woensdag 15 juni 2016

Verborgen leven van bomen

Mysterieus mosbos, La Gomera
Mistflarden zweven door het bos. Klauwachtige takken grijpen in elkaar. Groene mantels van mos stijf tegen de takken gedrukt. Aardse geuren vullen de lucht. En dan wordt de stilte doorbroken door een zuchtje wind. Een zacht geluid golft om je heen. De Ents, het bomenvolk van Tolkien, komen in beweging, rukken op op en sluiten je in.


Bomen zijn mysterieus. Ouder dan mensen ooit zullen kunnen worden. Schijnbaar vast geklonken aan hun plekje aarde laten ze de tijd met vallende bladeren langs hun bast naar beneden glijden. Soms tegen de verdrukking in groeiend, soms schijnbaar verslagen maar steeds weer terugkomend. Elk perceeltje wat wij even niet nodig hebben veranderd  in bos. Onze houding tegenover bomen is altijd ambivalent geweest. We slaan ze tegen de vlakte, verbranden ze om akkergrond te krijgen maar tegelijkertijd kunnen we er ook niet zonder. Directe leverancier van voedsel en indirect van broodnodige rust in deze hectische wereld. En onzichtbaar als producent van zuurstof en opslagplaats van miljarden liters water. 

Peter Wohlleben heeft in 2015 letterlijk een boek gevuld met "het verborgen leven van bomen"(in 2016 vertaald door Bonella van Beusekom en uitgegeven door A.W. Bruna Uitgevers). Voor een botanicus zeker een inspirerende titel. Al heel lang weten we dat er meer onder de zon is dan onze beperkte blik kan zien. Bomen die met vluchtige terpenen of etherische oliën aan hun buurman laten weten dat er grote of kleine knagers op komst zijn. Weglopen kan uiteraard niet maar voor chemische defensie is dat ook niet nodig. Volwassen sparren maken het zaailingen zo lastig dat ze alleen maar goed kunnen kiemen op een totaal verrotte boomstomp. In eiken- en beukenbossen zie je vaak complete bataljons jongeren klaar staan om, soms na tientallen jaren, het vaandel over te nemen van een oudere, instortende garde.

Boomlijk, gesneuveld maar nog stoer overeind, Oudemolen

Een hartje, symbool van gevoekens voor ons, voor de boom het sluiten van een wond

Berken, wit om zo opwarming in een koude winter tegen te gaan en vol van anti-virale betuline

Voor communicatie zijn twee partijen nodig die bewust boodschappen versturen of ontvangen. Hierop kan een actie volgen, vrijwel altijd gekleurd door emoties. Peter Wohlleben gebruikt graag menselijke gevoelens om het leven van bomen te beschrijven. Onderlinge hulp om een gewond exemplaar in leven te houden. Het opvoeden van zaailingen of juist het ontsporende alleen op de wereld gevoel als wij een boom buiten zijn bos planten. Pijn die bomen lijden als de bliksem inslaat, takken afgerukt worden, rioolbuizen door zijn wortels geperst worden.

Getekend door het leven met sporen van klimop
Schrijvers gebruiken beeldspraak om hun verhaal te vertellen. Zo moet Wohlleben's boek ook gezien worden. Menselijke gevoelens bestaan niet bij bomen, dat is zelf projectie. Als het bijvoorbeeld gaat over communicatiekanalen noemt hij de hulp van schimmels. Groeiend in een kluwen rond de fijnste haarwortels en voortdurend in contact met de boom. Mineralen en aminozuren doorgevend en suikers ontvangend. Eenkennig zijn ze echter niet. Hun zwamvlok ligt als een netwerk van telefoonkabels door het bos. En dat bomen daarmee met elkaar in contact staan is evident. Bewuste beslissingen en een uitgekiende strategie die bijgestuurd kan worden kennen bomen niet. Maar elke actie lokt wel een reactie uit. We kunnen dat beschrijven, proberen te verklaren maar veel is nog steeds verborgen.

