zondag 17 april 2011

Verborgen leven – Namibië 17 april 2011

Swakopmund, excursie Living Desert
Onder een dikke nevellaag hullen de stuifduinen van de Namib zich in stilte. De verspreid staande broodmagere tamarisken en de nog kleinere “dollarbush” liggen afwachtend in het zand. Niets beweegt maar dat is slechts schijn. Onder het zand rusten nachtdieren en de dagactieve soorten wachten tot de zon de nevel oplost. Onze gids Chris Nel (Living Desert Adventures http://www.livingdesertnamibia.com/) neemt ons mee op een verkenningstocht langs dit verborgen leven. Lijnen in het zand worden sporen maar hoe hij in staat is begin en eind te onderscheiden blijft een raadsel. Onverwachts springt hij uit de jeep en begint als een hond te graven. En daar verschijnt de eerste beauty: Fitzsimmons Burrowing Skink.
Fitzsimmons Burrowing Skink, Swakopmund
 Een kleine hazelworm met een blauwachtig staartje. 's Nachts op zoek naar springstaarten en andere kleine inecten die in het “aanwaaisel” onder aan de duinen leven. Nu wreed verstoord in zijn ochtend slaap door ons internationale groepje.

Web-footed gecko, Swakopmund
De volgende van de “little five” is de bizar gekleurde Web-footed gecko.
Een roze lijfje, zwemvliezen voor support op het zand en vreemde spleetoogjes maken het tot een dwergje van een andere planeet. Zeker eleganter dan de Namaqua kameleon die als een logge dino zich schuddebuikend voortbeweegt. Bij aankomst zwart maar voor een Tok-tokkie (kever) en een sprinkhaan wil hij wel even blij en wit worden.
Namaqua kameleon, Swakopmund

Namibische woestijnadder, Swakopmund
Rustig voortrijdend wordt al snel de vierde gevonden: de kleine Namibische woestijnadder.
Als “side-winder” lijkt hij zich al springend door het zand te bewegen.

We maken ons vijftal vol met een bont gekleurde echte hagedis, de Shovel-snouted lizard.
Shovel-snouted lizard, Swakopmund
De schoffelneus is vooral handig bij het graven in het zand. Wij zijn echter geen gevaar en ons vriendje loopt rustig verder. Als extraatje nog een Dancing Widow, een prachtige, giftige witte spin die bij gevaar als een stuiterbal van een duintje af kan rollen.
Dancing Widow, Carparagyne flava, Swakopmund
Na deze opwindende vondsten, en nog veel spannender en vooral supersteile, duinafdalingen met onze jeep wordt het tijd voor een wat rustiger middag. Oostelijk van Swakopmund ligt een maanlandschap met kraters en kloven. Diep geërodeerd en ingesneden in de woestijn. Dit is het zuidelijkste gebied van de oeroude Welwitschia. De enige naaldboom van de woestijn maar niet hoger dan enkele tientallen centimeters. Helaas lukt het niet dit levende fossiel te vinden maar de route over en door de maan maakt dit gemis meer dan goed.

Camel Trophy – Namibië 16 april 2011

Vanaf Naukluft afdalen naar de Namib
Kilometers wasbord verdwijnen onder onze zware banden. Alleen sporen geven aan waar de “grote weg” naar Walvisbay zou moeten zijn. Daarbuiten niets dan woestijn. Eerst nog spaarzaam begroeid, daarna kaal tot aan de schuimende oceaan. Uiteraard niets vergeleken bij de Sahara maar deze Namib ervaring geeft toch een idee hoe een Camel Trophy dag er uit zou kunnen zien. Slaapverwekkend monotoon met op onbekende plaatsen spannende gaten en geulen.


