zondag 29 mei 2011

Bentheim gezien door loep en verrekijker

Plakker
Goedendag! Mag ik u mijzelf even voorstellen? Mijn naam is Plakker en biologen noemen mij Lymantria dispar. Als rups werd ik dit weekend door een excursie van KNNV Groningen gevonden terwijl ik met enige moeite een brede asfaltweg in Gildehaus (bij Bad Bentheim) moest oversteken. 

Bentheimer zandsteen
Bad Bentheim was tot aan de tweede helft van de vorige eeuw een belangrijk leverancier van Bentheimer Zandsteen. Ruim 100 miljoen jaar geleden ontstaan in een ondiepe zee tijdens de Krijt periode en vanaf 1100 vooral in Nederland veel gebruikt voor kerkenbouw. De Dom in Utrecht en de Martinikerk in Groningen getuigen van deze noeste arbeid. Met name aan de oostkant van de Bentheimer rug zijn overal kleine groeves te vinden waar deze zandsteen gewonnen werd.
Kurort Bentheim
Bad Bentheim is tegenwoordig vooral bekend als kuurbad. Opgepompt mineraalrijk water blijkt o.a. heilzaam voor allerlei huidziekten. Na een bad en een wandeling door het Bentheimer Wald of een klim naar de burcht is er keus uit een veelheid van terassen.

Bonte Vliegenvanger
Maar Bad Bentheim heeft ook een, voor velen ongekend, rijke flora en fauna. Verblijf eens een weekend op Campingplatz Am Berg en u kunt wandelend, fietsend of met de auto genieten van het moois. Wilt u niet op stap? Geen probleem, op de camping zitten o.a. verschillende paren Bonte Vliegenvanger, Europese Kanarie en Zwarte Specht en Havik vliegen geregeld over.



Hazelworm ontmoet camera of man met baard ontmoet Hazelworm? Het was al bijna donker toen dit jonge, pootloze reptiel gevonden werd onder een boomstam in het Geologisches Freilichtmuseum, Gildehaus. Geertjan Herder, voorzitter van de afdeling Groningen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging doet hier zijn uiterste best om deze  jonge dame te fotograferen.
Boswederik
Boswederik, aronskelk, orchideeën, de botanische rijkdom van Bad Bentheim is juist zo groot door de enorme variatie aan biotopen. Lemig en kalkrijk haagbeukenbos,  zandig en kalkarme eikenbossen, zure en venige vennen. Samerott, Bentheimer Wald en Gildehauser Moor zijn slechts enkele van de bijzondere locaties voor een weekendje Bentheim.

vrijdag 27 mei 2011

Eexterveld, een levend landschap

Eexterveld
Op de rand van het oerstroomdal van de Drentsche Aa ligt het kleine Eexterveld. Een schamel restant van de woeste gronden die slechts enkele eeuwen geleden een natuurlijke overgang vormden naar de natte madelanden van de Drentsche Aa. Bewaard gebleven doordat juist hier de grote ontginning krakend tot stilstand kwam. Economisch niet meer rendabel te maken en ook nog eens doorsneden door tot op de dichte potklei reikende geulen. In het blad Noorderbreedte werd in de jaren zeventig voorzichtig geschreven over plannen om het Eexterveld weer zijn oorspronkelijk karakter terug te geven. Voor het eerst werd nagedacht over het verwijderen van een overbemeste toplaag. Doel was verschraling om daarmee niet alleen de unieke flora van dit brongebied van het Scheebroeker Loopje een nieuwe kans te geven. Nog belangrijker was het herstel van de aansluiting van het Anderense diep op het oppervlakkig afstromende regenwater van het Eexterveld. De mix van opborrelend mineraalrijk grondwater en mineraalarm regenwater maakt deze laaglandbeek tot uniek leefgebied voor plant en dier.

