dinsdag 30 augustus 2011

Haren opnieuw verrijkt met bijzondere Knoppergallen

Knoppergal Haren
Jaren geleden werd door de bekende natuurvorser en Hortusgids Ernst Flentge al melding van gemaakt: de Knoppergal heeft Haren bereikt. Zeer bijzonder want deze gal heeft voor een succesvolle vestiging twee eikensoorten nodig: de exotische Moseik uit Midden Europa en onze inlandse Zomereik. Twee weken geleden werd bij de nieuwe begraafplaats aan de Ebelsweg opnieuw een aantal Knoppergallen op Zomereik gevonden.

Galappel
Gallen zijn uitgroeisels op planten, veroorzaakt door allerlei organismen. Meestal zijn het mijten, galmuggen, bladwespen of galwespen die een gastheer nodig hebben voor hun jonge broed. Een plant laat zich echter niet zomaar opeten. Het eitje of de jonge knagers worden letterlijk opgesloten in een cel gebouwd van plantenweefsel. Omdat bijna elke galveroorzaker een unieke reactie bij zijn eigen plantensoort veroorzaakt zijn gallen meestal goed op naam te brengen. De meest bekenden zijn de Galappel en de Galnoot, beide voorkomend op bladeren van Eik. Net als de Knoppergal kennen ze een zogenaamde generatiewisseling met een geheel vrouwelijke generatie in het vroege voorjaar en een zomergeneratie met zowel mannetjes als vrouwtjes. Beide generaties veroorzaken hun eigen gal. Zo vormt de Galappelwesp in het vroege voorjaar Paarse Knoopgalletjes. Op hun beurt komen deze uit en na paring leggen de vrouwtjes eitjes op eikenbladeren waar vervolgens Galappels ontstaan.
Paarse Fluweelgal
De Knoppergal heeft het zich wat moeilijker gemaakt. De zomergeneratie heeft jonge eikels nodig van Zomereiken en veroorzaakt daarop Knoppergallen. Aan het gaatje op de Harense knoppergal is te zien dat dit succesvol was en de jonge wespjes inmiddels uitgevlogen zijn. Voor de voorjaarsgeneratie zijn van een Moseik bloemknopjes nodig waar meeldraden uit zullen groeien. Zodra deze verschijnen komen de eitjes uit en begint de galvorming.

Zo ver bekend staat er in het Harense gemeentegroen geen Moseik. Vermoedelijk is er in een particuliere tuin deze bijzondere boom wel aangeplant. Ook dit insect is daarmee Harens burger geworden.


maandag 29 augustus 2011

Moord in een Harense keuken

Vliegendoder met prooi
Daags na publicatie van Dorst in het Vliegenrijk waren we getuige van moord in een Harense keuken. Geen begin van een spannende detective, met altijd een goede afloop, maar een strijd op leven en dood. Uitgevochten op het witte aanrecht was eerst niet te onderscheiden wie aanvaller of slachtoffer waren. Ledematen probeerden grip te krijgen, lijven tolden om elkaar heen. Bijten, trappen, alles werd gebruikt om de afloop van het gevecht te beïnvloeden. Minuten leken uren maar uiteindelijk was de strijd snel beslecht. Twaalf poten en zes vleugels werden zichtbaar.

Het bleek aanschouwelijk onderwijs te zijn over het leven van de geel-zwart getekende Vliegendoder. Deze graafwesp vangt allerlei vliegensoorten, waaronder deze Huisvlieg maar ook Dazen en Strontvliegen. Niet als smakelijke diner maar als lunchpakket voor hun nakomelingen. Vers is ook bij Vliegendoders van groot belang, als de eitjes uitkomen moet het meegegeven voedsel niet beschimmeld of vergaan zijn. Daarom worden de gevangen vliegen met een beet in een zenuwknoop verlamd en als levend voer aangeboden aan het kroost. Keurig begraven in een holletje onder plaveisel of zomaar ergens in een steil wandje. De gangen kunnen soms wel 50 centimeter diep zijn en bevatten vier tot elf vliegen. Voldoende om de jongen te voeden en zich te laten verpoppen. In het volgend jaar zullen ze uitkomen om zelfstandig op jacht te gaan naar nieuwe vliegen.
Dambordvlieg
Jonge vliegendoders worden op hun beurt ook belaagd. Niet als volwassen insect maar als larf zijn ze voedsel voor Dambordvliegen. Eten en gegeten worden, moord in een Harense keuken maakt deel uit van de steeds doorgaande cyclus van voedingsstoffen in de natuur.






zondag 28 augustus 2011

Lauwersmeer, natuurschoon in augustus

Lauwersmeer
Donkere luchten ontladen zich boven het Lauwersmeer. Donderslagen en stortbuien geselen het landschap. Maar tussendoor schijnt de zon en dan blijkt het gebied van land en water zich ook in augustus weer te openbaren als een levend natuurmuseum.

