vrijdag 22 augustus 2014

Drentse ster

Reuzenzilverspar, groeiplaats Grote Aardster
Zaterdag 16 augustus, druk digitaal overleg in Drenthe. Boswachter Evert Thomas (Staatsbosbeheer) heeft mogelijk een unieke vondst gedaan. Natuurkieker Coby wordt erbij gehaald, Natuurpresentaties wordt om advies gevraagd. Er blijkt geen ander antwoord mogelijk: Evert heeft een zeer bijzondere ster gevonden, niet in het alomvattende uitspansel maar nederig verborgen onder een Reuzenzilverspar. Op de verspreidingskaart van de Grote Aardster mag de eerste stip gezet worden op het Drents plateau.

Grote aardster

Aardsterren zijn echte grond bewonende paddenstoelen en voor iedereen herkenbaar. Een fraai gewimperde kraag, model Gouden Eeuw, en middenin een hoofdje. Bij één soort (het Peperbusje) zitten in dit bolletje meerdere gaatjes, bij alle andere soorten is er één mondopening. Als de sporen rijp zijn, en de lucht goed droog, komen hier de sporen uit. Het zijn saprofyten, plantaardig en dood organisch materiaal is hun lievelingskost. Veel soorten hebben kalk nodig om uit te kunnen groeien, anderen hebben voldoende aan een rijke bosbodem.

Gekraagde aardster

Voor aardsterren moet je eigenlijk niet in het "Olde Landschap" zijn. De duinstreek, de Waddeneilanden en Zuid-Limburg zijn de beste locaties voor de twintig Nederlandse soorten. Drenthe kent er maar vijf waarvan er ook nog eens drie slechts op enkele plekken voorkomen. Meest algemeen, ook in Nederland, is de Gekraagde aardster. Een veelslippige kraag met daarop een zittende bol. Zolang er maar veel humus in de grond zit vindt deze paddenstoel het wel goed. Grote aardster, zoals nu gevonden in de Boswachterij Gieten-Gasselte, was tot nu toe alleen bekend van de randen van de provincie.

Grote Aardster
Grote Aardster, mondje met peristoom tandjes

Tussen alle aardsterren in Nederland is de Grote alleen te verwarren met de Baretaardster. Beide zijn wel eens in Drenthe gevonden, beide hebben ze een steel onder het sporenbolletje en rond de mondopening staan draden die wel wat op het "peristoom" van mossporenkapsels lijken. Net als deze "tandjes" verhinderen ze dat sporen ontsnappen als het te nat is en zweven onmogelijk is. Grote Aardsterren kunnen tot 10 centimeter in doorsnee worden terwijl de Baret nauwelijks 4 centimeter wordt. Een nog beter onderscheid is dat de Baret aan de bovenkant van het bolletje plat uitzakt en een wat afhangende kraagje heeft. Met enige fantasie (zie de mooie foto's op de de NMV verspreidingsatlas) is er een Baskisch hoofddeksel in te herkennen.

Kleine aardappelbovist

Grote stinkzwam

Geel nestzwammetje

Vroeger werden Aardsterren samengevoegd met Aardappelbovisten, Nestzwammen en Stinkzwammen in een grote groep van Buikzwammen. Paddenstoelen die hun sporen letterlijk in hun buik vormen en deze laten verstuiven of zich binnenste buiten keren zoals de stinkers het doen. Dankzij diepgaand onderzoek blijkt nu dat dit toch niet helemaal klopt. Stinkzwammen blijken wel verre verwanten te zijn maar de aardappels en nestjes zijn nog veel eerder in de evolutie afgesplitst. Paddenstoelen zijn oeroude organismen met een geschiedenis van honderden miljoenen jaren.

