vrijdag 30 september 2011

Groene kroonjuwelen van Haren deel 5, Appèlbergen


Appèlbergen
Appèlbergen, zoals het uitgesproken behoort te worden, mag met het recht de titel groen kroonjuweel van Haren dragen. Waar eens de schapen van Onnen graasden en later Hollandse soldaten op appèl stonden ligt nu  een natuurreservaat. Hoogveen begint weer te groeien in de veentjes, de heide ontwikkelt zich voorspoedig en het vroegere geriefbosje is inmiddels uitgegroeid tot een eikenberkenbos.

Mol
Dromerig weerspiegelen bomen in het zwarte water. De lucht voelt aan als zomer, de bomen en de paddenstoelen laten echter zien dat de herfst begonnen is. Appèlbergen is voor wie er oog voor heeft als altijd vol leven. Hoewel? Op het pad ligt een zwart, glanzende bontje, een handje uitgestrekt naar een grasspriet. Een mol heeft hier zijn laatste adem uitgeblazen. Voor hem of haar het einde van een duister bestaan, voor de vier Doodgravers het begin van een feestmaal. Zonder zich iets aan te trekken van de vele teken die op zoek zijn naar een nieuwe gastheer wordt er hard gewerkt om de mol klaar te maken tot lunchpakket voor jonge doodgravertjes.
Doodgraver, Appèlbergen
Bij het Grote Veen stekende laatste heidebloempjes kleurig af tegen de bruine heide. Gagelstruiken priemen donkergroen uit het vergeelde veld van Pjpenstrootje. Erboven hebben de libellen het druk. Houtpantserjuffer, Steenrode Heidelibel en vooral veel Zwarte Heidelibellen. Met grote ogen speurend naar vliegjes die onbekommerd rond lijken te vliegen. Af en toe even zittend, de kop voortdurend draaiend om met de tientallen facetoogjes scherp te stellen. Dan een snelle duikvlucht, een hap en de maaltijd is binnen. Lastig is wel dat er ook andere mannetjes Zwarte Heidelibellen voortdurend elkaars territorium binnendringen. Daar moet natuurlijk fors tegen opgetreden worden en dat gebeurt dan ook door zo snel mogelijk op elkaar af te vliegen. Een botsingen lijkt onvermijdelijk maar op het laatste moment zwenkt de indringer toch de andere kant op.
Zwarte Heidelibel, ons recht aankijkend

Appèlbergen, velen komen er van genieten en dat maakt dat zeldzame planten als Blauwe Knoop het moeilijk hebben. Maar als je als plant, paddenstoel of vogel buiten de gebaande paden blijft is er niets aan de hand. Rode koolzwammen, tientallen Russula's en Melkzwammen, het bos staat er vol mee. En dan blijkt pas hoe rijk Appèlbergen is. Heide en hoogveensoorten, paddenstoelen van droge eikenbossen en zelfs soorten van lemige grond. Appèlbergen is met recht een groen kroonjuweel van Haren.

dinsdag 27 september 2011

Drents-Friese Wold - bijzondere paddenstoelen op Berkenheuvel

Berkenheuvel, tussen Diever, Wateren en Smilde gelegen. Een voormalig stuifzandgebied en nu het domein is van dennen en vooral veel kraaiheide. In september delen zij het gebied met grote aantallen bijzondere paddenstoelen. Groot, kleurrijk en opvallend maar soms ook klein en bizar.

Gestreept nestzwammetje, Berkenheuvel
Bij de ingang van camping Diever ligt tussen fietspad en weg een kleine hoeveelheid strooisel. Woonplaats van bruin gekleurde Stobbenzwammetjes en  grijze Plooirokjes. Daartussen staat, verborgen tussen de snippers, één van de meest vreemde paddenstoelen van ons land. Het Gestreept Nestzwammetje is niet alleen klein maar begint ook nog eens als een minuscuul bruin behaard knuppeltje. Maar binnen korte tijd voltrekt zich een klein wonder, de knuppel barst aan de top open en verandert in een klein nestje. Zonder mos of veren maar wel voorzien van een aantal kleine eitjes. Grijs gekleurd en wachtend op de eerste regendruppels. Pas dan wordt duidelijk waar dit bijzondere vertoon voor dient. Regenwater dient als afvuur mechanisme voor de eitjes. Zodra het "schot"gelost is komt  een slijmdraadje vrij dat zich om de dichtstbijzijnde grasspriet slingert.Vriendelijke zonnestralen drogen het eitjje weer op en pas dan kunnen de duizenden sporen vrij komen.