Lepelaars en paarden




Groepen jonge lepelaars, pas geringd met glanzend geel en blauw, komen vanaf Schiermonnikoog naar het Jaap Deensgat om zich barstens vol te eten met Tiendoornige Stekelbaarsjes. Ze hebben het hard nodig voor hun lange vlucht naar de Spaanse moerassen en vandaar naar de West-Afrikaanse overwinteringsgebieden. Hoeveel zullen het overleven? Welke van deze veelvoud aan ringen zullen ooit weer teruggemeld worden?

Watersnip
Terwijl het blinkend wit verschillende telescopen trekt gebeurt er van alles vlak onder de vogelkijkhut. Jonge Gele Kwikstaarten proberen tevergeefs de aandacht van oudere vogels te trekken. Ze zullen nu echt voor zich zelf moeten zorgen. Maar dan gebeurt het. Lang gesnavelde, bonte getekende vogels lijken als uit het niets te verschijnen. De goede schutkleur van vele Watersnippen maakt dat ze ongemerkt tot onder de neus van vogelaars kunnen rondscharrelen. Augustus is de maand dat grote groepen van deze vogels het Lauwersmeer als laatste stopplaats voor de grote trek nog even aandoen.

Bitterling
Nu toch het oog naar de grond gericht is blijkt dat in augustus het bloemenfeest nog lang niet afgelopen is. Guirlandes van Parnassia begeleiden het pad naar de Jaap Deens vogelhut. Nog meer spektakel is te vinden in de orchideeënweiden. Terwijl de Rietorchis en de Moeraswespenorchis al uitgebloeid zijn opent juist nu een uiterst zeldzame plant zijn gele bloemen. Op blauwgroen aangelopen stengels staat er Bitterling te pronken. Een aanwinst voor het Lauwersmeer van het afgelopen decennium. Passend bij een milieu met kalkrijk schelpenzand kenden we de soort vroeger bijna alleen van het Voorne's Duin. Eerst voorzichtig bij de hoge voetgangersbrug en nu al op meerdere weides te vinden.

Zwartwordende Wasplaat
























Lager bij de grond kondigt de herfst zich aan. De eerste stuifzwammen en gordijnzwammen zijn al massaal aanwezig. Veel opvaller is echter de Zwartwordende Wasplaat tussen het gras. Een teer, oranjerood zwammetje met brede plaatjes. Zodra de sporen rijp zijn verkleurt de paddestoel naar een onaantrekkelijk zwart.

Lauwersweer, in elke maand weer anders.


donderdag 25 augustus 2011

Groene Parel Haren, nu al in het zilver

Haren doet stevig mee in de wedstrijd om de titel "Leukste Dorp van Groningen". En dat zullen we weten ook, zelfs de groene kroonjuwelen van Haren gaan er voor. Vanmiddag werd zelfs een voorsprong op de uitslag genomen: een zilveren, gevleugelde guirlande spreidde zich uit over de Onnerpolder. Zou deze voorspelling uitkomen en Haren op de tweede plaats eindigen? We weten het in september.
Grote Zilverreiger, Onnerpolder
Zeker negen, maar mogelijk nog veel meer, Grote Zilverreigers zetten Haren in het zilver. In de trektijd is het ook voor hen noodzakelijk om de beste plaatsen op te zoeken. En wat is er beter dan de groene poldergordel om Haren heen? Kikkers, jonge muizen en grote insecten zijn er in overvloed. Rond stappend, alleen of in paren, lijken ze toch wat bedachtzamer dan de net iets grotere Ooievaars. Zeker zijn ze kieskeuriger, er wordt niet willekeurig gemaaid en gehapt. En, ondanks de af en toe wat slordig opwaaiende vleugelveren, ze zijn eleganter. Hun gele snavel als een sieraad hoog in de lucht gestoken lopen ze als balletdansers door het groene gras.
Goudplevier
Deze mogelijke voorbode van de uitslag wordt binnenkort opgevolgd door het Goud!. Helaas pas na afloop van de grote wedstrijd maar in de winter wordt de waarde van de Onnerpolder nogmaals onderstreept door de komst van Goudplevieren. Altijd samen met hun vrienden, de Kieviten. Waar Zilverreigers al van honderd meter afstand zichtbaar zijn is het bij Goudplevieren toch vooral zoeken en luisteren.