Grote Torenvalk, Naukluft
Afrikaanse Roek, Naukluft


Laatste water voor de woestijn
Vandaag trekken we dwars door het Naukluft gebergte richting de uitgestrekte kustwoestijn van Namibië. Vanaf 1500 meter afdalend naar een plateau met diepe rivierdalen. Door de ongekend zware regenval zijn de meestal droge beddingen veranderd in kolkende watermassa's. Een scherp contrast met de verder gortdroge omgeving. En de tegenstelling wordt nog scherper als de weg eindelijk de woestijn bereikt. Een vlakte met fata morgana's van duinen als zeeschepen. Tientallen toeristen in terreinwagens of safaribussen delen deze ervaring met ons. Na uren rijden: Thalassa! De koude Atlantische Oceaan rijkt met zijn klamme nevelvingers ons tegemoet. Het is deze nevel die nog enig leven mogelijk maakt in deze dorre omgeving.
Swakopmund
Walvis Bay en Swakopmund liggen letterlijk met de voeten in het water en het hoofd in het zand. De woestijn eindigt voor de eerste straten en de oceaan beukt op de boulevards en de uitgestrektre stranden. Zaterdag is kennelijk de dag voor de blanke vissers. Terreinwagens en pick-up trucks hebben alle meterslange zeehengels loodrecht op de bumper staan. Gezien worden met deze jachtinstrumenten is kennelijk een vorm van flaneren in deze streek. In Swakopmund is het tijd voor boodschappen. Na dagen in de bush kan er eindelijk weer verse etenswaar gekocht worden. Vier broden verdwijnen in de vriezer, acht pakken melk in de bank. Daarna is het goed rusten op de camping van Manfred Lutz (Sophia Dale Lodge http://www.sophiadale.org/).

zaterdag 16 april 2011

Olijfbomen – Namibië 15 april 2011


Naukluft, Namibië
Diep gekerfd en doorleefd tooit het Naukluift gebergte zich met een wit wollig grasdek. Verspreid daartussen wilde Afrikaanse Olijfbomen. Gedraaid, verwrongen hout wat getuige is geweest van honderden jaren historie. De Nama kwamen en werden verslagen door de Duitsers onder deze bomen. Op hun beurt werden deze krijgshaftige lieden opgevolgd door het Afrikaner volk die in de zeventiger jaren de macht overdroegen aan de regenboognatie Namibië.

Naukluft, berghelling met o.a. Afrikaanse Olijf



We volgen vandaag het spoor van de olijfbomen.  Dit “voetslaanpad” van tien kilometer kronkelt naar bijna 2000 meter om dan vervolgens met een boog terug te buigen over de plateaurand. De ANWB gids belooft daarna een spannende afdaling met haken en kettingen. Helaas bereiken we deze niet omdat de dondergod besluit dat het wel genoeg geweest is. Bloemkolen schieten als paddenstoelen uit de bergtoppen, zwart van kleur. Langs hetzelfde pad dalen we weer af naar de auto. Uitgelachen door de Bokmakierie, een spookklauwier in een fraai geel-zwart verenpak. Tientallen vlinders gebruiken de zwoele warmte om nog wat laatste suikers op te halen van de vele bloemen. Een familie Zwarte Arend zweeft langs, hopend een verdwaalde Klipdas als late lunch te verschalken.

Naukluft, donderwolken



Bavianen terreur – Namibië 14 april 2011

Chacma Baviaan
Zwaar geblaf, rollende stenen in de rivierbedding en dan verschijnt een hondenkop uit de struiken. Voorzichtig rond kijkend waar wat te halen valt en dan bliksemsnel toeslaan. Dat deze vierpotige terroristen de Kaap onveilig maken was bekend. Maar zelfs het bijna verlaten Namib Naukluft Park wordt geteisterd door bavianen. Lunchen wordt zo een spannende aangelegenheid. Opspringen, met de armen zwaaien en vooral baviaans brullen werkt goed tegen dit gespuis.

Naukluft bergen, Namibië
Vanaf Sesriem naar Namib Naukluft is hemelsbreed slechts 50 kilometer. Maar door de Noord-Zuid oriëntatie wordt het toch nog 150 kilometer. Merendeels over goed bereidbare gravelwegen en steeds een wisselend uitzicht op de bergketen. De vogelstand is gevarieerd met o.a. Ruppel's trap op de vlakke plateaus en Grijze Tok en Paarse scharrelaar in het gebergte.

