zaterdag 31 januari 2015

Eext - natuurlijke halte aan de Hunebed Highway

Hunebed D13 - Eext
Halve maan na midwinter. Vanuit het onmetelijke woud nadert een oude grijsaard de plaats van de geesten. De twee zonen van zijn broer, Loki en Aki, zijn al ver vooruit, hij werd even opgehouden om een stuk vuursteen te bekijken en achteloos van zich af te werpen. Dreigend staart een zwart gat vanaf de heuvel hem aan. Daarbinnen een verborgen trap die leidt naar de plaats waar ook hij binnenkort mag binnengaan.


Hunebed D12 - Es van Eext
Laatste sporen van 19e eeuwse steenkloppers - boorgat in Grote Steen
5300 jaar later, 31 januari 2015 A.D. Eext, natuurlijke halte aan de Hunebed Highway en één van de sterren op het blazoen van Geopark de Hondsrug. Het bos van weleer is verbrand, gekapt en verdwenen. Er voor in de plaats kwamen rechte lijnen in het landschap. Met hard potlood getekende akkers, met zachter bruin ingekleurde vlakken met winterse bomen.  Alleen de plaats van de geesten is terug te vinden. Niet meer verborgen maar voor iedereen zichtbaar. Restanten van wat eens hunebedden waren. Verwaaid, verweerd of gesloopt door stenenkloppers.

Eext vanaf de es, linksboven hunebed D12

Eext

Eext zoals Egbert van Drielst het zag (1772-1806)
Een lint van stenen huizen herinnert aan de plek waar de oude grijsaard eens bij zijn haardvuur zat. Zijn woonstede is al lang verdwenen. Zelfs de pittoreske boerderijtjes, de brouwerij en het schultehuis die ruim tweehonderd jaar geleden geschetst werden door de Amsterdamse kunstenaar Egbert van Drielst hebben de tand des tijds niet doorstaan. Eext is uitgegroeid tot een Drentse parel met een geheel eigen karakter. Zonder het statige van Anloo waar de geest van de bisschop rond de dominerende Sint Magnus kerk waait. En ook niet met het wat volkse karakter van Oudemolen, een kruispunt van wegen waar het goed rusten is. Eext is Eext.

Eext, één van de zeven brinken, winters kaal maar zomers groen 
Bijna was het gelukt om de natuur geheel te laten verdwijnen uit de omgeving van Eext. Ruilverkavelingen en een opgejaagde intensivering van de landbouw slokte het groen als een hongerig monster op. Toen keerde het tij. Tot hier en niet verder, dat was het credo van de jaren zeventig. Veertig jaar later ligt Eext weer ingebed in het groen. Vingers van houtwallen strelen het dorp, de eens gesnoeide beukenhaag om het dorp is nu een dankbare zetel voor de Groene Specht. En de brinken zijn het domein van Boomklevers geworden.

Kleine zwanen, Eext

Goudvink, Eext

Judasoor, Eext

Fluweelpootje
Winter rond Eext. Over de es zweeft een bijzonder muziekstuk. Diep, soms sonoor, wonderlijk exotisch. Wilde zwanen uit het hoge noorden kennen deze natuurlijke halte ook al. Gezellig kletsend zitten ze op een verlaten akker. Wat meer beschut wordt er zachtjes gepreveld door meneer en mevrouw Goudvink. Tuup, tuup, en daar gaat weer een knop naar binnen. Aan de voet van een gebarsten boom kruipt een lint van oranje Fluweelpootjes naar boven. Even verder staan Judasoren wagenwijd open.

Vuursteen op de es van Eext
Galgwanderveen of Braam's plas, een pingo

Eext nodigt uit om te wandelen. Oude kerkenpaden te verkennen, op zoek te gaan naar restanten uit de ijstijd. Langs de weg ligt nog steeds vuursteen, meegesleept door tonnen ijs. Tegen de bosrand een glazig dicht gevroren oog. Een pingo ruïne uit de derde ijstijd. Zacht wit omzoomd door resten van sneeuw is het goed voor te stellen hoe hier eens een enorme ijslens in de bodem van de bevroren toedra lag.

