donderdag 21 juli 2011

Bruine molmboorder op Autoboulevard

Bruine Molmboorder (Harpella forficella), Groningen
Voor een zondagmiddagwandeling zal je niet snel een autoboulevard uitkiezen. Maar als je door domme pech als het verliezen van een autosleutel wat tijd moet stuk slaan dan blijkt de omgeving toch verrassender dan gedacht.

In Groningen is de autoboulevard te vinden bij de oude Driebondsweg. Vanuit Ruischerbrug of Engelbert was dit de oude verbinding richting Martinitoren. Nu wordt de omgeving gedomineerd door glas, blik en asfalt. Hoe een klant geacht wordt een keus te maken uit al dat gemotoriseerd geweld blijft onduidelijk voor deze bioloog. Mijn aandacht wordt vooral getrokken door bloeiende overhoekjes met Akkermelkdistel, Harig Wilgenroosje en Gele Honingklaver. Als altijd zijn het echter ook hier de randen waar het meest te beleven is. De oude weg is met een simpel bord veranderd in een fietspad. Een fraaie mantel van lage struiken en hogere populieren nodigt uit om wat beter rond te kijken. Een jongedame Boomsprinkhaan kijkt ons wat verbaasd aan maar dat zijn we wel gewend.
Dan komt de beloning. Roerloos voor zich uitstarend, genietend van zonnestralen op bruin-gele vleugels, zit er een Bruine Molmboorder (Harpella forficella)! Net iets meer dan een centimeter groot maar getooid met een forse sikkel op zijn kop. Aan deze vreemd uitgegroeide palpen (monddelen) is de familie van deze vlinders meteen te herkennen: de Sikkelmotten (Oecophoridae). Hoewel het vlindertje zeker niet zeldzaam is blijft het altijd een toevalstreffer om ze te vinden. Je oog moet er net even opvallen. Als rups heeft het niet een bijzonder smakelijk dieet gekozen: houtpulp of houtige paddenstoelen. Niet erg voedzaam en dus doet de jonge Molmboorder er soms wel twee jaar over voordat eindelijk de donkere gevangenis verruilt kan worden voor een wat zonniger bestaan.

Een Groningse autoboulevard als eldorado voor biologen, toch wat onverwacht voor planologen en stadsbestuurders.


woensdag 20 juli 2011

Fleurig bermbeheer gemeente Groningen

Gele ganzenbloem, Margriet, berm Winschoterdiep, Groningen
"Gemeente Groningen bezuinigt op groenonderhoud". "Gemeente Groningen verruigt". "Parken verloederen". Zomaar wat citaten uit het Dagblad van het Noorden uit de afgelopen maanden. Een willekeurige lezer kan niet anders concluderen dan dat het een wilde boel is in de Stad. Brandnetels, distels en klissen krijgen van dit college alle ruimte om maar geld vrij te kunnen maken voor het Forum...

Dat de werkelijkheid als altijd veel genuanceerder is blijkt wel als we de lezers eens uitnodigen mee te gaan langs Helperzoom en Winschoterdiep. Door de snelheid van een auto is het verrassingseffect het meest dramatisch. Waar eens strakke bermen hun monotone vingers uitstrekten naar de stenen binnenstad zijn nu bont gekleurde guirlandes van bloemen gedrapeerd om het zwarte asfalt. Niets herinnert meer aan vroeger, zelfs de open wond van de kabel, die twee jaar geleden langs de Helperzoom gelegd werd, heeft geen lidteken achtergelaten.
Gele morgenster, Winschoterdiep, Groningen
Knoopkruid, Winschoterdiep, Groningen
Het zou het mooist zijn als vervolgens in verbazing de auto geparkeerd wordt. Stap eens uit, loop de berm in, verbodsborden zijn er niet. Het leuke is dat er geen berm gelijk is. Gele ganzenbloemen, Margrieten en Heelblaadjes aan de Helperzoom. Gele en Witte Honingklaver, Zeepkruid en Knoopkruid bij Rode Haan. Voor sommige soorten is het vroeg uit de veren, Morgensterren zijn rond het middaguur al uitgebloeid. Teunisbloemen zijn vlak voor donker op hun mooist. Ga er eens naast zitten en verbaas je over de snelheid waarmee de bloem zich ontvouwd. Geniet van de zachte bloemengeur die gelijktijdig vrijkomt en als een aura om de plant blijft hangen.
Ecologisch bermbeheer betekent in Groningen hier en daar stimuleren maar vooral overal ruimte geven aan de natuur. Het resultaat is er naar, al vanaf het tweede jaar ontstaan lintvormige bloemenparadijzen waar mens en dier van profiteren.