Els met ondergaande zon, Oudemolen
Als we met deze bril op naar Peter Wohlleben's boek kijken is het een absolute aanrader. Zijn ervaring als houtvester en liefhebber van bomen geeft ons een moment om stil te staan bij bomen. Ons te laten aanraken, gevangen in de magie van het grote woud.


zondag 17 april 2016

Voorouders in de zak


Ronde zakpijp, Molgula manhattensis - Lauwersoog
Waar komen we vandaan? Wie waren onze voorouders? Vragen die sinds mensenheugenis gesteld worden. Gaan we terug tot Lucy uit Oost-Afrika? Met haar meer dan een miljoen jaar oude botten toch zeker een verre verwant. Maar het kan nog verder. De lijn volgend naar de eerste zoogdieren uit het Mesozoïcum, geleidelijk overgaand in de reptielen. Dan terug naar de amfibieën en de allereerste visachtige wezens uit het verre Ordovicium, 450 miljoen jaar geleden. Dan wordt de lijn steeds vager, fossielen zijn er nauwelijks meer. Maar toch moeten we daar onze Adam vinden: de manteldiertjes of zakpijpen.

Ronde zakpijp (Molgula manhattensis) - Lauwersoog

Japanse knotszakpijp (Styela clava), beide openingen ingetrokken - Lauwersoog

Gesterde geleikorst (Botryllus schlosseri), oranje vorm uit de Oosterschelde - Neeltje Jans

Gesterde geleikorst, witte vorm - Lauwersoog

Als landrotten komen wij zakpijpen nauwelijks tegen. We moeten naar strand of haven om ze te ontmoeten. Vast gehecht aan touwen, een drijvend krat of groeiend op speciaal daarvoor in het zilte water gehangen stenen of roosters. En als we ze dan vinden hebben ze niets meer dat op ons lijkt. Het zijn hun jongen, vrij zwemmende larfjes, die met hun primitieve ruggengraat (een chorda) al honderden miljoenen jaren laten zien hoe het eens is gegaan. Een extra bescherming rond het zenuwstelsel die bij alle gewervelde dieren voorkomt. Bij zakpijpen zijn er slechts enkele soorten die deze chorda behouden, de meesten leven als volwassen dier vastgehecht en nemen dan afscheid van hun graat. In deze fase hullen ze zich in een wijde mantel, gemaakt van een soort cellulose. Soms alleen, soms deze mantel delend met tientallen tot honderden soortgenoten in een kolonie.

Japanse knotszakpijp (Styela clava) met instroom- en uitstroombuis wijd open - Lauwersoog
Slingerzakpijp over zeepokken, geen uitstroom en instroomopening zichtbaar - Lauwersoog

Zakpijpen hebben geen krachtige kaken om hun voedsel aan stukken te scheuren. Actief op jacht gaan zit er ook al niet in. Ze moeten het hebben van pompen en filteren. Bij solitaire zakpijpen is dat mooi te zien. Twee slurfjes steken uit de mantel. Eén om het water naar een kieuwkorfje te pompen en een tweede om het vuilnis te lozen. Mooi te zien door ze even te plagen als je ze uit het water haalt. Even er op drukken en het water spuit er uit. Kolonievormers delen een gezamenlijke uitstroomopening.

Harige zakpijp (Ascidiella scabra), bijna lui op zijn kant liggend - Neeltje Jans (Oosterschelde)

Omdat zakpijpen zich letterlijk aan alles vasthechten in zeewater kunnen ze gemakkelijk meeliften naar nieuwe gebieden. Nog gemakkelijker wordt het als zeelieden ballastwater zoeken voor hun lege ruim. Zo zijn tientallen soorten letterlijk van de ene naar de andere oceaan gesleept. Japanners en Amerikanen bevolken nu onze Waddenzee en Delta. Echte Europeanen als slingerzakpijpen en harige zakpijpen zijn er nog steeds maar ze moeten knokken om een plaatsje tussen al die exoten. De ronde kwam mogelijk uit het westen van de Atlantische Oceaan, de ster uit Californië en de knots uit Japan. Ook in de wereld van zakpijpen wordt de wereld steeds mondialer.

Zakpijpen, je komt ze niet dagelijks tegen maar zoek er eens naar bij een volgend bezoek aan de kust.

