopklauwier of Morinelplevieren in en rond het Lauwersmeer. Telescopen speuren met hun glazen oog over het water, camera's klikken bijna spontaan en sterke verhalen doen de ronde. Ook als blijkt dat de Grote Franjepoot verder gegaan is met zijn dwaaltocht van Noord-Amerika naar onbekende oorden valt er echter nog genoeg te beleven.

Lauwersmeer, Kollumerwaard, konikpaarden met jongen

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Brandnetelroest

Met deze blog wil ik graag laten zien dat het Lauwersmeer ook net even anders weer heel mooi kan zijn. Een sfeerplaatje van de Kollumerwaard lijkt bijna verassend op de laagveengebieden. Konikpaarden en Schotse Hooglanders houden een deel open, vochtiger delen mogen zich ontwikkelen tot rietmoeras. In vroegere populierenaanplant voelen brandnetel en kleefkruid zich goed thuis. Leuk om hier eens te zoeken naar Brandnetelroest, een schimmel die  delen van het blad oranje kleuren. Uiteindelijk ontstaan er miniatuur kraters waar miljoenen sporen uit zullen komen.

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Goudpootzandbij

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Asbij

Kleine kapvlakten zijn veranderd in wit met gele bloemenvelden. Fluitenkruid en Scherpe Boterbloem strijden hier om de aandacht van bestuivende insecten. Opvallend is dat de aanwezige bijensoorten gaan voor boterbloemenstuifmeel terwijl de zwevers juist kiezen voor de vlakke schermbloemen.

Lauwersmeer, Ballastplaatbos, Nonnenkapkluifzwam

Lauwersmeer, Ballastplaatbos, Knopbies
Lauwersmeer., Ballastplaatbos, Rood Knikmos


Aan de noordkant van het Lauwersmeer geen klei en moerassen maar kalkrijk en zilt zand. Dit is juist nu het domein van een bijzondere paddenstoel: de Nonnenkapkluifzwam. Slechts 10 centimeter hoog maar op sommige plaatsen zo massaal aanwezig dat ze niet te missen zijn. Parnassia en Rietorchis maken zich op om weer een bloemrijk jaar tegemoet gaan terwijl Knopbies nu al een florerend hoogtepunt bereikt. Vochtige plekken worden door Rood Knikmos ingekleurd. Klein maar fijn, je moet er even voor door de knieën maar dan heb je ook een Lauwersmeer special op de foto. Als klapper van de dag is het een aanrader om even bij het nieuwe activiteitencentrum achter de SBB werkschuur langs te lopen. Balancerend over het smalle plankier over het vijvertje vallen natuurlijk de kikkervisjes op. Onder dit zwarte gewriemel is in korte tijd een dichte mat van Kranswieren uitgegroeid. Vroeger algemeen maar met de vertroebeling en de verrijking van ons slootwater hard achteruit gegaan.

Lauwersmeer, Activiteitencentrum SBB, Kranswieren onder water
Nationaal Park Lauwersmeer, niet alleen 365 dagen per jaar interessant voor vogels maar ook altijd net even anders.


donderdag 17 mei 2012

Bargerveen, libellenparadijs

Bargerveen, Meerstalblok
Bargerveen, vroegere huispercelen, nu natuur
Nog geen honderd jaar geleden lag ons Nederlandse El-Dorado in het Bourtanger Veen. Uit het zwarte veen werd het bruine goud in brandbare brokken gestoken, vervoerd naar o.a. Amsterdam en daar voor goud geld verkocht. Turfstekers leefden net als goudzoekers in erbarmelijke omstandigheden terwijl handelaren er rijk van werden. In 2012 is van het veen op de grens van Duitsland en Nederland weinig meer over. Wat rest is o,a. het Bargerveen, een fantastisch natuurreservaat waar de mens een stapje teruggedaan heeft. Van de duizenden veenhuisjes rest er nog maar één. Verder is het water, moeras en heide zover het oog reikt.