Tolzwam
Zwarte truffelknotszwam
In het grove dennenbos zijn allerlei zwammen te vinden. Enorme Dennenvoetzwammen liggen als soepborden op de naalden. Slechts één jaar worden ze en daarna verkleuren ze zwart totdat ze door mossen overwoekerd worden.

Op een enkele plaats staat ook de niet algemene Tolzwam. Net als de Dennenvoetzwam ook behorend tot de familie van de Elfenbanken maar nooit op hout groeiend. Gewoon tussen het gras met zijn schimmeldraden dicht gevlochten om boomwortels. Iets verder steken kleine, zwarte vingertjes omhoog. Eerst zie je er één, dan een aantal  totdat blijkt dat overal in het bos deze Knotszwammetjes, wit bespikkeld met sporen, aanwezig zijn.  Het zijn zeldzame Zwarte Truffelknotszwammen die alleen maar groeien op verborgen Hertentruffels.

Terwijl de meeste wandelaars alleen maar oog hebben voor vliegenzwammen en bonte russula's zijn het toch deze bijzondere paddenstoelen die Berkenheuvel op de kaart zetten.




zondag 25 september 2011

Rupsen, verborgen of gewapend

Psi-vlinder, Berkenheuvel
September is de tijd dat veel rupsen zich opmaken voor de lange winter. Stevig dooreten, vervellen en dan verpoppen om zo roerloos te wachten op het nieuwe jaar. Sommigen leven zeer opvallend, anderen kiezen voor een strategie waar verstoppertje spelen het belangrijkste in het leven is.

Drietand, Vennenbroek
Opvallen betekent andere manieren gebruiken om vooral snaveltjes te weerhouden toe te happen. Kleuren die op wespen lijken helpen maar ook haarborstels zijn handig.
De Drietand en de Psi-vlinder bijvoorbeeld. Als vlinder zijn het nauwelijks te onderscheiden grijs en zwart gekleurde uilvlinders. Maar als rups kiezen ze elk voor hun eigen, opvallende, uitdossing. Geel domineert bij de Psi-vlinder, oranje bij de Drietand. De laatste kiest ook voor verwarring door voor- en achterkant dezelfde kleur te geven. En allebei doen ze het met haren. Een zwarte, hoog uitstekende en wat slordig uitgevoerde kwast staat parmantig omhoog. Als een vogelsnavel zich hier niet in verslikt dan zijn er altijd nog de aan alle kanten uitstaande borstelharen.

Slakrups, Berkenheuvel
Verbergen kan door de kleur aan te nemen van je omgeving of een totaal onverwachte vorm aan te nemen. De Slakrups bijvoorbeeld, een kleine oranje-bruin gekleurde nachtvlinder met een rups die totaal onherkenbaar is voor een rupseter. Groen gecamoufleerd, schijnbaar zonder poten en totaal afwijkend van het standaard, wat rechtlijnige, rupsenmodel. Enige wat opvalt zijn gele stipjes rond de ademopeningen.

Bladrand Berkenmineermot, Stigmella sakhalinella,
vraatspoor Vennenbroek
Maar de ultieme verstoppers zijn toch rupsen die niet op een blad maar juist in een blad gaan leven. Deze minerende rupsjes zijn zo plat dat ze elke minimale ruimte kunnen gebruiken. Poten hebben ze niet meer, ogen zijn ook niet nodig en het enige wat ze doen is eten en verteren. Hun uitwerpselen laten ze gewoon in hun gang achter.

Rupsen, verborgen of gewapend. Een voortdurende strijd tussen overleven of gegeten worden.

zaterdag 24 september 2011

Haren, nazomerfeest in Moeras en Bos

Bitterzoet
Moeras en Bos viert het afscheid van een bijzondere zomer. Was het toen grauw en somber, nu schijnt de zon en daarmee komen de slingers bij de ingang goed uit. Rode bessen lijken geregen aan bruine draden en geven direct al een feestelijk gevoel. Iedereen is welkom om dit  nazomerfeest mee te vieren.

