vrijdag 30 december 2011

Jaaroverzicht 2011


Het boek 2011 is gesloten, op tafel ligt de kalender van 2012 te wachten. Het was een jaar waarin op 26 februari  een verhaal werd toegevoegd aan bloggend Nederland. Een ander natuur- en reisblog zag het licht, geen fotoblog maar tekst en beeld gericht op natuur dichtbij of ver weg. Op 31 december staan er 147 afleveringen met 11.284 pageviews. Topper was, dankzij de internetsite van Haren de Krant, een bijdrage over een bijzonder natuurreservaatje aan de Waterhuizerweg in Haren: Groene kroonjuwelen, deel 3 (367 keer aangeklikt). Deze laatste aflevering is een hink-stap-sprong langs het alfabet van enkele blogs.

Rotsspringer
Antarctica, onderwerp voor het eerste blog waarbij kleine ijsbergjes op het Winschoterdiep herinneringen opriepen aan Paradise Bay (Antarctic Peninsula). En later nog eens terugkomend met o.a. een Pinguin album en een bijdrage over Albatrossen.

Bentheim gezien door loep en verrekijker, een bijzonder natuurgebied vlak over de Nederlands grens en toch zo anders.

Pluimvoetbij, Balloërveld
Citroenenfeest in Mensinge (Roden), een heerlijk voorjaars gebeuren waar je nu in de winter zeker weer naar uit kan kijken.

Diepholz, de kraanvogels mochten zich verheugen op een tweede plaats in de top 147 van deze blog. Het was zeker inspirerend voor de schrijver en hopelijk ook voor de lezer.

Eenzaam maar niet alleen op de wereld was een verhaal over solitaire bijen. Achtervolgd met een camera en vastgelegd tijdens voedsel zoeken voor hun volgende generatie.

Friesche Veen, van vuilnisbelt tot natuurparadijs, kort maar krachtig en hopelijk uitnodigend om er eens te gaan kijken.

Gasterse Duinen, in elk seizoen een interessant terrein maar 's winters toch verrassend anders. Groen en grijs, blijvend of tijdelijk als gast aanwezig.

Trompettakkorstmos
Haren, mijn groene dorp en bron van inspiratie voor tal van blogs waarbij o.a. de versierde bomen van Onnen er uitsprongen met een derde plaats. Maar H staat ook voor het Harener Weekblad, Haren de Krant en Haren FM die mijn blogs gebruikten voor een groen accent.

KNNV Groningen, vereniging voor veldbiologie met gevarieerde excursies Landschappen die uitnodigen tot historische bespiegelingen zoals het Borkener Paradis maar ook meer thematische uitstapjes waarvan de paddenstoelenexcursie Sappemeer een mooi voorbeeld is.

Leinewijk, nieuwe natuur bij het Zuidlaardermeer. Gerealiseerd voordat de erosie van ons Nederlandse natuurbeleid toe zou slaan.

Miniaturen op het Eexterveld betekende letterlijk met de neus op de grond, op zoek naar de kleinste plantjes in dit prachtige natuurreservaat

Olifantsspitsmuis, Duwisib, Namibië
Namibië, 28 blogs die vanaf de Nachtvlinders in de Salade tot Camp Ombonde onze natuurreis door dit prachtige land beschrijven. Met aandacht voor landschap, bloemen en uiteraard bijzondere dieren.

Olifant in muisformaat. Deze bizarre "Bush Elephant Shrew" was het bijzonderste dier voor de lens in 2011.


Huisspitsmuis, Schiermonnikoog
Polder Breebaart, vogelparadijs bij de Punt van Reide en gastvrij beheerd door het Groninger Landschap. Twee keer kwam dit onderwerp aan bod met o.a. bont gelabelde Lepelaars die zich helaas niet goed lieten fotograferen.

Ransuil, verrassend in een boom in Peize. Niet één maar vijf tegelijk.