Meer info: Zoekkaart Zakpijpen - Stichting Anemoon

zondag 13 maart 2016

Wilde dames en heren

Ruwe berk, zwierende heren
Het voorjaar kwam al in december, ging tijdelijk in de kast en probeert nu volop tussen de deuren door naar buiten te springen. Overal barsten wilde dames en heren uit hun winterjas. Tijd om alles uit te gooien, pracht en praal mag gezien worden.
Hazelaar, de vroegst bloeiende boom

Hazelaar, dame

Grauwe els, dames en heren

Met dames en heren spreek ik niet mijn hooggeachte lezers aan. Ik sta voor een stel wilde dames en heren die zich toch aan strakke mode regels houden. Geen wisselende tooi met het verstrijken van de jaren. Strak, eenvormig, vaak eenkleurig en toch zwierig fris. Vooral de heren kunnen er wat van. Als het even kan volop meedeinend met de wispelturige wind. En dan natuurlijk rijkelijk hun mannelijke gaven uitstrooiend over hun omgeving. De dames zijn wat meer ingetogen. Rechtop, in de houding, steken ze smachtende tongen uit om elk zuchtje te proeven. Op zoek naar het zeldzame goud van hun geliefde. Alleen dan kunnen zij voldoen aan hun kinderwens.

Grauwe wilg, dames

Grauwe wilg, blozende heren

Katwilg, dames

Katwilg, heren

Mijn dames en heren kent iedereen als katjes. Niet in een harige, geklauwde variant maar een houtige staak die vaak alleen in het voorjaar haar ware aard laat zien. Sommige houden van een beetje afstand. Een eigen herenhuis en een damessociëteit. Voor contact hebben ze een courier d'amour nodig in de vorm van wind. Anderen zijn echte commune liefhebbers. Zoveel mogelijk in één huis, wanordelijk door elkaar heen maar toch zo op elkaar afgestemd dat er geen onderling gefoezel mogelijk is.

Zwarte populier, heren

Zwarte populier, dames

Wilde dames en heren zijn ook gewoon mooi. Het begint al met de show van hazelaars in december of januari en eindigt met eiken in mei. Dames gaan in het groen of hoogstens een toefje rood met veelbelovend bruin. Heren doen het meestal in het geel maar enkele hemelbestormende populieren kiezen voor purperrood. Hun gulle gaven gaan alleen maar in een zwerm van geel gehuld.

Zomereik, dames

Het is maart, tijd om van wilde dames en heren te genieten.

donderdag 18 februari 2016

Zes poten determineren

Groot koolwitje - Oudemolen
Elke winter staan er weer tientallen, vaak honderden, foto's smachtend te wachten op een naam. Van kriebelmug tot korstmos, alles komt weer langs. Soms meteen weer verdwijnend met als opmerking "mug" of iets anders waarvan de naam (nu) nog ver buiten het bereik ligt. Maar vaak is het een kwestie van even nakijken, tabellen uit de kast trekken, digitale naslagwerken doorbladeren en ziedaar: de juiste naam rolt er uit. Voor deze blog leek het mij wel leuk om een beetje willekeurig een keus te maken uit de collectie.

Bruine vuurvlinder - Börkener Paradis (Meppen)

Heivlinder - Ballooërveld

Drie vlinderfoto's die eigenlijk meteen benoemd hadden kunnen worden. Een intiem moment tussen twee bruine vuurvlinders bijvoorbeeld. Gefotografeerd in het Borkener Paradis, net over de grens bij Emmen. Of het grote koolwitje, even stilhangend voor een dagkoekoeksbloem en de tong al helemaal klaar voor een suikerrijke slok. Heivlinders blijven elk jaar weer een uitdaging. Nog nooit is het gelukt om de vlinder met open vleugels te fotograferen. Steeds vliegen ze op, net op het moment dat je letterlijk op de knieën ligt voor de zoveelste poging. En dan is het razendsnel omhoog en proberen om de op topsnelheid vliegende vlinder te volgen.

Kleine wespenboktor - Gasterse Duinen

Gele lisboorder - Oudemolen

Schaakbordlieveheersbeestje - Oudemolen

2015 was het eerste jaar van het landelijke lieveheersbeestjesproject. Geen melding zonder foto werd geaccepteerd en dus moest elk "stippelbeestje" gefotografeerd worden. Een bak vol Aziaten maar ook heel veel schaakbordlieveheersbeestjes. Mooie bruine pootjes en een zwarte vlek op de rug die doorloopt op beide schilden. Wespenboktorren, hoeveel foto's je er ook van gemaakt hebt, zijn zo uitnodigend mooi dat elke keer maar weer de camera mag klikken. Bijna altijd is het een kleine wespenboktor maar er blijft hoop op een bijzondere soort. Op een gele lis werden lissenhaantjes betrapt. Als in trance helemaal gefixeerd op hun diepteboring. Zonder slurpen genieten van een bijzonder drankje.

