dinsdag 28 juni 2011

Sint Jan actief in het veenweidegebied

Kiersche Wiede
Een late Koekoek laat zijn afscheidsroep schallen over het veenweidegebied van de Kiersche Wijde. Binnen enkele dagen zal hij dit zompige gebied inruilen voor een zonnige en drogere omgeving ver naar het zuiden. Rietzangers en Kleine Karakiet zorgen verder voor zijn moordzuchtige kroost.
Aan de oostkant van het grote natuurreservaat De Wieden, net boven het buurtschap Doosje ligt de Kiersche Wijde.  Ontstaan als depressie tussen twee grote stuwwallen in de derde ijstijd is het nu een veenplas met een omringend veenweidegebied doorsneden door kaarsrechte sloten. Vanaf de parkeerplaats aan de Loze Dijk heeft Natuurmonumenten twee wandelingen uitgezet. Bruggetjes en smalle paadjes voeren de wandelaar tot in het groene hart van het gebied. Rietorchis en moerasspirea geven kleur aan de bermen, Rietzangers en rietgorzen murmelen in het jonge riet. Vlinders en libellen blijven op deze grijze en kletsnatte dag verborgen in het gras.

Sint-Jansvlinder, Kiersche Wiede

Plotseling valt het oog op iets zwarts met rode stippen. Dichterbij gekomen blijkt het een vergadering van Sint-Jansvlinders. Doodstil zittend en in diep gepeins verzonken over hun nieuwe levensfase. Een lege, geel gekleurde pophuls verraadt wie de uitnodiging voor deze samenkomst verzonden heeft. Een jongedame heeft hier alle registers opengetrokken. Drie mannen wachten nu schijnbaar rustig op haar keuze. Maar met slechts dertien graden op de thermometer en ook nog eens een gestage druilregen wordt het lastig om haast te maken. Zodra het droog wordt, en hopelijk iets warmer, kunnen ze beginnen met hun belangrijkste taak in dit korte leven. Daarna kunnen de eitjes gelegd worden op Moerasrolklaver en neemt de volgende generatie het vaandel over.

Sint Jan heeft zijn stempel op de Wieden gedrukt. Sint Jansklooster als dorpskern aan de westkant en Sint-Jansvlinders als levende confetti uitgestrooid over het zomerse landschap.

dinsdag 21 juni 2011

Natuurparadijs De Biezen

Oeverzwaluw, De Biezen
Terwijl donkere regenwolken zich samenpakken boven het Brabants landschap komen de laatste gasten van Natuurparadijs De Biezen terug met hun boodschappen. Voedzaam en bestemd voor twee, misschien wel drie, hongerige kinderen. Nog even en dan vertrekken ook zij voor een lange missie maar altijd met in hun hart de wens om terug te keren naar De Biezen.

Wij zijn te gast op Eco-Tourist Farm De Biezen. Wim en Rina Renders hebben ruim twintig jaar geleden besloten het roer radicaal om te gooien. Van varkens naar Brabantse oernatuur aan de rand van de Peel. Precies tussen Aarle-Rixtel en de Grotelse Heide laten ze zien wat je met particulier natuurbeheer kunt bereiken. Niet alleen voor plant en dier maar ook voor kampeerders die op zoek zijn naar rust en ruimte.
Ecocamping De Biezen, oeverzwaluwwal
Gebruik makend van vruchtbare beekklei, gemengd met Brabants zand, geven ze flora en fauna alle ruimte. Van een kleurrijke bloementuin om de boerderij en een uniek arboretum tot de verstilde natuur van plas en beek waar libellen en helmkruidvlinders zich thuis voelen. Dominant aanwezig is een overzwaluwenwand. Zestig luchtacrobaten kunnen hier in alle rust twee broedsels groot brengen.

Kamperen bij Wim en Rina betekent keuzes maken. Rust en ruimte zijn gegarandeerd dus bal en tv kunnen beter thuis blijven. Disco en kantine zijn vervangen door Brabantse gemoedelijkheid.
Helmkruidvlinder, rups, De Biezen
Koffie en thee staan altijd klaar en vertrek of aankomst kosten gegarandeerd veel tijd doordat ze alle tijd nemen om kennis te maken met hun gasten. Het natuuraanbod op de camping is zo overweldigend dat voor een weekend fiets of wandelroutes in de omgeving in de kast blijven liggen. Een met klompjes aangegeven natuurroute brengt de gast naar bijna elk verborgen plekje op het uitgebreide landgoed. Rondleidingen zijn mogelijk en dit jaar is het eerste thema weekend aangeboden. Kamperen, genieten en ... nachtvlinders. Wat voor velen niets meer dan grijze motten zijn werd voor ruim twintig gasten tot een ongekende wereld van vliegende en vaak kleurrijke nachtjuwelen.