Schiermonnikoog, drie keer figurerend als onderwerp voor mijn blog omdat het als thema aangeboden wordt door Natuurpresentaties. Minst aangename onderwerp voor de schrijver was Oernatuur op de Kwelder vanwege kwellende dazen.

Tropische weelde was het laatste blog van 2011, een impressie van het bijzondere oerwoud in Harendermolen.
Groene weide-uil
Vlinders, en dan met name nachtvlinders en hun rupsen, fladderden en liepen als een rode draad door vele afleveringen. Een website van de Vlinderstichting (Nachtvlindernacht) maakte er een mooie opsomming van.

Wallis was de tweede reisserie van 2011, zeven afleveringen van landschap tot een zeldzame Rotskruiper die onder Maria een nestplaats had gevonden.

Zeer zeldzame Walstropijlstaarten doken in de Provincie Groningen op. Mogelijk afgedwaald uit verre oorden wisten ze zelfs de Stad te bereiken.




Volgers, lezers en allen die gereageerd hebben op mijn blogs: dank. Vanaf 1 januari 2012 zijn weer nieuwe afleveringen te verwachten. Voor nu wens ik iedereen een goede jaarwisseling en een voorspoedig nieuwjaar.


woensdag 28 december 2011

Tropische weelde in Harendermolen

Encyclia vitellina
Ongemerkt verandert je stap. Voorzichtig, bijna behoedzaam ga je over op de oerwoudmodus. Blik flitsend op en neer, geen slang in zicht. Het groene lover sluit zich en geleidelijk neemt het oerwoud je op. Zonder moeite kom je boven in de boomkruinen en staar je in stille verwondering naar de tropische weelde van dit stukje natuur.

Reinhart Orchideeën











Welkom in Harendermolen. Frans Reinhart en Wilma Tingelaar hebben hier hun paradijs gecreëerd. Een deel van een voormalige Anthuriumkwekerij is bijna magisch verandert in een stukje regenwoud. Azië en Amerika ontmoeten elkaar op de bosbodem. Reusachtige nestvarens versterken de sfeer.


En werkelijk overal orchideeën. Venusschoenen, Kraborchideeën, Viooltjesorchis en Oncidiums in volle bloei. Waar je in een regenwoud voortdurend een stijve nek oploopt van het turen naar enkele planten in onbereikbare boomtoppen groeit hier alles op comfortabele ooghoogte. Het is mogelijk nog plezieriger dat je geen loodzware flora's mee hoeft te slepen want Frans treedt op als gastheer én wandelende encyclopedie.

Miltonia, viooltjesorchis
Pleurothallus ascepa
Restrepia antennifera

























Meest opvallend zijn natuurlijk de grote hybriden. Viooltjesorchis (Miltonia), Venusschoen (Paphiopedilum) of Dendrobiums. Bont gekleurd, groot en soms ook nog veelbloemig. Voor een bioloog zijn het echter toch de bijzondere, en zelfs vaak bizarre, soorten die de aandacht trekken. Pleurothallus ascepa bijvoorbeeld. Afkomstig uit Midden Amerika en voorzien van een enorm schutblad met daarop een miniatuur bloempje. Net een vreemde kop in een groen schilderij, twee oren wijd uitstekend.
Of Restrepia die iets zuidelijker tot aan Venezuela voorkomt. Zijn soortsnaam is antennifera vanwege de bizarre antennen die uit de bloem steken. Hengelend naar? In ieder geval zullen bestuivers er zeker blij van worden anders waren deze vreemde draden nooit ontstaan. Groter en kleuriger is Ancyclia vitellina, knetter oranje en daarmee mogelijk interessant voor passerende kolibries.