De groene parel Haren, nu in zilver, straks in goud gevat.

Dorst in het vliegenrijk

Keizersvlieg, Lucilia caesar
Vliegen zijn er in duizenden soorten en maten. Van vreedzame bestuivers tot bloeddorstige parasieten. Allen zijn het grote drinkers, tanden ontbreken en hun voedsel moeten ze door een "rietje' opzuigen. Sommige zwart zoals onze huisvlieg, andere bont gekleurd zoals vele zweefvliegen. Op veel sympathie behoeven ze niet te rekenen en de vliegenmepper is vaak binnen handbereik. En dat is ook best te verdedigen als het gaat om Regendazen die een wandeling letterlijk tot een kwelling kunnen maken. Maar kijk ze eens recht aan en je bent verkocht. Reflecterend en iridiserend lijken hun ogen op een bijna absurdistisch schilderij. De vrouwtjes hebben bloed van zoogdieren nodig om hun eieren te kunnen laten ontwikkelen.
Regendaas, Haematopa pluvialis

Voor vleesvliegen als de Keizersvlieg is het niet nodig dat het bloed nog stroomt. Vocht uit dode dieren of mest is hun lievelingsdrank.

Roofvliegen zijn hun gehele volwassen leven afhankelijk van lichaamssappen. Niet van ons maar van allerlei insecten. Er zijn zelfs soorten waarbij het mannetje met een smakelijke prooi de dames proberen te verleiden. Vanaf een uitkijkpost speuren ze met hun facetogen de omgeving rond en alles wat van een passend formaat is wordt bliksemsnel gegrepen.
Roofvlieg met lieveheersbeestje

Wolzwevers en  Blaaskopvliegen zijn echte specialisten. Voor hun larven hebben ze levende hommels, bijen of sprinkhanen nodig. Terwijl deze nietsvermoedend een bloem bezoeken krijgen ze een eitje op hun achterlijf geplakt. Uitkomende larfjes kruipen naar binnen en als dank voor het aangenaam verpozen eten ze hun gastheer op. De wolzwever Exoprosopa capucina gaat nog verder, het is een  superparasiet op sluipwespenlarven in rupsen van Dennenuilen.

Wolzwever,Exoprosopa capucina
Blaaskopvlieg, Sicus ferrugineus

Zweefvliegen hebben geen dierlijk vocht nodig. Een dagelijks slok nectar geeft voldoende energie om als een kolibrie rond bloemen te kunnen snorren. Velen lijken op wespen of zelfs harige hommels maar dit is slechts een loos gebaar. Vogels worden gefopt maar ze kunnen niet steken.
Pendelzweefvlieg, Helophilus pendulus
Dorst in het vliegenrijk. Als we de vliegenmepper eens laten liggen blijkt elke vlieg weer anders. Groot of klein, bont of monotoon gekleurd, het zijn allemaal drinkebroers met een eigen drankenlijst in het grote natuurcafé.





maandag 22 augustus 2011

Tijgerspinnen

Tijgerspin
Sinds 1980 komen in Nederland Tijgerspinnen voor. Geen harige monsters die jagen op muizen en jonge vogels maar geel-zwarte  spinnen uit het Middelandse Zeegebied. Decennia lang hebben zij er over gedaan om hun leefgebied uit te breiden naar het noorden. Dertig jaar na 1980 zijn ze redelijk algemeen geworden.

Vrouwtjes worden van kaak tot achterlijfspunt ongeveer 15 millimeter lang maar lijken door de enorme poten veel groter. Mannen moeten het doen met 5 millimeter maar zijn toch nog voldoende imponerend voor de dames.

Tijgerspinnen worden vanwege hun opvallende tekening ook wel Wespspinnen genoemd. Hun webben zijn fors en worden zo opgehangen in het gras dat er geen ontkomen meer aan is voor passerende sprinkhanen, kevers of libellen. Waar het witte laddertje midden in het web voor dient is niet duidelijk. Een platform voor de wachtende spin? Extra versteviging van het weefsel? In ieder geval maakt het de webben van Tijgerspinnen onmiskenbaar.