Grote aardster

Evert heeft de eerste Grote Aardster in midden Drenthe gevonden. Verwacht mag worden dat er in de komende decennia meer vindplaatsen bij zullen komen. Naaldbossen worden ouder en daarmee ontstaat steeds meer kans voor deze bijzondere zwammen om zich te vestigen.

maandag 18 augustus 2014

Verborgen beekdal bij een Drentsche berg

VAM berg, bijna 40 meter hoog uitkijkend over het dal van het Oude Diep
Na een klim van wel veertig meter sta ik bovenop de VAM berg, één van de hoogste punten van Drenthe. Diep onder mijn voeten ligt het afval van onze kolenkachel uit eind jaren vijftig en begin zestig. Groen verpakt is het dorpje Drijber te zien, naar het oosten en het zuiden snijden  twee voren in het landschap. Eén recht, de ander kronkelend blauw. Het Oude Diep, vergraven om Drents water zo snel mogelijk richting IJsselmeer te sturen en nu bijna terug in oude luister.
De Blinkert, bezoekerscentrum op de top van de VAM berg

Oude Diep, Zuidmaten (Drijber)

Afdalend is het nauwelijks meer voor te stellen wat een enorme impact de kaalslag van de ruilverkavelingen heeft gehad. Het "Olde Landschap" werd onder invloed van planologen en landbouwers veranderd in een biljartlaken. Glad geschoren zonder houtwallen, kronkelige zandpaden en meanderende beekjes. Machines hadden voorrang, monotone Engels raaigras weilanden kwamen in de plaats van bloemrijke hooilanden en mais groeide tot in de hemel. Op het allerlaatste moment werd beseft dat Drenthe verdroogde, de houtsnip verdwenen was en natuur alleen nog te bewonderen was in een plaatjesalbum van Heimans. Meer dan twee decennia na "Deining om de Drentsche Aa" volgde het "Drentse Landschap" met "Nieuwe kijk op het Oude Diep". Bijna twintig jaar later is het project bijna afgerond. Bevrijd van haar harnas en deels terug in haar oude bedding mag het water van Mantinge tot Hoogeveensche Vaart in haar eigen tijd naar het zuiden afstromen.

Rietorchis

Moeraskartelblad

Herstel van een bijna verdwenen beek gaat langzaam. Barrières voor trekvissen zijn nog niet allemaal opgeruimd. Maar in de vegetaties is al een voorteken te zien van een fleurige toekomst. Rietorchis is terug in de Zuidmaten en ook het Moeraskartelblad laat zien dat zijn gestage opmars in Drenthe dwars over het plateau heen gaat. Misschien nog veel belangrijker is de verbetering van de waterkwaliteit en de verhoging van het zomers waterpeil. Holpijp verraadt dat diep grondwater weer mag opborrelen en plaatselijk zorgen voor een rijke mineralengift.

Blauwe breedscheenjuffer

Weidebeekjuffer

Bont zandoogje
Breedscheenjuffers en Weidebeekjuffers hebben het gebied al ontdekt. Nog niet in de aantallen die bij andere laaglandbeekjes voorkomen maar dat volgt vanzelf. Terwijl het mannetje van de Weidebeekjuffer zich gedraagt als de vlinder van de beek is de Blauwe Breedscheenjuffer meer een zwerver die overal in de natte weiden te vinden is. Opvallend bleekblauw en onrustig heen en weer vliegend op zoek naar insecten.

Rode Ogentroost, mogelijk ingezaaid maar wel mooi bloeiend

Kom ook eens kijken in de Zuidmaten. Het "Drentse Landschap" heeft een korte wandeling vanaf informatiecentrum "De Blinkert" (bovenop de VAM berg) uitgezet waarmee je eerst de bloemrijke maar wel ingezaaide berm van het afgetakte Oude Diep volgt en daarna de Zuidmaten verkent.

dinsdag 12 augustus 2014

Verroest, brand!

Kroonroest (Puccinia coronata) op Vuilboom
Met de publicatie van de handzame "Veldgids Plantengallen" door Roelof-Jan Koops is de belangstelling voor vreemde woekeringen op planten zichtbaar toegenomen. Galappels, stuitergalletjes en wilgenroosjesgalmug worden bekende namen. Vaak zijn het beestjes die de plant gallig maken maar soms zijn minuscule schimmelsporen de boosdoener. Met dit verhaal wil ik mijn lezers eens meenemen in de wereld van Roesten, Branden en andere bizarre schimmels.
Jeneverbes-Meidoornroest (Gymnosporangium clavariiforme), gefotografeerd in Zuid-Turkije