Maarten Westmaas werkt aan een publicatie waarin de Drentsche Aa van bron tot mond in woord en beeld wordt weergegeven. Vandaag richt hij de lens op het Eexterveld, voor de toelichting mag ik met hem mee. Dertig jaar geleden was ik als student plantencologie betrokken bij vegetatiekartering van het Scheebroekerloopje. Nu als botanicus  ben ik gevraagd om te proberen hem wegwijs te maken in geologie en biologie van dit unieke gebied. Groot voordeel is dat het één van de laatste hoofdstukken van het boek is. De taal van landschap en flora wordt snel herkend. Soorten als Heidekartelblad, Veenpluis en Zandhoornbloem zijn elk  gebonden aan een andere grondsoort. Door deze te herkennen gaat het landschap spreken. Lastig bij het Eexterveld is de kleinschaligheid van het gebied. Vanaf het hoogste punt zijn de grote lijnen te herkennen. Maar met de blik naar beneden valt het oog op een micro zandverstuiving veroorzaakt door graafactiviteiten van Gele Weidemieren.  Zandhoornbloem profiteert daar direct van . Nog geen twintig meter verder duikt de grond een depressie in en staan er Veenmossen en Veenpluis. De Drentse veelzijdigheid samengebald in het kleine Eexterveld.
Heidekartelblad

De plannen uit de vorige eeuw zijn uitgevoerd. Het Eexterveld is weer een levend landschap met een directe verbinding richting Anderse Diep. Maar beheer zal nodig blijven,. Niet alleen om het gulle voedselaanbod uit de omgeving binnen de perken te houden maar ook om elke poging van berkjes om het gebied tot bos om te vormen een halt toe te roepen. Het gebied blijft kwetsbaar. Betreding zou zeldzaamheden als Welriekende Nachtorchis, Gevlekte Orchis en Draadgentiaan laten verdwijnen. Om het Eexterveld in volle glorie te zien kunt u wachten op het boek van Maarten Westmaas (publicatie begin 2012). Ook kunt u de oranje wandelroute van Staatsbosbeheer volgen. Vanaf het pad wordt u een blik gegund op de schatkamer van het Eexterveld.

zondag 22 mei 2011

Havelte, fleurige historie

Hunebed Havelte
In zomerbont gekleed loopt een groep mannen achter elkaar langs een smal pad richting de rand van  kleine akkers. Machtige eikenbomen geven aan waar het gebied van hun dorp eindigt. Een grote hoop  stenen is hun doel. Gister zijn de laatsten naar deze plek gesleept. Vandaag is het de grote dag om een begin te maken met de kring van het tweede monument voor hun voorouders.
Vijfduizend jaar later staat weer een groep mannen naast deze stenen. Gekleed in grof katoen kijken ze over de wijdse vlakte. Brede open banen herinneren aan de dwaasheid van de afgelopen jaren. Het monument van de "Hunnen" is achteloos terzijde geworpen voor de aanleg van een spookvliegveld. Honderden bommen zijn hier gevallen zonder ooit een vliegtuig te raken. Het is hun taak om deze herinnering aan de oorlog uit te wissen. Het hunebed weer in oude glorie te herstellen zodat voor eens en altijd gezien wordt waar onze historie begon.

Ruim zestig jaar later spelen kinderen op en rond het hunebed. Een deel van de eikenbomen zijn weer aangeplant maar de grote, stille heide uit de vorige eeuwen mag blijven bestaan. Zandpaden maken het gebied toegankelijk. Direct valt op dat het zelfs de Duitse bezetter niet gelukt is al het reliëf in het gebied uit te wissen. De Havelterberg is overeind gebleven als herinnering aan tijden ver voor het Trechterbekervolk hier het eerste "Havelte" opgetrokken had. Als een opgerold tafelkleed van leem en stenen voor het landijs uitgeduwd en hier slordig achter gelaten.
Havelter heide
Vogelstemmen klinken overal. Roodborsttapuit, Boompieper, Kneu en een enkele Geelgors zijn nadrukkelijk aanwezig. Twee Koekoeken roepen om het hardst en vliegen als duikbommenwerpers achter elkaar. Is het een gevecht of balts"? In ieder geval gaat het er heftig aan toe.
Muizenoor, Havelte
Laag bij de grond lijkt het gebied nog in rust. De hei is nog in winterkleur, de brem bloeit maar grote delen van hun takken zijn dood gevroren. Het oog wordt echter getrokken door het zachte citroengeel van Muizenoortje. Op een open plek in de hei is het stuifzand tot rust gekomen en heeft zich een miniatuur boeket gevormd. Als reuzen zakken wij door de knieën om in alle rust van deze bloemenweelde te genieten. Blauwe Vleugeltjesbloem, gele klaverbloempjes en roze Vogelpootjes vormen zachte  pasteltinten in het grijsgroen van  Tandjesgras, Schapengras en Borstelgas. Wilt u ook eens genieten van deze Havelter bloemenpracht? Klik dan hier. Nog geen vijftien centimeter hoog vormt dit Havelter boeket een kleurig stilleven in een oud landschap.