zondag 17 juli 2011

Okkenvenen, drentse natuur in oerformaat

Okkenvenen
Hollandse luchten bouwen kastelen boven de Okkenvenen. Als Narcissus staart een els naar de weerspiegeling van zijn blaadjes. Slechts decimeters verder raast het water van de Drentsche Aa verder, rusteloos op weg naar het noorden.
Tussen de weg van Glimmen naar Tynaarlo ligt een bijzonder natuurgebied. De Okkenvenen zijn onderdeel van het breed uitwaaierende smeltwaterdal van de Drentsche Aa. Waar eens zwerfstenen rollend over de bodem tot rust kwamen ligt nu een dik pakket van veen en beekafzettingen. In de jaren zestig van de vorige eeuw gevat in een ijzeren korset om het water maar zo snel mogelijk af te voeren is  de Aa nu weer vrij. Voortdurend zich een weg zoekend langs het laagste punt. Afhankelijk van de stroomrichting knagend of bouwend aan nieuwe oevers. Dit is oernatuur op z'n best.
Okkenvenen
In de jaren zeventig waren de Okkenvenen bijna geheel verdroogd. Nu biedt het gebied weer kansen aan de Grote Zeggen moerassen  die zo kenmerkend zijn voor de benedenloop van de Drentsche Aa. Noordse Zegge, Scherpe Zegge en Oeverzegge zijn weer terug. Delen die in de winter droger blijven zijn nu herkenbaar als tapijten van geel en zachtgroen met Grote Ratelaar en de reeds uitgebloeide Witbol. Herinneringen aan de teloorgang door ruilverkaveling en diep ontwatering zijn bijna uitgewist. Passerende toeristen nemen het voor kennis aan. Zich niet bewust van het enorme herstellingsvermogen van de natuur en zich alleen maar afvragend waar dè trein eens stond. Zelfs de menselijke geschiedenis is herinnering geworden rond de Okkenvenen.

vrijdag 15 juli 2011

Bourtange, Groningse vesting belegerd door potige hazen en vogels!

Op de appelplaats van de vesting Bourtange is de stem van de sergeant verwaaid in de wind. Soldaten zijn toeristen geworden die geen raasdonders eten maar ijs. Kanonnen kijken hongerig door de schietgaten zonder dat een Munsterse artellerist zich vertoont. Zelfs een verdwaalde vrachtwagen, die als laatste een poging deed de poort te rammen, is allang verleden tijd.