Tijgerspin, nest
Voor jonge spinnen wordt een comfortabele villa gebouwd. Urnvormig, zo groot als een tennisbal en voorzien van een stevige buitenwand. Zolang de eieren rijpen of de jongen thuis zijn is er rond de klok bewaking door het vrouwtje. Voeding krijgen ze niet en als de meegegeven reservevoorraad op is moeten ze er op uit om zelf hun prooi te vangen.

Tijgerspinnen zijn inmiddels geheel ingeburgerd in de Nederlandse fauna. Voor sprinkhanen een extra bedreiging, voor ons een verrijking van een natuurwandeling door hei en graslanden.


zondag 21 augustus 2011

Miniaturen op het Eexterveld

Eexterveld
Op 26 mei werd de verrekijker gericht op het Eexterveld als een levend landschap, vandaag is de loupe nodig voor miniaturen in dit unieke natuurreservaat tussen het Drentsche Anloo en Anderen. Waar ploeg en eg in de jaren zestig knarsend tot stilstand kwamen ligt nu de botanische schatkamer van het "Olde Landschap". Blauwe knoop, Kattenstaart, Klokjesgentiaan en Struikheide proberen de bezoeker te verleiden om eens in de oranje wandelroute te volgen. Niet voor zich zelf maar voor hun buren die te klein zijn om op te vallen.

Klein Glidkruid
De grootste woont op de natste plekken. Klein Glidkruid is familie van o.a. de bekende Dovenetels en gedijd hier prima op op een ondoorlatende keileemlaag. Gestamp en gespetter van koeien is geen enkele probleem. Zaden worden zo verspreid en er ontstaan nieuwe, modderige, plekken waar ze kunnen ontkiemen.

Dwergbloem
Dwergvlas
Voor de echte miniaturen moeten we het iets hogerop gaan zoeken. In augustus zijn Dwergvlas en Dwergbloem vrijwel uitgebloeid maar dankzij hun vruchtjes nog steeds te vinden. Klein Glidkruid is met tien centimer een reus naast deze plantjes. Vijftien tot twintig millimeter is genoeg voor ze. Takjes, blaadjes, bloempjes en zaden, alles is aanwezig maar zonder loupe nauwelijks te zien.

Draadgentiaan
Tussen deze twee dwergjes staan grote aantallen , geel getopte sprietjes. Meestal nog veel kleiner maar hier en daar zelfs enkele millimeters langer. Goed kijkend lijken het nog steeds lucifers van lilliputters. Het zijn Draadgentianen! Uiterst zeldzaam en de ontdekking van deze miniatuur door de gebroeders Hospers staat geboekstaafd onder het kopje `Unieke Waarnemingen`. De bloempjes gaan nauwelijks open en dan ook nog midden op de dag als de zon schijnt.

Eexterveld, onderdeel van het Nationaal Beek en Esdorpenlandschap Drentsche Aa. Niet alleen een levend landschap maar ook een floristisch paradijs voor fijnproevers.
KNNV Groningen op zoek naar miniaturen in het Eexterveld



Oernatuur op de kwelder van Schiermonnikoog

Schiermonnikoog, kwelder
In de verte lokt het Willemsduin. Eens het laatste duin van Schiermonnikoog en eindpunt van de kwelder, nu voorbij gestreefd door stuivend zand en een wandelend eiland. Na de broedtijd is het nog steeds het verste punt voor een dagje Schier, nog verder betekent dat de laatste boot mogelijk niet meer gehaald wordt.

Schiermonnikoog, Willemsduin
Deze natte zomer laat goed zien dat de natuur van Schiermonnikoog zich niet in een harnas van paadjes laat persen. Regenwater heeft paden verbouwd tot nieuwe slenken. Waar eens vaste grond lag verschijnen verraderlijk diepe prielen en kreken. Riet en zeekraal staan naast elkaar om aan te geven dat het gevecht tussen zoet en zout water nog lang niet gestreden is. De mens als bezoeker is hier letterlijk gast in oernatuur. Een landschap getekend in eenvoudige kleuren en open tot aan de horizon. Iedereen is het er over eens dat het gebied van een ongekende schoonheid is. Tegelijk is het ook een weerbarstig gebied. We zijn zo verwend in deze aangeharkte maatschappij dat bij velen de moed in de schoenen zinkt als ze voor de uitdaging staan om zo het Willemsduin te bereiken.

