zondag 29 maart 2015

Gezwam in het voorjaar

Gedrongen Mollisia
Onlangs mocht ook ik zeven kilo papier in ontvangst nemen. Met de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe krijg je niet alleen heel veel schitterende foto's maar ook een niet opdrogende bron van inspiratie. Voor mij voldoende reden om bos en veld af te struinen naar voorjaarspaddenstoeltjes. Soms bescheiden van formaat, vaak kleiner dan een halve centimeter. Maar als je er eenmaal oog voor hebt gaat een ongekende wereld voor je open.




Zakjestrilzwam

Fopelfenbankje
Het merendeel van de grote zwammen houdt het voor gezien als de eerste vorst aan de deur klopt. Voor anderen is dat juist het moment om vruchtlichamen te gaan vormen. De gele snotterbellen van de Gele trilzwam bijvoorbeeld, overal te vinden aan eikentakken. Maar ik begin met de bizarre Zakjestrilzwam. Vooral in het laatste stadium is het een verstarde, taaie, hersenmassa zo groot als een kleine walnoot. Volgens de Tirion Paddenstoelengids is het geen echte triller maar een kernzwam. Ook het oranje gekleurde Meniezwammetje hoort daar bij. Elfenbanken blijven het gehele jaar aanwezig. Meest algemeen is het Gewone Elfenbankje maar zoek ook eens naar het Fopelfenbankje. Van boven net zo mooi gezoneerd maar aan de onderkant totaal anders. De sporen komen niet uit gaatjes maar uit gekronkelde lamellen.

Brandnetelschijfje, 0,5 mm

Mogelijk Kruidenvulkaantje. Geen punt op de top zoals Brandnetelvulkaantje, 0,5 mm

Wat dood gaat wordt gerecycled in de natuur. En dat betekent dat brandnetels bijzonder interessant worden. Spetters abrikozenjam blijken brandnetelschijfjes. En met de MP-E 65 lens worden zwarte spikkels vergroot tot de afgeronde bergtoppen van het Kruiden Vulkaantje. Twee minuscule Ascomyceten of zakjeszwammen die hun acht sporen in een envelop voorbereiden op het echte leven.

Asgrauwe schorszwam
Paarse eikenschorszwam

Raatzwammetje

Takken die al even liggen zijn nog veel interessanter. Kleurrijk paars als de Paarse eikenschorszwam of gebarsten wit als opgedroogde room van de Asgrauwe korstzwam komen beiden op eik voor. Beide zijn niet meer dan een dik vlies met wat lobben en zonder gaatjes of plaatjes. Veel fraaier is het Raatzwammetje die als een miniatuur honingraatje op eikenschors groeit.

Gedrongen mollisia, 4 mm doorsnee

Mollisia sp., op eikenhout, 4 mm doorsnee

Gewoon Franjekelkje, 3 mm hoog
Maar ik ga nu vooral voor de miniatuur bekertjes. Gewoon Franjekelkje bijvoorbeeld. Net als de zwammetjes op brandnetel een echte Ascomyceet met bekertjes van net twee millimeter groot. Langs de randen fraai gewimperd en zo teer dat aanraken niet verantwoord is. En dan zijn er letterlijk duizenden bekertjes van Mollisia soorten te vinden. Zeer lastig op naam te brengen omdat het vooral draait om sporenvorm en -grootte.

Gezellig Draadwatje, een slijmzwam en geen paddenstoel, bolletjes 3 mm doorsnede

Trentepohlia sp., een goudgeel gekleurd miniatuur groenwiertje, draadjes zijn 0,5 mm lang

Gezwam in het voorjaar levert nog veel meer op. Goed rondkijkend zijn er ook groeisels te vinden die wel op een paddenstoel lijken maar het helemaal niet zijn. Het Gezellig draadwatje bijvoorbeeld is een slijmzwam. Een deel van het jaar tevreden kruipend over hout en af en toe een bacterie opslokkend. En dan wordt het tijd om plannen te maken voor de toekomst. Sporenhouders worden gevormd en met behulp van springveren worden uiteindelijk de jonge "watjes" de wereld ingeschoten. In Boswachterij Anloo werd het helemaal bijzonder, een stukje hout was er versierd met korstmosjes, groene algjes en geel-gouden pluisjes. Geen slijmzwam, geen reguliere korstzwam maar wat zou het dan zijn? Facebook bracht uitkomst: het was Trentepohlia. Een groenwier die door een grote hoeveelheid caroteen oranje geworden is. Een aantal Trentepohlia's leeft samen met schimmels en vormt dan korstmossen, deze is echter helemaal vrij levend.