Natuurlijk startpunt voor tochten rond Eext is café-restaurant Homan. Voor kunstliefhebbers is er een beschreven folder met een route langs alle plaatsen die Egbert van Drielst eens geschilderd heeft. Voor natuurzoekers is er een jaarprogramma met vijf excursies variërend van landschap, vroege vogels en gentianen tot paddenstoelen.

zaterdag 24 januari 2015

Winterse gallen

Aardappelgal, eens een crèche van de Aardappelgalwesp
Januari in Nederland. Afgevallen Gele Trilzwammen liggen overal op de grond, bevroren Judasoren zijn doof geworden. Bekroond met sneeuw hangt er aan de takken een vergeten Kerstbal. Gebarsten, bruin en leeg is er niets meer te herkennen van wat eens een kindercreche was van de Aardappelgalwesp. Tussen afgevallen bladeren liggen ronde stuitertjes. Het zijn verlaten woningen van de Galappelwesp . In december zijn ze uitgevlogen en zonder ooit een heer gezien te hebben werden eitjes afgezet naast veelbelovende eikenknoppen, Nog enkele maanden en dan zullen daar paarse fluweelgalletjes uitgroeien.

Berijpte gal van de Wilgtakgalmug

Gal van de Wilgtakgalmug

Doorsnede gal van de Wilgtakgalmug, drie lege larvenkamers zijn er te zien

Het jaar rond zijn er plantengallen te vinden. Vreemde aangroeisels op bomen, struiken en allerlei kruidachtige planten. Levend bewijs van een door de gastheer niet gewaardeerde maaltijd maar tegelijk ook een ongelooflijk stukje vernuft. Elke plantensoort heeft weer een ander antwoord gevonden om bescheiden vraat te beperken. Tegen grote grazers  kan je alleen maar iets doen door oneetbaar te worden of gewoon wat sneller te groeien. Maar klein leed kun je beperken door met bijna ongeremde celgroei de bedreiging in te kapselen. Letterlijk opsluiten, de sleutel weggooien en de vaak jeugdige knager kan geen kant meer op. Maar ook de smullers zijn slim bezig geweest. Bezorgde moeders hebben de opsluiting zelf uitgelokt. Hun kinderen zitten relatief veilig en zolang de gal leeft is er voedsel in overvloed.

Wilgenroosje, kinderkamer van de Gewone Wilgenroosjesgalmug
Sigaargal, eet- en slaapkamer van een jonge Sigaargalvlieg
Januari is de maand dat verschillende gallen bijzonder opvallen. Het Wilgenroosje bijvoorbeeld. Niet de zacht violette variant maar de houtige soort. Vrijwel elke wilg heeft ze wel, vaak aan de top van takjes zichtbaar als een bizarre bloem. In de winter is het niet meer dan een lege ruïne, herinnerend aan een rijk zomers leven met krioelende rode larfjes van de Gewone wilgenroosjesgalmug. En natuurlijk de Rietsigaren. Dikke, sigaarvormige cylinders; vaak in het midden van een vergeelde riethalm. Heel traag gaat binnenin het leven verder. Hier ontwikkelt zich een jonge Sigaargalvlieg. Helemaal alleen en zonder daglicht gebruikt hij de wintermaanden om groot te worden. Pas in het voorjaar volgt de verpopping en zal hij (of zij) uiteindelijk de wijde wereld opzoeken.

Harsmannetje, lege behuizing Harsbuilvlinder
Gal van de Dennenlotvlinder

Kroongalziekte, gal veroorzaakt door een bacterie

Niets is er veilig voor planteneters. Zelfs houtige stengels lijken eetbaar maar daar gaat het wel om de suikerrijke bastvaten waar het jonge broed zich graag aan vergrijpt. Rupsjes van Harsbuilvlinder en de Dennenlotvlinder bijvoorbeeld. Zelfs hars deert hun niet, zij leven in hun eigen galkanaal. Op bramen en wilgentakken zijn vaak forse knobbels te vinden. Hier heeft een klein wezentje toegeslagen, een bacterie die alleen als aantasting beschreven wordt: de Kroongalziekte.

