maandag 28 mei 2012

Muzikaal welkom in de Rottige Meente

Bosrietzanger, Rottige Meente
In het zuiden van het Friese lage Midden ligt het natuurreservaat de Rottige Meente. Vroeger een onbruikbaar en nat gemeenschappelijk weidegebied waar onder mensonwaardige omstandigheden veen werd gewonnen. Vandaag een zonovergoten veenmoeras waar de bezoeker op de SBB parkeerplaats welkom geheten wordt door een Bosrietzanger. Op nog geen twintig meter afstand worden de meest bizarre vogelliedjes aan elkaar geknoopt tot een prijswinnende solo.

Rottige Meente

De Scheene, Rottige Meente

Als voorbereiding op de nieuwe cursus Licht op het Veen voor IVN Zuidlaren staan vandaag opnieuw tientallen petgaten op het menu. Open of bijna verland maar altijd bruin van het zure veenwater. Doorsneden door de Schene met zijn kenmerkende bruggetjes en ontsloten met enkele wandel en fietsroutes. Doel is om enkele fraaie landschapsplaatjes te maken maar ook om op zoek te gaan naar kenmerkende soorten van het Friese veen.

Vroege Glazenmaker, vrouwtje, Rottige Meente

Smaragdlibel, man, Rottige Meente

Grote roodoogjuffer, man, Rottige Meente

Eind mei is het toptijd voor libellen. Platbuiken, Viervlekken, Smaragdlibellen en een enkele Noordse glazenmaker werken hard aan hun territorium en een volle buik. Een Vroege Glazenmaker laat het allemaal maar langs zich heen gaan. Ze is nog alleen maar zal binnenkort zeker de aandacht trekken van de uitsluipende mannetjes. Het is niet echt een veensoort maar prefereert vooral de rijk met Krabbenscheer begroeide slootjes.
Veel kleiner maar zeker zo mooi zijn de Grote Roodoogjuffers. Vooral langs de Scheene maar ook boven slootjes met veel drijvende waterplanten zijn ze in tandemvlucht of alleen te zien.

Donkere Veenzweefvlieg, Rottige Meente

Hommelzweefvlieg, Rottige Meente

Weidevlekoog, Rottige Meente

De mooiste vondst is de Donkere veenzweefvlieg Sericomyia lappona, een echte veensoort die zijn larven laat opgroeien in plukken veenmos. Op slechts één plaats midden in het gebied gezien en ook nog eens ver van de tientallen verleidelijke Kale Jonkers. Hommelzweefvliegen in hun mooiste vermomming als "hommel" waren duidelijk helemaal blij van deze bloemenpracht. Ook een paar Koolzaadplantjes bij de vakantiehuisjes waren goed voor zwevers. Naast de Pendelzweefvlieg zat er vandaag ook een Weidevlekoog.

Zwemwants met als prooi een larf van een Heidelibel, Rootige Meente

Zwervend over lange paden, dijkjes en vlonders, dwars door rietvelden en moerasbossen, nooit ben je ver van het water in de Rottige Meente. Als mens loop je er zo aan voorbij maar ook daar is een bijzonder rijk leven te vinden. Even een haal met een aquariumnetje en een nieuwe wereld gaat voor je open. Enorme keverlarven zwemmen onder het Puntkroos. Maar het grootste gevaar komt van een bruinzwart, ovaalrond insect: de Zwemwants. Stil afwachtend en dan bliksemsnel toeslaan met zijn stekende zuigsnuit.

De Rottige Meente bij Nijetrijne, de Alde Feanen bij Earnewâld en de Deelen bij Tijnje, drie toplocaties voor venige natuur in Fryslân.


zaterdag 26 mei 2012

Drentsche Aa, gezien met bloggersogen

Drentsche Aa, dal van Anloërdiepje
Nationaal Beek en Esdorpenlandschap Drentsche Aa, elke dag bijzonder maar op deze lentedag in mei absoluut bereid om zijn "fine de fleur" te tonen. Vier bloggers, hun partners en vrienden zwerven uit over het zonovergoten landschap tussen Oudemolen, Gasteren en Anloo. Drents bont is de enige manier om de overweldigende kleurenpracht van het gebied te beschrijven. Een ongekend aantal tinten groen versierd met patchwork van gele boterbloemen, lichtrode zuring en vooral duizenden paarse orchideeën.