De zon gaat onder en paarden staan roerloos te filosoferen. We zien de oeverzwaluwen geleidelijk verdwijnen in het donker. Hoe zal het hun vergaan na dit gastvrije verblijf op de Biezen?

Ecocamping De Biezen, zonsondergang

maandag 13 juni 2011

Bijzondere behuizing in Haren

Klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis), Haren
Ons groene dorp Haren wordt ook wel het Bloemendaal van Noord-Nederland genoemd. Sjieke panden met enorme tuinen. Dat er ook anders gewoond wordt is bekend maar soms is de behuizing wel heel bijzonder. Slechts enkele weken per jaar beschikbaar als zomerwoning en je moet er vroeg bij zijn om een pand te bemachtigen. Samenwonen kan maar huisregel nummer één is dat vrouwen alleen op bezoek mogen komen. Mannen kunnen blijven slapen, soms wel met vier tegelijk. Als de huurperiode voorbij is blijft er slechts één oplossing over: een holwoning voor je kinderen! En dan  te bedenken dat ook in Haren verstening toegeslagen heeft waardoor het jaarlijkse aanbod steeds minder wordt.

De gemeenteraad van Haren heeft helaas geen weet van deze misstanden. Zij gaan alleen over tweebenige wezens en af en toe een boom. Dat Haren als groene parel ook andere inwoners heeft vinden ze vaak alleen maar lastig. Ecologisch beheer kost geld en natuureducatie lijkt soms een overblijfsel van de roemruchtige zestiger jaren uit de vorige eeuw.
Het gaat in deze blog over twee van de duizenden anderssoortige inwoners: de Klokjesdikpoot en de Grote Klokjesbij. De één groot en bruin, de ander veel kleiner en zwart. Nu ook in Haren het Grasklokje zeldzaam is geworden zijn ze vooral geïnteresseerd in het woningaanbod van het Perzikbladig Klokje. Ook nu nog veel aangeplant in particuliere Harense tuinreservaatjes. Mannetjes van beide soorten gebruiken de bloemen als exclusieve slaapplek om hun geliefde dames te ontmoeten. Groningse bijenkenner Anne-Jan Loonstra weet te melden dat de Klokjesdikpoot er lekker bij gaat liggen terwijl de Grote Klokjesbij zich stevig vast bijt in de stamper.
Grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi), Haren
Vrouwtjes bezoeken de bloemen vooral om nectar en stuifmeel voor hun kroost te verzamelen. Hun leven is kort en het liefdesspel is niet meer dan een vluchtige ontmoeting. Slapen doen ze in of bij hun nestje in de grond. Als de klokjes uitgebloeid zijn is ook het leven van de volwassen Klokjesbijen voorbij. De nieuwe generatie moet zelf opgroeien en hopen dat volgend jaar niet nog een Harense tuin in een kattenbak is veranderd.

Veelkleurig "Oranje"

Diependal, Oranje
"Welkom op de Drentsche Hooglanden". Een veelbelovende slogan op de plaatsnaambordjes van de gemeente Midden-Drenthe begeleidt de route naar "Oranje". Tot in de jaren zestig een bloeiende aardappelmeelfabriek, nu al decennia bekend als Speelstad Oranje. Direct ten westen van de voormalige fabriek leidt een smalle weg het vroegere veengebied in. Hier lagen de bassins waar het spoelwater van de aardappels kon bezinken. Voedselrijk en met een regelmatig wisselende waterstand was het toen al een, grotendeels afgesloten, toplocatie voor vogelaars. Na de sluiting van de fabriek heeft Drents Landschap het gebied, samen met het Hijkerveld, in beheer genomen. Met een dynamisch waterbeheer heeft het gebied zich ontwikkeld tot een veelkleurig vogelparadijs. Vanuit de, alleen te voet, en deels ondergronds, bereikbare, vogelhut is het volledige spectrum te bewonderen.
Wilde Zwaan

Zwart staat voor een zwarte ruiter, in broedkleed rondstappend en af en toe wat dommelend op de zandplaat van de grote plas.

Wit is de kleur van de zwanen. Niet alleen een paartje knobbelzwanen maar zelfs een Wilde Zwaan heeft besloten hier een rustig onderkomen te vinden. De gele kleurring om de linkerpoot blijft onder water zodat niet duidelijk wordt waar de statige vogel geringd is.