Reuzenbalsemien
In augustus schreef ik al eens over dit bijzondere, particuliere, natuurreservaat aan de Waterhuizerweg. Eén van  Harens groene kroonjuwelen, toen domein van jonge groene kikkers die speels hun nieuwe wereld verkenden. De kikkers zijn ook nu weer van de partij maar trekken minder de aandacht. Reuzenbalsemien en leverkruid zorgen voor roze en lila kleurtonen, gele Moerasrolklaver doet mee met gele berkenbladeren. Lisdoddes staan als forse Havana sigaren te pronken in de verstilde plasjes. Daartussen, daarboven en eigenlijk overal: libellen, hommels, allerlei vliegensoorten en natuurlijk het Bont Zandoogje en de Kleine Vos.

Kleine Rietvink, rups
Moeras en Bos is slechts een paar hectare groot maar tijdens dit nazomerfeest is overal wat te beleven. Rupsen van de Kleine Rietvink hebben gehoor gegeven aan de oproep om zich vooral goed te laten zien. Vrijwel altijd verborgen tussen rietbladeren zitten ze nu met hun mooiste oranje te pronken in de zon. Genietend van de warmte alsof ze weten dat over enkele dagen of weken hun lange winterrust gaat beginnen. Pas rond mei 2012 zullen ze in het nachtelijk duister hun witte vleugeltjes uitspreiden.

Bij op Reuzenbalsemien
Voor hommels en bijen is er een kroeg geopend aan de oostzijde. Iedereen is welkom, ook kijkers met een enorme camera. Nectar en stuifmeel van de Reuzenbalsemien is er voorlopig genoeg.

Verfijnd getekende kunstwerkjes vliegen op deze dag rond in zweefvlieguitrusting. Geel met zwart van de Pendelzweefvlieg of meer bruin behaard bij de Hommelzweefvlieg. Alles mag als het maar opvallend is. Waar wij van genieten zien andere dieren dit toch echt anders. Geel/zwart zijn stekende wespen en hommels zijn ook zwaar bewapend. Dat deze vliegen er net zo uitzien maar geen enkel verdedigingswapen hebben mag dan wel zo zijn maar om dat uit te proberen gaat voor een koolmees net iets te ver.

Moeras en Bos, nog even nazomerfeest en daarna komt de rust van de winter. Tijd om nieuwe energie op te doen voor het volgend jaar.








zondag 18 september 2011

Appelscha, bekers, schotels en oren

Hazenoor, Appelscha
Appelscha, toeristenoord bij uitstek en honden paradijs op zondag. Wandelen op en rond de Bosberg, hoogste top van Fryslân, wordt gemakkelijk gemaakt door wandelroutes. Bij terugkomst wordt de wandelaar schriftelijk gemaand toch even te verpozen bij het gelijknamige paviljoen.

Op een herfstige dag is de Bosberg ook domein van vreemdsoortige zwammen. Laag bij de grond en geen gewone verschijningen. Onder lijsterbessen ligt een hoop bleke schillen.Gerafeld, ingesneden en bijna bekervormig. Niet één maar een hele kolonie lijkt het wel. Het zijn Hazenoren. Nauw verwant aan de echte bekerzwammen hebben ook zij aan de bovenzijde een vruchtbaar vlies waar miljoenen sporen gevormd worden. Allen uitgestuurd met maar één doel: nieuwe Varkensoren planten.
Oranje Bekerzwam

Bekerzwammen als de Bruine en de Oranje Bekerzwammen kunnen in deze omgeving zeker ook verwacht worden. Langs een bospad en bij voorkeur op een open, voedselrijk plekje in het gras. Met hun leerachtig lijf zijn ze in staat om enige uitdroging te doorstaan maar na de eerste nachtvorst zullen ook zij verdwijnen.