zondag 15 mei 2011

Foto impressie Huisspitsmuis

Huisspitsmuis met jong aan haar staart, Schiermonnikoog

Huissptsmuis, jong

Huisspitsmuis, jong
Tijdens de excursie van KNNV Groningen naar Schiermonnikoog werd een Huisspitsmuis met jongen gevonden. Terwijls moeders een deel van het kroost, letterlijk, op sleeptouw nam kon kennis gemaakt worden met een nieuwsgierige jongeling.

Hemelgeiten en tapuiten rond de Onnerpolder


Grutto
 Zondagochtend in de Onnerpolder. Een boer passeert met zijn tractor en even vliegen de Gele Kwikstaarten op om snel weer neer te strijken. Boven de stad Groningen hangt een bijna inktzwarte regenlucht maar het vliegtuigbaken en het gemaal blinken nog in de zon. Twee vogelaars maken gebruik van het uitzichtpunt op het dak van het gemaal en kijken uit over de Westerbroekstermadepolder. Een grasmus krast, de tureluur jodelt en de grutto blijft zijn eigen naam maar herhalen. En dan, als uit het niets, schiet een gevederde pijl de lucht in. Snavel recht naar voren gericht op de snel naderende wolken. Een vreemd mekkerend geluid verspreidt zich over de omgeving. De hemelgeit in actie! Harm Jansen schrijft op de website van Avifauna Groningen (http://bit.ly/kwMNPd) dat de Watersnip, zoals elk vogelboek deze geit noemt, hiervoor zijn staartpennen gebruikt. Uitgespreid en in trilling gebracht laat meneer zo aan de omgeving weten dat hier zijn territorium ligt.

Tapuit
Grutto's en Tureluurs zijn in dit deel van de polder nog in een redelijk, maar helaas ook hier afnemend,  aantal broedparen aanwezig. Dat ze jongen hebben wordt wel duidelijk uit hun reacties op zwarte kraaien en een donkerblauwe fotograaf. Scheldend en duikend moet toch wel even gezegd worden dat ze bereid zijn om tot het uiterste te gaan.

Terugfietsend langs hetzelfde pad wordt ik verrast door een  paartje Tapuiten. In Nederland vroeger overal rond hei en duin te vinden maar nu een zeldzaamheid. Door graafwerkzaamheden voor de waterberging zijn op allerlei plaatsen in de polder open plekken ontstaan die voor Tapuiten bijzonder aantrekkelijk zijn. Maar ook een zandhoop of een brede zandweg is jachtterein voor zijn geliefde prooi: grotere insecten. Het zal een uitdaging worden voor het Groninger Landschap, als beheerder van dit gebied, om deze Tapuiten, maar ook Paapjes, Gele kwikstaarten en Veldleeuwerikken blijvend nest- en voedselgelegenheid in de Onnerpolder te bieden.

zaterdag 14 mei 2011

Excursie Waar wij Wonen

Lidrus, Oudemolen
In ganzenpas lopen bijna dertig cursisten achter hun excursieleider aan. Er wordt gesproken over omgekeerde blaadjes met flaporen, elzensigarenmakers of toch elzensigarenrollers en de altijd weer prangende vraag hoe lang het zou duren voordat regenwater uit Westerbork hier in Gasteren boven de grond komt.
Pinksterbloem met gele helmknoppen links; bittere veldkers met violette helmknoppen rechts
 Dit is de cursus "Waar wij Wonen" van IVN Zuidlaren . Als gebruikelijk bij deze natuurorganisatie uit het noorden van Drenthe weer volop belangstelling. Bodem, landschap, vogels, libellen en vandaag flora op het menu. Eerst een avond luisteren en volop vragen stellen aan de groene docent. En nu dan naar buiten. Startend op de parkeerplaats bij het hunebed van Gasteren eerst door het gortdroge eikenbos richting de nog drogere heide. En dan blijkt het landschap toch weer anders dan verwacht. Een diepe depressie verraadt een oude loop van de Drentsche Aa. Afgedamd door stuifzand en inmiddels deels dicht gegroeid met Gagel. Omzoomd met Veenmos en Eenarig wollegras contrasteert het met de donkere struikheide. Snuivend aan een gagelblaadje lopen we verder, even verrast door een kort regenbuitje maar dan weer in de zon. Boompiepers en Geelgorzen trekken de blik af en toe even naar boven. 