Paphiopedilum helenae

Al deze orchideeën zijn boombewoners. Een echte grondbewoner is het kleine venusschoentje Paphiopedilum helenae uit zuidelijk China en noordelijk Vietnam. Kalkrotsen hebben haar voorkeur. Vergeleken bij het nog geen centimeter grootte Pleurothallus bloempjes is dit toch een reusje, van kroonpunt tot onderlip kan de bloem tot veertig millimeter uitgroeien.
Tropische weelde in Harendermolen. Tussen kerst en oudjaar 2011 is er open huis in het paradijs van Frans en Wilma. Absoluut de moeite waard.



zaterdag 24 december 2011

Onder de voet gelopen

Lecanora campestris, Haren
In een vorige blog schreef ik over het kleinste groen van Haren. Tevreden groeiend op een randje tuin. Maar ook bij het kleinste groen bestaat er de rand van de samenleving. Geen grond, geen humus, altijd voedselgebrek. Het is er koud of warm maar iets er tussen bestaat niet. Een steen is alles wat ze hebben en daar zijn ze zo tevreden mee dat ze ons letterlijk overal volgen.

Lecanora campestris, apotheciën
Vandaag, op deze stralende dag voor Kerst, maar eens  de loep op stoep en straatsteen gericht. Door sommigen fanatiek kaal geschrobt maar als de natuur zijn gang mag gaan ontstaat hier een bijzondere levensgemeenschap. Zoals mooie kringen van grijze korstmossen als bijzondere decoratie. Jaarlijks groter worden en niet wegspoelend zoals een kindertekening. Het is Lecanora campestris, een algemeen korstvormig korstmosje. Dichter bij gekomen blijken er overal witgerande bruine schoteltjes op te staan. Zo plat tegen de ondergrond gedrukt dat ze niet te voelen zijn. Het zijn apotheciën (zie ook Versierde Bomen in Onnen) waarin minuscule sporen gevormd worden. Betreding vinden ze niet erg maar een staalborstel wordt toch iets te veel.

Lecidella scabra
Naast deze fraai gevormde soort zijn er op allerlei tegels ook grijze, vormeloze, vlekken te zien. Bijna zonder vorm en structuur maar met de loep valt op delen wat korrelig zijn. Dit is Lecidella scabra, diep weggedoken in poriën van de tegels en straatstenen en alleen even boven komend om kleine deeltjes van zijn grijze lijfje om zich heen te strooien. Stampende schoenen of draaiende banden verspreiden volgens dit stof en nieuwe Lecidella's koloniseren elke steen waar ze uiteindelijk terecht komen.

Vroegeling

Aan de rand van de stoep is wat zand tussen de voegen blijven liggen. Net voldoende voor Vroegeling en Knopige Vetmuur. Plat op de grond en wachtend op het vroege voorjaar. Snel even bloeien en dan snel weer weg lijkt het devies. Vetmuur kan ook een hete zomer goed doorkomen dankzij dikke blaadjes die de verdamping tegengaan. Deze bloemplantjes krijgen op enkele plaatsen ook gezelschap van twee Knikmossoorten. Zilvermos is de meest bekende, wat grijs, een beetje staartvormig en parmantig rechtop. De ander is wat lastiger op naam te brengen maar direct herkenbaar als Knikmos met zijn platte, ovale blaadjes en een nerf die als groen puntje uitsteekt.
Zilvermos (centrum) en Knikmos

Muisjesmos
Betreding is altijd een groot gevaar aan de rand van deze groene samenleving. Je moet er tegen kunnen anders ga je dood. Of je moet slim zijn zoals het Muisjesmos. Bovenop een kleine veldkei staat een polletje te pronken. Witte glasharen steken uit zijn blaadjes, kleine sporenkapsels duiken wat verlegen terug in het groen. Op straat leven houden ze niet vol maar hier staan ze behoorlijk boven het gepeupel.