Gallen van de Essenbloesemmijt
Al deze gallen werden gevormd op bladeren, in de knoppen of in de stengels. Vele maanden waren deze plekjes beschikbaar. Maar het kan ook sneller. Enige voorwaarde is wel dat er veel en energierijk voedsel beschikbaar moet zijn. En dat is te vinden in de bloemen. De Essenbloesemmijt bijvoorbeeld. Zelfs in het bijna kaalste stukje Nederland zijn essen als straatbomen gepland als vervanging van gesneuvelde iepen. Juist nu vallen de dikke, vaak wat bonkig korrelige, gallen op. Overal waar bloemen gezeten hebben hebben de mijten toegeslagen. Geïnfecteerde bloemen veranderden in verhoute knobbels die na het afvallen van de bladeren aan de boom zijn blijven zitten.

Gal van de Springende Hazelaargalmug
Maar het zijn niet alleen lege en vervallen behuizingen die nu te vinden zijn. De Hazelaar bloeit weer volop en dat betekent hoogtij voor de Springende hazelaargalmug en de Hazelaarkatjesmijt. Als ei afgezet bij de bloemknoppen en zodra de groei begint uitgekomen. De galmuggen zijn echte nette eters. Alleen hun behuizing zwelt op en de rest van het hazelaarkatje groeit gewoon uit. Mijten daarentegen zijn meer van het type Flodder. Ze doen maar wat en de struik reageert met steeds maar weer nieuwe knopschubben uit te laten groeien. Maar de strijd is vanaf het begin al verloren, dit katje gaat verloren en verandert in een warrige bende. De dames Hazelaar hebben er trouwens geen last van, het gaat de knagers alleen om het eiwitrijke stuifmeel.

Colanootgal, knopgal op Zomereik
Galnoot, knopgal op Zomereik
 Plantengallen zijn geen schadelijk fenomeen en horen bij de natuurlijke kringloop van eten en gegeten worden. In het voorjaar 2015 wordt, hopelijk met ondersteuning uit de Groen & Doen subsidie regeling, een introductiecursus gegeven door Natuurpresentaties en de Cruydt Hoeck in Nijeberkoop. Informatie over gallen is o.a. te vinden op de site van Jojanneke Bijkerk.

* Op 30 augustus 2011 werden Knoppergallen getoond, in maart 2012 was de Hazelaarrondknopmijt aan de beurt  en op 13 mei van hetzelfde jaar kwam de geboorte van een Distelboorvlieg samen met het ellendig lot van een Rietsigaargal in beeld.

zaterdag 10 januari 2015

Kampsheide - oudste reservaat van jarig Drents Landschap

Kampsheide, oudste parel van Stichting Het Drentse Landschap
 Tachtig jaar geleden werd de Stichting Drents Landschap opgericht. Zevenenzestig jaar geleden werd het eerste natuurgebied aangekocht: Kampsheide. Nog eens acht jaar later stond mijn wieg bijna aan de rand van dit unieke pareltje "Olde Landschap". Jenerverbesstruwelen waren mijn speeltuin, het ijs op de plas mijn Waterloo, vleesetende plantjes mijn uitdaging om bioloog te worden.





Pingo in het hart van Kampsheide

IJzige winter op Kampsheide, lang geleden heel gewoon
Kampsheide, eens toebehorend aan kloostervestiging Maria in Campis en later woeste grond van boerderij Kamps. Terwijl de wereld haar wonden likte en Nederland zich opmaakte voor de agrarische revolutie konden vooruitziende lieden in 1948 Kampsheide veilig stellen voor generaties die nog zouden komen. In het centrum een bruinzwart oog, omzoomd met gele wimpers van pijpenstrootje en gehuld in een stekelige mantel van jeneverbes. Het ven mag met recht één van de mooiste pingo ruïnes van Drenthe genoemd worden. Veel kleiner dan het Esmeer maar wel mooi rond uitgesneden en omringd met een iets oplopende wal. Ten zuiden daarvan met houtwallen omzoomde weilanden en een prehistorische grafveld. Met de klok mee draaiend passeert de kijker vervolgens het Deurzerdiep, een megalithisch monument en de verkavelde es van Balloo.