vrijdag 20 maart 2015

Mosgroen

Mosgroene wal, Huis ter Heide (Norg)
Een wandelaar ziet een bos met heel veel groen, een natuurgenieter ziet een bos met mos, een tuinman denkt direct aan kalk maar een bryoloog wordt er blij van. Mos, groen in duizend tinten, vormen en gelukkig veel minder soorten.
Gesteelde Haarmuts

Meer dan 30 jaar geleden waren mossenkenners een bijna uitstervende diersoort. Kraamkamers voor de nieuwe generatie sloten hun deuren en ik was nog net niet de laatste student die het licht mocht uitdoen. Gelukkig was bij mij de eerste spore al lang daarvoor ontkiemd. Blaadjes gekregen bij de Jeugdbond voor Natuurstudie en daarna opgroeiend bij de Bryologische Werkgroep. Toen kwam een lange periode dat alles van Beerdiertje tot Braakrussula en Bruine Vierbandspanner mij van het mossige pad af zou leiden. Maar in september mag ik mogelijk een Groen & Doen introductiecursus Mossen verzorgen. En dus wordt het tijd om met loep en camera bos en hei door te struinen op zoek naar bekende en onbekende soorten.

Moeraslevermos
Kegelmos met in de bakjes broedkorrels

Gedrongen kantmos met jonge kapsels

Gaaf buidelmos met lichtgroene bolletjes broedkorrels

Mossen hebben een respectabele leeftijd. Niemand weet precies wanneer de eerste soorten zich ontwikkelden uit Groenwieren. Het oudste fossiel is 320 miljoen jaar oud maar zeker is dat ver daarvoor al mosachtige plantjes zich op aarde bevonden. Misschien zagen ze er uit als ons Moeraslevermos van nu. Als thalleus levermos is het niet meer dan een groene flap met aan de onderzijde wat wortelachtige structuren. Geen nerf, geen stengel, alleen een glazige sporenkapselsteel met daarop een bolletje. Parapluutjesmos en Kegelmos hebben wat meer in hun mars. Een mooi patroon van ruitjes op het groen en bekertjes met stukjes mos als vorm van vegetatieve voortplanting. Veel verder ontwikkeld zijn al de bebladerde of folieuze levermossen. Duidelijke blaadjes in twee rijen langs een stengel maar nog wel hetzelfde sporenkapsel. Meest algemeen is het Gedrongen Kantmos die ook wel Platgeslagen Sinterklaasmutsmos genoemd wordt. Op bijna elke vochtige en rottende houtstomp te vinden.

Fraai Haarmos

Kussentjesmos
Haakmos

Thujamos

Mos is voor de wandelaar synoniem aan Haarmos. Ook het zo verfoeide Haakmos uit het gazon wordt nog wel als zodanig herkend. Toch zijn het twee vertegenwoordigers van verschillende groepen bladmossen. De één staat stram recht op, is nauwelijks vertakt en draagt als Topkapselmos zijn sporenkapsel fier op de top van de stengel. Haakmos daarentegen is een luie donder. Als slaapmos ligt het plantje languit en lijkt bijna verstrikt in warrige zijtakjes die alle kanten op gaan. Sporenkapsels maakt deze soort in Nederland eigenlijk nooit maar andere slaapmossen hebben hun kapsel in een rechte hoek op de stengel staand.

Gedraaid knikmos

Ruig Haarmos
Gewone gaffeltand, kapsel met peristoomtanden
Waterveenmos

Kapsels van bladmossen zijn ingenieuze doosjes die net zo lang dicht blijven tot de luchtvochtigheid precies goed is. Pas dan gaat er een rij tanden, het peristoom, open en kunnen de duizenden sporen op de wind naar andere oorden vertrekken. Haarmossen hebben geen gebit en doen het met een bijna papierdun vliesjes om de sporen voor een vroegtijdige ontsnapping te behoeden. Veenmossen lijken ergens tussen blad- en levermossen in te zitten als je alleen naar het kapsel zou kijken. Mooi rond en op een kort wit steeltje geplaatst.