Rüppels trap, Naukluft, Namibië
Paarse scharrelaar, Naukluft, Namibië
Rotsvaraan, Naukluft, Namibië
Met de drukte van Sossusvlei nog vers in het geheugen biedt dit gebied een weldadige rust. Slechts een groepje Duitsers heeft ook besloten dit gebied te verkennen maar tijdens een rivierwandeling komen we ze niet tegen. 

Koedoe Kamp, Naukluft NWR, Namibië



Zand en nog meer zand – Namibië 13 april 2011

Sesriem NWR, Namibië
 Scherp gekamd steken de Namibduinen ruim honderd meter omhoog. Op de graat een puffende vijftiger die zich bij meer dan 35 graden steeds hoger waagt. Het doel: landschapsfoto's maken van de Sossus vlei en de Death Vlei. Links de watervlakte van Sossus, breinzout en een overblijfsel van de regentijd. Rechts de witte zoutvlakte van Death Vlei. Geen leven lijkt hier mogelijk. Maar dan rent een langbenige kever over het glijdende zand, een hagedis verschijnt en verdwijnt in het zand. En in de pekel zwemmen Afrikaanse casarca's. Onvoorstelbaar!
Sesriem NWR, Namibié

Sesriem NWR, Death Vlei in de natte tijd

Tok-tokkie kever, Sesriem NWR, Namibië
De weg van Sesriem naar Sossusvlei is ruim 60 kilometer lang maar onderweg wordt je wel bezig gehouden. Springbokken, Gemsbokken, Struisvogels met jongen, vrijwel niemand heeft er oog voor. Alleen een overstekende Kameleon trekt de aandacht van een groep Duitsers en van ons. Ruim vuistgroot en fraai gevlekt. Waar de aandacht naar uit gaat zijn de steeds hoger oprijzende zandduinen en het eind van de asfaltweg. Daarna neemt de stoere man met zijn machine het over. De 4WD in de zwaarste tractie is nodig om het ruim een halve meter diepe en vooral mulle zand te bedwingen. Brullend bijt ons witte monster zich vast en weet elke keer weer de diepste sporen te overwinnen.

Namaqua kameleon, Sesriem NWR, Namibië
Palmrat, Sesriem Camping NWR, Namibië

Sesriem, kloof, Namibië


Na al deze opwinding kan er bij Sesriem geklauterd worden in een diepe kloof. Slechts 4,5 kilometer van het kamp wordt het toch door de meesten overgeslagen. Wat ze missen is een deels droge rivierbedding ingesnoerd door tientallen meters hoge conglomeraat wanden. Voor ons een uitstekende picknickplaats, voor de vele vogels een drinkplek in de droge Namib woestijn.

Barking gekko's – Namibië 12 april 2011


Doringboom, campiung Sesriem, Namibië
Alweer onder een doringboom zit ik nu mijn verhaal te schrijven. Een halve maan geeft wat licht op de rode zandvlakte van Sesriem Camping. Krekelgeluiden en gebrom van een generator behoren inmiddels tot de standaard geluiden. Na de eenzame rust van Duwisib valt het gepraat van de buren op. En dan een hard tikkend geluid. Steentjes die tegen elkaar slaan, De Barking Gekko! Voor ons een herinnering aan Gemsbok Nationaal Park in Zuid-Afrika. Het is een kenmerkende hagedis van droge zandduinen.

Duwisib - Maltahöhe, Namibië
De regen van gister heeft de weg van Duwisib naar Sesriem niet onberoerd gelaten. Het gaat net zonder 4WD maar de blubber zit tot halverwege het dak gekleefd. Asfalt is er nauwelijks te zien. Alleen in Maltahöhe ligt een zwart lint van enkele honderden meters.

Namib Nauklufr, weg naar Sesriem
Na enig gezoek, en met betaling van een forse commissie lukt het om bij de “Pappot” geld te pinnen om ons slurpende monster tevreden te houden. Vanaf deze plaats wordt de weg gevarieerder. Passen, tafelbergen en scherp geslepen toppen volgen op een natte vlakte met allerlei poelen. Smits- en Diadeemplevieren, Roodsnaveltalingen en Vechtarenden zorgen voor nog meer afleiding. En het mooiste waren de Stokstaartjes! Helaas zonder foto moment maar wel in hun kenmerkende recht opstaande houding.