Lijsterbes-Jeneverbesroest (Gymnosporangium cornutum) = Perenvuur

Roesten hebben misschien wel de meest ingewikkelde levenscyclus van alle levende wezens. Vaak hebben ze twee soorten planten nodig om het jaar rond te komen. En dan worden er ook nog eens vier verschillende soorten sporen gemaakt. Als voorbeeld even de blik gericht op de Meidoorn-Jeneverbesroest en de Lijsterbes-Jeneverbesroest. Nadat een mannelijke geslachtscel versmolten is met een een uitstekende schimmeldraad blijven de kernen van beide cellen bewaard en vormt zich een tweekernig weefsel. Deze vormt uiteindelijk een sporendragertje (aecia) waaruit de aeciosporen komen. Dan volgt misschien wel de allergrootste prestatie, Van Meidoorn of Lijsterbes moet de spore op weg naar een Jeneverbes. Daar worden ook weer sporen (urediniosporen) gevormd die ervoor zorgen dat de gehele boom geïnfecteerd wordt. Tegen de winter, of in Zuid-Europa als het droge seizoen begint, worden tweecellige en vooral dikwandige sporen gevormd (de teliosporen). Nadat cellen (en kernen) met elkaar versmolten zijn worden na de winter gewone sporen gevormd zoals ook de Vliegenzwam dit doet (basidiosporen). Deze kiemen op hun andere gastheer en de cyclus is rond.

Zuring-rietroest (Puccinia phragmites)

Zuring-rietroest (Puccinia phragmites) op Pijpestrootje

Een ander bekend voorbeeld van gastheerwisseling is de roest op Veldzuring en allerlei grassen. Het begint in het voorjaar kleine witte sporendragers aan de onderzijde van een zuringblaadje. Laat in de zomer worden allerlei grassen geïnfecteerd en zaden kleuren helder oranje.

Kroonroest (Puccinia coronata) op Vuilboom

Brandnetelroest (Puccinia caricina)

Hondsroosroest (Phragmidium mucronatum)

Veel sporendragers van Roesten zijn fraai oranje gekleurd. Kroonroest op Vuilboom is elk voorjaar weer even opvallend. Takken en bladeren zijn vaak vervormd en overal zijn de oranje aecia (sporendragertjes) zichtbaar. Roesten op brandnetels en rozen zijn wat bescheidener maar met even goed zoeken zijn ze wel te vinden.
Meeldraadbrand Grootbloemmuur (Ustilago violacea)

Meeldraadbrand Dagkoekoeksbloem (Ustilago violacea)

Ook Branden zijn schimmels. Zonder waardplantwisseling maar wel met verschillende sporenvormen. Vaak zijn deze zo onopvallend dat ze nauwelijks zichtbaar zijn. Alleen bij de bekende meeldradenbrand (antheren brand) bij Dagkoekoeksbloem en Grootbloemmuur zijn de donkere sporenmassa's goed te zien. Dan wordt ook meteen duidelijk waar de naam Brand vandaan komt. De bloemen lijken wel bestrooid met een dikke, zwarte aslaag.

Vossenbesbladgast (Exobasidium vaccinii)
Hongerpruim (Taphrina pruni)

Roesten en branden zijn niet de enige schimmels die gallen veroorzaken. Op bosbessen en Azalea treedt soms de Oortjesziekte of Vossenbesbladgast op. Takken en knoppen worden vervormd tot wit bepoederde, rood aangelopen misvormingen. Elzenvlaggen en Hongerpruimen worden nog vaker gevonden. Beide behoren ze tot een andere klasse van schimmels (Ascomyceten, zakjeszwammen) die het voorzien hebben op vruchten. Wat een belofte voor een nieuwe boom of smakelijke vrucht had moeten zijn is uitgegroeid tot een rode, holle flap.