Knopjesmos, geen kapsels maar bolletjes met broedkorrels
Hoewel Gewoon Haarmos en ook enkele Veenmossen decimeters lang kunnen worden zijn de meesten klein tot zeer klein. En dat betekent macro of zelfs super macro fotografie. In het veld met een reguliere Sigma 105 mm en thuis met een lastige Canon MP-E 65 mm die tot 5 x kan vergroten. En zelfs dat is soms niet genoeg omdat alleen celvorm en microscopisch kleine tandjes op de bladrand bij enkele soorten uitsluitsel geven over de ware identiteit. Mossen zijn dus letterlijk uitdagend bijzonder.

Alle mossen van Nederland zijn te vinden in de BLWG Verspreidingsatlas.

zaterdag 7 februari 2015

Nachtvlinders bijzonder belicht

Donderdag 5 februari 2015 kwam het verlossend woord van Kars Veling. De lang verwachte nieuwe nachtvlindergids voor Nederland is verschenen. Hier hebben honderden vlinderaars op gewacht. Doorgewinterde vlinderexperts zaten met een oud, bijna losbladig versleten en verouderd boek. Jonge novicen moesten het doen met zelf gemaakte beelden waar hun leermeesters trouw de namen in grote kapitalen onder gezet hadden.

Lieveling 



Nachtvlinders in beweging stond er boven het bericht van Kars. Een prachtige sfeertekening van dit nieuwe standaardwerk. De nieuwe familie indeling van onze nachtelijke fladderaars is doorgevoerd. de beren zijn verdwenen, de donsvlinders lijken gevlogen en de snuituilen hebben afscheid genomen van hun naamgenoten. Samen hebben ze nu al vier jaar doorgebracht in een nieuw huis: de Spinneruilen. Maar er is veel meer beweging. Verspreidingsgegevens zijn veel beter gedocumenteerd dan in 2006 toen de eerste veldgids Nachtvlinders verscheen. Bijna exoten als Phegea vlinder en Walstro Pijlstaart zijn nu echte Nederlanders geworden. Een Rode Lijst is opgenomen en tekeningen zijn uitgebreid of verbeterd.

Phegea vlinder, eens een beer, nu een spinneruil die in Brabant steeds algemener wordt

Walstropijlstaart (Kwekerij De Cruydt-hoeck), zeldzaam maar wel steeds vaker waargenomen
Het is nog niet zo lang geleden dat elke publieksavond met als thema nachtvlinders begon met de stelling "nachtvlinders zijn grauwe motten". Nationale nachtvlindernachten en zeker ook de nachtvlinderestafette langs tientallen natuurkampeerterreinen hebben daar wel verandering in gebracht. Maar er zijn natuurlijk wel een aantal grijs-bruin getinte vlinders. Zeker als ze ook nog eens hoog bejaard zijn kan het best lastig zijn om dan op een correcte naam uit te komen. In de nieuwe gids zijn extra tekeningen toegevoegd die een eind moeten maken aan lange discussies. De Spikkelspanners bijvoorbeeld. Overal algemeen en zelfs voor ervaren vlinderaars altijd weer even goed kijken.

Ringspikkelspanner, mannetje (natuurkampeerterrein Rhanerveld, Hellendoorn)

Grote spikkelspanner, mannetje (Haren) 

Nieuwe tekeningen van de antennes van beide spikkelspanners


Met de nieuwe nachtvlindergids wordt het nog uitnodigender om eens te gaan kijken naar al die fraaie en soms ook bizarre vlinders. Gewoon thuis in de tuin of op de camping. Twaalf maanden per jaar zijn er vlinders te vinden. Als de temperatuur in de wintermaanden even boven nul komt begint het in december met het wintervlinderfeest, in januari volgen de Perentakken en de Voorjaarsspanners. Maar vanaf april tot augustus is het echt hoogseizoen. Uilen, spanners, pijlstaarten, het gaat maar door. En wachten tot het eindelijk donker wordt is echt niet nodig. Rustende vlinders zijn er te vinden op bomen en allerlei soorten gaan ook overdag even naar de bloemenbar.

Bruine groenuil (Kwekerij De Cruydt-hoeck)

Pauwoogpijlstaart (Midwolde)

Witvlakvlinder, vrouwtje (Hijken)

Hoornaarvlinder (Groningen)

De nieuwe nachtvlindergids is te bestellen bij de Vlinderstichting. Eens meelopen met een nachtvlinderactiviteit in de buurt? Kijk dan eens op de agenda van de Vlinderstichting of in de evenementenlijst van Natuurpresentaties op Facebook of haar website.