Van mei tot augustus is het Bargerveen een libellenparadijs. Overal zijn ze te vinden, groot of klein en in kleurschakeringen van het felste rood tot het diepste zwart. Op Hemelvaartsdag, 17 mei, zijn het vooral de Noordse Witsnuitlibellen die het luchtruim bevolken. Rood gevlekte mannen of geel gevlekte dames, voortdurend op jacht naar de broodnodige eiwitten of naar elkaar. Er tussen door een Platbuik en een enkele Smaragdlibel. Watersnuffels, Lantaarntjes en Vuurjuffers doen het wat rustiger aan dan hun snelle verwanten. Bijna sierlijk zwevend tussen graspollen en vooral regelmatig genietend van het uitzicht.

Vuurjuffer, Bargerveen

Noordse Witsnuitlibel, man, Bargerveen

Smaragdlibel, Bargerveen

Al deze libellen eten elke dag enorme hoeveelheden insecten. Voor vandaag staan Haften op het menu. Wolken van deze insecten zweven boven pad of plas. Drie lange staartdraden, een paar grote en een paar kleine vleugels en een roodbruin lijfje. Dat er nog Haften overblijven om zich voort te planten blijft een raadsel. Als je dan ook bedenkt dat ze tijdens hun lange verblijf onder water ook al roofzuchtige libellenlarven tegenkwamen is het wel duidelijk: elke libel is aartsvijand nummer 1 van de Haft.

Haften of Eendagsvliegen, gevangen in een spinnenweb, Bargerveen

Aardbeivlinder, Bargerveen

De grotere libellen krijgen als hoofdmaaltijd een voedzame Aardbeivlinder aangeboden. Niets vermoedend dartelen ze rond de geel bloeiende Tormentil op zoek naar een goed plekje voor hun eitjes. Een bliksemsnelle actie kan er voor zorgen dat er één vlinder minder is om hier voor te zorgen.

Grauwe Klauwier, vrouwtje, Bargerveen

Maar libellen staan niet aan de top van de voedselpiramide in het Bargerveen. Groene kikkers, Boomvalken en  Grauwe Klauwieren komen graag even langs voor een stevige hap libellenvlees. Kikkers hebben geen tafelmanieren en eten alles met huid en haar op. Vogels plukken de vliezige vleugels er af en genieten vervolgens van de vliegspieren, de kop en het gevulde achterlijf. Bargerveense libellen hebben de Grauwe Klauwier in de zware jaren zestig, toen de soort bijna uit Nederland verdwenen was, een laatste houvast geboden. Terwijl ze zich nu sterk uitbreiden blijft het Bargerveen een toplocatie voor deze prachtige vogelsoort.

Bargerveen, een schitterend natuurgebied waar een dag tekort is om alles te zien.


zondag 13 mei 2012

Nieuwe geboortes

Distelgalboorvlieg, enkele uren oud

Met blijdschap in ons hart geven wij kennis van de voorspoedige geboorte van een gezonde drieling. Hoewel het slechts aangenomen kinderen zijn mogen we ze toch bij de wetenschappelijke stand aangeven als "Urophora cardui "en als roepnaam: "Distelgalboorvlieg".

Distelgalboorvlieg, het bewoonde huis
Distelgalboorvlieg, de verlaten poppenwieg


Distelgalboorvlieg, klaar om de wereld in te trekken
Hun ouders zijn inmiddels in de boorvliegenhemel. 
Helaas hebben ze deze mooie dag niet mogen meemaken, hun laatste werk was een vriendelijk verzoek aan een Akkersdistel om een wieg te bouwen voor hun kroost. Na gedane arbeid overleed echter ook de distel. 
Niets vermoedend van al dit onheil lagen onze drie babies te rusten in hun poppenwieg, misschien al wetend dat het verhaal goed afloopt en ze in Haren het eerste zonlicht zouden zien.

Sigaargalvlieg,het bewoonde huis

Sluipwesp (Scambus sp.), uitgekomen uit gal van de Sigaargalvlieg

Dat er onvermoede gevaren op de loer lagen bleek wel bij hun buren in het Aduarder Stort
Ook de Sigaargalvliegen hadden een welwillende oppas gekregen.
Riet, voortdurend voedend en altijd beschermend. 
Op een kwade dag kwam echter een inbraak van een sluipmoordenaar.
Een legboor reikte diep in hun woning en bracht een vreemd ei diep in hun huis. 
Binnen enkele dag kwam er een hongerig roofdier uit,  
de sigaargalvlieglarven werden opgegeten en na maanden kwam er een prachtige Sluipwesp uit hun huis.