Beekrombout - natuurontwikkelingsgebied Hasetal (Meppen)

Tengere pantserjuffer - Esmeer, Veenhuizen

Glassnijder, een pootje van zijn prooi is nog net te zien - Haren, Scharlakenbos

Mijn tijd als lid van de jeugdbond voor natuurstudie ligt al wel heel ver achter mij. En dat betekent dat de eerste libellenexcursie vele decennia geleden gelopen werd. Sinds dat moment droom ik van rombouten. Voor kenners is dit de enige groep grote libellen die hun enorme ogen niet tegen elkaar aan hebben liggen. Ondanks alle reizen bleven ze voor mij achter de horizon maar dit jaar kwam het er dan toch van: een eerste beekrombout uit de omgeving van de Duitse Hase. Niet zelf gevonden maar als foto meegenomen door Stella. De tweede foto is een tengere pantserjuffer. Groene waterjuffers zijn er niet veel maar om ze determineren blijft elke keer weer even goed bekijken. Hoe ver loopt de blauwe berijping van het achterlijf door bij mannetjes. Is de vleugelvlek (pterostigma)  lichtbruin? En is er een geel lijntje te zien onderaan het achterhoofd? Dan is het een tengere en niet één van de andere veel voorkomende soorten. Tenslotte, de glassnijder. Best algemeen maar leuk dat hij opdook in een sprankelend nieuw natuurgebied. Een plek waar eens kinderen in een buitenbad doken en nu de natuur haar gang mag gaan.

dinsdag 19 januari 2016

La Gomera, natuurlijk paradijs, deel 1

Zuidkust La Gomera - Playa Santiago
La Gomera. Proef de naam en de eerste smaak die bovenkomt is zoet. Vakantie, ver van huis en zorgen. Een eiland waar het leven nog is als vroeger. Daarna volgt een sensatie van rijpheid, belegen en pittig als oude kaas. Terug in een tijd van ver voor ons. Even door kauwen en vurige vlammen schieten tenslotte uit je mond. La Gomera, geboren in de smidse van Hephaistos.
San Sebastian met op de achtergrond Tenerife - La Gomera 

Uitzicht op de noordkust richting Hermigua - La Gomera, Mirador el Rejo
Muilezelpaadjes, honderden jaren oud en nog steeds in gebruik - La Gomera, Barranco de Aguajilva
 La Gomera is het één na kleinste eiland van de Canarische eilanden. Gelegen voor de kust van het drukke Tenerife en voor velen een mooi excursiedoel voor één dag. Minimale strandjes, geen promenades, grote hotels en snelwegen. Nauwelijks 25 kilometer breed maar om van de ene naar de andere kant te komen mag minstens twee uur uitgetrokken worden. Na een dag rijden tol je nog een nacht door van alle bochten en steile bergweggetjes. Een internationaal vliegveld is er niet. Vanaf Tenerife, La Palma of El Hierro gaan regelmatig veerboten naar de havens van San Sebastian of Valle Gran Rei. Hotels zijn van bescheiden formaat en overal zijn landelijk gelegen pensions of tot vakantiebungalow verbouwde boerderijtjes te vinden. Met huurauto of bus maak je een eerste start en daarna is het wandelen. Soms over steil omhoog klimmende muilezelpaadjes maar ook over lommerrijke bospaden.

