Doorgaan naar hoofdcontent

Okkenvenen, drentse natuur in oerformaat

Okkenvenen
Hollandse luchten bouwen kastelen boven de Okkenvenen. Als Narcissus staart een els naar de weerspiegeling van zijn blaadjes. Slechts decimeters verder raast het water van de Drentsche Aa verder, rusteloos op weg naar het noorden.
Tussen de weg van Glimmen naar Tynaarlo ligt een bijzonder natuurgebied. De Okkenvenen zijn onderdeel van het breed uitwaaierende smeltwaterdal van de Drentsche Aa. Waar eens zwerfstenen rollend over de bodem tot rust kwamen ligt nu een dik pakket van veen en beekafzettingen. In de jaren zestig van de vorige eeuw gevat in een ijzeren korset om het water maar zo snel mogelijk af te voeren is  de Aa nu weer vrij. Voortdurend zich een weg zoekend langs het laagste punt. Afhankelijk van de stroomrichting knagend of bouwend aan nieuwe oevers. Dit is oernatuur op z'n best.
Okkenvenen
In de jaren zeventig waren de Okkenvenen bijna geheel verdroogd. Nu biedt het gebied weer kansen aan de Grote Zeggen moerassen  die zo kenmerkend zijn voor de benedenloop van de Drentsche Aa. Noordse Zegge, Scherpe Zegge en Oeverzegge zijn weer terug. Delen die in de winter droger blijven zijn nu herkenbaar als tapijten van geel en zachtgroen met Grote Ratelaar en de reeds uitgebloeide Witbol. Herinneringen aan de teloorgang door ruilverkaveling en diep ontwatering zijn bijna uitgewist. Passerende toeristen nemen het voor kennis aan. Zich niet bewust van het enorme herstellingsvermogen van de natuur en zich alleen maar afvragend waar dè trein eens stond. Zelfs de menselijke geschiedenis is herinnering geworden rond de Okkenvenen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Oranje boomalg

Oranje boomalg, Trentepohlia aurea Een jaar natuurpresentaties in 150 woorden - dag 120 Een boom als leefgemeenschap. Alles is er te vinden, van producent tot consument. Haarwortels, knoppen en bladeren,  elk stukje boom wordt begraasd. Maar kijk eens naar een vierkante centimeter schors. Dan blijkt dat er veel meer plantaardige producenten zijn dan alleen de eik of een vleugelnoot. Eén van de meest bizarre plantjes die op schors groeit is de oranje boomalg. Stampvol worteltjeskleurstof (caroteen) lijkt deze groenalg zijn familie vergeten. Maar haal het oranje er uit en er blijft een draadvormig groen wiertje over. Op o.a. eik vindt het een ideaal biotoop om te groeien. Vergroeid met buitenste schors doet het zijn eerste best om zijn eigen kostje bij elkaar te scharrelen door fotosynthese. Luchtvervuiling had hem bijna de das omgedaan maar net op tijd werd het iets beter in ons overvolle landje. Ook een nauw verwante soort, de Portugese rode alg, breidt zich sterk uit. Niet alle

Alpenvlinders

Tschiertschen, Joch alp Bijna twee uur in de middag, de zon staat hoog aan de hemel. Even op de rug, de ogen dicht, de neus vol bloemengeuren, luisterend naar het klingelen van koeienbellen lager op de helling. Het leven is goed op de alpenweiden boven Tschiertschen. Inner Urden, Mattjischhorn, Jochalp, Ochsenalp, nu zijn het alleen nog maar vakantie herinneringen. Koninginnepage Als de ogen weer open gaan is de lucht vol gefladder. Alles beweegt, kleuren flitsen langs het zwerk. Verdwazing lijkt toe te slaan maar na even knipperen met de ogen kom je weer terug op de berg. Het zijn tientallen, nee honderden vlinders die bezig zijn met hun dagelijkse werkzaamheden. Fladderend van bloem naar bloem voor een slok nectar. Of alleen maar denken aan de verdediging van hun territorium en tegelijkertijd de dames overtuigen van hun uitzonderlijke capaciteiten. Zoals die mooie Koninginnepage die steeds maar weer op het pad ging zitten. Gele Luzernevlinder Zuidelijke luzern

Bloedzuigers, onbekend en bijzonder

Gewone bloedzuiger (Haemopis sanguisuga) met Groene Kikker (Orvelte) Bloedzuigers, alleen het woord al jaagt velen de stuipen op het lijf. Beelden van grote glibberige monsters die met honderden komen opzetten om het laatste druppeltje levensbloed op te zuigen. Voldoende reden om eens naast een boerensloot te gaan zitten en op zoek te gaan naar deze spannende creaturen. Een paar halen met een net zijn vaak al voldoende om enkele te verschalken. Gezoomde clepsine (Hemiclepsis marginata), Kardinge Wat dan vooral opvalt is dat ze wel glibberig zijn maar helemaal niet groot. Enkele centimeters, daar houdt het meestal wel mee op. Dan maar eens proberen of ze nu echt geïnteresseerd zijn in mijn bloed. Even een vinger er voor houden en ze grijpen zich met hun zuigschijf aan mond en achterlijf al snel vast. Maar in plaats van schrapen om door het vel te komen gaan ze alleen maar aan de wandel, terug naar het water.veel van onze Nederlandse bloedzuigers zijn vooral op zoek naar slak