Een Bruine kiekendief geeft de nodige onrust bij de, ook hier aanwezige, Nijlganzen. Al te ondernemende jongen worden teruggehaald en de ouders laten duidelijk blijken dat zij niets te bieden hebben voor deze roofvogel.
Bruine Kiekendief

Topattractie zijn al jaren de Roodhalsfuten. Twee Rotterdamse vogelfotografen delen vanmorgen de hut met ons een gaan met duizenden megabites aan fotomateriaal terug naar huis. In voorgaande jaren zagen we vaak vier soorten futen tegelijk, vandaag blijft het beperkt tot de gewone Fuut en meerdere paren Roodhalsfuten. Met en zonder jongen duikend naar voedsel in het donkere water van de plassen.

Terwijl we op een drooggevallen slikplaat het rondrennen van een Kleine Plevier volgen verschijnt er plotseling een Blauwborst. Af en toe op lange pootjes een spurt nemend en dan weer als een parmantige Roodborst rondkijkend. Helaas blijft de afstand tot de hut zo groot dat zelfs met een 500 mm telelens er geen beeldvullend beeld ontstaat.
Teruglopend nemen we afscheid van veelkleurig "Oranje" met Geelgors en Gele Kwikstaart in de akkerranden. We hebben opnieuw geconstateerd dat ook vogelaars in "De Drentsche Hooglanden" bijzonder welkom zijn.
Ingang vogelkijkhut "Oranje"
Oranje, Vogelkijkhut Diependal

zaterdag 11 juni 2011

Borkener Paradis: een historisch tweeluik

Ems, Borkener Paradis, Meppen
11 juni 1811: Joachim von Versen staart peinzend over de Ems. Het is weer een zware winter geweest, opnieuw is een grote populier door het wassende water geveld. De houtvesters hebben de rivier weer vrij moeten maken zodat de erts- en houtskoolbarken uit het zuiden kunnen passeren. Vanaf het hoogste punt op de duinen van de marke Borken heeft hij een goed uitzicht over het Hudewald. Het is stil, alleen de nachtegalen kwinkeleren alsof het voorjaar net begonnen is. Als apotheker kon hij vandaag zijn voorjaarsoogst binnenhalen. Valeriaan, ereprijs en muurpeper, roze, blauw en geel kunnen vanmiddag verwerkt worden tot tincturen. Sleedoorn en Meidoorn beginnen zoveel vrucht te dragen dat hij een deel van de opbrengst kan verkopen aan apothekers in Meppen en Haselühne......
Borkener Paradis
Plots worden zijn dagdromen wreed verstuurd door twee jonge merries van de landheer.  Briesend en bruisend zoeken ze verkoeling in de Ems.
                           
KNNV Groningen, excursie Borkener Paradis
                                                               
11 juni 2011: Waar eens Joachim von Versen zat lopen nu elf leden van de Groningse KNNV afdeling door het unieke Hudewald van het Borkener Paradis (Versen, westelijk van Meppen). Het landschap lijkt niet veranderd, er wordt nog begraasd en sporen van de moderne beschaving zijn beperkt tot wat verkeerslawaai. Als het hek zich achter ons sluit waaiert het rivierduinlandschap breed uit. Knoestige eiken kronen de hoogste toppen. Hier en daar is het duinzand opengetrapt door de paarden en krijgen, in Nederland, zeldzame planten als Aarereprijs, Overblijvende Hardbloem en Kaal Breukkruid kans om te kiemen.
Overblijvende Hardbloem
Op paardenmest pronkt de Grote Speldenprikzwam. Een Wespendief draait grote kringen over het gebied, al snel gevolgd door een Rode Wouw. Nachtegalen, Matkop- en Glanskopmezen, Tuinfluiters en Gekraagde Roodstaarten zingen in het dichte struikgewas. Zwarte specht en Grote bonte specht maken gebruik van opstaand dood hout.


Grote Speldenprikzwam
Lange Ereprijs
Het Borkener Paradis is  sinds 1937 staatsnatuurreservaat en slechts 33,5 hectare groot. Toch groeien er ruim 230 soorten plantenin een halfopen, en af en toe wat parkachtig, boslandschap. Bewaard gebleven dankzij de geïsoleerde ligging in een meander van de Ems, op de rand van veen en de Noordduitse laagvlakte. Een uniek gebied op nog geen twintig kilometer van de Nederlandse grens.   
Borkener Paradis, Meppen
                                 

vrijdag 10 juni 2011

Groene kroonjuwelen van Haren, deel 2

Was deel 1 van groene, Harense, kroonjuwelen gericht op een zeldzame maar feitelijk alleen groene plant, in deel 2 wordt de lens gericht op twee uitbundige bloeiers. Eén van de twee heeft ons groene dorp zelf gekozen, de ander is een handje geholpen door de plantsoenendienst
Poelruit