Jeneverbes, stekelige gastheer op Kampsheide

Zwarte Stern, eens algemeen en nu helaas verdwenen op Kampsheide

Groentje, voor mij de mooiste vlinder van Kampsheide

Kampsheide staat in mijn herinnering synoniem met Jeneverbessen en Zwarte Sterns. De bessen zijn er nog steeds, wat ouder en krommer maar stug doorgroeiend in de door schapen begraasde heide. Van de sterns resten alleen nog beelden in mijn geheugen. Sierlijke, zwenkend boven tientallen nesten langs de randen van het ven. Daarna kwamen de Kokmeeuwen, krijsend en vol gevreten op de open vuilnisbelten van de jaren zeventig. Vervolgens sloeg de verdroging toe en verdwenen zelfs de hinnekende Dodaarsjes. Inmiddels is het water weer terug, de verzuurde en vermeste bovenlaag afgeschraapt en fladdert het Groentje weer rond. Met een kleine broedkolonie Zwarte Sterns rond het Zuidlaardermeer koester ik, misschien wat ijdele, hoop dat deze jeugdherinnering ooit nog terugkomt
.
Moeraswolfsklauw, helemaal terug op Kampsheide

Sphagnum fallax, veenmos langs de rand van het ven
Sphagnum magellanicum, hoogveenveenmos

Kampsheide kent een lange geschiedenis van bewoning en gebruik. Steeds maar weer werd er gegraasd en geschraapt. Turfjes gestoken voor de haard, plaggen voor de potstal. Op de kale grond was er zo steeds weer plaats voor prachtige pioniers. Mijn eerste Moeraswolfsklauw zag ik hier. Maar ook allerlei fraaie veenmossoorten langs de rand van het ven. Steeds maar weer proberend om de veengroei op gang te laten komen.

Informatiebord Kampsheide, Stichting Het Drentse Landschap
Kampsheide was het begin van een groene portefeuille met meer dan 8000 hectare Drentse natuur. Stichting Het Drents Landschap vertelt er graag over. En als 80-jarige deelt ze ook nog uit, een gratis jaar lidmaatschap voor een like op Facebook.



zaterdag 27 december 2014

Costa Rica droombestemming

Poor Mans Paradise - Drake Bay
Er zijn zo van die plekken die hoog op het verlanglijstje van bijna elke natuurliefhebber staan.  South Georgia met zestigduizend Koningspinguins, Queensland voor een vogelbekdier en natuurlijk Costa Rica. Nergens is het tropisch regenwoud zo gemakkelijk bereikbaar, kunnen honderden nieuwe vogelsoorten toegevoegd worden aan een lifelist en zit je 's nachts ademloos te kijken naar een eierleggende Groene Zeeschildpad.


Met deze zesde en laatste blog van een serie impressies van natuurlijk Costa Rica reis ik nog eenmaal het land door. Van Caribische Zee tot Stille Oceaan en van gloeiend heet strand tot ijzig hooggebergte. Een reis die begon met Geelwang Amazone papegaaien in de idyllische tuin van hotel Don Carlos (San José), Groene Helmbasilisken langs de Tortugeoro rivier en dreigende schoonheid van de Arenal vulkaan. Waar Ensenada, Cerro en Drake Bay als keten van toplocaties langs de Pacific bezocht werden. En tenslotte eindigde aan de poort van de gloeiende Poas krater.

Tortuguero National Park
Ensenada Lodge, Abangaritos
Poas vulkaan

"Costa Rica" betekent de "rijke kust". Dat bleek echter één van de grootste vergissingen van de Spaanse conquistadores. Nergens was goud te vinden, geen rijke cultuur en ook al ongeschikt voor uitgestrekte plantages. Voor natuurliefhebbers had er echter geen betere naam bedacht kunnen worden. Het ecotoerisme weet dit inmiddels ook. Iedereen probeert er een graantje van mee te pikken. Van een klein pensionnetje die in de nachtelijke uurtjes kikkerexcursies aanbied tot een wegrestaurantje met voersilo's voor kolibries.