Breedbladige orchis
Na de Gasterense Duinen wordt het genieten van Breedbladige Orchissen. Het verschil tussen Pinksterbloem en Bittere Veldkers is toch gemakkelijker dan gedacht. Een smalle plank blijkt bijna een brug te ver maar iedereen schuivelt er toch over heen. Aan de andere kant van het Anloërdiepje trekt een bossige plant al snel de aandacht. Knopig Helmkruid! Nog niet in bloei en ook niet aangegeten door de bonte Helmkruidrupsen.  Kamgras, Grote Ratelaar, Lidrus en Holpijp gaan door vele handen. Teruglopend wordt nog even gestopt bij het Meesters Veen waar Slangenwortel alweer over de grootste bloei heen is.

Waar wij Wonen vraagt aandacht voor de eigen leefomgeving. Verrassend rijk gestoffeerd in een bijzonder landschap.

zondag 8 mei 2011

Bruine Wapendrager op Vennebroek

Bruine Wapendrager
Bijna middernacht op het Landgoed Vennebroek en alles zwijgt. Een laatste kikker kwaakt en dan verstomt ook dat geluid. Het nachtelijk duister bedekt alles als een zwarte regenjas. Maar daaronder: een brandend licht. Wenkend om dichterbij te komen. Als uit het verleden komt een Bruine Wapendrager binnen. Herinnerend aan een tijd dat Groningse jonkers in de zeventiende eeuw een eerste havezathe bouwden aan de oostzijde van de zandrug naar Eelde. Bruin gekuifd en gehuld in een witte mantel. De harige handschoenen bijna devoot naar voren gestrekt. Samen met een gezelschap van Dromedarissen en Lievelingen neemt hij plaats bij het verwarmend licht. Een ereplaats wordt hem aangeboden: de vingertop van Gulliver Medema.

Sinds 2010 doet de Vlinderwerkgroep van KNNV Groningen / KNNV Oost-Groningen nachtvlinderonder-
zoek in het natuurreservaat Vennebroek / Friesche Veen. Natuurmonumenten, eigenaar en beheerder, zal de gegevens gaan gebruiken om haar beheer nog beter aan te passen op alle natuurlijke bewoners van dit schitterende gebied. Inmiddels zijn ruim 465 soorten genoteerd. Sommige met fantastische namen als Hyena, Dromedaris, Kameel en Witte Tijger. Anderen met Latijnse namen die alleen bij ingewijden het hart sneller doet kloppen.  Omwonenden maar ook bezoekers van de Nationale Nachtvlindernacht 2010 hebben inmiddels kennis kunnen maken met deze onvermoede pronkjuwelen van landgoed en veenplas. Op 2 september 2011 is de volgende Nachtvlindernacht, opnieuw een kans om eens mee te gaan met de nachtelijke onderzoekers. De Bruine Wapendrager heeft zich dan inmiddels teruggetrokken maar Gouduilen en misschien zelfs een Windepijlstaart zijn dan mogelijk te zien.

zaterdag 7 mei 2011

Dudeldjo bij de Drentsche Aa

Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken wij de wielewaal
En horen wij die muzikant, dan is zomer weer in 't land!
Dudeldjo klinkt zijn lied,Dudeldjo klinkt zijn lied, Dudeldjo en anders niet.

Hij woont in 't dichte eikenbos, Gekleed in gouden vederdos
Daar jodelt hij op zijn schalmei, Tovert onze harten blij.
Dudeldjo klinkt zijn lied,Dudeldjo klinkt zijn lied, Dudeldjo en anders niet.

Omzoomd door lichtgroen eikenhout ligt Oudemolen te dommelen in de warme voorjaarszon. In de verte roept een Koekoek. En dan klinkt het nog wat aarzelend maar het is de echte zomerbode! Dudeldjo, dudeldjo, zoals het oude volksliedje zo mooi beschreef. De Wielewaal is terug. Onzichtbaar maar onmiskenbaar.

