vrijdag 11 november 2016

Het nieuwe vogels kijken

 (Tweehonderd en meer zeldzame vogelsoorten in de Lage Landen, Kester Freriks, Uitgeverij Athenaeum  2016).



Half oktober, een kille zeewind steekt zijn vingers uit naar de duintoppen van Texel. Vreemde gestalten drommen samen op een tochtige polderweg. Ze lijken vergroeid met lange telescopen, kijkers en cameralenzen. Een halve bol van electromagnetische straling hangt er boven. Dit zijn de nieuwe vogelaars. Smullend van een woestijntapuit maar met de oren gespitst op een volgend piepje van hun mobiele telefoon. De bergheggemus wordt verwacht!
Honderden nieuwe vogelaars genieten van de bergheggemus. Foto: Laurens Steijn

Bergheggemus, Maasvlakte, 21 oktober 2016. Foto: Marten Miske

Met “Het nieuwe vogels kijken” geeft Kester Freriks een vervolg aan zijn bijna epische klus om alle Hollandse vogelsoorten in beeld en tekst te vangen. In 2009 werd het fundament gelegd met “Vogels kijken, alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten”. Zeven jaar later volgen nu 215 soorten. Maar deze Sisyphus klus zal nooit ten einde zijn. Net voor publicatie stak de bergheggemus dan toch nog de Nederlandse grens over. Iets eerder boekte de blauwstaart een paar dagen Texel.

Blauwstaart, Noordwijk, 10 april 2015. Foto Marten Miske

“Het nieuwe vogels kijken” is geen vogelboek waar elke ooit eens waargenomen dwaalgast tot en met het laatste veertje beschreven wordt. Het is een literaire ode aan een mooie hobby die steeds meer mensen boeit. Vanuit die optiek moet dan ook Kester’s prestatie gelezen worden. Nederlandse bijzondere soorten letterlijk de huiskamer inbrengen. Met zijn originele keus voor antiquarische aquarellen uit de magistrale Artis bibliotheek slaat hij een brug tussen vroeger en nu. Soms verrassend accuraat, vaak ook met artistieke vrijheid geschetst aan de hand van een opgezette vogel uit verre streken.

Roodkeelnachtegaal, Hoogwoud, 28 januari 2016. Foto Marten Miske

Traditionele vogelaars strijken neer op een plek en noteren  wat  langs komt vliegen. “Hedendaagse vogelkijkers bewegen zich op de grens van visoen en herkenning”.  Steeds maar meer nieuwe soorten op een klein stukje aarde waarnemen vraagt echter om kennis. Vroeger was een simpele kijker en een handzame boekje als “Zien is Kennen” of “Peterson’s vogelgids” voldoende.  Tegenwoordig  zijn organisaties als Dutch Birding, SOVON en de NederlandseOrnithologische Unie onontbeerlijk. Zij maken herkenning mogelijk en wijzen de weg langs de “international flyway”.  Met de inleiding van dit boek krijgt de lezer een uniek inkijkje in deze bijzondere wereld.

Rosse waaierstaart, Maasvlakte, 22 september 2016. Foto Marten Miske

Freriks  worstelt met begrippen als trekvogels, dwaalgasten en een prachtig anglicisme “vagebonden”.  Vogels zijn niet gebonden aan grenzen of vogelboeken. Wat eens zeldzaam was is morgen misschien wel algemeen. In zijn bloemlezing zijn ook soorten opgenomen als kleine rietgans en taigarietgans. Zeker niet zoveel voorkomend in vergelijking met kol- of brandganzen maar absoluut geen dwaalgast. En wat te doen met sterns als witvleugel- en witwang? Alweer een aantal jaren een onregelmatige en schaarse broedvogel die profiteert van nieuwe natte natuurgebieden.