Dankzij het Groninger Landschap staat er nu een geheel ander leger in het voorland klaar. Ook nu weer uit het oosten komend, laag bij de grond voort kruipend en bijna binnen schootsafstand. Een parmantige gepluimde muts  in top en verder in legergroen gehuld. Een brigade Hazepootjes heeft het terrein zonder slag of stoot veroverd. In de tros zijn ook andere kleuren te ontdekken. Een peloton Knoopkruid en zelfs een compagnie Kleine vogelpootjes hebben inmiddels dankzij het nieuwe beheer kans gezien een stevige positie in te nemen. Als "Alice in Wonderland" kunnen wij door dit zwijgzame leger ons een weg banen. Niemand die ons tegenhoudt, het Groninger Landschap biedt permanent gelegenheid haar bijzondere troepenmacht te aanschouwen.
Klein vogelpootje
 Even buiten het voorland staan op zandige kopjes Steenanjers zich te verbazen over deze gebeurtenissen. Zij hebben altijd stand weten te houden en profiteren nu van het nieuwe beheer. Zacht paars met een opvallend honingmerk zijn ze ook voor niet bestuivers een lust voor het oog.
Steenanjer
Voor biologen is er echter nog veel meer te ontdekken. Pluimvoetbijen vliegen af en aan, wapenvliegen glimmen in de zon en de Bijvoetooglapmot is net uitgevlogen. Achter deze fraaie naam gaat een heel klein vlindertje schuil die speciaal op Bijvoet leeft. Niet allen rond de vesting maar inmiddels overal te vinden waat deze plant voorkomt. Als rupsje leven ze in een bijvoetblad, pas vlak voor het verpoppen verlaten ze het blad om een kleine poppenwieg te spinnen.
Sporen van de Bijvoetooglapmot (Bucculatrix noltei)
Bourtange, een excellente locatie voor cultuur en natuur tijdens deze vakantieperiode.

woensdag 13 juli 2011

Kamillevlinder

Kamillevlinder, rups, Lindevallei
Tevreden droomt Kamille over de terugkomst van de zon op deze regenachtige dag in juli. Haar bijna draaddunne blaadjes schoongespoeld, haar witte stralenkrans opgevouwen rond haar warme gele hart. Het was een goed jaar tot nu toe. Nog even en ze kan met een gerust gevoel haar zaadjes de wijde wereld insturen........Plotseling stijgt er echter een geur van alarm op bij haar buren! Een knager is door de muur van kamille olie heen gebroken! Raspende kaken rukken op, bedreigen de tere blaadjes en verstoren, bijna wreed, de zomerse rust.

Kamille is voor meeste planteneters buitengewoon onsmakelijk. Het bezit een etherische olie die vrijkomt zodra de plant gekneusd of beschadigd wordt. De rups van de Kamillevlinder heeft er echter geen last van. Rustig knagend kan de jonge vlinder voldoende voedsel vinden om te kunnen verpoppen en in het vroege voorjaar op de wieken te gaan. Wel opvallend is de camouflage tekening van de rups. De meeste rupsen die vies smakende, of zelfs giftige, planten eten worden zelf ook ongenietbaar en laten dat op overtuigende wijze zien. Een goed voorbeeld zijn de geel-zwarte rupsen van de Sint-Jacobsvlinder.

Kamillevlinders behoren bij de Uilen en binnen deze groep bij de Kuifvlinders. Allen worden gekenmerkt door een stevige kuif die niet rechtop staat maar juist vooruit steekt. Als vlinder worden ze weinig gezien omdat ze nachtactief zijn en maar matig op licht afkomen.
Kamillevlinder


zondag 10 juli 2011

Grauw, bruin en blauw boven het Oldambt

Nieuw Scheemda, akkerrand
Een man met een missie, zo kan Ben Koks omschreven worden. De terugkeer van grauwe, bruine en blauwe wieken boven de graanrepubliek Oldambt mag op zijn conto bijgeschreven worden. Profiterend van de braakregeling in de landbouw wist hij de visie van boer en kamerlid op natuur en landbouw blijvend te veranderen. De boer als natuurbeheerder leidt lang niet altijd tot succes maar in Oost-Groningen was dit wel zo.
Ben Koks
Inmiddels staat Ben niet langer als een Don Quichote tussen de tarwehalmen. Zijn Werkgroep Grauwe Kiekendief heeft van Botnische Golf tot Golf van Biscaje inmiddels naam gemaakt. Het recept is even simpel als doeltreffend: geef boeren een vergoeding om akkerranden natuurvriendelijk te beheren en zorg voor effectieve nestbescherming van kiekendieven die in de graanakkers logies voor hun nesten zoeken. Eerst was het de Grauwe Kiekendief die spectaculair terugkeerde in Nederland. Nu is het de Blauwe Kiekendief die van duin naar graan is opgeschoven. Konijnen verdwenen door ziektes op de eilanden, muizen boden een smakelijk alternatief in de Groningse akkerranden.