Onder de voet gelopen groen, dagelijks tegen komend maar door velen nooit gezien.

woensdag 21 december 2011

Albatros, koning van de zuidzee

Reuzenalbatros
Jan van Genten zijn bijzondere duikers, pijlstormvogels zijn magnifieke vliegers maar niets gaat er boven albatrossen. Majestueus zwevend, de vleugels strak, schijnbaar moeiteloos in de lucht hangend. Voortdurend   de kop draaiend op zoek naar wat eetbaars.'s Avonds bij het donker worden hangen ze naast je schip en de volgende ochtend lijken ze op dezelfde plaats te zijn gebleven. Soms even naar achter en dan weer snel positie innemend.
Wenkbrauwalbatros broedend in de kindercreche van Rotsspringers

Wenkbrauwalbatros met jong

Wenkbrauwalbatros, jong

De Wenkbrauwalbatros of Mallemok is de meest algemene soort.  Meestal boven de zuidelijke IJszee te vinden maar soms afdwalend naar noordelijke wateren of zelfs even poolshoogte nemen boven het Beagle Kanaal. Broeden doen ze op allerlei subantarctische eilanden en dat bij voorkeur niet alleen. Op Westpoint Island (westelijk Falkland) krijgen ze zelfs gezelschap van Rotsspringers, kleine, roodogige pinguins. Het ene ei wordt uitgebroed op een troon van klei. Elk jaar verder opgebouwd totdat ze letterlijk boven de hoge Tussock graspollen uitsteken.
Reuzenalbatros, sfeerbeeld South Georgia

Reuzenalbatros, begroeting bij het nest

Veel zeldzamer is de Reuzenalbatros. Met drie meter spanwijdte is het de grootste vogel ter wereld, groter dan de Zuidamerikaanse Condor. De eerste jaren van zijn leven komt de Reuzenalbatros niet aan land. Rusten doet hij op zee. Vooral de populatie van Zuid-Georgië wordt met uitsterven bedreigd omdat ze buiten de broedtijd voedsel zoeken voor de Zuid-Amerikaanse kust. Honderden verdrinken daar door te duiken op het aas van lange vislijnen die gebruikt worden voor het vissen op tonijn.

Albatros, koningen van de Zuidzee en onvergetelijk als je eenmaal de kans krijgt om ze vanaf zee te zien.

maandag 19 december 2011

Harens kleinste groen

Gewoon dikkopmos
Kersttijd, dat betekent traditioneel veel aandacht voor groen. Kerstbomen zijn ondanks de prijs niet aan te slepen. Figuren sluipen door de bosjes gewapend met snoeischaren om te zoeken naar inspiratie voor Kerststukjes. Dat iedereen in de tuin ook groen heeft ontgaat echter bijna iedereen.

Klein, vaak verborgen maar overal te vinden: mos. Niet alleen maar vervelend in het gazon maar juist nu bijzonder mooi en welig tierend. Zolang het niet vriest en het vooral lekker vochtig is genieten mossen van een prachtige Kerstperiode. Als je eens door de knieën gaat zijn ze zeker zo mooi als het groen van de kweker. En een buitengewoon groot voordeel: ze nemen weinig plaats in.

Halvemaantjesmos en Rimpelmos
Voor onze rondgang door Harens kleinste groen nodig ik iedereen graag uit op een vierkante meter tuin. Twee rijen tegels, rechts oprukkend Penningkruid en links een strookje voor Huislook met daarachter de opstaande, stenen rand van een grote kruidenbak. Op de grond liggen overal afgeronde groene flapjes. Goed bevestigd en versierd met halfopen bakjes gevuld met groene kruimels. Muizenvoer? Daarvoor zijn ze met nog geen vier millimeter wat te klein. Het is Halvemaantjesmos.  Een levermos waarbij er nauwelijks meer een verschil tussen blad en bladsteel. De groene snippers zijn broedkorreltjes, feitelijk miniatuurplantjes die met een regendruppel wegspatten en elders weer nieuwe mosjes vormen.