Schotelkluifzwam
En dan een heel bijzonder exemplaar,
de Schotelkluifzwam! Grijs, glimmend van het overvloedige regenwater en lang gesteeld. Net een Bekerzwam op een steel. Tussen het gras lijkt het bijna een achteloos weggeworpen papiertje maar het is een vruchtlichaam van een paddenstoel. Een tweede exemplaar was al helemaal wit bepoederd van de sporen. Helaas zijn deze vastgeplakt door vocht maar anderen zijn inmiddels meegenomen op de wind.

Bekers, schotels en oren rond Appelscha. Het Drents-Friese Wold herbergt nog veel meer bijzondere zwammen.

zaterdag 17 september 2011

Gezwam op Meerwijck

Wilgenrussula
Meerwijck, in september een rustige woonwijk met een bijna verlaten strand aan het Zuidlaardermeer bij Hoogezand. Langs de opgespoten zandige oever hoog opgaande populieren, wilgen en essen. Daaronder vooral veel restanten van een losbandig leven in het afgelopen zomerseizoen.

Vanaf het gelijknamige paviljoen nadert een kleine groep, de blik omlaag gericht en de oren gespitst op uitleg van de excursieleidster. Het zijn leden van KNNV Groningen die komen voor gezwam op Meerwijck. Paddenstoelen, kleurig of bruin, klein of groot, alles wordt genoteerd. De Eikenboleet bijvoorbeeld, een prachtige ruigsteelboleet met een roodbruine hoed. Midden in het gazon langs het strand en duidelijk wat afgedwaald van zijn gastheer, de eikenboom, Nog opvallender maar iets kleiner is de Wilgenrussula, een typische soort van natte wilgenstruwelen. De rode hoed lijkt een kenmerk te zijn maar er zijn vele soorten Russula's die van deze  kleur houden. Een tweede expert trekt echter zijn magische steen en beroerd heel teder het steeltje van de zwam. Het is ijzersulfaat en de Wilgenrussula doet wat het hoort te doen: een groen blosje vertonen op de plaats waar de steen hem geraakt heeft. Voor de Roodgrijze Melkzwam kan de steen in de tas blijven. Kleur, vorm, de scherpe smaak en de vochtige groeiplaats onder berken zegt al genoeg.

Plooiplaatzwammetje
Deze soorten zijn met enige zoeken voor iedereen goed te vinden. Het is echter de kunst om ook de  kleinere soorten er uit te halen. Het Plooiplaatzwammetje bijvoorbeeld. Op de foto een teder kunstwerk van witte plaatjes. Let echter eens op het passerende Boerenknoopje, onder op de foto, een slakje van nog geen 5 millimeter. Wat groter maar nog lager bij de grond groeit het Gekarteld Leemkelkje, een bekerzwammetje met een opvallend gekarteld randje. Net een centimeter groot maar als groepje bij elkaar gemakkelijk te vinden.

Gezwam op Meerwijck. Goed zoeken en enkele uren rondlopen resulteerde in een lijst van ongeveer 75 soorten.. Als het gebied ouder wordt, en mogelijk op sommige plaatsen wat natter, dan zal dit aantal in de komende jaren zeker verder toenemen.
Gekarteld Leemkelkje
Eikenboleet
Roodgrijze Melkzwam


vrijdag 16 september 2011

Drents-Friese Wold, voor klein en groot

Als een veertje fladdert een kleine vlinder op uit de pollen Pijpestrootje. Slechts even en dan gaat ze weer zitten. Klimmend en dalend en voortdurend zoekend naar een goede plek voor haar eitjes. Het is een Groene Weide-Uil met vleugeltjes van nog geen twee centimeter. Niet algemeen in Nederland maar helemaal thuis op het Doldersummerveld.
Groene Weide-Uil, Doldersummerveld


Te gast in het Nationaal Park Drents-Friese Wold betekent keuzes maken. Het gebied van ruim 6.150 hectare is te groot om in één dag rond te lopen. Vandaag daarom de keus voor de uiterste zuidwesthoek: het Doldersummerveld. Een palet van natte en droge heide, naald- en loofbos. Grote vlakten gestoffeerd met een enkele eik en grove den. Daartussen gehoornde grazers, bruin en een beetje mottig. Ze staan wat sullig te kijken en zijn duidelijk niet verder gekomen dan groep 1. Lezen is dus niet hun sterkste kant, een bordje van de brandweer om vooral de weg niet te versperren wordt helaas niet begrepen.
Schotse Hooglander, Doldersummerveld