Roesten en branden zijn het gehele jaar te vinden maar voor de mooiste vormen moeten we vooral in het voorjaar gaan zoeken. Ga er eens naar kijken, het blijft steeds weer kleurrijk verrassend.

zondag 27 juli 2014

Enge beestjes

Larve Steekmug (Culex cf pipiens), 100x
 Zaterdagavond, plotseling een ping van de telefoon. Op het scherm verschijnt een berich van de overbuurvrouw:  "Koen heeft allemaal enge beestjes in zijn waterbak!". Eerste hulp van de dorpsbioloog is vereist. Lange benen rennen naar boven, grijpen de camera om de plaats delict vast te leggen en spoeden zich daarna naar de overkant van de straat.

Waterdiertjes in de overloop van het dak

Berkenzaadje

Buurman en buurvrouw staan op gepaste afstand te kijken naar een bak water. Daarin een krioelende massa staarten, poten en bizarre koppen. Navraag leert dat een plat dak overgelopen is en mogelijk honderden enge beestjes plotseling op reis zijn gegaan met bestemming onbekend. Volgens de dorpsbioloog bestaan er geen enge beestjes en dus nadert hij de wervelende bak water zonder enige vrees. Dichterbij komend blijkt dat buurman Koen een wonderbaarlijke dierentuin op zijn schuurdak gehuisvest heeft. Geen gespuis maar jongen van tweevleugelige insecten krioelen tussen dode kevers en even roerloze berkenzaadjes. 

Rattenstaartlarf, een Blinde Bij (mogelijk Eristalis tenax)

De grootste monsters zijn ruim een centimeter lang. Aan hun achterlijf een nog veel langere adembuis die als een echte rattenstaart golvend mee beweegt. Het zijn jonge blinde bijen. Geen stekers maar in volwassen pak zachtaardige zweefvliegen. Zij voelen zich in troebel water helemaal thuis. Bacteriën en organische troep zijn voor hun een lekkernij.

Larven en pop (onder) van Steekmug (Culex cf pipiens)

Pop Steekmug (Culex cf pipiens)

Meest bizar zijn tientallen als aliens vermomde wezens. Hoekig, dradig en met enige vergroting van enorme bekken voorziene creaturen. Het zijn steekmuggenlarven. Overal gedijend waar maar stilstaand water is. Na het larvestadium verpoppen ze en worden verbouwd tot bloedzuigend vrouwtje of nectar genietend mannetje. Meestal zijn poppen de rust zelve maar bij deze beestjes is een geringe aanraking al voldoende om een ware Sint Vitusdans te veroorzaken. Heen en weer, op en neer tot je er zelf duizelig van wordt.

Larf Dansmug (Chironimidae) en larf Steekmug (rechts)

Meest opvallend zijn twee centimeter lange "wormen". Aan hun staart en kop een verzameling draden en helemaal geleed. Het zijn echter geen slijmerige kruiperds maar dansmuglarfjes. Met hun rode lichaamsvloeistof kunnen ze zelfs in zuurstofloos water overleven.

Buurman Koen blijkt een biologische waterzuiveringsinstallatie op zijn dak te hebben. Geheel natuurlijk en bijna gezond. Alleen die steekmuglarven...de helft daarvan worden van die gezellige zoemers die je nachtrust komen verstoren.

vrijdag 11 juli 2014

Alpennatuur rond de Gürgaletsch


Weisshorn, eens een zeebodem en nu op 2653 meter
Waar eens de eindeloze Tethys Oceaan doorkliefd werd door de Mosasaurus verheft zich nu de Weisshorn en de Gürgaletsch. Oceaanbodem verkreukeld en opgestuwd tot boven de 2000 meter, de Mosasaurus opgevolgd door een trage Hazelworm.







"Alpennatuur" is voor twee weken het thema van Wandel en Skihotel Gürgaletsch (Tschiertschen, CH). Nog geen half jaar geleden verhuisde het team van Hotel Alpina naar dit nieuwe, knusse Zwitserse huis midden in het dorp Tschiertschen. Alles straalt de vertrouwde Alpina sfeer uit. Warme gezelligheid, heerlijk eten van kok Remco en elke dag weer een bijzondere wandeling. Met de blik naar boven richting top of samen met de excursiebegeleider van Natuurpresentaties (zakelijk partner van hotel Gürgaletsch) op zoek naar orchideeën, vlinders of versteende souvenirs uit het verre verleden.