Rimpelmos
Tussen de flapjes staan kleine boompjes. Als we iets naar achter kruipen blijkt dat ze maar 5 centimeter hoog zijn maar vergeleken bij de  groene flappen zijn het flinke jongens. Het is Rimpelmos, een makkelijke naam omdat werkelijk elk blaadje gerimpeld is. Wat daar het nut van is heeft het plantje tot nu toe niet willen onthullen. Op enkele plaatsen hebben Rimpelmosjes zich voorzien van wat versiering. Een piek, bruinrood en hier en daar gemutst. In deze kapseltjes worden duizenden sporen klaar gestoomd om door de wind meegenomen te worden. Op een enkel plekje staat een mosje zonder rimpels, geen jong exemplaar maar een andere soort. Purpersteeltje is overal algemeen maar juist nu wat lastiger te herkennen omdat zijn kapseltjes, met fraai gekleurde steeltjes, ontbreken.
Purpersteeltje

Aan de andere kant van het pad ligt een fijn kantwerkje over de bodem. Ranke steeltjes, kleine puntblaadjes en naar alle kanten vertakt. Het is Fijn Laddermos, ook een bladmos maar dan eentje die lekker blijft liggen.

Bovenop het muurtje eindigt onze verkenning. Dit is het domein van een grote knaap, Dikkopmos. Lekker bol, stevig en goed bestand tegen uitdroging. Net als de vorige is het een slaapmos die soms een steen of stronk helemaal in kan pakken in een levende jas.


Harens kleinste groen, zeker zo mooi als Kerstgroen.

Fijn Laddermos


zaterdag 17 december 2011

Pinguins, unieke zeevogels

Rotsspringer, Westpoint Island (Falklands)
We hebben wat met pinguins. Happy Feet beheerste weken lang het nieuws, documentaires over Keizerspinguins kluisteren miljoenen aan de buis en kinderen groeien op met pinguin knuffels. Zelfs in hun eigen omgeving zijn het zeer bijzondere vogels. Wat koddig op het land maar eenmaal op zee zijn ze onherkenbaar. Elegante zeevogels die hier in hun element zijn. Gezellig dobberen, dan weer duiken of met de golven mee springen. Tot honderden kilometers vanaf de kust zwemmen ze achter hun voedsel aan.

Magellaen pinguin, Carcass Island (Falklands)
Juist op dit moment, in het zuidelijke voorjaar, zijn ze vooral aan land te vinden. Druk bezig met paarvorming, het vinden van een geschikte nestplaats en vervolgens broeden en jongen groot brengen. De kleinste is de Rotsspringer. Eén van de meest bezochte kolonies ligt op Westpoint Island (West Falkand). Samen met Wenkbrauwalbatrossen vormen ze een gezellige kolonie. Goed beschermd tegen roofzuchtige roofmeeuwen (Subantarctische Jagers) maar wel honderden meters boven het strand. Dagelijks moet er dus heen en weer gependeld worden voor een vissige maaltijd.

Macaroni Pinguin, South Georgia
Koningspinguin, Salisbury Plains, South Georgia
In hetzelfde gebied komen Magellaen pinguins voor. Een beetje gelijkend op Afrikaanse pinguins of Humboldt pinguins maar met een ander kleurpatroon op de borst. Eigenlijk een beetje saaie vogel vergeleken met zijn kleine neefje. Voor wat meer kleur moeten we uitkijken naar Macaroni Pinguins. Rond Westpoint worden ze wel gezien maar grote kolonies zijn te vinden op South Georgia. Midden in de Zuidelijke Oceaan, op tweeduizend kilometer van de Zuid-Amerikaanse kust ligt dit bergachtige en eens vulkanische eiland. Vroeger thuisbasis van walvisjagers, nu geheel teruggeven aan de natuur.

Koningspinguin, jonge vogels op South Georgia
Macaroni's zijn wat groter dan Rotsspringers en zien er wel heel bizar uit met hun gele kopveren. Net als alle pinguins zijn het wat onhandige lopers die houden van vaste routes. Gewoon rustig naast een pinguin snelweg gaan zitten en ze lopen gewoon langs de lens.