Noordelijke Jacacana. de recordsoort van Arjan Dwarshuijs. Costa Rica, Ensenada. Foto Natuurpresentaties

Tot voor kort was de Amerikaanse  Noah Strycker de kampioen “twitchen”. Freriks neemt ons mee op zijn spannende jacht om binnen een jaar de meeste soorten aan te kunnen kruisen. Inmiddels hebben we onze eigen Arjan Dwarshuis. Tien maanden lang konden we al genietenvan zijn reis langs de mooiste vogelgebieden. En op 10 november werd het wereldrecord met 6.119 soorten in één jaar door hem bereikt. Heel spannend wat hij de laatste zes weken van het jaar er bij op kan tellen.

Bladkoning. Texel (Robbenjager) 15 oktober 2016. Foto Laurens Steijn

“Het nieuwe vogels kijken” is een feest van herkenning voor twitchers maar ook een gevederde droom voor iedereen die eens wat meer wil zien dan mus en mees.

Met dank aan Wietze Janse en Marten Miske (Dutch Birding); Laurens Steijn (Birding Breaks) en Mark Plomp (Vogelinformatiecentrum Texel).

vrijdag 4 november 2016

Help! Moordenaars in het bos!!!

In gedachten verzonken loopt een man door het bos. Voor zijn borst een kijker, beide handen diep in de  zakken. Zijn ogen dwalen gewoonte getrouw van links naar rechts, speurend naar iets maar zonder wat te zien. Plots schrikt hij op, stokstijf verstard, zijn spaarzame haren bijna rechtop, zijn oren verdoofd door een ijselijke kreet: MOORDENAAR!!!!!!

Hij kijkt om en ziet een bijna met elkaar versmolten stel aan komen wandelen. Volledig in elkaar opgaand lijken ze doof en blind voor hun omgeving. Niets hebben ze gehoord, geen laatste snik, geen gereutel, geen kreet om hulp. Langzaam dringt het tot hem door, wat hij hoorde kwam uit het diepste binnenste van een boomstam. Ontsproten uit de zwarte aarde zag zij hoe een dennenmoorder glimlachend een einde maakte aan haar moeders aardse bestaan.
Dennenmoorder

Een leven zonder gezwam is maar saai, elk bos verandert dan in een oneindige berg houtsnippers. Maar er zijn ook schimmels die een ander beroep kiezen dan nuttige vuilnisman. Sluipschutter, moordenaar, killer. Dat klinkt toch veel spannender. Strategisch plannen, rustig observeren, zwakke plaatsen van je slachtoffer opzoeken en dan ongenadig toeslaan.

Honingzwam

Honingzwam

De meest geniepige sluipers gaan ondergronds. Tastend, zoekend, aangelokt door weglekkende wortelsappen kruipen dikke, veterachtige en vooral grijpgrage schimmelsnoeren van honingzwammen onstuitbaar naar hun prooi. Een klein wondje is al voldoende om binnen te komen. Geniepig omzeilen ze elk afweergeschut en nestelen zich uiteindelijk in de levensader: de houtvaten. Geen houden is er meer aan, reutelend verstikt de boom en laat zijn laatste blad vallen.

Reuzenzwam, ontsproten op beukenwortels

Reuzenzwam

Reuzenzwammen zijn geen lange afstand lopers. Hun sporen moeten ontkiemen in een beschadigd worteltje maar dan zijn ze net zo verwoestend. Eerst lijkt de kroon zich steeds verder te openen. Dan breken takken af en met een machtige dreun stort tenslotte de woudreus naar beneden.

Porseleinzwam

De moordenaar aangepakt: porseleinzwam verdwijnt in de maag van een zwarte wegslak

Voor porseleinzwammetjes en zadelzwammen is een duister bestaan maar niets. Onschuldig zwevend op de wind, bijna vreedzaam genieten van een herfstig zonnetje en dan als Amors pijlen recht op hun doel schieten, dat is hun werkwijze. Een klein wondje aan een beukentak is al voldoende.Misschien een snavel die iets te diep geboord heeft, een bliksemschicht schroeiend langs de bast of een zomers rukwindje die een takje mee genomen heeft. Rustig kiemend in het hout, tastend voorzichtig naar de levensaders en na jarenlange strijd verliest Goliath van David.