Natte heide betekent altijd botanische verrassingen en dat blijkt ook hier zo te zijn. Waar de Huenderse Weg met een houten brug een laagte passeert ligt ogenschijnlijk een modderpoel. Dichterbij gekomen blijkt het water tot op de bodem helder te zijn. Waterpostelein staat frisgroen onder de waterspiegel en de rand is dicht begroeid met Moeraswolfsklauw, Ronde Zonnedauw en Kleine Zonnedauw. Terwijl op de brug een bruidspaar poseert ligt een bioloog op zijn knieën naast deze
Moeraswolfsklauw, Doldersummerveld
bijzondere planten. Door ontginning en diep ontwatering bijna verdwenen uit Nederland maar nu weer volop aanwezig in het Drents-Friese Wold.



Op deze september dag zijn de Boomvalken reeds vertrokken en blijft de blik naar beneden gericht. Minuscule oranje Bekerzwammetjes en knalrode Vuurzwammetjes lijken als gekleurde spelden rond gestrooid. Grotere inktzwammen staan pontificaal bovenop de flappen van de Hooglanders. Fopzwammen doen alsof ze Melkzwammen zijn en staan overal onder de eikenbomen. En allerlei soorten Stuifzwammen staan als open peperbusjes te wachten op de volgende regenbui. Met elke spat zal er dan weer een flinke hoeveelheid sporen weggeschoten worden.
Vuurzwam, Doldersummerveld




Drents-Friese Wold, een Nationaal Park van allure. Voor klein en groot, er is voor iedereen wat te beleven.

dinsdag 13 september 2011

Groene kroonjuwelen van Haren, deel 4

Vleugelnoot
Boerema's bomen is het thema van een vierde blog in de serie "Groene kroonjuwelen van Haren". Burgemeesters wisselden elkaar af, gemeentehuizen werden gebouwd en gesloopt, maar burgemeester Boerema (1910-1935) bleef. Gebeiteld in cement staat zijn zetel voor altijd  in het groene hart van Haren. Geleend door jong en oud maar altijd uitkijkend over de kenmerkende kleuren van Haren, groen, blauw en rood. Zijn ambtsketen hangt in veelvoud aan de inmiddels majestueus uitgegroeide Vleugelnoot. Zijn zorg voor Haren wordt nu gedeeld door bezorgde burgers die zich sterk maken voor Boerema's Park.
Boeremapark Haren














Het Boerema park is geen natuur maar een dankbetuiging van de Harener bevolking aan de burgemeester die Haren tot villapark maakte. Exclusief en divers, passend bij de stijl van Haren toen maar ook bij het Haren van nu. De Moerascypres op het eiland midden in de vijver zou de ligging van Haren kunnen symboliseren. Twee smalle zandruggen aan alle kanten ingeklemd door veen. De Ginkgo bij de brug staat bekend als Aziatische tempelboom maar is ook als soort van aristocratische ouderdom. Miljoenen jaren voor de vestiging van Haren, 850 jaar geleden, waren er al Ginkgo's. 
Ginkgo

Het Boerema Park is een park van alle seizoenen. Statige, altijd groene naald-bomen zoals de Douglasspar die zelfs in ijzige omstandig-heden het park nog kleur geven.  In het voorjaar bloeiende Meidoorns en in de zomer rijpende Lijsterbessen. Maar het grote kleurenspektakel komt in de herfst als de toon gezet wordt door knalrode Esdoornvruchten.
Esdoorn

Boerema's bomen worden oud maar kunnen met goed beheer nog eeuwen mee. Wat ontbreekt zijn naambordjes bij de tientallen bijzondere soorten. Aandacht vragend voor de bijzondere status van dit kleine arboretum in het groene Haren.