Zwarte Rapunzel, Oudemolen

Moeraswederik, Oudemolen

Breedbladige Orchis, Oudemolen

Tussen de grote kleurvlakken heeft de Drentsche Aa haar bijzondere pareltjes verborgen. Zwarte Rapunzel, een bijna exotische Hollander. Alleen hier, waar het diepe grondwater opborrelt, voelt hij zich thuis. Moeraswederik, voorzien van gele toefjes maar verder groen, is weer helemaal terug van weggeweest. Heerlijke natte voeten, dat is zijn voorkeur.

Weidebeekjuffer, Anloërdiepje

Uitgelaten Weidebeekjuffers genieten van de zon en dansen boven in het Anloërdiepje. Niet voor ons maar van pure levensvreugd waarbij de blauwe mannetjes zich van hun beste kant laten zien voor de kopergroene dames. Maar het gaat niet alleen om uiterlijk vertoon, ook de plek is van belang. De sterkste man heeft ook het beste territorium voor het afzetten van de kostbare eieren.

Snipvlieg, Anloërdiepje

Op een boomstam zit een veel kleinere bewoner van dit gebied. Op het eerste gezicht lijkt het een hongerige roofvlieg maar het gevlekte dier zit verkeerd. Met de kop naar beneden kiest deze Snipvlieg een andere houding om naar zijn prooi uit te kijken. Een mug, een vliegje of een klein vlindertje wordt meteen gezien en met zijn lange poten lanceert hij zich direct richting prooi.

Eendagsvlieg, Oudemolen

Even groot is een kleurrijke Eendagsvlieg. Zwart, geaderde kanten vleugeltjes, een geelzwart achterlijf en vreemde, lange staartdraden. Stil, afwachtend op wat komen gaat? Veel tijd heeft hij niet, eten heeft hij genoeg gedaan als larve in het water. Nu is het zaak om een partner te vinden en eieren af te zetten voordat de rugzak met energie leeg is.

Slijmzwammen, Gasteren

Echte kleinoden zijn enkele roodbruin gekleurde Slijmzwammen. Verborgen op een klein stukje, rottend hout groeien ze ongezien op. Hier worden sporen gevormd die straks uitzwerven over dit bijzondere gebied. Kiemend waar meer hout blijft liggen, dan een poosje als een slijmerige massa rondkruipen en vervolgens opnieuw sporen vormen.

Drentsche Aa, gezien met bloggersogen. Een kleurrijk landschap met schitterende details als je even de tijd neemt om rustig rond te kijken.

(bij deze bloggerswandeling waren Natuurkieker, Robert Wagter, Angelika Lukas en Ubel Medema aanwezig)



maandag 21 mei 2012

Vlinders in het groen

Groentje, Zeegse
Planten zijn groen maar dat betekent echter niet dat dieren dus niet groen zouden kunnen zijn. Groene vingers zijn immers ook meestal zwart van de tuinaarde? Groen is een perfecte camouflage kleur en dat hebben Wandelende Takken, Sabelsprinkhanen en Bidsprinkhanen al lang geleden ontdekt. Sommige vlinders gaan nog wat verder. Het Groentje is bijvoorbeeld een "Bruintje" als de vleugels opengeklapt zijn en felgroen als het mannetje besluit om wat meer op te vallen.

Zilveren Groenuil, Haren
Bij onze Nederlandse nachtvlinders hebben we echtere enkele soorten die het niet helemaal begrepen hebben. Zo afwijkend groen van de omringende vegetatie dat ze altijd opvallen. Het enige wat er dan nog opzit is onder een blad gaan zitten, verscholen voor een spiedend koolmezenoog. Neem nu eens de Zilveren Groenuil. Afgelopen vrijdagnacht kwam er na een lang, koud en soms nat voorjaar weer één op bezoek in onze tuin. Vriendelijk rondfladderend, af en toe even zitten en dan wat voorzichtig rondtasten met zijn zalmkleurige pootjes en sprieten. Kop, borststuk, kuif en vleugels getekend met het mooiste zachtgroen uit het palet van vlinderkleuren. In dezelfde tijd vliegt de wat meer voorkomende Kleine Groenuil ; later in het jaar gevolgd door de zeldzame Grote Groenuil.