Berkenzwam

Sluipmoordenaars laten zich niet graag zien. Keihard toeslaan, onzichtbaar voor ieders oog en pas als het slachtoffer ter ziele is gegaan triomfantelijk verschijnen. Dat doet de berkenzwam. Zijn verborgen lijf, draderig verweven, kan nog jaren teren op het boomlijk en ondertussen miljoenen sporen op strooptocht sturen.

Moordenaars in het bos, elke hulp komt altijd te laat.





donderdag 20 oktober 2016

Klein gezwam

Eindelijk herfst. De regen klettert op het dak, berkenbladeren zweven vederlicht naar de grond. Na maanden droogte zit kabouter spillebeen met een nijpend gebrek aan stoeltjes. Elders zijn ze al wel gezien maar rood-met-witte stippen ontbreken nog steeds op deze uitloper van de Hondsrug. Maar voor wie ze wil zien is er voldoende gezwam te vinden.



Deze serie foto's werd gemaakt tijdens een excursie van KNNV Groningen naar de Ennemaborg in het Groningse Midwolda. Al jaren een mycologisch kroonjuweel van het Groninger Landschap. Meestal is het voldoende om aangenaam te wandelen en je te verbazen over rijkelijk uitgestrooide paddenstoelen. Greppels vol draadknotszwammen, bomen getooid met prachtvlamhoeden. lanen omzoomd door kleurrijke russula's. Tot deze week was het echter vooral genieten van een heerlijk herfstzonnetje, wat beginnende herfstkleuren in een groen bos en een enkele zwam. Voor de echte mycologen is er echter altijd wat te vinden. Het recept: men neme een oude spijkerbroek of een afgedankte regenbroek. Vergeet niet het achterste gedeelte te controleren want na aantrekken is het de bedoeling om letterlijk op de knietjes langs de bermen te gaan kruipen. Houd een 10x loep binnen handbereik en ga als Gulliver op bezoek bij de Lilliputters.

Dwergmycena

Zwavelgeel franjekelkje op brandnetel
Lastige bijkomstigheid is dat het voor velen traditionele bouwplan met een hoed en steel in dwergenland slechts heel bescheiden gebruikt wordt. Alleen een enkele tengere beukentaailing op steeltjes van beukenblad of een dwergmycena schijnbaar op de grond was er te vinden. Het zijn vooral bolletjes, schijfjes of bekertjes waar naar gezocht moet worden. Begin eens met een duik in de brandnetels. Ga vooral diep er in, laag bij de grond en op zoek naar oude, half vergane stengeldelen. Groen blad is niet interessant, dood en verderf geeft levenskansen voor onze kleintjes. Het zwavelgeel franjekelkje is de beloning voor al het geprikkel. Knalgele haren beschermen een teer schoteltje gevuld met microscopisch kleine sporenzakjes. Het kleinste waterdruppeltje is al voldoende om deze belofte van nieuw leven mee te nemen. Maanden wachten op de volgende oogst van brandnetelstengels is geen probleem. Volgend najaar zullen ze weer volop aanwezig zijn.

Eikelbekertje

Eikeldopzwammetje

Beukendopzwammetje

Volgend doel zijn zwart geblakerde eikels en wat vochtige doppen van beukennoten. Door de droogte wat lastiger te vinden maar ze zijn er wel degelijk. Eikelbekertjes op bijna volledig verteerde eikels, eikeldopzwammetjes op napjes en beukendopzwammetjes op hun eigen plek. Zonder hun noeste werk zou het bos verstikken van deze restanten of massaal kiemende eikels.