Eerdere afleveringen van Groene kroonjuwelen van Haren verschenen op 5 juni (Scharlakenbos),10 juni (Poelruit en Grote Boterbloem in Oosterhaar) en 17 augustus (Moeras en Bos, familie Weemhoff /van der Straten).



maandag 12 september 2011

Hijkerveld en Blauwe Meer: kleurrijk Midden-Drenthe

Zuid-Hijkerveld (Drentsch Landschap)
Op de rand van het Drentsch Plateau, aflopend naar het gebied wat eens bekend was als de Smilder Venen, ligt een uitgestrekt blauw-paars gebied. Namen als het Zuid-Hijkerveld en Brunstingerplassen zijn  echo's uit
Heidelucifer, Zuid-Hijkerveld
het verleden toen Drenthe nog woeste gronden had waar schaapskuddes zwierven en keuterboertjes boekweit verbouwden. Nu zijn het kleine pareltjes waar adder en kleine vuurvlinder met genoegen bezoekende natuurliefhebbers ontvangen. Bij de Brunstingerplassen keurig vanaf zandige of asfalt lintjes door het landschap, op het Zuid-Hijkerveld zoals het vroeger was. Na het opstapje sporen volgend over stuifrichels en langs diep ingesneden slenken waar het veenmos welig tiert. Begin september wordt het paars van struik- en dopheide geleidelijk weer vervangen door bruine tinten. Kraaiheide zorgt voor een donkergroen accent terwijl juist nu de Heidelucifers (een korstmos) vlammend rood hun kop opsteken. Een laatste Roodborsttapuit neemt afscheid van de schapen maar beloofd volgend jaar weer terug te komen.
Blauwe Meer / Leggelderveld (Natuurmonumenten)
Verder naar het zuidwesten zijn diepe sporen gekerfd in het ijzige verleden van Drenthe. Bij het Blauwe Meer en het Leggelderveld zijn diepe zandlagen onder de oppervlakkige stuifzandlaag weggehaald voor de
Rode Koolzwam, Leggelderveld
productie van kalkzandsteen in Hogersmilde. Inmiddels heeft de commerciële zandwinning plaats gemaakt voor recreatie en natuurbeheer. Aan de noordkant het meer waar duizenden verkoeling zoeken op een, dit jaar zeldzame, zomerse dag. Ingebed in een glooiend en droog eikenberkenbos waar de eerste herfstkleuren aarzelend tevoorschijn komen. Op de bosbodem is het herfstspektakel echter al in volle gang. Oranje-gele Cantharellen, paarse Rode Koolzwammen en rode Russula's zijn opvallend aanwezig.

Deze blog maakt deel uit van de voorbereiding op de productie van Drenthe Overdwars voor Natuurpresentaties.


zondag 11 september 2011

Nachtelijke schones op Vennebroek


Nachtvlindernacht Vennebroek

Twee dames kijken gebiologeerd naar het witte doek. Ze gaan helemaal op in het klank en lichtspel, “Gele vierkantspanner; Gele doornuil” wordt gemompeld. Naast het doek zit een gebogen gestalte, hij kijkt even op en zegt met gedempte stem: “Hagedoornvlinder”. Om dit te benadrukken laat een Kerkuil nog even zijn doordringend gekrijs horen.

Het is 2 september 2011 en aardedonker op het Landgoed Vennebroek bij Paterswolde. Op de achtergrond klinkt het feestgedruis van het komende Bloemencorso Eelde. Dan lichten drie sterke lampen op en begint de Nationale Nachtvlindernacht. Ruim twintig bezoekers komen af op wat in persberichten “nachtelijke schones” zijn genoemd. De Vlinderwerkgroep van KNNV Groningen / KNNV Oost-Groningen en Natuurmonumenten houden vanavond open huis. Helaas zonder koffie maar wel met koekjes wordt aandachtig geluisterd naar een presentatie over vlinders en de 540 soorten die in dit bijzondere natuurreservaat zijn gevonden.