Goudknopje
Landschap en vegetatie zijn echter uitstekende wegwijzers. Zeekraal en Riet moet gemeden worden maar pollen Zeerus of velden met het grijze Zeealsem zijn natuurlijke stapstenen. Paarse Zeeaster is wel te vertrouwen maar het gele, en exotische, Goudknopje niet. Brede slenken vormen onneembare barrières met een stinkende modderbodem. Volg echter de oever richting het duin en je komt bij een versmalling. Koers op de doorbraak van de Stuifdijk en volg het verlengde Waterstaatspad tot aan paal 13, vervolgens recht de duinen oversteken en het machtige Willemsduin ligt aan je voeten.

Teunisbloem

Op de laatste dag van de Nijmeegse Vierdaagse worden traditioneel gladiolen aangeboden. Het Schierse Willemsduin laat juist nu elke finalist genieten van geurende, gele Teunisbloemen. Samen met het onvergetelijke landschap, de geluiden van Kleine Mantelmeeuw en Graspieper en de geur van het zilte water biedt het een herinnering aan de oernatuur van een prachtig eiland.

vrijdag 19 augustus 2011

Gesignaleerd: kamelen, beren en hyena's!

Kameel
Lynx en wolf in Nederland. Een ontsnapte poema op de Veluwe. Prachtige krantenkoppen in komkommertijd. En dat terwijl we in de afgelopen eeuwen ons uiterste best hebben gedaan om niet alleen grote roofdieren maar ook alles wat maar enigszins imposant was  af te schieten of buiten de deur te houden.

Helaas, het is niet gelukt. Afgelopen zomer zijn ze weer overal gesignaleerd. Ook rond Haren en Paterswolde hebben ze vaste voet onder de grond gekregen. Beren, hyena's, tijgers en zelfs kamelen hebben we in onze achtertuin gekregen. Hoewel gekregen? Verborgen door het nachtelijk duister waren ze er altijd al, ongezien en ongestoord grazend en jagend.
Voorzichtig zijn ze te benaderen. En dan blijken ze niet voorzien van machtige klauwen of een stevig gebit. Het zijn zelfs, in tegenstelling tot hun naamgenoten, geen zoogdieren maar insecten. Kamelen, beren en hyena's zijn nachtvlinders die als rups in uiterlijk of gedrag op deze dieren lijken. Een kameel, bijvoorbeeld, heeft als rups twee bulten op zijn lijf. Niet bedoeld om water op te slaan maar wel om vogels in verwarring te brengen. Wat is nu de kop? Het lijkt wel Russische roulette, slechts op één plaats is het raak. Zo niet? Helaas voor de mees laat de rups zich dan snel vallen. Beren hebben als rups een stevige vacht. Met enige fantasie zou je hier de wintervacht van een majestueuze Grizzley in kunnen zien. Hyena's hebben als rups niets van hun hooggeschouderde en vraatzuchtige vrienden in Afrika. Maar let eens op hun gedrag. Ze eten niet alleen eikenblad maar als het even kan ook hun soortgenoten. Kannibalengedrag bij rupsen, vreemder kan het bijna niet.
Grote Beer




donderdag 18 augustus 2011

Doolhof in het Scharlakenbos

Scharlakenbos, Haren
Rechtlijnig aangelegd aan het begin van de vorige eeuw is het Scharlakenbos in Haren een oord om gedachteloos te dwalen. Omzichtig laverend om koeienflap en plas wordt uiteindelijk het westelijkste deel bereikt. Diep in de sloot groeit de zeldzame pilvaren, zwarte runderen grazen in het weiland en daarachter ligt de nieuwe begraafplaats. Een bank nodigt uit om na te denken over de zin van dit mooie leven. We eindigen allen aan de overkant van de sloot, zonder brug om terug te keren.

Geelbruine plaatjeshoutzwam, doolhof van plooien aan de onderzijde
Opgeschrikt door gesnurk van een nieuwsgierig kalf komt de passant weer terug in deze tijd. Waarheen nu? De bank reikt het antwoord aan: volg het doolhof en de ingang wordt teruggevonden. Kronkelend, links en rechts, het wordt een uitdaging. Als het pad gevonden is volgt een tweede aanwijzing. Nu in groen geëtst, wegen kruisen elkaar maar de uitgang is in zicht.