Poelruit behoort bij de ranonkelfamilie waar ook boterbloemen en akelei toegerekend worden. Rond Haren kwam de soort vroeger alleen voor langs de sloten van het Hemrik voor. Nu staat de plant ook in bloei rond de plas van het uitloopgebied Oosterpolder. Samen met Valeriaan gaat de voorkeur uit naar een zonnige standplaats op natte, min of meer stikstofrijke grond. En juist hierdoor kan de plant een behoorlijke snelheid maken. Veel blad, hoog en dan een groot aantal geel-witte bloemen met een overdaad aan stuifmeel. Meestal zijn het de kroonbladeren die bestuivers de weg wijzen maar bij Poelruit zijn het de ver uitstekende en gekleurde meeldraden die vliegen lokken.

Grote Boterbloem
Grote Boterbloem is familie van de Poelruit en hoort ook thuis op laagveen. Deze soort is echter, zeker in Noord-Nederland, veel zeldzamer en is dan ook een handje geholpen. Inmiddels staan er aan het Jufferpad tientallen exemplaren met hun voeten in de sloot. Ongezien door de meeste wandelaars en fietsers die alleen maar oog hebben voor de inmiddels ruim honderd Rietorchissen die er ook staan.
Grote Boterbloem is, nog meer dan deze orchis, een fijnproever. Bij voorkeur moet zijn slootwater verrijkt zijn met ijzerrijke kwel. Opborrelend uit de diepe ondergrond en afkomstig uit het hart van de provincie Drenthe. Samen met de Egelboterbloem, die er op deze plek direct naast staat, is het de enige boterbloem met niet ingesneden bladeren. Meest opvallend zijn echter de enorme bloemen. Ruim het dubbele van andere boterbloemen en op stelen van zeker vijftig centimeter boven alles uitstekend.


De muzikale omlijsting van deze prachtige planten wordt, geheel gratis, aangeboden door een koor van Tuinfluiter, Fitis, Roodborsttapuit en Bosrietzanger.
Roodborsttapuit
Bosrietzanger

maandag 6 juni 2011

Anloo: volg de beek vanaf Sint Magnus

De oude, aan Sint Magnus gewijde, kerk van Anloo doet nog steeds wonderen voor het idyllische dorp in het hart van het beekdallandschap Drentsche Aa. Graaf Magnus Erlendsson, geboren op de Schotse Orkney Eilanden, is ruim honderd jaar na de bouw van het schip van deze kerk overleden op 16 april 1117. Tijdens zijn leven was het een godvrezend man maar pas na zijn dood zou zijn mystieke kracht zich openbaren. Onvruchtbare grond begon te bloeien en zieken werden plotseling genezen. In Anloo gaat de verering van Magnus mogelijk terug tot een Germaanse verering van de bron van het Anloërdiepje. Een plaats voor offers werd na de kerstening getooid met een eerste kerkgebouw. Wat er vervolgens gebeurde is verborgen in de nevelen van de vroege Middeleeuwen.

De Magnuskerk geeft nu karakter aan Anloo. Centrum van het dorp met een enorme aantrekkingskracht op toeristen en daarmee inkomstenbron voor de lokale horeca. Om het nog aantrekkelijker te maken is het oorspronkelijke landschap vrijwel intact gebleven. Direct tegenover de voordeur van de kerk begint een aangegeven wandelroute. Als twee armen omsluit deze het Anloërdiepje. Beginnend aan de noordzijde en teruglopend langs de zuidzijde. Zandpaden volgen de lijnen van houtwallen. Voortdurend zijn er nieuwe doorkijkjes op het diepje.
En wilt u dichterbij? Vlak voor het einde van de eerste arm is er een mogelijkheid om een klein pad linksaf het weiland in te gaan. Met een bruggetje steekt u het smalle riviertje over en gaat dan meteen weer rechts. Volg het diepje door het bronbosje en over een smalle plank. Ratelaar, Breedbladige Orchis en Kamgras staan nu volop in bloei. Let bij het laatste stuk ook op de prachtige Beekjuffers die als in een spel dartelen boven het water.