De spanning loopt op. Wat zal de nacht gaan brengen? Tussen drie verlichte doeken zijn bomen besmeerd met verleidelijk geurende stroop. Het Rood Weeskind wordt het allemaal teveel en vlucht bij de eerste lichtstraal. Maar grote aantallen Piramidevlinders en Zwarte C-Uilen willen zich best van hun mooiste kant laten zien. Bij de lakens wordt het nog drukker. Voor de lakens krioelt een mensenmassa met daartussen ook een fotograaf. Op de lakens strijken uilen, spanners en Oranje Wortelboorders neer. Gehoopt wordt op een pijlstaart maar deze blijft afwezig. Een Goudgele Boorder probeert met zijn kleur dit gemis toch nog goed te maken. 
Goudgele Boorder - foto Willem Kolvoort


Als om middernacht  het klank en lichtspel wordt beëindigd gaat de laatste bezoeker pas naar huis. De zevende Nationale Nachtvlindernacht was opnieuw een succes. Door de festiviteiten in het dorp minder bezoekers maar dankzij de hoge temperatuur heeft iedereen kunnen genieten van een bonte reeks nachtelijke schones.

(foto's met dank aan Willem Kolvoort)

Dierenpark Emmen: sprankelend jong

Dierenpark Emmen bouwt aan haar toekomst. Traditie wordt ingewisseld voor een nieuw concept. Maar tegelijkertijd gaat het leven volgens een vast patroon door. En als altijd zijn het ook nu weer de jonge dieren die de meeste aandacht trekken.
Stokstaartje - Dierenpark Emmen
Twee baby stokstaartjes komen vandaag voor het eerst naar buiten. Dicht op elkaar gekropen proberen ze moed te putten uit elkaars aanwezigheid. Het duistere hol is ingewisseld voor een omgeving die bijna pijn doet aan je ogen. Licht, vol van beweging en vreemde vormen.
Colobusaap - Dierenpark Emmen












Voor een jonge Colobusaap is alles een spannende uitdaging. Zich verstoppend achter een steen en dan bovenop moeder springen blijft leuk. En dan ritselt er nu natuurlijk ook van alles. Een afgevallen blad, een kever die passeert, grote vraag blijft waar je het eerst naar moet kijken.











Rode Reuzenkangoeroe - Dierenpark Emmen



De jonge RodeReuzenkangoeroe weet inmiddels dat je het leven moet aangaan door gewoon een statement te maken. Hier ben ik, kom maar op! Maar tegelijkertijd is het ook allemaal nog heel bijzonder, zijn oogjes vliegen alle kanten op om maar niets te missen.
Zo ver is  het nog lang niet voor de pas geboren Witgezicht Oestiti in Americasa. Zorgvuldig afgeschermd van de boze buitenwereld kijkt ze voorzichtig om zich heen. Wat angstig van alle geluiden, krijsende Zonparkieten, pratende tweebenige wezens maar ook het grommende geruzie tussen haar oom en tante maken haar onzeker. Dichtbij is het in ieder geval lekker warm en de melkfles blijft altijd goed gevuld.
Witgezichtoestiti - Dierenpark Emmen




Atlasvlinder, rups Dierenpark Emmen


























Jonge atlasvlinders moeten dit alles missen. Geen moeder om voor ze te zorgen, geen vader die op de uitkijk zit. Enig voordeel is dat ze letterlijk op hun dagelijks kostje geboren worden. Mond open en eten maar. En dat wordt dan ook wel heel letterlijk genomen. Vierentwintig uur knagen, slikken, verteren en poepen. Geregeld knapt de jonge vlinder dan ook uit haar vel, gelukkig is er dan meteen weer een nieuwe jas beschikbaar.

Dierenpark Emmen vernieuwd en blijft sprankelend jong.




woensdag 7 september 2011

Koeienvlaai als hoofdmaaltijd

Mestkever, Geotrupes sp.
In de natuur is alles voedsel. Het C2C principe van de eindeloze cyclus van grondstoffen is hier allang doorgevoerd. Afval bestaat niet. Om dit eens te illustreren kwam het voormalig Natuurmuseum Groningen met een opmerkelijke expositie rond uitwerpselen van mens en dier. Wat voor ons vies en onrein is blijkt voor honderden organismen hoofdvoedsel te zijn.

Gele Mestvlieg, Scatophaga stercoraria 
In Nederland wordt bijna elk heideveld onderhouden door levende grasmaaiers die zich bij voorkeur langs wandel- en fietspaden schijnen te verplaatsen. En dat zorgt voor de nodige schapenkeutels of koeienvlaaien die ook voor ons goed te vinden zijn. Vers of oud, sappig of droog, voor mesteters een ongekend eldorado.