Klein Springzaadmineerder
Al deze bijzondere aanwijzingen worden door de verrassende natuur van het Scharlakenbos aangeboden. Een Geelbruine houtzwam heeft achterzijde en zijkanten van de bank inmiddels voorzien van tientallen centimeters brede elfenbanken. Onder de hoed het doolhof van plooien, niet bedoeld om de weg te wijzen maar om ruimte te bieden aan miljoenen sporen. De tweede kaart, ditmaal in groen en wit uitgevoerd is uitgegraven door een Klein Springzaadmineerder. Meerdere larfjes van dit mugje hebben tussen boven en onderkant van het blad geleefd.  Al etend ontstaan krabbels die nog onleesbaarder zijn dan het gekriebel van Guido Gazelle's Schrijvertje. Toen ze volgroeid waren hebben ze het blad verlaten en zijn in de bosbodem verpopt.

Het Scharlakenbos,een plaats waar je niet kunt verdwalen.




De Russen komen!

Russenvegetatie
Iedereen die in de jaren zestig opgegroeid is weet het nog. De Russen zouden eens hun ijzeren fort kunnen verlaten! Machtsvertoon in de Noordduitse laagvlakte van ons dappere, toen nog langharige, Nederlandse leger bleek afdoende. Uiteindelijk kwamen de Russen toch niet.

Maar fiets nu eens vanuit Haren via Waterhuizen naar Hoogezand. Zodra het fietspad naar het oosten afbuigt lijkt onze collectieve angst toch werkelijkheid te worden. Donkergroen,  laag bij de grond voortkruipend, zijn de eerste pelotons Russen al over de Ebelsweg opgerukt. Niets staat ze meer in de weg, ook in de buitenwijken van Haren zijn al verkenners gesignaleerd. Zwijgzaam, bruin gekuifd, nemen ze ons land over....

Pitrus
Het is echter een andere Rus dan die uit de jaren zestig. Pitrus is een grasachtige plant die bij de familie van de bloembiezen behoort. Op veel plaatsen waar landbouwgrond omgezet wordt in natte schraallanden verschijnt Pitrus. Een overmaat aan fosfaat, stikstof en sulfaat gecombineerd met een hoge grondwaterstand zorgt er voor dat deze plant de overhand kan krijgen. Koeien, paarden en schapen eten bij voorkeur geen Pitrus. Doen we verder niets dan zal deze Rus voor jaren ons land domineren. Weidevogel of botanisch beheer krijgt dan geen kans.

Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen en het beheerdersnetwerk blijkt dat er wel degelijk wat te doen valt aan deze invasie. Voorgesteld wordt om de grondwaterstand iets te verlagen maar ook plaggen en maaien voordat de zaden rijp zijn. In Noord-Holland hebben ze een herbicide gebruikt maar dan krijgen ook andere planten een dreun. Helaas vraagt dit alles wel om investeringen in natuurbeheer en dat is onder dit kabinet een gevoelig onderwerp. Voorlopig zullen we dus, niet alleen in Haren, geregeld Russen tegen blijven komen.





woensdag 17 augustus 2011

Groene kroonjuwelen van Haren, deel 3

Moeras en Bos Familie Weemhoff/van der Straaten
Even buiten het  dorp Haren, aan de Waterhuizerweg, staat aan de linkerkant een imponerend houten hek. Een beetje verweerd en passend bij de overkant waar de Harense wildernis begint. Er achter een bijna verstild laagveen landschap met een gemaaid graspad. En dan valt het oog op een geel bordje onder een overhangende Schietwilg. Dit is het "Moeras en Bos" van de familie Weemhoff / van der Straaten. Particuliere natuurbeheerders die hun groene huiskamer graag delen met bezoekers. Stap even over het laagliggende draad en je komt in een wereld waar je stil van wordt.
Groene Kikker

Letterlijk honderden groene kikkers springen links en rechts over het pad heen. Een beetje verbaasd over deze tweebenige fotograaf maar poseren willen ze wel. Overal is water. Langgerekte veensloten verbinden rechthoekige veenputten. Strakke oevers hullen zich in een mantel van bloeiend Leverkruid, Kattenstaart en Watermunt. Een paradijsje voor Kleine Vos, Klein Geaderd Witje, zweefvliegen en hommels. Laag in de vegetatie probeert ook het, niet algemene, Glidkruid, zijn blauwe bloempjes te tonen maar slaagt daar niet helemaal in. Manshoge Engelwortel staat op meer beschaduwde plaatsen.