Vanaf de parkeerplaats bij Oudemolen dwalen we vandaag door één van de mooiste stukjes van Drenthe. Door de weilanden, waar de laatste dotterbloemen fel contrasteren met de eerste orchideeën, doorstekend naar het Oudemolense Diep. Dan door naar Gasteren, langs de ijsbaan en naar de Gasterense Duinen. Vervolgens via een mooie slinger langs het Anloërdiepje en de Burgvallen terug naar de Duinen en de parkeerplaats. Een wandeling die in elk jaargetijde een ontdekkingstocht is. Steeds anders gekleurde hooilanden maar ook houtwallen, hakhoutbosjes, heide en natuurlijk de kronkelende, soms brede en dan weer smalle Aa.


Graspieper

Voor een bioloog is het zelfs na meer dan dertig jaar steeds weer verrassend. Na de zang van de Wielewaal worden we uit de boomkruinen toegeroepen door Gekraagde Roodstaarten, Grasmussen, Zwartkoppen en Tuinfluiters. Op de wat meer open plaats doet een Graspieper zachtjes mee. Vlinders als Oranjetip, Citroen, Kleine Vuurvlinder, Icarusblauwtje en Bont Zandoogje hebben het druk met elkaar. Mei is ook de topmaand voor rupsen van met name nachtvlinders.

Meteen aan het begin van de wandeling worden we verrast door twee "harlekijnen": Ringelrupsen! Niet zeldzaam maar met hun fluweel blauwe neusjes en hun fraai strepenpak zijn ze elke keer weer mooi.



Ringelrups

Vele malen kleiner is de Blaasjespistoolkokermot. Een rupsje van iets minder dan een centimeter, gehuld in een nauw sluitend kokertje met daar overheen een geschubde "zijden" mantel. Onherkenbaar voor elke snavel en zelfs voor ons alleen te vinden door eikenblaadjes om te keren.


Blaasjespistoolkokermot

Teruglopend worden we bij de parkeerplaats begroet door het sonore basgeluid van een holenduif. Tijd om weer naar huis te gaan, herinneringen in de rugzak, 175 foto's opgeslagen in de camera en goede voornemens om weer terug te komen.




vrijdag 6 mei 2011

Friesche Veen: van vuilnisbelt tot natuurparadijs

Zacht geklop klinkt boven ons. Een koekoek roept in de verte, zwartkop en merel fluiten alsof er prijzen uitgedeeld worden. En ondertussen gaat de klopgeest gewoon door. Af en toe verplaatsend en plotseling even zichtbaar. Bont gevlekte jas, witte buik en vooral klein. Een Kleine Bonte Specht! De laatste jaren steeds algemener maar toch altijd weer een leuke waarneming. Even later gaat het vogeltje op de wieken in de richting van een dode boom. Een uitnodigende holte blijkt zijn huis.

Nog geen tachtig jaar geleden was het Friesche Veen de vuilstort van Groningen. Kapotte emmers, stukken steen en andere rommel steken nog steeds boven de zompige bodem uit. Maar dankzij het beheer van Natuurmonumenten is het nu een natuurparadijs geworden. Aan de oostkant is er bewust voor gekozen een deel van het broekbos natter te maken. Het waterpeil staat inmiddels tot het maaiveld en grote berken en populieren zijn inmiddels verdronken. Een tragisch lot? Voor de boom misschien wel maar voor de natuur een enorme verrijking. Spechten en spreeuwen vinden er uitstekende nestgelegenheid. Voor Koekoek en Sperwer biedt het uitkijkpunten of markeringen van het territorium. Al staart-wippend laat de Koekoek zien en horen dat dit zijn gebied is. Rietzangers opgepast! nog even en de Koekoek moet op zoek naar een plaats voor haar ei in jullie nesten.
Winterkoninkje
Winterkoninkjes zoeken het lager. Bessenstruiken en frambozen zijn uit tuinafval opgeslagen en vormen nu een oerwoud waar deze kleine vogeltjes geheel in verdwijnen.