Op een zonnige zomermiddag bij Nieuw Scheemda kunnen zomaar vijf soorten roofvogels in meerdere aantallen het zwerk doorklieven. Drie soorten kiekendieven, buizerd en torenval, allemaal zijn ze op zoek naar een smakelijke hap in de bloemrijke bermen. Gele kwikstaart, graspieper of veldmuis, alles is goed voor de tientallen jonge vogels die klaar staan om hun ouders te volgen. Wegtrekkend naar Mali maar daarna weer terugkomend naar het Oldambt om ook te gaan broeden.

Weerschijn in de Lindevallei

Linde
Terwijl het moderne verkeer zich luidruchtig een weg zoekt naar Zwolle of Leeuwarden kronkelt de Linde zich door een eeuwenoud veenlandschap. Als een spons om de hogere stuwwallen ligt aan de oostkant van Friesland een dik veenpakket.
Op lagere plaatsen doorsneden door riviertjes als Tjonger en Linde ademt het een sfeer uit van een lang vervlogen tijd. Natuur krijgt weer de kans om door te gaan met waar het goed in is: groeien. Bossen worden dichter en ouder, soorten komen weer terug. Zo ook de Grote Weerschijnvlinder.

De Vlinderwerkgroep Friesland volgt al jaren het verloop van de Linde populatie. Een bijzondere
Vlinderwerkgroep Friesland, excursie
uitdaging want alleen op warme zomerse dagen zijn de vlinders actief. Een lagere versnelling dan vliegen in topsnelheid lijkt onmogelijk. Maar heb je eenmaal een flits in de boomtoppen gezien, dan is het een kwestie van geduld. Ook deze vlinders rusten graag op een opvallend punt. Gemakkelijk om te laten zien dat je er bent en voor vlinderaars de beste mogelijkheid om te tellen hoeveel exemplaren er inmiddels een vaste thuisbasis hebben gevonden. Op deze zaterdag in juli zijn er vooral veel fotografen aanwezig. Als op commando bewegen lenzen zich van links naar rechts om vervolgens in slagorde op te rukken door het drijfnatte gras. Iedereen hopend op de beste foto maar vandaag zit het niet mee. De paar mannetjes die gezien worden blijven hoog in de bomen en het blijft bij niet meer dan bewijsstukken.

De Grote Weerschijnvlinder is een centraal Europese soort die leeft in oudere, vochtige loofbossen met wilg als voedselboom voor zijn rupsen. In de laatste jaren breidt de soort zich gestaag uit naar het westen en heeft nu inmiddels in Nederland bijna de zee bereikt. Een levend bewijs dat natuurbeheer profiteert van rust, ruimte en verbindingswegen.
Grote Weerschijnvlinder (tegenlicht opname), Lindevallei

Drukte in het luchtruim boven Vennebroek

Sclerocona acutella (Mantelmot), Vennebroek
Hoogzomer in Nederland. Het weer is veranderlijk maar de natuur viert feest. Soms op een laag pitje als het wat kouder is, soms uitbundig als de zomer weer weet hoe het hoort te zien. Voor nachtvlinders is het nu pieken. Grote aantallen soorten gebruiken de zomer om aan het nageslacht te werken. En dat betekent uit de pophuid en op de vleugels.

In de afgelopen weken was het op Vennebroek / Friesche Veen hard werken voor de Vlinderwerkgroep van KNNV Groningen / Oost-Groningen. Het beheer van Natuurmonumenten laat ook in het donker zien dat er stevig resultaat geboekt is in de afgelopen jaren. Soorten van statige, oude eikenbossen (Vennebroek) en elzenstruwelen (Friesche Veen) hebben gezelschap gekregen van vlinders die meer van nat en riet houden. Het was dan ook bijzonder passend dat uitgerekend de 500ste vlindersoort niet alleen als rups op riet leeft maar ook nog eens voor de eerste keer in Groningen en Drenthe gezien werd.