Versteende getuige van oeroud vulkanisma - La Gomera, Agando

Geen kasteel maar een ingestorte kraterpijp - La Gomera, La Laja

Gestolde en verweerde lava - La Gomera, Playa Santiago

La Gomera is met ruim 9 miljoen jaar geologische historie eigenlijk een prille nieuwkomer. Fuerteventura is zeker 10 miljoen jaar ouder, El Hierro is een nakomertje en wat jonger. Tegelijkertijd gedraagt het eiland zich als een suffende grijsaard. Ver voor onze ijstijden werd de verbinding met de vurige mantelpluim verbroken en inmiddels is het twee miljoen jaar geleden dat de vulkaan zijn laatste puf uitblies. Heel bizar want elk ander Canarisch eiland, hoe ver ook meegesleurd met de constant verschuivende Atlantische plaat, bleef met steeds langer wordende magma kanalen verbonden met zijn oorsprong. Deze bijzondere omstandigheid verklaart meteen het ruige karakter van La Gomera. Passaatwinden stuwen elke dag meer vochtige lucht omhoog tegen de net geen 1500 meter hoge piek van de Garajonay. Regen en humuszuren van weelderige plantengroei kerfden diepe dalen in zachte lava en aslagen. Mensen kwamen en hakten grotere en kleinere plantages uit die uiteindelijk het grote spel van de wereldeconomie zouden verliezen. Vooral aan de zuid- en oostkant zijn kale, zondoorstoofde velden te zien die eens begroeid waren met een weelderige maquis.

Canarische wolfsmelk in "cactus jas" - La Gomera, Chejelipes

Mist, leven brengend vocht - La Gomera, El Cabrito

Mosbos - La Gomera, Raso de la Bruma
Canarische vink - La Gomera, Ermita de Lourdes.

La Gomera, een natuurlijk paradijs. Als je aankomt met de late boot en in het donker je comfortabele landhuisje gevonden hebt lijkt het als elk ander Mediterraan eiland. Oleanders en kerststerren langs de weg, ruisende palmbomen en kwakende boomkikkers rond een stuwmeer. Als de volgende ochtend de zon opkomt blijkt pas dat je terecht gekomen bent in een vergeten paradijs. De tijd heeft er stil gestaan. Rijke laurierbossen uit een tijd dat de Sahara nog groen was klemmen zich hier vast aan een rotsblok midden in de oceaan. Letterlijk overal zijn bizarre planten te zien met verre verwanten in de bewoonde wereld maar die er zo anders uitzien dat ze bijna onherkenbaar geworden zijn. Vroeg in januari laat de gewone zwartkop zijn gezang mengen met kanaries. Onze vink heeft een blauwe jas, de tjiftjaf spoort niet helemaal en de raaf is zo groot als een kraai.

Canarische dadelpalm - La Gomera, Chejelipes - La Laja.

La Gomera heeft als eiland de juiste keus gemaakt. Niet inzetten op massa toerisme maar kleinschalig en passend bij de schaal. Rust en ruimte, natuurbeleving en ultiem wandelgenot. Hotspot voor fotografen en biologen. In deel twee van dit verhaal worden loep en verrekijker gericht op de unieke flora en fauna van dit gebied.

Chejelipes, La Gomera -thuisbasis voor kleinschalig toerisme.

Deze reis werd georganiseerd door Ilios Reizen met overnachting in Chejelipes, op 2/3 van de doodlopende La Laja vallei. Inspiratie voor wandelingen werd gevonden in de Crossbill Guide - Canary Islands II (Tenerife & La Gomera).

La Gomera, natuurlijk paradijs, deel 2

Ochtendgloren - La Gomera, Chejelipes
Nog geen half acht in de ochtend. Een haan kraait, in het struikgewas ontwaakt het leven en de eerste zonnestralen strelen keiharde rotsen. Een deur gaat open en naar buiten stapt een grijs behaarde bioloog. Net aangekomen op La Gomera en verbaasd om zich heen kijkend. Agaves geven een vertrouwd gevoel maar iets klopt er niet. Hellingen aan de overkant van het dal zijn versierd met een groen tapijt in een uniek patroon. Bijna ontheemd luistert hij naar een onbekende zanger die de zon begroet.

Succulenten maquis met Canarische wolfsmelk en verwilderde cactus vijg - La Gomera, Chejelipes
Balsam wolfsmelk - La Gomera, Las Rosas
Op La Gomera heeft de mens, net als op elk ander eiland, zijn sporen achtergelaten. Kust en toegankelijke valleien zijn in cultuur gebracht, dorpen en kleine stadjes uit de grond gestampt. Wegen verbinden eens geïsoleerde gebieden. Maar ondanks dat bleef La Gomera een natuurlijk paradijs. Nog geen tien miljoen jaar geleden een kale rots, oprijzend uit de golven.  Begroeid met wat toen voorhanden was en kon wortelen op keiharde lava en afgekoelde as. Bestand tegen blakerende zon of dagelijkse mist en regen. Wat ontstond was een biologisch laboratorium waar dier en plant zich zelfstandig konden ontwikkelen. Mobiele soorten als zeevogels vonden er broedgelegenheid om vervolgens weer uit te zwerven. Vogels die hier bij toeval terecht kwamen kregen een eigen verenkleed en stemgeluid. Maar het zijn toch vooral planten en reptielen die zich gingen ontwikkelen tot Gomerese soorten of soms alleen een band bewaarden met enkele andere Canarische eilanden.