Groene Weide-Uil, Doldersumer Veld

Groenuilen zijn volgens de nieuwste inzichten geen echten "uilen" maar Visstaartjes. Een kleine vlindergroep met rupsen die met enige fantasie een vissenstaart zouden hebben. Wel een echte uil is de Groene Weide-uil, laat in augustus eens betrapt bij het inspecteren van grassprietjes op het Doldersumer Veld (noordelijk van Havelte). Haar kleur zo opvallend anders dan het meer geelgroen van Pijpestrootje dat elke Roodborsttapuit er blij van zou worden. Kennelijk lukt het echter toch om zo snel de eieren af te zetten dat een volgende generatie nieuwe kansen kan krijgen.

Kleine zomervlinder, rustend op een muur, Haren
Appeltak, Haren, opvallend op wit gelakt hout

En dan zijn er de zomervlinders en appeltakken. Mintgroene spanners, soms wat gevlekt maar altijd voorzien van een enkele dwarslijnen. Juist daardoor wordt het beeld van een vlinder doorbroken. Voor een vlindereter wordt het beeld letterlijk gestoord. Als dan ook de randen van de vleugels nog eens opvallend gekleurd zijn kan er een tweede middel om te overleven in de strijd gezet worden. Terwijl een snavel pikt naar wat gekleurde haren kan de vlinder het hazenpad kiezen.

Eikenbladroller, Anloo

Tenslotte de Eikenbladrollers. Na een voorzichtige start als ingesponnen rupsjes maken ze het wel helemaal bont. Eind mei komen ze massaal uit de pophuid gekropen en geven bosranden zo een guirlande van groene
fladderaars. Hier maakt het kennelijk niet uit wat er gevangen wordt, er blijven altijd voldoende vlinders over voor een succesvolle voortplanting.

Groene vlinders, leuk om er eens op te letten nu het vlinderseizoen goed begonnen is.

zondag 20 mei 2012

Nationaal Park Alde Feanen, een kennismaking

Alde Feanen, brug tussen Wikelslân en Reid om 'e Krite

Een levend landschap is als een geschiedenisboek met als naschrift een doorkijkje naar de toekomst. Wandelen   is als bladeren door het boek maar wel een boek met geur en geluid.In Nationaal Park Alde Feanen , het Lage Midden van Fryslân, wordt het verhaal toegelicht door honderden vogels. Wat zwaarmoedig klinkt er boven het rietmoeras van Reid om 'e Kritte, in het uiterste noordoosten van dit dit 4000 hectare grootte gebied,   "Hoemp", "hoemp". Even later verheft zich een bruin geklede Roerdomp voor een korte inspectie over zijn gebied. Ongewild wordt je meegevoerd naar de zware tijden van de vervening, mannen die dagelijks in het zwarte veenwater stonden en brokken laagveen opbaggerden. In de Jan Durkspolder, zuidelijk van Earnewâld, zijn het de Kleine Karekieten die de periode tot de jaren negentig bezingen. "KarrrrrreKiet", wat eentonig, misschien tot vervelens toe. De vervening was gestopt, het gebied verdroogde en verstilde. 

Rietzanger, Wikelslân

Kleine Karekiet, Jan Durkspolder

In 't Wikelslân zijn het vooral Rietzangers die de wandelaar begeleiden. Uitbundig, blij, af en toe even een korte vlucht en dan verder met de meest bizarre liederen. Dit verveelt nooit, de natuur is weer tot leven gekomen! Het gebied is inmiddels bezig met zijn tweede decennium als nationaal park. Het water is terug, veen begint langzaam weer te groeien en de natuur herstelt zich na een zware operatie.