Sclerocona acutella (Mantelmot) is pas sinds de jaren zeventig uit Nederland bekend en heeft nu al dit pareltje gevonden. Dit heuglijke feit werd op 5 juli samen met Natuurmonumenten en het Dagblad van het Noorden passend gevierd door met drie lichtopstellingen nog eens tien nieuwe soorten te noteren.

maandag 4 juli 2011

De Wieden, altijd jong

De Wieden
Voorzichtige zonnestralen strelen het jonge riet bij Kleine Leeuwte. Nieuwe uitlopers reiken naar de Beulakerwiede in een poging om nog meer territorium te veroveren. Kleine vlotjes voor de Zwarte Sterns zijn een goed ankerpunt. Nog even en ook zij liggen tussen uitgestrekte rietvelden en uiteindelijk ruisende elzenbossen. Wil dit prachtige natuurgebied zijn waarde blijven behouden dan zal er voortdurend verjonging op moeten treden. Zonder menselijk ingrijpen ontstaat bos en verdwijnen de Zwarte Sterns. Zo blijven de Wieden altijd jong.
Een mooi gegeven op een dag dat naast het riet ook anderen bezig zijn met nieuw leven. Boerenzwaluwen vliegen af en aan met een bijna onmogelijke taak. Tientallen muggen verdwijnen in drie openstaande snavels die alleen even dicht gaan om te slikken en dan weer verleidelijk open sperren. Uitvliegen lijkt bijna een onmogelijke opgave voor deze volslanke zwaluwtjes. Geperst tussen nestrand en overhangend dak lijken ze voor altijd klem te zitten.
Boerenzwaluw, Kleine Leeuwte
De Braamsluipers hebben het wat eenvoudiger. Spring over de rand en je bent vrij van het ouderlijk huis. Maar vliegen met onvolgroeide vleugels en ook nog eens zonder start is toch wat moeizaam. Na nog geen meter fladderen zit de jongste aanwas wat verontwaardigd op de kasseien. Gelukkig niet doof voor moeders gepiep want na nog geen halve minuut schuifelt het kuiken onder de volgende heg.
Braamsluiper, uitvliegend jong, Kleine Leeuwte

Drents water naar Groningen

Donkere regenwolken hangen over de Elperstroom in het hart van Drenthe. Nog even en de eerste druppels beginnen hun lange weg naar Groningen. Niet in één dag maar een half mensenleven is nodig om de Stad te bereiken. Eerst bijna veertig meter naar beneden en dan tientallen kilometers naar het noorden. Kweldruk en drinkwaterputten in Noord-Drenthe en het zuiden van Groningen zullen rond 2031 deze regendruppels weer naar boven halen.
Elperstroom, moerasgebied

De Elperstroom en het Amerdiep liggen direct ten westen van Boswachterij Schoonlo. In de tweede helft van de vorige eeuw bijna drooggelegd door diepontwatering en kanalisatie mogen deze bronbeken  weer doen waar ze goed in zijn. Ongetemd kronkelen door natte weilanden, oppervlakkig afstromend water verzamelend en dit doorgevend aan steeds breder wordende sloten en riviertjes. Het merendeel van het water wat op het Drentsch plateau valt zakt echter zover weg dat het buiten bereik van de waterige en grijpgrage vingers van het Amerdiep verdwijnen. Het is dit water wat uiteindelijk als diep grondwater in Groningen naar boven zal komen.

Geelgors, Boswachterij Schoonlo
Niet alleen deze beekjes krijgt meer ruimte in dit deel van het "Olde Landschap". Ook de ijzeren staatsbossen krijgen hart voor de natuur. Strakke lijnen vervagen, exotisch naaldhout maakt plaats voor een gemengd bos afgewisseld met heide. Spechten profiteren van dood hout, geelgorzen van bloeiend havikskruid en de boomleeuwerik is weer terug. Door al deze activiteit ontstaat opnieuw een humuslaag waarmee het Drents regenwater langer vastgehouden wordt. Deels diep infiltrerend, deels oppervlakkig afstromend, maar altijd op weg naar de Stad.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...