Eivormig ruigkogeltje

Waskelkje

Wit franjekelkje

Slijmzwam / Myxomyceet, nog ongedetermineerd

Tijd voor het makkelijke werk. Takken keren, op zoek naar klein grut. Zowel onder als boven kunnen ze te vinden zijn als ze maar niet op een zon gestoofd plekje liggen. Bizarre miniatuur knoopjes, witte kelkjes en als klapper bizar gesteelde snotterbellen. Heel zacht en bij de minste aanraking vervloeiend tot fel gekleurde druppels. Dit zijn echter helemaal geen zwammen hoewel de Spellingwijzer dat blijft beweren. Slijmzwammen zijn nauw verwant aan pantoffeldiertjes. Smullend van bacteriën kruipen ze in hun eigen tempo over de bosbodem. Wordt het ze te warm of te droog dan gaan ze gewoon in de overlevingsstand. Samentrekkend tot een bolletje met daarin tienduizenden sporen. Elk in staat om de barste omstandigheden te overleven en zodra tijden verbeteren uit te groeien tot een slijmige eetmachine.

Klimopdekselbekertje
Klein gezwam, je moet er oog voor hebben maar dan gaat er ook een bijzondere wereld voor je open.






woensdag 15 juni 2016

Verborgen leven van bomen

Mysterieus mosbos, La Gomera
Mistflarden zweven door het bos. Klauwachtige takken grijpen in elkaar. Groene mantels van mos stijf tegen de takken gedrukt. Aardse geuren vullen de lucht. En dan wordt de stilte doorbroken door een zuchtje wind. Een zacht geluid golft om je heen. De Ents, het bomenvolk van Tolkien, komen in beweging, rukken op op en sluiten je in.


Bomen zijn mysterieus. Ouder dan mensen ooit zullen kunnen worden. Schijnbaar vast geklonken aan hun plekje aarde laten ze de tijd met vallende bladeren langs hun bast naar beneden glijden. Soms tegen de verdrukking in groeiend, soms schijnbaar verslagen maar steeds weer terugkomend. Elk perceeltje wat wij even niet nodig hebben veranderd  in bos. Onze houding tegenover bomen is altijd ambivalent geweest. We slaan ze tegen de vlakte, verbranden ze om akkergrond te krijgen maar tegelijkertijd kunnen we er ook niet zonder. Directe leverancier van voedsel en indirect van broodnodige rust in deze hectische wereld. En onzichtbaar als producent van zuurstof en opslagplaats van miljarden liters water. 

Peter Wohlleben heeft in 2015 letterlijk een boek gevuld met "het verborgen leven van bomen"(in 2016 vertaald door Bonella van Beusekom en uitgegeven door A.W. Bruna Uitgevers). Voor een botanicus zeker een inspirerende titel. Al heel lang weten we dat er meer onder de zon is dan onze beperkte blik kan zien. Bomen die met vluchtige terpenen of etherische oliën aan hun buurman laten weten dat er grote of kleine knagers op komst zijn. Weglopen kan uiteraard niet maar voor chemische defensie is dat ook niet nodig. Volwassen sparren maken het zaailingen zo lastig dat ze alleen maar goed kunnen kiemen op een totaal verrotte boomstomp. In eiken- en beukenbossen zie je vaak complete bataljons jongeren klaar staan om, soms na tientallen jaren, het vaandel over te nemen van een oudere, instortende garde.

Boomlijk, gesneuveld maar nog stoer overeind, Oudemolen

Een hartje, symbool van gevoekens voor ons, voor de boom het sluiten van een wond

Berken, wit om zo opwarming in een koude winter tegen te gaan en vol van anti-virale betuline

Voor communicatie zijn twee partijen nodig die bewust boodschappen versturen of ontvangen. Hierop kan een actie volgen, vrijwel altijd gekleurd door emoties. Peter Wohlleben gebruikt graag menselijke gevoelens om het leven van bomen te beschrijven. Onderlinge hulp om een gewond exemplaar in leven te houden. Het opvoeden van zaailingen of juist het ontsporende alleen op de wereld gevoel als wij een boom buiten zijn bos planten. Pijn die bomen lijden als de bliksem inslaat, takken afgerukt worden, rioolbuizen door zijn wortels geperst worden.