Roodrugtangare - Selva Verde Biologisch Station

Zilverkeeltangare - Savèrgre Mountain Lodge

Wenkbrauwmotmot - Ensenada Lodge

Vogels kijken begint in Costa Rica gewoon bij het ontbijt. Of zelfs daarvoor, even een rondje door de "tuin" van een ecolodge. Steeds weer nieuwe tanagers, kolibries en tiran vliegenvangers. Na ruim drie weken is "Birds of Costa Rica" beduimeld, gevlekt en vol met ezelsoren. Op de meest vreemde plaatsen even neergelegd want niet altijd is het even gemakkelijk om al die nieuwe vogels van een correcte naam te voorzien. Zeker als je op dertig meter hoogte uit de boomkruin weer eens een vreemd piepje hoort of er een "mixed flock" passeert. Eerst zie je de grotere soorten maar al snel komen ook de lastige miervogels in beeld. Bijna schuchter schuifelend door het gebladerte, steeds maar een gemengde groep vogeltjes volgend. Helemaal goed wordt het voor hun als er een kolonne Army Ants door het bos marcheert. Alles wat er razendsnel vandoor probeert te gaan loopt recht hun geopende snavel in.

Midden-Amerikaanse Agouti - Selva Verde Lodge

Kleine Miereneter (Tamandua) - Arenal National Park

Duizenden toeristen komen vooral om "aapjes te kijken". En natuurlijk de schattige neusbeertjes die ook nog eens ontzettend nieuwsgierig zijn. Maar er is zoveel meer te zien. Een bijna goudkleurige Midden-Amerikaanse Agouti bijvoorbeeld. Feitelijk een bijna bovenmaats knaagdier die bijna overal te vinden is. Gewoon rondscharrelend in een parkje of rustig doorstappend op een bospad. Veel lastiger is de Kleine Miereneter. Een schuw bosdier waarvoor je eigenlijk alleen op pad moet gaan. Maar zelfs dan is het vaak niet meer dan een snelle flits die je in volle vaart probeert te fotograferen. Hoewel Kinkajoes algemeen zijn is het een nog grotere uitdaging om deze stompneuzige, aan een wasbeer verwante boombewoner te vinden. Pas als de zon volledig onder is worden ze actief en vallen dan goed op met hun schelle gekrijs. 

Bruine basilisk - Selva Verde Lodge

Groene Basilisk - Tortuguero National Park

Jumping Anolis, vervellend mannetje - Carcovado National Park

Costa Rica is rijk aan grote, kleine en vooral bizarre hagedissen. Groene Leguanen en de even vervaarlijk uitziende Ctenosaurussen zijn gemakkelijk te zien. Veel leuker zijn eigenlijk de drie verschillende Basilisken. De groene is vaak opvallend aanwezig langs rivieren en kreken. Zodra er ook maar even gevaar dreigt volgt een grote sprong en "wandelt" het dier over de waterspiegel richting veilige oorden. Zijn bruine broertje is veel zeldzamer en kwam bij ons maar één keer in het vizier (Selva Verde lodge). Anolissen zijn heel anders. Elegant, bescheiden aanwezig tussen en in het struikgewas totdat je een mannetje treft. Zelfs als er vervelt moet worden heeft hij nog tijd om zijn keelzak op te blazen. Elke soort heeft weer een ander kleurtje, van helder wit tot oranje als een sinaasappel.


Snuitkever - Selva Verde Lodge
Kleine cicade soort - Selva Verde Lodge


Pepsis sp., een grote spinnendodende wesp  - Lomas, La Fortuna

Bizarre spin, Cerro Lodge

Tropisch regenwoud is bijzonder rijk aan allerlei soorten klein grut. Scharrelend over de bosbodem, hangend in de struiken of verborgen onder een blad. Zoals bizarre spinnen met een gestekeld achterlijf in de directe omgeving van Cerro Lodge (Tarcoles), enorme wespen die op de buitenlampen van Cerro Lodge afkwamen of snuitkevers in de struiken rond Selva Verde. Van de vroege ochtend tot ver in de nacht kun je blijven fotograferen.


Zonsondergang boven de Pacific - Poor Mans Paradise


Costa Rica, droombestemming. Onze droom is uitgekomen, in ruim drie weken is het land rondgereden  en zijn duizenden foto's gemaakt. Evergreen, Selva Verde, Ensenada en Cerro, allen zijn fantastisch gelegen ecolodges. Maar niets ging er boven deze romantische zonsondergang bij Poor Mans Paradise. Dit was volop genieten.

Onze reis werd georganiseerd door Aratinga Tours (Cartago, Costa Rica) en Hamba Kahle Natuurreizen (Haren, NL).



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...