Laurierbos - La Gomera, El Cedro

Mosbos, hangende slierten aan laurierbomen - La Gomera, Mirador el Bailadero

Laurobasidium lauri, bizarre paddenstoelen op laurierbomen - La Gomera, El Cedro
Stengelomvattende pericallis - La Gomera, Mirador del Rejo
Twintig miljoen jaar geleden was de gehele Mediterrane wereld, inclusief de Sahara, begroeid met een dicht laurierbos ("laurisilva"). Niet bestand tegen een steeds droger worden klimaat trok het woud zich terug op enkele Macaronesische eilanden. Op Madeira, Tenerife en La Palma zijn kleine fragmenten bewaard gebleven. Alleen op La Gomera kun je nog letterlijk terugreizen in de tijd. Dwalen door een bos waar elk moment monsterachtige prehistorische wezens uit het dichte gebladerte zouden kunnen stappen. Maar die konden deze eilanden niet bereiken. Insecten, spinnen en miljoenpoten zijn er wel. Prooi voor insectenetende vogels terwijl twee soorten laurierduiven hoog in de bomen verstoppertje spelen met elke verrekijker. Verkennen van deze groene wereld is gemakkelijk, er zijn alleen zoveel wandelroutes dat het nauwelijks mogelijk is om een keus te maken. Begin daarom met een bezoek aan de botanische tuin annex bezoekerscentrum en haal daar een gratis kaart voor het nationale park Garajonay. Weinig tijd? Begin dan met de meest bekende wandeling langs de El Cedro kreek naar Ermita de Lourdes. Eveneens mooi is een combinatie van de meer westelijk gelegen wandeling van Roso de la Bruma en Las Creces. Bereid je voor op een tocht door een regenwoud. Vroeg in de ochtend droog en 's middags vaak mist en regen. Vanaf de takken hangen groengele slierten van diverse soorten slaap- en levermossen. Een weelderige varengroei neemt de plaats in van een gebruikelijke struiklaag. Open plekken zijn zelfs in januari rijk aan alleen hier voorkomende bloemen.

"Heideveld" met Boomheide, 15 meter hoog - La Gomera, Los Barranquilos
Canarische gagel, geen struik maar een boom - La Gomera, Mirador el Bailadero

Hierro melkdistel, geen kruid maar een struik - La Gomera, 

Tweehartenorchis - La Gomera, Los Barranquilos

Tweehartenorchis - La Gomera, Las Rosas

Droge pieken zijn hier begroeid met heide. Geen lage struikjes waar je alleen maar hoeft op te staan om er boven uit te kijken maar letterlijk tientallen meters hoge boomheide. Elders blijft de soort op een bescheiden twee tot maximaal drie meter maar hier kunnen ze uitgroeien tot met grijze baardmossen beklede woudreuzen. Net als in ons Nederlandse hoogveen samenlevend met gagel maar dan wel een andere soort. De Canarische gagel is geen struik maar een echte boom geworden. Het heide-gagelbos (fayal-brezal op La Gomera genoemd) is veel opener dan het laurierbos en dat valt meteen op. Margrieten en melkdistels bloeien zelfs in januari volop. Niet bescheiden maar als forse, houtige struiken. Dieper in het bos, en o.a. massaal bij Barranquillos, staat in deze wintermaand de tweehartenorchis in bloei. Met blaadjes als dalkruid en groene bloemen.