Sesriem is ”the place to be” voor de serieuze toerist. Zware 4WD campers en personenwagens vullen de 20 campingplaatsjes. Startklaar om morgen het ochtendgloren op de Namib duinen te kunnen zien.

Olifant in muisformaat – Namibië 11 april 2011

Olifantspitsmuis, Duwisib, Namibië
 Verspreide graspollen en een grofkorrelige zandbodem biedt allerlei dieren een perfecte schuilplaats. Woestijn graszangers ploppen op onverwachte plaatsen even omhoog, vliegen enkele meters, slaan enkele keren met de vleugels om een opvallend geluidseffect te creëren en duiken dan weer weg. Plotseling verschijnt een olifant in muisformaat. De “bush elephant shrew”, een olifantspitsmuis, is flink groter dan onze Europese spitsmuizen en heeft een soort slurf voor het opsporen van o.a. termieten en andere kleine dieren.
Brubru, Duwisib

Desert Cisticola, Duwisib

Duwisib is klein maar uitstekend geschikt voor een dagje rust. Een ochtendwandeling door een droge rivierbedding en vervolgens met een kop koffie in de hand genieten van alles wat langs komt. Een familie Boomhoppen, ook wel kakelaars genoemd, bedelende glansspreeuwen en vooral de knalrode Burchell-fiskaal weet ons een groot deel van de dag bezig te houden. Terwijl we schuilen voor een mogelijk laatste bui van het regenseizoen krijgen we gezelschap van een jonge glanspreeuw. Dwars door de cabine blijkt toch wat lastig en met wat minder darminhoud, en vooral wat hulp, weten we de jonge spoorzoeker weer terug bij de familie te krijgen.
Glansspreeuw, Duwisib

Donderbui boven Duwisib, Namibië

Duwisib, Namibië
Na de bui is het tijd voor het “kasteel”. Rode zandsteenblokken, met ossenwagens aangevoerd, zijn verwerkt tot een grootse facade met daarachter twee vleugels en ongeveer 20 kamers. Een protserig symbool van kolonialisme uit een lang vervlogen tijd.

Zwarte schorpioen – Namibië 10 april 2011

Zwarte schorpioen, Duwisib, Namibië
Slechts één aards lampje verlicht de Afrikaanse nacht. Boven de doringboom niets dan een schitterende sterrenhemel. Krekelgeluiden en af en toe een enkele kreet verrijkt de nacht. In de verte klinkt hyena gehuil. En dan verschijnt plotseling een zwart monster. Scharen dreigend naar voren, de staartstekel klaar om elke aanval af te weren. Een zwarte schorpioen! Tijd voor een fotografische kennismaking is er nauwelijks. De zwarte schone heeft haast om haar duistere pad te vervolgen en trekt als een komeet door ons gezichtsveld.


Struisvogel, Maltahöhe, Namibië
Na een lange tocht hebben we Duwisib (zuidwest van Maltahöhe) bereikt. Meer dan 200 kilometer gravel weg en dat terwijl onze Explorer niet harder zou mogen dan 60 op dit soort wegen. Soms kan het iets sneller maar door de vele regen van de laatste tijd zijn er de nodige uitspoelingen. Vlak voor Duwisib krijgen we zelfs nog een zandbak van ruim honderd meter waar de 4WD in stand 4 gezet moet worden om de overkant te bereiken. Vaak denken we aan onze Belgische buren op de Fish River Camping die met een Kea 2WD camper én slechte banden Namibië proberen te doorkruisen. Zij hadden hier zeker hun Waterloo gevonden.

Duwisib, Namibië
Duwisib camping heeft niets wat een verwende toerist zoekt. Geen stroom, geen warm water, geen enkel gezelschap. De receptie zit ruim een kilometer verder in het meest bizarre gebouw van dit land. Een Duits kasteel gebouwd door een krijgshaftig man die er slechts enkele jaren van heeft mogen genieten. Daarna sneuvelde hij na slechts 14 dagen actieve dienst aan het front bij de Somme. Zijn nalatenschap is nu een monument, de erbij gelegen camping is duidelijk in staat van verval. Maar voor de rust zoekende natuurmens is het een ideale plek.