Grote Hagenheld (natuurkampeerterrein De Rietkraag, Lemelerveld)

zaterdag 31 januari 2015

Eext - natuurlijke halte aan de Hunebed Highway

Hunebed D13 - Eext
Halve maan na midwinter. Vanuit het onmetelijke woud nadert een oude grijsaard de plaats van de geesten. De twee zonen van zijn broer, Loki en Aki, zijn al ver vooruit, hij werd even opgehouden om een stuk vuursteen te bekijken en achteloos van zich af te werpen. Dreigend staart een zwart gat vanaf de heuvel hem aan. Daarbinnen een verborgen trap die leidt naar de plaats waar ook hij binnenkort mag binnengaan.


Hunebed D12 - Es van Eext
Laatste sporen van 19e eeuwse steenkloppers - boorgat in Grote Steen
5300 jaar later, 31 januari 2015 A.D. Eext, natuurlijke halte aan de Hunebed Highway en één van de sterren op het blazoen van Geopark de Hondsrug. Het bos van weleer is verbrand, gekapt en verdwenen. Er voor in de plaats kwamen rechte lijnen in het landschap. Met hard potlood getekende akkers, met zachter bruin ingekleurde vlakken met winterse bomen.  Alleen de plaats van de geesten is terug te vinden. Niet meer verborgen maar voor iedereen zichtbaar. Restanten van wat eens hunebedden waren. Verwaaid, verweerd of gesloopt door stenenkloppers.

Eext vanaf de es, linksboven hunebed D12

Eext

Eext zoals Egbert van Drielst het zag (1772-1806)
Een lint van stenen huizen herinnert aan de plek waar de oude grijsaard eens bij zijn haardvuur zat. Zijn woonstede is al lang verdwenen. Zelfs de pittoreske boerderijtjes, de brouwerij en het schultehuis die ruim tweehonderd jaar geleden geschetst werden door de Amsterdamse kunstenaar Egbert van Drielst hebben de tand des tijds niet doorstaan. Eext is uitgegroeid tot een Drentse parel met een geheel eigen karakter. Zonder het statige van Anloo waar de geest van de bisschop rond de dominerende Sint Magnus kerk waait. En ook niet met het wat volkse karakter van Oudemolen, een kruispunt van wegen waar het goed rusten is. Eext is Eext.

Eext, één van de zeven brinken, winters kaal maar zomers groen 
Bijna was het gelukt om de natuur geheel te laten verdwijnen uit de omgeving van Eext. Ruilverkavelingen en een opgejaagde intensivering van de landbouw slokte het groen als een hongerig monster op. Toen keerde het tij. Tot hier en niet verder, dat was het credo van de jaren zeventig. Veertig jaar later ligt Eext weer ingebed in het groen. Vingers van houtwallen strelen het dorp, de eens gesnoeide beukenhaag om het dorp is nu een dankbare zetel voor de Groene Specht. En de brinken zijn het domein van Boomklevers geworden.

Kleine zwanen, Eext

Goudvink, Eext

Judasoor, Eext

Fluweelpootje
Winter rond Eext. Over de es zweeft een bijzonder muziekstuk. Diep, soms sonoor, wonderlijk exotisch. Wilde zwanen uit het hoge noorden kennen deze natuurlijke halte ook al. Gezellig kletsend zitten ze op een verlaten akker. Wat meer beschut wordt er zachtjes gepreveld door meneer en mevrouw Goudvink. Tuup, tuup, en daar gaat weer een knop naar binnen. Aan de voet van een gebarsten boom kruipt een lint van oranje Fluweelpootjes naar boven. Even verder staan Judasoren wagenwijd open.

Vuursteen op de es van Eext
Galgwanderveen of Braam's plas, een pingo

Eext nodigt uit om te wandelen. Oude kerkenpaden te verkennen, op zoek te gaan naar restanten uit de ijstijd. Langs de weg ligt nog steeds vuursteen, meegesleept door tonnen ijs. Tegen de bosrand een glazig dicht gevroren oog. Een pingo ruïne uit de derde ijstijd. Zacht wit omzoomd door resten van sneeuw is het goed voor te stellen hoe hier eens een enorme ijslens in de bodem van de bevroren toedra lag.

Natuurlijk startpunt voor tochten rond Eext is café-restaurant Homan. Voor kunstliefhebbers is er een beschreven folder met een route langs alle plaatsen die Egbert van Drielst eens geschilderd heeft. Voor natuurzoekers is er een jaarprogramma met vijf excursies variërend van landschap, vroege vogels en gentianen tot paddenstoelen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...