Friesche Veen en het naast gelegen landgoed Vennebroek zijn veranderd van vuilnisbelt tot een ideale wandelmogelijkheid voor de wijde omgeving van Haren, Paterswolde en Groningen.

zondag 1 mei 2011

“Camp Ombonde – Enter @ own risk” – Namibië 29 april 2011

Okahandja, Camp Ombonde
Onze natuurreis Namibië sluiten we af  in Camp Ombonde (Okahandja). Kameeldoringbomen omzomen de kronkelige zandweg en dan staan we voor de ingang. Enter @ own risk, dat belooft wat. Naast deze tekst staat ook nog “welcome at open sky”. Logisch voor een camping maar dit slaat op de douches en toiletten die geen dak hebben meegekregen. Verstopt achter rieten matten kun je enige privacy genieten en toch de geluiden van de omringende bush meekrijgen. Verder is het vooral een buitengewoon  comfortabele camping naast de luxe Okahandja lodge met een uitstekend restaurant. 
Monteiro tok, jong, Okahandja

Gekko, Okahandja
De geheel geëxplodeerde binnenband hebben we kunnen vervangen en de 4 WD Bobo camper is van buiten ontdaan van menig kilo zand, leem en klei. Terugblikkend hebben we een ander Namibië gezien dan verwacht. Door de extreme hoeveelheid regen van de afgelopen maanden was het land groener dan ooit. Beelden die je meekrijgt uit Nederland zijn vooral de droge duinen van Sossusvlei, de diepe Fish River  Canyon en de oneindige zoutvlakte van Etosha.  Het gevarieerde landschap, de rijke flora en fauna, zelfs van de gortdroge zandduinen in de Namib woestijn, en de buitengewoon vriendelijke bevolking maken het tot een perfecte bestemming voor een natuurreis. Minder gevarieerd dan de Kaap of het vroegere Transvaal maar verder zeker zo aantrekkelijk als reisdoel.
Okahandja,einde van de reis

Bushbabies! – Namibië 27 april 2011

Lesser Bushbaby, Waterberg
De zon is al enige tijd achter de Waterberg verdwenen maar er is nog voldoende licht om de zebramangoesten te zien terugkomen van hun zwerftocht. De jongste dieren zijn nog steeds aan het spelen terwijl hun ouders wat laatste eetbare hapjes proberen op te sporen. En dan gebeurt het.

Lesser Bushbaby, Waterberg
Springende schimmen verschijnen. Zebramangoesten kunnen veel maar springen en klimmen door bomen en struiken hebben ze nog niet geleerd. Dichterbij gekomen krijgen de schimmen vorm en kleur. Grijs wollig, een lange grijptaart, korte pootjes en vooral enorme ogen. Lesser bushbabies of Kleine Spookaapjes! Alleen te zien als ze hun gezamenlijke slaapnest verlaten voor hun solitaire nachtelijke tochten. Een geweldige ervaring om deze halfaapjes te zien.

De meeste menselijke tochten vanuit Waterberg Plateau Camp volgen een vast patroon. Slingerend door het hellingbos en klauterend naar de plateaurand. Het uitzicht is bizar: een totaal platte vlakte met twee steenpuisten.

Waterberg, Namibia
De natuur doet zijn uiterste best om deze laatste uitsteeksels ook te laten verdwijnen. Overal is  zandsteen gebarsten en gespleten. Enorme brokken zijn naar beneden gerold en bieden wat twijfelachtig houvast op de tocht naar boven. Varens en een uitbundige vegetatie laten zien dat het hier buiten de regentijd om ook vochtig blijft. Af en toe klinkt het harde gepiep van Rockrunners.
Rockrunner, Waterberg
Deze 17 centimeter grote vogel komt alleen in Namibië voor en gedraagt zich meer als een struiksluiper dan een rotsspringer. Heel rustig blijven staan blijkt weer eens te werken. Een snavel, dan de gestreepte kop en tenslotte is ook de oranjebruine onderbuik te zien.
Waterberg met Aloë's

Waterberg, mestkever

Waterberg, Damara dikdik

Waterberg, jonge klipdas


Grijze tok, Waterberg

Rüppels papagaai, Waterberg

Op de meer geëxponeerde hellingen maken de vijgenbomen plaats voor hoog opgeschoten Aloë's. Helaas niet in bloei maar wel imponerend door hun meer dan manshoge stammen gekroond met een bladerkroon. De mooiste exemplaren zijn met een korte rondwandeling gemakkelijk te vinden. Teruglopend in de late namiddag is het genieten van spechten, toks en baardvogels in diverse bomen langs de weg.