Maar South Georgia is toch vooral het eiland van de Koningspinguins. De Salisbury Plains staan er juist nu vol mee. Zestigduizend of soms nog meer vogels, vanaf het strand tot diep in de vallei, bieden een onvergetelijke indruk van het rijke Antarctische leven. De Koning is net iets kleiner dan de Keizer maar toch nog bijna een meter hoog. Voor bezoekers interesseren ze zich nauwelijks, ze zijn met hun eigen zaken bezig. Diep in rust of wat bakkeleien met de buren over de ruimte rond hun nest.






Dat is wel wat anders in de kindercreche. De bruine hobbezakken donderjagen alle kanten op. Af en toe hun ouders achtervolgend voor nog een visje of gewoon een beetje pikken naar langslopende fotografen. Bijna onvoorstelbaar dat ze binnen een paar maanden ook in stemmig grijs en zwart pak rond zullen zwemmen.

Ezelspinguin, Port Lockroy
Kinbandpinguin, Hannah Point (Linvingstone Island)
Adelie en Ezelspinguin, Neko Harbour
Verder naar het koude zuidwesten, op het Antarctisch Schiereiland, zijn het vooral Stormband- en Ezelspinguins die de kusten bevolken. Tienduizenden vogels ontmoeten elkaar hier op de broedkolonies rond Orne Island, Port Lockroy en Cuverville Island. Bij de jonge Ezeltjes is de rode snavel al te herkennen, de grijze mantel wordt later diep zwart en er komt voor de afwerking nog een witte streep over de kop.







De Stormband heeft dezelfde afmeting maar is in stemmig wit-zwart uitgevoerd. Beide zijn luidruchtige en vooral geurige vogels. Op honderden meters afstand is de doordringende stank van vis al te ruiken. En zoals altijd met kolonievogels moet er heel wat besproken of juist onderhandeld worden. Over elk steentje lijkt wel een dispuut mogelijk. De meest dominante pinguins zijn dan ook snel te herkennen. Midden in de kolonie en met een volledig kaal stuk grond om het nest. Alles is gebruikt om hun nest nog mooier te maken.





Aan de andere kant van het Antarctisch Schiereiland broeden Adelie Pinguins. Soms raakt er één op drift en komt aan de westkant terecht. Direct herkenbaar van alle andere pinguins door hun opvallende witte oogring maar ook doordat ze wat meer gedrongen zijn dan de Ezels en de Kinbanden.

Pinguins, unieke zeevogels van de Zuidelijke IJszee.




zondag 11 december 2011

De rafelrand van Nederland

Noordpolderzijl
Noordpolderzijl, de plaats waar Nederland een streep zet. Tot hier en niet verder, de weg houdt hier op, het Zielhoes biedt wat laatste comfort. Alleen het overtollig regenwater mag er door. Boven op de dijk verwacht je het eindeloze water,  golven die op het land stuk slaan. Maar Nederland is hier wat minder strak in de leer.








Groningse kwelders
Een rafelrand van strekdammen, kwelders en prielen strekken zich nog ruim honderd meter voor de kust uit. Vette klei waar twee keer per dag de vloed zijn werk mag doen. Maar ook bij eb blijft de bodem verzadigd van water. Dit is geen terrein voor mensen, hier regeert de natuur. Paaltjes worden bekroond door tientallen Zilverplevieren. Scholeksters blijven liever dichter bij de gedekte tafel en staan op een kleine plaat te wachten op laag water.
Scholeksters