Vliegen zijn er vaak als eerste bij.  Meest bekend is de Gele Mestvlieg, van grote afstand ruiken zij het neerploffen van een koeienvlaai. Eerst even lekker slobberen en dan is het tijd voor het serieuze werk. Er wordt gebaltst, gepaard en eitjes afgezet.Bijzonder is dat deze eitjes voorzien zijn van drijvers zodat ze niet te snel naar de bodem zinken. De larfjes worden op deze manier letter in een voedselbad geboren. Veel groter zijn
Viltvlieg, Thereva nobilis
Viltvliegen, Niet geïnteresseerd in koeienpoep voor hun jongen maar alleen als voedselbron. Hun larven leven als roofzuchtige, pootloze maden in de bodem.

Caccobius schreberi





Mestkevers zijn  nog bekender dan  mestvliegen.Groot, glimmend blauw en soms gehoornd scharrelen ze voortdurend rond op zoek naar wat meer belegen vlaaien. Vaak wordt eerst een diepe gang onder de vlaai gegraven en vervolgens worden kleine stukjes mest naar binnen gesleept. Een ei er boven op en het kroost heeft voor de gehele ontwikkeling voldoende te eten. In Oostenrijk komt een andere soort voor, Caccobius schreberi, die juist zo nat en vers mogelijke poep prefereert. Lekker rond zwemmen door zelf gemaakte gangetjes en daar er voor zorgen dat ook de jongen voldoende eten krijgen.



Koeienvlaai als hoofdmaaltijd. Ga er eens naast zitten en sta versteld van de rijkdom aan leven in deze drekkige wereld.

dinsdag 6 september 2011

Drenthe overdwars

Orvelterzand
Drenthe, ingebed in veen en verankerd in zand. Dat zou een typering kunnen zijn van Drenthe overdwars. Van de veenkoloniën tot de Smilder venen, dwars over Hondsrug en Drentsch Plateau. Een gebied rijk aan historie en natuur. Neolitische hunebedbouwers kapten het oerbos en zijn nazaten uit de 20ste eeuw planten het weer in als werkverschaffing en leverancier van mijnhout. Veen werd vergraven en afgevoerd per trekschuit over het Oranjekanaal naar Amsterdam. Rogge en boekweit maakten plaats voor aardappelen en mais, schapen werden vervangen door Schotse Hooglanders.
Buinerveen





Zesduizend jaar geschiedenis resulteert in een lappendeken. In de monden en de Smilder Venen zijn het de vloeivelden van aardappelverwerker Avebe maar ook akkerranden waar de natuur nog de ruimte heeft . Op het Drentsch Plateau zijn het vooral kleine parels als het Orvelter Zand en het Hijkerveld die ons een blik gunnen op het Drenthe van honderd jaar geleden. 

Valthe, Hondsrug
Smilde, Oranjekanaal
Drenthe overdwars laat zich het beste beleven met een tocht van oost naar west langs het Oranjekanaal. Van Groningse tot Friese grens, via Odoorn en Hijkersmilde tot aan Appelscha. Door de noordwest-zuidoost verkaveling van het mondengebied is het even schakelen om de aansluiting te krijgen met het Oranjekanaal. Bij Valthe rijst de Hondsrug als een rimpel in het landschap omhoog. Opgedrukt door een uitstulpende ijsmassa, oprukkend in het oerstroomdal van de Hunze. Op het zand aangekomen gaat de historie duizenden jaren terug en het landschap en nederzettingen zien er doorleefd uit. Maar schijn bedriegt, op het Orvelterzand is de tijd terug gezet en is de heide gered van verdere bebossing.








De natuur profiteert van begrazing en het weinig gevarieerde eiken-berkenbos is een halt toegezegd. Daarna volgen de Smilder Venen met Oranje, niet alleen locatie van de bekende Speelstad maar ook een pelgrimsoord voor vogelaars. De vloeivelden van Diependal zijn dankzij het Drentsch Landschap weer geschikt als broedgebied voor Roodhalsfuut en Roerdomp.

"Drenthe overdwars" is de titel van een nieuwe presentatie, aangeboden vanaf eind 2011 door www.natuurpresentaties.nl 
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...