Getekend door het leven met sporen van klimop
Schrijvers gebruiken beeldspraak om hun verhaal te vertellen. Zo moet Wohlleben's boek ook gezien worden. Menselijke gevoelens bestaan niet bij bomen, dat is zelf projectie. Als het bijvoorbeeld gaat over communicatiekanalen noemt hij de hulp van schimmels. Groeiend in een kluwen rond de fijnste haarwortels en voortdurend in contact met de boom. Mineralen en aminozuren doorgevend en suikers ontvangend. Eenkennig zijn ze echter niet. Hun zwamvlok ligt als een netwerk van telefoonkabels door het bos. En dat bomen daarmee met elkaar in contact staan is evident. Bewuste beslissingen en een uitgekiende strategie die bijgestuurd kan worden kennen bomen niet. Maar elke actie lokt wel een reactie uit. We kunnen dat beschrijven, proberen te verklaren maar veel is nog steeds verborgen.

Els met ondergaande zon, Oudemolen
Als we met deze bril op naar Peter Wohlleben's boek kijken is het een absolute aanrader. Zijn ervaring als houtvester en liefhebber van bomen geeft ons een moment om stil te staan bij bomen. Ons te laten aanraken, gevangen in de magie van het grote woud.


zondag 17 april 2016

Voorouders in de zak


Ronde zakpijp, Molgula manhattensis - Lauwersoog
Waar komen we vandaan? Wie waren onze voorouders? Vragen die sinds mensenheugenis gesteld worden. Gaan we terug tot Lucy uit Oost-Afrika? Met haar meer dan een miljoen jaar oude botten toch zeker een verre verwant. Maar het kan nog verder. De lijn volgend naar de eerste zoogdieren uit het Mesozoïcum, geleidelijk overgaand in de reptielen. Dan terug naar de amfibieën en de allereerste visachtige wezens uit het verre Ordovicium, 450 miljoen jaar geleden. Dan wordt de lijn steeds vager, fossielen zijn er nauwelijks meer. Maar toch moeten we daar onze Adam vinden: de manteldiertjes of zakpijpen.

Ronde zakpijp (Molgula manhattensis) - Lauwersoog

Japanse knotszakpijp (Styela clava), beide openingen ingetrokken - Lauwersoog

Gesterde geleikorst (Botryllus schlosseri), oranje vorm uit de Oosterschelde - Neeltje Jans

Gesterde geleikorst, witte vorm - Lauwersoog

Als landrotten komen wij zakpijpen nauwelijks tegen. We moeten naar strand of haven om ze te ontmoeten. Vast gehecht aan touwen, een drijvend krat of groeiend op speciaal daarvoor in het zilte water gehangen stenen of roosters. En als we ze dan vinden hebben ze niets meer dat op ons lijkt. Het zijn hun jongen, vrij zwemmende larfjes, die met hun primitieve ruggengraat (een chorda) al honderden miljoenen jaren laten zien hoe het eens is gegaan. Een extra bescherming rond het zenuwstelsel die bij alle gewervelde dieren voorkomt. Bij zakpijpen zijn er slechts enkele soorten die deze chorda behouden, de meesten leven als volwassen dier vastgehecht en nemen dan afscheid van hun graat. In deze fase hullen ze zich in een wijde mantel, gemaakt van een soort cellulose. Soms alleen, soms deze mantel delend met tientallen tot honderden soortgenoten in een kolonie.