Tschiertschen met rechts naast de kerk Wandel en Skihotel Gürgaletsch

Alpenlandsalamanders in innige omhelzing
Bosooievaarsbek, Tschiertschen

Bosorchis, Tschiertschen

Tschiertschen lijkt met zijn vingernagels aan de steile wand van de Plessur te hangen. Diep ingesneden in een oeroud gletscherdal, oostelijk van Chur. Zwitserse geranium huisjes worden omgeven door kleine hooilanden die abrupt overgaan in zware lariks en sparrenbossen. Overal kruipen Alpenlandsalamanders als vreemde aliens rond. Af en toe schuilen ze onder paarse Bosorchissen of boeketten Bosooievaarsbek.

Vrouwenschoentje, Tschiertschen

Vogelnestorchis, Tschiertschen
Voor floristen is de omgeving van Tschiertschen een paradijs. Alles is bijna op loopafstand te bereiken, van velden vol Trollius en Rhaponticum tot de Gletsjerboterbloemen rond de Urdensee. Velen komen echter vooral voor de  bijna complete verzameling Zwitserse orchideeën. Met Vrouwenschoentje als absolute reus,  Groene Nachtorchis als dwergje en Vogelnestorchis als meest bizarre bloem. Rode Bosvogeltjes blijken bermplanten bij Pagig te zijn. Welriekende en Grote Muggenorchis staan naast elkaar en zijn zo uitstekend te vergelijken.

Grote IJsvogelvlinder, Tschiertschen

Grote Weerschijnvlinder, Tschiertschen

Zilvervlek, één van de vele soorten Parelmoervlinders rond Tschiertschen

Zodra de zon verschijnt zorgen honderden vlinders voor een kleurrijk schouwspel. Grote IJsvogelvlinders zitten rustig op een bospad te genieten van een mineraalrijk hapje. Grote Weerschijnvlinders stappen, nog half in slaap, vol vertrouwen over op een uitgestoken vinger. En overal dartelt een vlinderboek vol Parelmoersoorten en Blauwtjes over het pad. Steeds weer moet er een kleurige fladderaar beslopen worden om zowel de onder- als de bovenkant te kunnen fotograferen.

Landschap onder de Schwarzhorn

Urdensee
Het heerlijke van Alpennatuur is dat na geconcentreerd kijken naar vogels, vlinders of vederdistels er altijd weer een uitzicht is om van te genieten. Scherp afgetekende toppen met sporen van de gewelddadige botsing tussen twee continenten, het blauwe oog van een verstild bergmeertje en eindeloze bloemenweiden.

Tschiertschen, elk jaargetijde weer verrassend bijzonder. Stap bijvoorbeeld in september in de bus van Den Bosch naar wandelhotel Gürgaletsch. Even sfeer proeven? Kijk dan eens op "Septemberpracht".


woensdag 21 mei 2014

Vlinders uit een zakje


Kleine Reuzenzakdrager (Canephora hirsuta), Hoge Veluwe
Vraag een willekeurige passant om eens een vlinder te beschrijven en de meest kleurrijke superlatieven fladderen door de lucht. Vrijwel altijd gaat het over dagvlinders, een  bonte stoet van schubvleugelige bloembezoekers. Van gele Citroen tot helderblauwe Vogelvlinders in het tropisch regenwoud. Mijn aandacht gaat vandaag echter naar een veel bescheidener groep. Vlinders die een groot deel van hun leven zich verstoppen in een zelfgemaakte zak. Maar ook over mannetjes die hun kans grijpen als een niets vermoedend vrouwtje voor het eerst uit haar poppenwieg kijkt.
Iepenkokermot, Lauwersmeer

Kokermot sp., Hunze

Slanke Wilgenkokermot

In Nederland kennen we twee vlinderfamilies die kiezen voor een eigen verpakking tijdens hun kwetsbare rupsenstadium. Kokermotten zijn miniatuurtjes die genoeg hebben aan een paar vierkante millimeter blad om hun achterste segmenten in te stoppen. Hun kaakjes knagen vanuit deze beschutting een gaatje in de boven- of onderkant van een blad om zich te voeden met sappige plantenweefsel. Na verpopping kiezen ze het luchtruim op zoek naar een geschikte partner. Eten doen ze als volwassen vlinder niet, het gaat puur om voortplanting. Soms komen ze even langs op een vlinderlaken of verlicht raam. De vleugels worden dan dakpansgewijs opgevouwen en de lange sprieten gaan recht naar voren in ruststand. Determinatie van deze kleine fladderaars is feitelijk voorbehouden aan specialisten, alleen als rups is het merendeel van de soorten op naam te brengen. Soms alleen al door hun voedselplant maar ook vaak door de vorm van hun kokers.