Moeras en Bos
Het gebied laat zien wat de aangrenzende Oosterpolder van het Groninger Landschap kan worden. Een venster op het bloeiende laagveenlandschap van het Gorecht uit de negentiende eeuw. Uit een tijd toen er nog geen diepontwatering was, geen dijken voor waterberging en er ruimte was voor mens én natuur. De familie Weemhoff / van der Straaten laat zien dat met particulier natuurbeheer opmerkelijke resultaten te behalen zijn en delen dit ook graag met u.

maandag 15 augustus 2011

Eenzaam maar niet alleen

Pluimvoetbij
In mijn blog schreef ik al eerder over solitaire bijen. Een naam die altijd doet denken aan "Alleen op de Wereld" van Hector Malot. Remi die zonder ouders en vriendjes op stap gaat in de boze wereld. Solitair is eenzaam zijn als het gaat om de woning die niet gedeeld wordt met duizenden soortgenoten zoals bij de Honingbij. "Alleen" zijn deze bijen echter zeker niet. Vanaf maart tot ver in de zomer zijn op allerlei plaatsen solitaire bijen te zien die juist als groep lijken te opereren. Makkelijk om een partner te vinden maar ook om het minder vriendelijke lieden juist moeilijk te maken.
Heidezijdebij, mannetje

Op de paarse vlakten van Drenthe en de Veluwe zijn leuke voorbeelden te vinden van deze samenwerking. Pluimvoetbijen vallen door hun grootte het meest op maar Heidezijdebijen zijn in aantal veel meer aanwezig. Beide zijn het echte koloniebroeders die elk steil kantje weten te gebruiken. En als dat al bezet is wordt er gewoon een onderaardse gang in een zandpad aangelegd. Als vele solitaire bijen verzamelen ze beide stuifmeel. Mevrouw Pluimvoetbij heeft daarvoor een gele stoffer aan haar achterpoten. De dames Zijdebij hebben dit niet en kunnen dus ook veel minder stuifmeel aan hun pootjes meenemen. Zij bieden echter wel een extraatje aan het huisje
Heideviltbij

van hun nageslacht. De ingang van de woning wordt bekleed met een als zijde glanzende substantie. Of dit echt helpt tegen piraten is maar de vraag. Want waar Heidezijdebijen zijn is ook de Heideviltbij vaak dichtbij. Een echte koekoek die er niet voor terug schrikt de woning van anderen binnen te brengen. Haar ei komt net iets eerder uit en eet letterlijk de gehele mondvoorraad van de zijdebijen op.

Kleine roetbij, mannetje
Heel anders van kleur en uiterlijk is de Kleine Roetbij. Net als de Pluimvoetbij meestal te vinden op gele composieten maar zijn gedrag is totaal anders. Geen gebezem met een stoffer maar gewoon onderdompelen in het stuifmeel. Een gele Roetbij is dus een toonbeeld van ijver. Mannetjes van de Kleine Roetbij lijken er zelfs prinsheerlijk bij te gaan liggen. Ze weten dat de dames toch wel langskomen.

Eenzaam maar niet alleen. Het leven van solitaire bijen blijft boeien. Voor meer informatie zie Nederlandse bijen of mijn blog Bijzondere behuizing in Haren.


zaterdag 13 augustus 2011

Uitverkoop op het Balloërveld!

Struikheide
Parkeer de auto aan de noordkant van het Balloërveld en je ruikt het direct: het is uitverkoop! Zoet, een beetje honingachtig en niet te weerstaan. En omdat het om ruilhandel gaat is het onvoorstelbaar druk. Duizenden, zo niet honderdduizenden geïnteresseerden haasten zich naar dit gebied alsof er te weinig voor iedereen zou zijn. Letterlijk laagvliegend, zonder enig acht te slaan op verkeersregels in de lucht of op de grond storten ze zich op de uitgestalde waren. De keus is beperkt, net als in vroegere Sovjet winkels bepaald het Balloërveld wat er verkocht wordt: heidenectar en voor de fijnproevers nog wat stuifmeel.

Voor ons, tweebenige wezens, is het alleen maar genieten van kleur en geur. Wij moeten wachten tot de nijvere werkers de grondstoffen van het veld verwerkt hebben tot pure heidehoning. Maar ga eens zitten en verbaas je over de gigantische drukte rond de lichtpaarse bloemen. Het is maar eenmaal per jaar uitverkoop en nu moet je er bij zijn.