Vanaf de Gasterense Duinen voert het pad langs de andere oever weer terug. Oude, knoestige eiken laten zien dat het oude houtwalbeheer hier nog lang doorgegaan is. Vlak voor de weg naar Gasteren kunt u weer door de weilanden teruglopen naar de lokkende toren van Sint Magnus en zijn gerieflijke  terrasjes.

zondag 5 juni 2011

Een groen kroonjuweel in Harens Scharlakenbos

Haren (Groningen) profileerde zich vroeger als de groenste gemeente van Nederland. Inmiddels is er door stevig kapbeleid en vooral ander groenbeheer veel minder groen dan vroeger in het dorp.  Volg echter eens de Scharlakenweg richting het, ook al verlies gevende, zwembad. Knoestige eiken reiken over de weg. Slangenwortels vormen een dicht tapijt over de spoorsloot. En rechts van de weg begint en donkere bomenbos: het Scharlakenbos. Lange lanen zijn de laatste getuigen van vroeger beheer.
De ondergroei bestaat inmiddels uit een ondoordringbare jungle van bramen en Rankende Helmbloem. Er is keus uit rechtdoor richting de natte weide of eerst een kronkelpad. Wat je ook kiest, op het pad liggen stevige vlaaien van levende maaimachines. Waar vroeger lariksbomen gekweekt werden liggen nu half omgevallen stammen te wachten op paddenstoelen voor de laatste gang van elk organisme.

Als het bos zich opent voor een bizar gevormd, klein, perceel zijn de zwarte ruggen van de zwaar gehoornde runderen al te zien. Een wolbaaltje op poten blijkt een kalf te zijn. Zelfs met een onderdanige boog om deze krachtpatsers is het mogelijk om een kleine sloot te bereiken. En dan blijkt dat groen Haren nog steeds bestaat.
Pilvaren
De zeldzame Pilvaren vormt dichte matten op de lemige bodem. Grasachtig en weinig spectaculair is het een botanisch kroonjuweel voor het dorp.

Schiermonnikoog uitbundig en ingetogen

Vanaf zee valt meteen op dat Schiermonnikoog een bijzonder eiland is. Een witte en een rode vinger priemen in de lucht om de wolken op een afstand te houden. Meestal lukt dit goed want het weer lijkt er altijd beter dan op het vasteland. Waarschijnlijk wordt dit ook beïnvloedt door vakantie emoties die elke passagier van Wagenborgen lijkt aan te grijpen als voet aan wal gezet wordt. Zwetende en onder veel te veel kilo's bagage gebukte gasten verdwijnen kreunend in een bus of taxi busje. Het overgrote deel stort zich als een kudde losgeslagen mammoetjagers op de krappe voorraad fietsen van meneer Soepboer. Maar dan kan ook het grote genieten beginnen!

Rietorchis


Voor mij is juni de mooiste tijd van het jaar voor een bezoek aan Schiermonnikoog. Na de altijd groene dijk en afwisselend monotone gras- en maisvelden van de polder kan het grote genieten beginnen. Paarsrode Rietorchissen en Moeraskartelblad zijn bezig om ook de laatste meters om de Westerplas te sluiten. 

Rolklaverbloemgalmug, Contarinia loti
Kleiner maar daarom niet minder opvallend zijn de blauwbloemige Brede Ereprijs, lichtgroene Kruisdistels en gele Liggende Klaver bij  de Bank van Banck. Al kruipend valt ook de Gewone Rolklaver op. Meestal geel met wat lichtrood maar nu voorzien van vreemd gevormde, bijna hardrode, knoppen. Het zijn de gallen van de Rolklaverbloemgalmug waar een nieuwe generatie bijna zichtbaar tevreden ligt te knabbelen.

Rustpunt in deze bloemenweelde is een kleine zerk. Ingekerfd met een gedicht van Lammert Wiersma vertelt het over  Mr. Banck die met een dijk het eiland veiligheid gaf. Geschreven in het Schierse dialect vormt dit gedicht een onderdeel van een ingetogen ontdekkingstocht door de geschiedenis van het eiland.
Jammer is dat de vroegere woning van Mr. Banck, en ook van andere bewindvoerders, niet aangedaan wordt.. Bij de voordeur van "Rijsbergen" herinnert de tekst ons aan het geslacht Stachouwer maar ook aan graaf von Bernstorf die in 1945 tot ongewenst vreemdeling werd verklaard.

Wind en zon brengen ons weer terug bij het uitbundige heden. Grasmus en Tuinfluiter laten zo hard mogelijk horen dat de broedtijd nog niet voorbij is. Territoria waar alle rupsjes en andere kleine beestjes in hongerige keeltjes moet verdwijnen. Tureluurs en Bergeenden hebben het wat gemakkelijker. Als ouder is het alleen maar uitkijken naar hongerige meeuwen en kiekendieven. Hun kuikens kunnen vanaf de eerste dag hun eigen kostje bij elkaar scharrelen.
Tureluur


Bergeend met jong

Schiermonnikoog, een veelzijdig eiland waar een dag  te weinig uren heeft om alles te kunnen zien.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...