Kleine Reuzenkokermot (Canephora hirsuta), Hoge Veluwe
Zandzakdrager (Dahlica triquetrella), Haren

Sierlijke Zakdrager (Proutia betulina), Haren

Gewone Zakdrager (Psyche casta), Haren
Zakdragers (Psychidae) zijn een stuk groter, aan de andere kant van het Kanaal worden ze wat oneerbiedig "Bagworms" genoemd. Maar eigenlijk hebben ze wel gelijk, als rups zij het net wormen in een zakje. Geen "puut" van de plank maar unieke creaties van zand, stro, takjes of bladfragmenten volgens een strak gedefinieerd bouwplan. Wordt je geboren als Zandzakdrager dan is gebruik van hout uitgesloten. En de Gewone Zakdrager moet het doen met weerbarstige strootjes. Als Kleine Reuzenzakdrager heb je het gelukkig wat gemakkelijker. Grijp wat voor je kaken ligt en verwerk dat tot een veilig huis. Enige bescherming is ook wel nodig want het zijn actieve beestje die heel wat meters afleggen op zoek naar een smakelijke hap. Sommigen genieten van een verse alg of paddenstoel maar veel van de 25 Nederlandse soorten zijn echte omnivoren. Of het van plantaardige oorsprong is of een overleden mug, alles gaat in gemalen vorm naar binnen. Op hun beurt worden zij weer gegeten door bijvoorbeeld mieren, een enkele vogel en in tropisch Afrika zelfs door mensen.

Grote Reuzenzakdrager (Pachythelia villosella), Hoge Veluwe

Sigaarzakdrager (Taleporia tubulosa) met restanten pophuid, Appelscha

Knopzakdrager (Baucotia lacustrella), Paterswolde

Zakdragers gaan uiterst efficiënt met hun zak om. Steeds wordt er wat aangebouwd en zelfs het verpoppen gebeurt gewoon thuis. Daarna begint het meest bijzondere deel van hun leven. Als je als heer Zakdrager op de wereld gekomen bent krijg je twee paar vleugels mee. Meestal donker gekleurd en in rust als een kingsize dakpan boven hun lijf opgevouwen. De dames komen nauwelijks uit hun cocon. Vaak staan de heren al klaar voor de daad als ze nog maar enkele minuten uit hun pophuid gekropen zijn. Dat gebeurt vaak in de vroege ochtend wanneer ze het meest actief zijn. Vervolgens worden de eitjes afgezet en is het gedaan met het leven van de jonge vrouwen. De Grote Reuzenzakdrager heeft echter een ingenieuze oplossing bedacht om de eitjes te verspreiden. Volgens Sterling en Parsons ("Micro Lepidoptera of Great Britain and Ireland"). Zij lijkt sprekend op een vliegenmade en laat zich met genoegen opeten door vogels of hagedissen. Terwijl haar lijfje verteerd blijven de eitjes gespaard in het darmkanaal en worden met andere resten weer uitgescheiden. Hoe bizar kan het zijn!

Graszakdrager (Epichnopteryx plumella) , Planken Wambuis

Vlinders in zakken zijn met de mooie site "Microlepidoptera" redelijk snel op naam te brengen. Kleinere soorten en jonge zakjes blijven echter lastig. Een goede hulp is altijd de vindplaats. De Gewone Zakdrager is bijna overal wel te vinden maar de lange zakken van de Sigaarzakdrager zijn echte boomliefhebbers. En voor beide Reuzenzakdragers is heide een perfect biotoop. Ga er eens naar op zoek, heb je er eenmaal één gevonden dan wil je ze graag allemaal gezien hebben.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...