Torenvalk
Enkele kilometers oostelijker blijkt dat de rafelrand echter niet alleen land is wat gretig naar de zee reikt. Wat verwondert aangestaard door een enkele buizerd en een torenvalk rijdt op deze zondag een kleine karavaan van KNNV Groningen door naar de Emmapolder en de Ruidhorn. Een prachtig natuurgebied waar de zee met waterige vingers onder de dijk door mag steken. Ontstaan als natuurcompensatie voor de opmars van de Eemshaven en ingericht door Natuurmonumenten is het nu een vogelparadijs geworden. Brakke plassen en slikkige randjes bieden zomer en winter een aantrekkelijk biotoop voor duizenden vogels. Tientallen Brilduikers en twee Kleine Zilverreigers zijn duidelijk nog niet gewend aan al die starende kijkers en laten zich niet fotograferen. Maar Tafeleenden en Brandganzen slapen of eten rustig verder. Wel zie je ze geregeld even opkijken want ook hier loert er gevaar. Een Slechtvalk! Uit het niets schiet een schicht op de groep vogels af, een duikvlucht, een snelle zwenk maar ditmaal hebben de vogels geluk. Even verder ligt een stille getuige dat ook de roofvogels hun kostje kunnen vinden. Oude restanten van een meeuw en verse prooiresten van wat eens een buizerd was. De gele klauwen liggen machteloos in het gras, de snavel is nog herkenbaar samen met wat slordig afgeknipte slagpennen. Duidelijk geen vos, misschien een passerende Zeearend?

Brandganzen, Ruidhorn
De rafelrand van Nederland aan de Groningse kust met Noordpolderzijl en Ruidhorn als een zachte scheiding tussen land en water.


zaterdag 10 december 2011

Schiermonnikoog, contrastrijk natuurmonument

Schiermonnikoog, Westerduinen
Waddeneiland Schiermonnikoog, synoniem voor vakantie, rust en ongekend genieten. Een eiland getekend in pasteltinten waar de zon bijna altijd schijnt. Dat is het beeld wat elke toerist als onbetaalbaar souvenir mee naar huis mag nemen. Maar kom er eens in december, dan laat het eiland van de grijze monniken zien dat er ook nog een andere kant is. Wind en water hebben het dan voor het zeggen, iedereen moet er zich naar schikken.

Schiermonnikoog, strekdam in december

Rotgans
Wat eens een strekdam was blijkt verandert in een streepje zeebodem dat na elke golf even droog valt. Een enkele Rotgans probeert het nog vol te houden maar verdwijnt dan snel over de dijk. Nauwelijks meer beschut maar in ieder geval buiten de greep van het ziedende zeewater probeert menig vogel er maar het beste van te maken. Een enkele scholekster probeert nog wat eetbaars te vinden in de van mest verzadigde maisakker maar de meesten staan gewoon op één poot te slapen. Een rood omrand oog gaat even open als er plotseling een zeldzame tweebener opduikt die verandert in een vijfbeen. Als blijkt dat het niet meer is dan alweer een vogelkijker kan het oog weer dicht. Honderden rotganzen kijken de kunst af van duizenden brandganzen en knabbelen aan het eiwitrijke boerengras. Anderen gedragen zich als echte badgasten maar doen dit wel heel bijzonder. Eerst links helemaal onder water, dan rechts en tenslotte op de staart om eens heerlijk alle waterdruppels af te schudden. 

Brandganzen in bad
Ondertussen worden de wulpen steeds ongeduriger, slapen lukt niet meer en af en toe wordt er een verkenner naar het Wad gestuurd. Zijn de zeepieren al weer in zicht of moeten we nog langer wachten op onze lunch?

Wulp
Op de Westerplas blijkt de westoever veruit favoriet. Tientallen pijlstaarten, wintertalingen, slobeenden en een enkele krakeend liggen dicht opeen te wachten op rustiger tijden. Een zonnestraal strijkt over de duinen en laat allerlei tinten bruin en geel oplichten.

Egel
Teruglopend naar het dorp en de boot ligt er een verdwaald 
egeltje in het zompige gras. Opgerold alsof je daarmee droog kan blijven. Hoe het dier daar terecht gekomen is blijft een raadsel, opgeschrikt, de weg over gestoken en vervolgens te water? We zullen het nooit weten, Dankbaar accepteert hij wel een beetje hulp en laat zich terug brengen naar de eens adelijke tuin van de oude Stachouwer villa "Rijsbergen". 











Schiermonnikoog, contrastrijk natuurmonument waar de elementen zich mogen uitleven in december. Bron van verdere inspiratie voor "Natuurpresentaties"

Schiermonnikoog

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...