Japanse knotszakpijp (Styela clava) met instroom- en uitstroombuis wijd open - Lauwersoog
Slingerzakpijp over zeepokken, geen uitstroom en instroomopening zichtbaar - Lauwersoog

Zakpijpen hebben geen krachtige kaken om hun voedsel aan stukken te scheuren. Actief op jacht gaan zit er ook al niet in. Ze moeten het hebben van pompen en filteren. Bij solitaire zakpijpen is dat mooi te zien. Twee slurfjes steken uit de mantel. Eén om het water naar een kieuwkorfje te pompen en een tweede om het vuilnis te lozen. Mooi te zien door ze even te plagen als je ze uit het water haalt. Even er op drukken en het water spuit er uit. Kolonievormers delen een gezamenlijke uitstroomopening.

Harige zakpijp (Ascidiella scabra), bijna lui op zijn kant liggend - Neeltje Jans (Oosterschelde)

Omdat zakpijpen zich letterlijk aan alles vasthechten in zeewater kunnen ze gemakkelijk meeliften naar nieuwe gebieden. Nog gemakkelijker wordt het als zeelieden ballastwater zoeken voor hun lege ruim. Zo zijn tientallen soorten letterlijk van de ene naar de andere oceaan gesleept. Japanners en Amerikanen bevolken nu onze Waddenzee en Delta. Echte Europeanen als slingerzakpijpen en harige zakpijpen zijn er nog steeds maar ze moeten knokken om een plaatsje tussen al die exoten. De ronde kwam mogelijk uit het westen van de Atlantische Oceaan, de ster uit Californië en de knots uit Japan. Ook in de wereld van zakpijpen wordt de wereld steeds mondialer.

Zakpijpen, je komt ze niet dagelijks tegen maar zoek er eens naar bij een volgend bezoek aan de kust.

Meer info: Zoekkaart Zakpijpen - Stichting Anemoon

zondag 13 maart 2016

Wilde dames en heren

Ruwe berk, zwierende heren
Het voorjaar kwam al in december, ging tijdelijk in de kast en probeert nu volop tussen de deuren door naar buiten te springen. Overal barsten wilde dames en heren uit hun winterjas. Tijd om alles uit te gooien, pracht en praal mag gezien worden.
Hazelaar, de vroegst bloeiende boom

Hazelaar, dame

Grauwe els, dames en heren

Met dames en heren spreek ik niet mijn hooggeachte lezers aan. Ik sta voor een stel wilde dames en heren die zich toch aan strakke mode regels houden. Geen wisselende tooi met het verstrijken van de jaren. Strak, eenvormig, vaak eenkleurig en toch zwierig fris. Vooral de heren kunnen er wat van. Als het even kan volop meedeinend met de wispelturige wind. En dan natuurlijk rijkelijk hun mannelijke gaven uitstrooiend over hun omgeving. De dames zijn wat meer ingetogen. Rechtop, in de houding, steken ze smachtende tongen uit om elk zuchtje te proeven. Op zoek naar het zeldzame goud van hun geliefde. Alleen dan kunnen zij voldoen aan hun kinderwens.

Grauwe wilg, dames

Grauwe wilg, blozende heren

Katwilg, dames

Katwilg, heren

Mijn dames en heren kent iedereen als katjes. Niet in een harige, geklauwde variant maar een houtige staak die vaak alleen in het voorjaar haar ware aard laat zien. Sommige houden van een beetje afstand. Een eigen herenhuis en een damessociëteit. Voor contact hebben ze een courier d'amour nodig in de vorm van wind. Anderen zijn echte commune liefhebbers. Zoveel mogelijk in één huis, wanordelijk door elkaar heen maar toch zo op elkaar afgestemd dat er geen onderling gefoezel mogelijk is.

Zwarte populier, heren

Zwarte populier, dames

Wilde dames en heren zijn ook gewoon mooi. Het begint al met de show van hazelaars in december of januari en eindigt met eiken in mei. Dames gaan in het groen of hoogstens een toefje rood met veelbelovend bruin. Heren doen het meestal in het geel maar enkele hemelbestormende populieren kiezen voor purperrood. Hun gulle gaven gaan alleen maar in een zwerm van geel gehuld.

Zomereik, dames

Het is maart, tijd om van wilde dames en heren te genieten.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...