Hitte bij hete bronnen – Namibië 9 april 2011

Ai Aïs, landschap
Omsloten door scherpe bergpieken ligt het dal van Ai Ais te zinderen in de ochtendhitte. De minerale bronnen van dit gebied waren al honderden jaren geleden bekend bij het Nama volk maar worden nu vooral gebruikt door rondbuikige en vooral bleke toeristen. Om er voor te zorgen dat ze vooral bleek blijven wordt het water van 60 graden afgekoeld naar een aangename omgevingstemperatuur van rond de 35 graden. Dit alles zorgt er voor dat de droge woestijnhitte veranderd in een bijna verstikkende sauna. En in dit Kurort bewegen zich traag twee wat minder bleke vogelaars. De telelens gericht op Bleekvleugelpreeuwen op de stoffige boulevard en een Slangenhalsvogel in de Fish River.
Bleekvleugelspreeuw


Trichocaulon

Krekel

Vanaf de Fish River Canyon tot aan Ai Ais is het ruim 70 kilometer wasbord rijden.
Soms wat vlakker maar meestal stuiterend van richel naar richel. Deels over een plateau met uitzicht op de canyon en deels door diep uitgeschuurde maar lage bergpassen. Naarmate de weg zuidelijker komt verandert de dorre vegetatie in een vetplanten paradijs. Hoge zuil Euphorbia's, lage stekelige Trichocaulons en een verscheidenheid aan struikvormige Mesembryantemaceae en Crassulaceae. Ondanks goed zoeken lukt het niet om levende steentjes te vinden. Een kleine poel levert op de heenweg Namaqua zandhoenders op. Prachtig demonstrerend dat broedzorg in deze woestijn verder gaat dan voedsel en bescherming. Met opgezette borstveren stappen ze het water in en wachten dan totdat ze zwaar van het opgezogen water zijn. Laag vliegend en “kielewijn” roepend vliegen ze vervolgens weg naar hun verborgen jongen.
Namaqua zandhoender

Verscheurde aarde – Namibië 8 april 2011

Fish River Kloof
Opengereten ligt de aarde voor ons. Het kolkende water lijkt honderden meters boven de kloofbodem op een vriendelijk beekje. Gestolde meanders uit een ver verleden toen de Kalahari nog geen woestijn was. Dit zijn de eerste impressies als je op het uitkijkpunt over de Fish River Canyon uitkijkt.
Niet gestoord door de honderden toeristen die in het seizoen vanaf dit punt beginnen met een meerdaagse uitputtingsslag om de andere kant van de kloof te bereiken. Tot half april is de kloof gesloten omdat het in de zomer letterlijk verzengend heet is. Vandaag is het boven de 35 graden maar ook nog eens vochtig warm. En dan ben je blij met een bank in de schaduw.
Aloë in Fish River Kloof

Hartmann Zebra, bij Fish River Kloof


Het kostte enige moeite om deze diepe kloof te bereiken. Veertig kilometer westelijk van Keetmanshoop bleek de zijweg naar het zuiden afgesloten. Zonder op de kaart te kijken besloten we terug te rijden en de hoofdweg naar Grunau te volgen en van daaraf terug te steken naar de kloof. Uiteraard bleek later dat er met een korte omweg tientallen kilometers minder nodig waren geweest. Van het vlakke centrale plateau wordt het land steeds meer geaccidenteerd. Vrijstaande vulkaanstompen, fossiele strandrichels en tafelbergen, gedekt met keihard gesteente, geven geluidloos les in de geologie van Namibië. De beroemde kloof maakt onderdeel uit van het stroomgebied van de Oranjerivier en is nu opgenomen in het grensoverschrijdende natuurpark Richtersveld – Ai Ais. Hartmann's zebra's, struisvogels, gems- en springbokken begeleiden de laatste kilometers.

Roodoogbuulbuul

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...