Tweerijige zegge, Fjirtich mêd

Vogelmelk, berm Alle om Slachte

Wandelen in de Alde Feânen verveelt nooit. In mei worden de bermen zijn de bermen bestrooid met de witte sterren van Gewone Vogelmelk. Langs de sloten zijn de Oeverzegges al uitgebloeid maar de Tweerijige Zegge beleeft nu zijn toptijd. Gele lissen staan klaar voor de volgende etappe. 

Jan Durkspolder, vogelkijkhut

Ooievaar, Ds. v.d. Veenweg

Voor vogels is de Jan Durkspolder altijd een geliefd excursiepunt. Twee vogelkijkhutten leveren in deze maand gegarandeerd Zwarte sterns, Geoorde Futen en Kleine plevieren. Ooievaars zaten vroeger vooral rond het Ooievaarsstation Eibershiem maar hebben nu overal broedgelegenheid gevonden. 

Viervlek, Wikelslân

Voor libellen lijkt bijna het gehele gebied geschikt. Halverwege mei zijn het vooral Viervlekken die het luchtruim beheersen. Boven de Krabbenscheer vliegt een enkele Groene Glazenmaker en in de oever schuilen Watersnuffels.

Wikelslân, moerasbos met veenmos

Jan Durkspolder

Nationaal Park Alde Feanen, een uniek laagveengebied waar de natuur weer is als vroeger.

vrijdag 18 mei 2012

Nationaal Park Lauwersmeer, net even anders

Lauwersmeer, Kollumerwaard
18 mei 2012. Vogelend Nederland is opnieuw op zoek naar de Grote Franjepoot, de Roodkopklauwier of Morinelplevieren in en rond het Lauwersmeer. Telescopen speuren met hun glazen oog over het water, camera's klikken bijna spontaan en sterke verhalen doen de ronde. Ook als blijkt dat de Grote Franjepoot verder gegaan is met zijn dwaaltocht van Noord-Amerika naar onbekende oorden valt er echter nog genoeg te beleven.

Lauwersmeer, Kollumerwaard, konikpaarden met jongen

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Brandnetelroest

Met deze blog wil ik graag laten zien dat het Lauwersmeer ook net even anders weer heel mooi kan zijn. Een sfeerplaatje van de Kollumerwaard lijkt bijna verassend op de laagveengebieden. Konikpaarden en Schotse Hooglanders houden een deel open, vochtiger delen mogen zich ontwikkelen tot rietmoeras. In vroegere populierenaanplant voelen brandnetel en kleefkruid zich goed thuis. Leuk om hier eens te zoeken naar Brandnetelroest, een schimmel die  delen van het blad oranje kleuren. Uiteindelijk ontstaan er miniatuur kraters waar miljoenen sporen uit zullen komen.

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Goudpootzandbij

Lauwersmeer, Kollumerwaard, Asbij

Kleine kapvlakten zijn veranderd in wit met gele bloemenvelden. Fluitenkruid en Scherpe Boterbloem strijden hier om de aandacht van bestuivende insecten. Opvallend is dat de aanwezige bijensoorten gaan voor boterbloemenstuifmeel terwijl de zwevers juist kiezen voor de vlakke schermbloemen.

Lauwersmeer, Ballastplaatbos, Nonnenkapkluifzwam

Lauwersmeer, Ballastplaatbos, Knopbies
Lauwersmeer., Ballastplaatbos, Rood Knikmos


Aan de noordkant van het Lauwersmeer geen klei en moerassen maar kalkrijk en zilt zand. Dit is juist nu het domein van een bijzondere paddenstoel: de Nonnenkapkluifzwam. Slechts 10 centimeter hoog maar op sommige plaatsen zo massaal aanwezig dat ze niet te missen zijn. Parnassia en Rietorchis maken zich op om weer een bloemrijk jaar tegemoet gaan terwijl Knopbies nu al een florerend hoogtepunt bereikt. Vochtige plekken worden door Rood Knikmos ingekleurd. Klein maar fijn, je moet er even voor door de knieën maar dan heb je ook een Lauwersmeer special op de foto. Als klapper van de dag is het een aanrader om even bij het nieuwe activiteitencentrum achter de SBB werkschuur langs te lopen. Balancerend over het smalle plankier over het vijvertje vallen natuurlijk de kikkervisjes op. Onder dit zwarte gewriemel is in korte tijd een dichte mat van Kranswieren uitgegroeid. Vroeger algemeen maar met de vertroebeling en de verrijking van ons slootwater hard achteruit gegaan.