Vette boterhammen en een droge poel – Namibië 28 april 2011

Waterberg

Als de deur van de nacht naar de dag opengaat rolt een klamme mist over onze safari truck. Zestien kilometer hotsen en botsen vanaf half zes en dan ook nog dit weer! Waarom zo vroeg uit onze camper gekropen? Het doel is een ochtendsafari door het afgesloten deel van het Waterberg Plateau Natuurreservaat.
Waterberg
Hoog op de berg heeft men getracht de oorspronkelijke wildstand weer te herstellen. Kaapse buffels, Witte en Zwarte Neushoorns maar ook Sabelantilopen zijn inmiddels weer present. Helaas (of gelukkig?) zijn ze niet gewend aan auto's. Nadat de mist opgetrokken is zien we honderden sporen maar verder in bijna drie uur niet meer dan een half verborgen Sabelantiloop en twee Steenbokjes.

Steenbok, Waterberg
Een ochtendsafari is vrijwel alijd inclusief ontbijt. Ditmaal geserveerd bij een droge en vooral verlaten poel. In vet gebakken boterhammen, een portie biltong (gedroogd vlees), een muesli reep en twee stuks fruit. Een sapje en thee of koffie zoveel je wilt maken het ochtend maal compleet. Verhalen over safari's waar wel veel te zien was komen los. Twee Engelse gasten zijn de dag na onze night drive in Namutoni (Etosha) meegegaan met dezelfde gids. Sammie kon helaas onze leeuwen niet meer laten zien maar wist wel een Luipaard te betrappen tijdens een aanval op een Zebra.

Terug in het kamp verandert het weer opnieuw. Donder en regen afgewisseld met zonnige perioden. Voldoende tijd om achterstanden met verwerken van foto's in te lopen en betere foto's te maken van de Rüppels papegaaien die in het kamp rondvliegen. Een korte wandeling naar het Duitse oorlogskerkhof (Herero oorlog, 1904) geeft een wat minder vrolijk beeld van onze aanwezigheid in dit gebied. Met weer een prachtige show van ontwakende Kleine Spookaapjes wordt onze laatste dag in het Waterberg gebied afgesloten.

Waterberg in het water – Namibië 26 april 2011

Waterberg, Namibië
Oostelijk van Otjiwarongo steekt een rode puist uit het landschap. Vijfhonderd meter boven het plateau uitstekend is de Waterberg al van ver te zien. Oeroud zandsteen, harder dan het omringend gesteente heeft gezorgd voor een uniek gebied midden in de savanne. Planten en dieren uit noord en zuid hebben hier de steeds verder verdrogende savanne kunnen overleven. Vandaag ligt het gebied zelfs bijna letterlijk op een eiland. De brede zandweg is veranderd in een verdronken zandbak. Nog zwaarder voor elke verkeer zijn de drie rivieren die normaal droog staan en nu de tientallen millimeters regen proberen af te voeren. De eerste is smal en goed te doen, door de tweede ligt een betonnen plaat maar dan komt de derde. Uit de verte zien we al een verzameling voertuigen in wanordelijke opstelling. Een safari truck van Namibian Wildlife Reserves heeft net een vrijwel verzopen bus gered uit de rivier en op het droge getrokken heeft. Een kleiner busje wordt achter de truck gehaakt en ook door de snelstromende watermassa  gesleept. Aan onze kant staat een personenwagen die het niet gehaald heeft. De motorkap staat open en onderdelen liggen te drogen. Naast de zeker 50 centimeter water blijkt ook de bodem een probleem. Drijfzand! En dan wordt naar ons gekeken. Wij zouden het moeten kunnen halen!

Waterberg, file bij ondergelopen weg
Een behulpzame passant loopt voor onze Nissan Patrol uit. Met de motor in de zwaarste 4WD optie rollen de voorwielen het water in. De achterwielen volgen en daar gaan we. Golven bruisen links en rechts. De wielen weten echter grip te houden terwijl het water aan de onderkant van de motorbak likt. Met gejuich en opgestoken duimen wordt ons uit het water oprijzende monster begroet als we de andere oever oprijden.
Waterberg

Paarse scharrelaar, jong, Waterberg

Waterberg Plateau Camp blijkt alle inspanningen meer dan waard te zijn. Een voormalige missiepost die in 2007 verbouwd is tot een prachtig resort. Het camping gedeelte delen we met Damara dik-diks, Gestreepte mangoesten, Grote glansspreeuwen en Rüppels papagaaien. Boven de camping ruim honderd meter zandsteenklif, op en om de camping hoog opgaand hellingbos. De vele wandelmogelijkheden liggen uitnodigend klaar voor morgen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...