Honingbij



Alles overheersend is de zoemtoon van tienduizenden honingbijen. Laag invliegend en zich geen tijd gunnend om rustig bloem voor bloem af te werken. Er is dan ook meer voor hun te halen dan alleen nectar. Heidestuifmeel verdwijnt met grote hoeveelheden richting het nest. Brood voor het hongerige kroost. Aardhommels en steenhommels weten ook wel raad met de buisvormige bloemen. Even de tong er in en lebberen maar.

Goudwesp
Voor zweefvliegen, blaaskopvliegen en allerlei andere bijen en wespen is de nectarpot letterlijk niet
bereikbaar. Platte bloemen van de gele composieten of witte Peen leveren een mooi landingsplatform en tegelijkertijd een goede uitkijkpost voor concurrenten en belagers.

Heidepistoolmot
Op deze, grotendeels bewolkte, dag ontbreekt de aristocratie. Een enkele gracieuze vlinder probeert het toch, een dame Heideblauwtje, een enkele Distelvlinders en Kleine Vuurvlinders en zelfs nog een Dagpauwoog. Maar ook hier is het zaak eens door de knieën te gaan. De Heidepistoolmot trekt zich niets aan van het sombere weer. Met een spanwijdte van 9 tot 13 mm fladdertje het motje, uitgerust met zijn vreemd uitgegroeide monddelen, over de heidestruiken. Ongezien door de meeste passanten maar nadrukkelijk aanwezig.

De uitverkoop op het Balloërveld duurt nog enkele weken maar kan met een kleine weersverbetering ook zo afgelopen zijn. Wees er snel bij, daarna duurt het weer elf maanden voor de volgende Super Sale.


vrijdag 12 augustus 2011

Zeer zeldzame Walstropijlstaarten in Groningen en Nederland

Walstropijlstaart (foto Willem Kolvoort)
Terwijl de thermometer met moeite naar de twintig graden kruipt, en de regen met bakken tegelijk naar beneden blijft komen, wordt ons land bezocht door zuidelijke gasten. Geen economische vluchtelingen uit Griekenland maar bont gekleurde fladderaars. Zoals bijna elk jaar zoemen ook nu weer kolibrievlinders door Harense tuintjes. Zeer bijzonder is echter de Walstropijlstaart. Voor het eerst werd deze fraaie vlinder gemeld op 7 mei uit Hoogezand (zie de website van de Vlinderwerkgroep KNNV Groningen / KNNV Oost-Groningen). daarna kwamen enkele meldingen uit Noord-Brabant, Noord- en Zuid-Holland. Maar vooral de Provincie Groningen blijkt in trek, Winneweer, Lauwersmeer en op 1 augustus zelfs de Papiermolen in de stad Groningen. Willem Kolvoort, illustrator, beeldend kunstenaar en vlinderaar, maakte daar de bijgeplaatste foto.

Walstropijlstaarten zijn in heel Nederland zeer zeldzaam maar in sommige jaren worden grotere aantallen gemeld (zoals in 1969 en 2003). De vlinder overwintert als pop en is niet in staat onze natte winters te overleven. Wat de massale trek naar het, nu natte, noorden veroorzaakt is onbekend. Bij de eerste waarnemingen in mei kan nog gedacht worden aan de extreem warme aprilmaand. De rups die op 2 juli in het Noord-Hollands Duinreservaat gevonden werd zal zeker afstammen van deze groep vlinders. Dat er nu echter nog steeds (nieuwe) vlinders gemeld worden is toch onverwacht. De wind is overwegend westelijk en vanaf juli bereiken de temperaturen slechts zelden zomerse waarden.

Wilgenroosje
Walstropijlstaarten leven als rups niet alleen van Walstro maar ook van Wilgenroosje. Het zijn nachtvlinders die vanaf de schemering op de wieken gaan. Ondanks hun grootte (spanwijdte iets meer dan 8 centimeter) leven ze krap twaalf  maanden. Eind april kruipen de vlinders uit de pophuid, paren en leggen eitjes. Na enkele weken zit hun taak er op en neemt de volgende generatie het over. De rupsen groeien in de zomer uit, verpoppen in de herfst en overwinteren tot het hun beurt is om op de vleugels te gaan. Of ze dan opnieuw Nederland, en zelfs Groningen, bereiken blijft onzeker.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...