Lauwersmeer, Activiteitencentrum SBB, Kranswieren onder water
Nationaal Park Lauwersmeer, niet alleen 365 dagen per jaar interessant voor vogels maar ook altijd net even anders.


donderdag 17 mei 2012

Bargerveen, libellenparadijs

Bargerveen, Meerstalblok
Bargerveen, vroegere huispercelen, nu natuur
Nog geen honderd jaar geleden lag ons Nederlandse El-Dorado in het Bourtanger Veen. Uit het zwarte veen werd het bruine goud in brandbare brokken gestoken, vervoerd naar o.a. Amsterdam en daar voor goud geld verkocht. Turfstekers leefden net als goudzoekers in erbarmelijke omstandigheden terwijl handelaren er rijk van werden. In 2012 is van het veen op de grens van Duitsland en Nederland weinig meer over. Wat rest is o,a. het Bargerveen, een fantastisch natuurreservaat waar de mens een stapje teruggedaan heeft. Van de duizenden veenhuisjes rest er nog maar één. Verder is het water, moeras en heide zover het oog reikt.


Van mei tot augustus is het Bargerveen een libellenparadijs. Overal zijn ze te vinden, groot of klein en in kleurschakeringen van het felste rood tot het diepste zwart. Op Hemelvaartsdag, 17 mei, zijn het vooral de Noordse Witsnuitlibellen die het luchtruim bevolken. Rood gevlekte mannen of geel gevlekte dames, voortdurend op jacht naar de broodnodige eiwitten of naar elkaar. Er tussen door een Platbuik en een enkele Smaragdlibel. Watersnuffels, Lantaarntjes en Vuurjuffers doen het wat rustiger aan dan hun snelle verwanten. Bijna sierlijk zwevend tussen graspollen en vooral regelmatig genietend van het uitzicht.

Vuurjuffer, Bargerveen

Noordse Witsnuitlibel, man, Bargerveen

Smaragdlibel, Bargerveen

Al deze libellen eten elke dag enorme hoeveelheden insecten. Voor vandaag staan Haften op het menu. Wolken van deze insecten zweven boven pad of plas. Drie lange staartdraden, een paar grote en een paar kleine vleugels en een roodbruin lijfje. Dat er nog Haften overblijven om zich voort te planten blijft een raadsel. Als je dan ook bedenkt dat ze tijdens hun lange verblijf onder water ook al roofzuchtige libellenlarven tegenkwamen is het wel duidelijk: elke libel is aartsvijand nummer 1 van de Haft.

Haften of Eendagsvliegen, gevangen in een spinnenweb, Bargerveen

Aardbeivlinder, Bargerveen

De grotere libellen krijgen als hoofdmaaltijd een voedzame Aardbeivlinder aangeboden. Niets vermoedend dartelen ze rond de geel bloeiende Tormentil op zoek naar een goed plekje voor hun eitjes. Een bliksemsnelle actie kan er voor zorgen dat er één vlinder minder is om hier voor te zorgen.

Grauwe Klauwier, vrouwtje, Bargerveen

Maar libellen staan niet aan de top van de voedselpiramide in het Bargerveen. Groene kikkers, Boomvalken en  Grauwe Klauwieren komen graag even langs voor een stevige hap libellenvlees. Kikkers hebben geen tafelmanieren en eten alles met huid en haar op. Vogels plukken de vliezige vleugels er af en genieten vervolgens van de vliegspieren, de kop en het gevulde achterlijf. Bargerveense libellen hebben de Grauwe Klauwier in de zware jaren zestig, toen de soort bijna uit Nederland verdwenen was, een laatste houvast geboden. Terwijl ze zich nu sterk uitbreiden blijft het Bargerveen een toplocatie voor deze prachtige vogelsoort.

Bargerveen, een schitterend natuurgebied waar een dag tekort is om alles te zien.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...