Lepelbladig huislook en lichtgrijze rozetten van gouden greenovia - La Gomera, El Cedro
Gomera boomhuislook - La Gomera, Agando

Sierlijk huislook - La Gomera, Chejelipes

Veelbladig vetkruid - La Gomera, Barranco de Aquijilva
Canarische nachtorchis - La Gomera, Barranco de Aguijilva


Kliffen zijn, net als op veel andere plaatsen, het domein van vetplanten. Is het kaal, droog en heet dan zijn het enkele wolfsmelksoorten die domineren. Stekelig als de Canarische wolfsmelk of bebladerd als de stompbladige en de balsamwolfsmelk. Nog interessanter wordt het als er wat schaduw is, soms uitdrogend maar af en toe mist is ook fijn. Dat zijn de plekken waar letterlijk overal rozetten van diverse huislooksoorten samen met vetkruiden te vinden zijn. In het begin verwarrend veel maar met even bladeren door bijv. de Canarische webflora moet het mogelijk zijn om de meeste soorten op naam te brengen. Voor orchideeënliefhebbers is dit de plaats om vroeg in het jaar uit te kijken naar de Canarische nachtorchis. Niet geurend wit maar net zo hoog als ons welriekende nachtorchis.

Berthelot's pieper - La Gomera, Playa Santiago

Kanarie - La Gomera, Playa Santiago
Tenerife pimpelmees - La Gomera, Barranco de Aquajilva

Canarische tjiftjaf - La Gomera, Chejelipes
Izabelduif - La Gomera, San Sebastian

Voor alleen op La Gomera voorkomende vogels is het eiland te klein en ligt het te dicht bij Tenerife en de andere West-Canarische eilanden. Berthelot's piepers, Canarische tjiftjaf, merels en kanaries (de echte) zitten overal. Canarische vinken en Afrikaanse pimpelmezen zijn niet algemeen en vooral te vinden rond parkeerplaatsen (de vink), open bos of rond dorpen. Beide laurierduiven zijn lastig te vinden, door vroegere jacht zeldzaam geworden maar van nature altijd al hoog in de bomen. Buizerd, torenvalk, raaf en geelpootmeeuw bevolken soms het luchtruim maar vaak is het gewoon stil. Opvallend weinig vogels zijn geïntroduceerd op dit kleine eiland. Geen huismussen, geen spreeuwen maar wel een kleine populatie Noord-Afrikaanse Izabelduiven in San Sebastian.

Boettger's hagedis - La Gomera, Chejelipes

Gomera gekko, ons huisdiertje - La Gomera, Chejelipes

Endemische, alleen hier, voorkomende reptielen zijn deels wat lastiger te vinden. Boettger's hagedissen scharrelen overal rond maar zijn schuw. Even bewegen en ze zijn al weg.. Voor de Gomera gekko kun je gewoon thuisblijven. Met een beetje geluk zwerven er wel enkele exemplaren rond of zelfs in het huis.

Geraniumblauwtje - La Gomera, Chejelipes
Canarisch bont zandoogje - La Gomera, Chejelipes

Canarische atalanta op Gomera slangenkruid - La Gomera, Mirador el Bailadero
Oleanderpijlstaart - La Gomera, Chejelipes
Tenslotte, de vlinders. Veel bloemen betekent uiteraard ook hier veel vlinders. In januari kom je overal Resedawitje en Klein koolwitje tegen. Grote Afrikaanse monarchvlinders en kleine tijgerblauwtjes uit Mediterrane streken hebben op La Gomera een nieuw thuis gevonden. Meest bijzonder voor Nederlandse vlinderaars in deze tijd is toch wel de Canarische Atalanta en het Canarisch bont zandoogje. Duidelijk anders van kleur en de Atalanta is ook nog eens kleiner. De nachtelijke uurtjes zijn ook hier voor de spanners, uilen en allerlei andere micro en macro vlinders. Op een zwoele avond hoorden we een bekend gekrabbel op het raam. Brrrrr, krrrrr, brrrr. Dat kon natuurlijk niets anders zijn dan een pijlstaart. Liefdevol hebben we hem of haar even binnen uitgenodigd en daarna weer verder laten vliegen.

Canarisch klokje - La Gomera, El Cedro
Zwervende heidelibel - La Gomera, Barranco de Aguajilva

Twee delen La Gomera, natuurlijk paradijs zijn te kort om alles te kunnen beschrijven. Voor elke natuurliefhebber zou dit eiland hoog op de wensenlijst kunnen staan. Makkelijk te bereiken en ideaal voor een vakantie van twee weken. Ilios reizen maakt het ook nog eens betaalbaar.  Meer lezen? Blader dan eens door de Crossbill Guide Canary Islands II.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...